Archive for the ‘Interview’ Category

« Older Entries |

Youri Jongenelen: “Mensen zijn verbaasd hoe leuk ballet kan zijn”

dinsdag, mei 1st, 2012

Sinds een aantal jaren beperkt dans zich niet meer tot de theaters, en hebben verschillende succesvolle televisieprogramma’s dans op de kaart gezet bij het grote publiek. Eén van deze programma’s is The Ultimate Dance Battle, waarin 5 choreografen het samen met hun team dansers tegen elkaar opnemen. De 22-jarige danser Youri Jongenelen danst mee in het team van balletchoreograaf Thom Stuart. CultuurBewust.nl sprak Youri tussen de repetities door over dans en zijn motivatie om mee te doen aan dit programma.

Hoe ben je begonnen met dansen?
“Ik ben begonnen op een balletschool in mijn geboortedorp. Mijn zusje deed aan ballet. Ik ben altijd bezig geweest met dansen, dus toen heeft mijn moeder met de balletlerares gepraat. Ze wilde toen graag jongens hebben, want die waren er bijna niet. Ik ben toen begonnen met één keer per week balletles. Na een tijdje merkte mijn docent op dat ik talent had, en stelde voor om auditie te doen voor het conservatorium. Ik zat toen in de derde klas van de havo. Aangezien ik niet het goede profiel had heb ik eerst mijn havo afgemaakt, en heb ik daarna een soort tussenjaar gedaan om op HBO niveau te komen.”

Na je opleiding aan het conservatorium ben je naar Hongarije gegaan om daar volksdans te studeren. Waarom deze keuze?
“Op het conservatorium was ik al geïnteresseerd in folklore. Omdat ik het eerste jaar heb meegedaan met de lagere klassen heb ik ook met hun de caractère-lessen gevolgd. Dat heeft mij erg geïnspireerd. Mijn docent wees mij op een volksdansschool in Hongarije. Ik heb auditie gedaan, en werd aangenomen. Er waren nog nooit internationale studenten geweest op deze school. Dat was voor mij moeilijk, maar ook een unieke kans. De Hongaren waren erg vriendelijk en namen mij al snel op in de groep. Ik heb me daar erg prettig gevoeld.”

Hoe ben je bij The Ultimate Dance Battle terecht gekomen?
“Na mijn opleiding in Hongarije heb ik bij het Internationaal Dans Theater gedanst. Daar heb ik Junior ontmoet, die vorig jaar meedeed aan dit programma. Hij heeft mij opgegeven. Ik heb wel erg zitten twijfelen, want ik ben helemaal niet iemand van televisie en ik sta niet graag in de aandacht. Het hielp mee dat ik al eerder met Thom Stuart heb gewerkt. Thom was de eerste gastdocent die ik ooit heb gehad op mijn balletschool. Ook heb ik vorig jaar meegedaan met de kerstproductie van De Dutch Don’t Dance Division, het dansgezelschap van Rinus Sprong en Thom. Thom heeft mij altijd erg geholpen, en het is erg leuk om met hem te werken. Als hij niet als balletchoreograaf had meegedaan, had ik waarschijnlijk nooit auditie gedaan. Dan was de stap te groot geweest.”

Bij The Ultimate Dance Battle ben je bezig met verschillende dansstijlen. Wat was tot nu toe de grootste uitdaging voor jou?
“Ik vind het leuk om verschillende dansstijlen te doen. Hiphop blijft voor mij de grootste uitdaging. Voor hiphop moet je een beetje laidback zijn en dat is iets wat ik niet van nature heb. De bewegingen zijn voor mij niet altijd logisch, maar het gaat wel steeds beter en sneller. Ik was van tevoren ook erg bang voor Latin, maar dat ging mij toch makkelijker af. De houding in Latin is erg anders. Eigenlijk is dat in alle dansstijlen zo – dat maakt het zo lastig om verschillende stijlen te leren.Ik denk dat Latin, net als ballet, snel ondergewaardeerd wordt. Het ziet er makkelijk uit, maar je hebt er een goede techniek voor nodig.”

Denk je dat dansprogramma’s als deze helpen om ondergewaardeerde stijlen als ballet weer op de kaart te zetten?
“Bij the Ultimate Dance Battle van vorig jaar is ballet op een stoere manier naar voren gekomen. Mensen zijn verbaasd hoe leuk ballet kan zijn. Vorige week hebben we met onze balletchoreografie zo veel mensen ontroerd dat we in één keer door waren naar de liveshows van volgende week. Dat vond ik mooi. Ik denk dat ballet door dit soort programma’s toch gewaardeerd gaat worden. Ook modern wordt goed op de kaart gezet bij dit programma. Misschien dat ik deze stijl zelfs leuker vind dan klassiek. Je zit niet vast aan een techniek, je kan meer kanten uit. Klassiek zal altijd blijven bestaan, maar modern is meer van deze tijd. Het blijft groeien.”

Hoe ziet jouw droomcarrière eruit?
“Dat verandert op dit moment best vaak. Ik heb nu van veel verschillende dingen mogen proeven, en mijn droom voor later zou zijn om een mix te kunnen doen van verschillende stijlen. Ik zou graag een gezelschap willen beginnen waarin ik klassiek, modern en volksdans kan combineren. Ik schrijf mijn ideeën daarvoor altijd op in een notitieblokje. Ik wil deze ideeën verder gaan uitwerken en ermee experimenteren. Maar eerst moet ik meer ervaring krijgen, meer dansen en meer contacten opdoen. Mocht dit uiteindelijk toch niet lukken, dan komt er vast wel iets anders op mijn pad waardoor ik verder kan gaan met dansen.”

Tags: , , , , , ,
Posted in Interview, Theater | No Comments »

Jonge choreograaf Veli Lehtovaara: “We begonnen vanuit nieuwsgierigheid”

dinsdag, april 24th, 2012

In samenwerking met de dansopleidingen P.A.R.T.S (Brussel) en SNDO (Amsterdam) geeft Springdance twaalf jonge choreografen de kans hun werk te tonen aan het grote publiek. Een van deze choreografen is Veli Lehtovaara. In een interview met CultuurBewust.nl vertelt hij over zijn werk en  deelname aan het Springdance Festival 2012.

Kun je in één of twee zinnen uitleggen waar je choreografie over gaat?
“De dans is een herontdekking van de iconografische kunst en Bijbelverhalen door middel van een voorstelling met publiek. Daarbij gaat de choreografie ook over de balans tussen heiligheid in relatie tot de context van Christelijke tradities en de rituele vorm van het stuk.”

Kun je ons iets vertellen over je samenwerking met Maria Silva?
“We werken al samen vanaf de dansopleiding P.A.R.T.S. Research Cycle 2008-10. Het is een vruchtbare en steeds betere samenwerking, waarbij het begrip voor onze afkomst en waar we naartoe willen met ons werk steeds groter wordt.”

Wat vind je ervan dat je jullie choreografie mag laten zien aan het publiek van het Springdance Festival 2012?
“Springdance is een nieuwe stap in de ontwikkeling van de choreografie, waaraan we zijn begonnen in de lente van 2010 en dat nog steeds in de maak is. Na deze winter anderhalve maand in Helsinki te hebben gewerkt, zijn we benieuwd hoe het stuk in zijn huidige vorm zal worden ontvangen door het publiek van Springdance.”

Hoe kwam dit idee voor Light as a Feather, Green as an apple  in je op?
“Het idee voor de choreografie is niet spontaan geboren, maar ontstaan tijdens een periode van onderzoek in de lente van 2010. We begonnen vanuit de nieuwsgierigheid en werkten samen om zo te ontdekken wat onze gedeelde interesses waren. Doorslaggevend voor de keuze van dit onderwerp was het werk van de Portugese filmmaker João César Monteiro (God’s Comedy, 1995) en het werk va auteur José Saramago (Cain, 2009 and Gospel according to Jesus Christ, 1991).”

Welke rol speelt tijd in het stuk?
“De tijd heeft  in de choreografie bewust geen rol. We spelen met gebeurtenissen die verwachtingen creëren en vervolgens verdraaien of veranderen we deze  in iets anders en onvoorspelbaars.”

Wie is je grootste voorbeeld?
“Ik probeer aan te sluiten bij de traditie zonder mijn collega’s tot idolen te maken. Maar er zijn veel choreografen die ik erg respecteer en van wiens werk ik constant leer. Ik waardeer juist de verschillen tussen deze mensen.”

Tags: , , , , , ,
Posted in Interview, Theater | No Comments »

Jonge choreograaf Cecilia Lis Eliceche: “Dansen is iets waar ik mijn fantasie in kwijt kan”

dinsdag, april 24th, 2012

In samenwerking met de dansopleidingen P.A.R.T.S (Brussel) en SNDO (Amsterdam) geeft Springdance twaalf jonge choreografen de kans hun werk te tonen aan het grote publiek. Een van deze choreografen is Cecilia Lis Eliceche. In een interview met CultuurBewust.nl vertelt zij over haar werk en haar deelname aan het Springdance Festival 2012.

Kun je in één of twee zinnen uitleggen waar je choreografie over gaat?
“Cow’s theory gaat over samenzijn en samenwonen onder strenge sociale regels. Het gaat ook over het vinden van nieuwe mogelijkheden om te bewegen door letterlijk met elkaar in contact te zijn, waardoor je de hele tijd van elkaar afhankelijk bent.”

Wat vind je ervan dat je jouw stuk mag laten zien aan het publiek van het Springdance Festival 2012?
“Dit is de eerste keer dat ik Cow’s Theory laat zien aan een Nederlands publiek. Ik ben erg benieuwd hoe het ontvangen wordt en naar de feedback die ik krijg op de dans.”

In de omschrijving van de choreografie staat als eerste principe ‘always be literally in touch’. Wat bedoel je precies met deze woorden en wat betekenen ze voor je dans?
“In deze tijd, waarin de virtuele wereld steeds sneller groeit en we te maken hebben met economische zeepbellen, wil ik terug naar het lichaam. Elkaar letterlijk aanraken waardoor je geen andere keus hebt dan te onderhandelen in wat je doet. We gebruiken deze beperking om de natuurlijke manieren van beweging uit te dagen. Op die manier kunnen er dingen gedaan worden die voor een individu niet mogelijk zijn. We worden bewust van het feit dat we afhankelijk zijn, dat we anderen beïnvloeden, zelfs met onze kleinste bewegingen.”

Draagt je choreografie een boodschap uit?
“Voor mij is dansen iets waar ik mijn fantasie in kwijt kan, een plaats waar ik kan dromen en waar ik probeer utopieën te materialiseren. Want zoals choreografe Manon Santkin zegt: ‘A Utopia a day keeps the doctor away’. In mijn utopische wereld bestaat geen verschil tussen rijk en arm, noord en zuid en blank of getint, enzovoorts. En hoewel ik wel vanuit een persoonlijk politieke beweegreden start, is dat niet waar ik wil dat het stuk over gaat. Ik wil graag ontdekken wat dans wel kan zeggen en woorden niet. En ik nodig het publiek uit om na afloop van het stuk met mij en de spelers te delen wat het stuk in hun ogen betekent en wat zij als boodschap uit het stuk halen. “

 Wie is je grootste voorbeeld?
“Dat is een lastige vraag, want ik heb eigenlijk meer dan één voorbeeld en allemaal om een andere reden. Eleanor Bauer, Gui Garrido en Pieter Ampe, Andors Zins-Brown, Daniel Linehan en Beth Gils zijn jonge choreografen die hun werk op een slimme en originele manier ontwikkelen en mij op die manier erg inspireren. Daarnaast is er nog Anna Teresa de Keersmaeker, die ik al bewonder sinds mijn vijftiende om tal van redenen.”

Wat wil je graag bereiken in de toekomst als choreograaf?
“Ik wil blijven werken, blijven leren en blijven experimenteren met beweging. Ik ben erg nieuwsgierig naar de relatie tussen politiek en dans, net zoals ik erg geïnteresseerd ben in de relatie tussen beweging en vorm.  Ik wil mijn werk graag delen met zoveel mogelijk mensen om zo te leren wat mijn werk overbrengt en bereikt bij mensen.”

 

 

Tags: , , , , , ,
Posted in Interview, Site, Theater | No Comments »

Jonge choreograaf Setareh Fatehi Irani: “Ik wil de fysieke mogelijkheden van mensen onderzoeken”

vrijdag, april 20th, 2012

In samenwerking met de dansopleidingen P.A.R.T.S (Brussel) en SNDO (Amsterdam) geeft Springdance twaalf jonge choreografen de kans hun werk te tonen aan het grote publiek. Een van deze choreografen is Setareh Fatehi Irani. In een interview met CultuurBewust.nl vertelt zij over haar werk en haar deelname aan het Springdance Festival 2012.

Wat vind je ervan dat je jouw stuk mag laten zien aan het publiek van het Springdance Festival 2012?
“Springdance is een van de dansfestivals die het concept van dansen en de kunst van het entertainen uitdagen. Daarnaast staat het festival open voor verschillende kunstvormen en dansdisciplines. Voor mij als jonge choreograaf is het een mooie kans om mijn werk te laten zien aan een publiek dat vooral bestaat uit mensen uit hetzelfde vakgebied, waardoor ik veel feedback kan krijgen over hoe ik mijn carrière verder kan ontwikkelen.”

 Kun je in één of twee zinnen uitleggen waar je choreografie over gaat?
“Ik denk dat de titel Deportment class for supreme leaders de beste uitleg geeft. We ontdekken de bewegingen van de leider in een aantal vreemde situaties die we voor haar bedacht hebben.”

Wat is precies het doel van je choreografie?
“We benadrukken de passieve rol van het publiek en proberen hen hiervan bewust te maken, maar het is niet ons doel om het publiek hiermee aan te zetten tot actieve deelname. In deze show is de kijker een observant van een onderzoek dat wordt overgebracht via het lichaam van de artiest.”

Streef je naar begrip van dit stuk?
“Natuurlijk streef ik altijd naar begrip, maar begrip betekent in mijn ogen niet dat we allemaal dezelfde onderliggende boodschap uit het stuk halen.”

 Als er een boodschap is die je het publiek met deze performance zou willen meegeven, hoe luidt deze dan?
“Ik kan niet zozeer een overkoepelende boodschap noemen die ik aan het publiek wil meegeven. Maar ik probeer wel altijd naar mijn eigen achtergrond te verwijzen, waar ik vandaan kom en hoe ik de wereld zie. Met andere woorden, ik wil het publiek liever mijn levensvragen laten zien in plaats van hen antwoorden te geven op deze vragen.”

 Wie is je grootste voorbeeld?
“Ik ben lange tijd terug al mee gestopt om een choreograaf als voorbeeld te nemen voor mezelf. Maar een van de choreografen waar ik veel van geleerd heb in de tijd dat ik met haar werkte en waardoor ik geïnspireerd ben is Debora Hay.”

 Wat wil je graag bereiken in de toekomst als choreograaf?
“Op dit moment wil ik vooral nog meer fysieke mogelijkheden van mensen ontdekken. Hoe bewegen we en waardoor worden deze bewegingen beïnvloed. Om dit te ontdekken let ik goed op iedereen met wie ik werk om na te gaan wat mij heeft doen bewegen zoals ik nu beweeg. Ik ben benieuwd wat de toekomst brengt.”

 

Tags: , , , , ,
Posted in Interview, Site, Theater | No Comments »

Werknemers Festival a/d Werf & Springdance gaan fusie vol optimisme tegemoet

woensdag, april 18th, 2012

In 2013 fuseren Festival a/d Werf, dat zich richt op kunst, dans, muziek en locatietheater, en Springdance, Nederlands’ internationale hedendaagse dansfestival. Bezuinigingen zorgen ervoor dat de festivals dit jaar voor het laatst los van elkaar te bezoeken zijn. De medewerkers van beide festivals zien de fusie niet als een probleem, maar juist als een kans om verschillende kunstvormen meer te combineren. “Inhoudelijk groeiden de festivals de laatste jaren al steeds meer naar elkaar toe”, aldus Limke Kwakkel, PR-medewerker van Festival a/d Werf.

De samenvoeging van de twee festivals wordt door de medewerkers van Festival a/d Werf en Springdance met optimisme tegemoet getreden. “Er is hier niemand die het heel erg vindt. We zijn heel optimistisch,” zegt Kwakkel. Springdance-directeur René Vlemmix ziet vooral mogelijkheden om de focus van het nieuwe festival op de cross-overs tussen dans en theater te richten. De fusie lijkt, naast de bezuinigingen, volgens Vlemmix en Kwakkel een logisch gevolg van de overlap die bij het dans- en theaterfestival de laatste jaren steeds groter werd. “Theater is niet meer puur theater en dans niet meer puur dans, dit loopt steeds meer in elkaar over,” vindt Kwakkel.

Inleveren
Hoe het nieuwe festival er volgend jaar uit gaat zien is nog niet bekend. Door samen te gaan hopen de festivals efficiënter te kunnen werken. Beide festivals leveren door de fusie voorstellingsdagen in. Volgend jaar duurt het nieuwe festival tien dagen, terwijl beide festivals nu ieder tien dagen zijn. Zoals in de hele culturele sector is het waarschijnlijk dat de bezuinigingen ook hier gevolgen hebben voor het personeel. “Een fusie betekent ook een efficiëntieslag in organisatie, en het is helaas niet uitgesloten dat we afscheid moeten nemen van medewerkers,” zegt Vlemmix. 

Er zal weliswaar gekort moeten worden wat dagen en medewerkers betreft, maar het niveau van de voorstellingen zal volgens Vlemmix niet veranderen. “We zijn er zeker van dat we inhoudelijk niets gaan inleveren, we blijven voldoen aan de internationaal hoogstaande reputatie van Springdance en ook Festival a/d Werf,” aldus de Springdance-directeur.

Afwachten
Dit jaar vinden de laatste edities vlak na elkaar plaats in Utrecht: Springdance 19-29 april en Festival a/d Werf 17-26 mei. Festival a/d Werf zal ter gelegenheid haar bezoekers trakteren op een gratis locatievoorstelling Urban Drifting van Willi Dorner. Ook Springdance zal op ludieke wijze afscheid nemen van de oude vorm van het festival met een eindfeest.

Het blijft afwachten hoe het nieuwe festival, met de focus op cross-overs tussen dans en theater, zal uitpakken. Vlemmix en Kwakkel zien de fusie van de festivals in ieder geval met optimisme tegemoet. Volgend jaar zal tijdens de eerste nieuwe festivaleditie blijken of de fusie tussen Springdance en Festival a/d Werf het beste van dans en theater weet te combineren.

Tags: , , , , , , , , , ,
Posted in Interview, Theater | No Comments »

Sanja Mitrović: “Ik ben gelukkig als het publiek zich in situaties kan herkennen”

dinsdag, april 17th, 2012

Sanja Mitrović won in 2010 de BNG theaterprijs voor haar productie Will You Ever Be Happy Again? Tot 26 april 2012 toert haar nieuwe voorstelling Crash Course Chit Chat, gebaseerd op de huidige situatie van de EU, door Nederland. In deze voorstelling onderzoekt Mitrović het verschil tussen ‘jezelf zijn’ en ‘je eigen land vertegenwoordigen’, daarbij gebruik makend van de ervaringen van de acteurs zelf. CultuurBewust.nl sprak Mitrović over haar nieuwe voorstelling, vooroordelen en de Europese identiteit.

Hoe ben je op het idee voor deze voorstelling gekomen?
“Het jaar 2011 was naar mijn idee een veelbewogen jaar. In Europa is het grootste probleem op dit moment de economische crisis. Aan de ene kant is dit kenmerkend voor de cyclus van uitbreiding en teloorgang van het kapitalisme. Aan de andere kant toont het ook de consequenties hiervan, zoals een politieke crisis en een heropleving van het nationalisme. Deze ontwikkelingen zetten de toekomst van de Europese Unie op het spel.”

“In deze situatie was het voor mij relevant om de vraag te stellen: ‘wat is het dat ons bindt en wat scheidt ons?’. Omdat ik uit voormalig Joegoslavië kom, is het voor mij belangrijk om te proberen de patronen te begrijpen die er toe kunnen leiden dat een gemeenschap uit elkaar valt. Vooral als deze gemeenschap als doel had om het idee van een natiestaat te overstijgen.”

In de voorstelling komen alleen landen uit West-Europa aan bod, waarom heb je hiervoor gekozen?
“Vier van deze vijf landen (Duitsland, Frankrijk, Engeland, België en Nederland) hebben samen de Europese Unie opgericht. Daarnaast zijn het allemaal koloniale machten geweest waardoor ze het lot van andere landen hebben bepaald. Het zijn ook allemaal buren van elkaar, vaak is het zo dat vooroordelen het sterkst zijn naar onze buren.”

“Voor deze voorstelling was ik vooral ook geïnteresseerd in het idee van een gemeenschap als vijandige eenheid. Die kan net zozeer gevormd worden door interne conflicten als door solidariteit en gemeenschapszin. In dat opzicht maakte het dan ook weinig uit waar deze mensen vandaan komen, het gaat er vooral om hoe ze met elkaar omgaan.”

De personages in de voorstelling zoeken naar hun eigen identiteit en een Europese identiteit. Voel jij je zelf Europees?
“Alhoewel het land waarin ik opgroeide slechts een herinnering is, zie ik mezelf in de eerste plaats als Joegoslavische, en daarna als Servische. Tegelijkertijd ben ik ook Nederlands staatsburger geworden en voel ik dat hierbij ook een nieuwe identificatie hoort. Voor mij is identiteit een proces waarin verlangen om ergens toe te behoren en de wil om te veranderen een belangrijke rol spelen.”

Wat zou je het liefste willen dat bezoekers van je voorstelling bijblijft?
“Ik zou gelukkig zijn als het publiek zichzelf kan herkennen in enkele situaties. Dit hoeft niet per se positieve herkenning te zijn, als het maar kan aanzetten tot nadenken. Wanneer we er met de voorstelling in slagen om zelfs maar een kleine glimp van de dagelijkse vooroordelen en angsten op te roepen die dagelijks aan ons voorbij gaan, dan was de voorstelling niet geheel nutteloos.”

Tags: , , , , , , , , ,
Posted in Interview, Theater | 1 Comment »

Martin Schläpfer: “Ik voel een grote verantwoordelijkheid om een goede choreografie te maken”

woensdag, april 4th, 2012

Op 5 en 7 april komt het Duitse Ballet am Rhein naar Nederland met drie choreografieën van Martin Schläpfer. Na een succesvolle carrière als danser, leraar en choreograaf werd hij in 2009 artistiek directeur en vaste choreograaf van het gezelschap. CultuurBewust.nl sprak hem in Düsseldorf over zijn carrière en liefde voor dans.

Hoe ben je begonnen met dansen?
“Ik begon erg laat met dansen, pas op mijn vijftiende. Ik deed eerst aan kunstschaatsen. Een balletlerares uit Zwitserland zag mij op het ijs en vroeg of ik het leuk zou vinden om ballet te doen. Ik had toen eigenlijk nog geen idee wat dat was. Ik heb er thuis over gepraat en besloten om het te proberen, maar niemand geloofde dat ik het leuk zou vinden. Ik kom uit een familie zonder culturele achtergrond, en ze dachten dat het iets tijdelijks zou zijn. Maar ik was vastbesloten, ik wilde dansen! Mijn lerares heeft mij toen opgegeven voor een wedstrijd. Na slechts anderhalf jaar danstraining ontving ik een studiebeurs voor de Royal Ballet School in Londen. Toen was iedereen wel overtuigd dat ik talent had.”

Wanneer ontdekte je je talent voor choreograferen?
“Ik had eigenlijk nooit verwacht dat ik choreograaf zou worden. Op mijn vierendertigste werd ik directeur van het ballet in Bern. Ik had toen nog nooit een choreografie gemaakt en had ook niet verwacht dat ik het leuk zou vinden om te doen. Ik ben gaan choreograferen omdat het nodig was, omdat er niet genoeg geld was om alleen maar choreografen uit te nodigen. Uiteindelijk bleek ik in staat om ervan te leven en een naam op te bouwen. Toch ervaar ik nog steeds druk wanneer ik een nieuwe choreografie maak. Ik voel een grote verantwoordelijkheid om een goed stuk te maken en om te zorgen dat de dansers zich voldaan voelen. Er is geen vast recept voor succes. Dat vind ik beangstigend. Het is iets waar ik verschrikkelijke moeite mee heb, maar tegelijkertijd trekt het me ook aan. Theater moet niet gewoon zijn, het moet iets bijzonders zijn.”

Zit er een verhaal achter je choreografieën of gaat het meer om de bewegingen zelf?
“Er is vaak wel een gedachte of een onderwerp. Ik denk dat er altijd gevoel in een choreografie moet zitten, maar ik ben geen liefhebber van verhalende balletten. Ik heb wel twee keer een nieuwe versie van de Firebird gemaakt, dus het is niet zo dat ik me er compleet van afsluit.

Welke balletten je kunst dansen is ook afhankelijk van het soort gezelschap waarmee je werkt. Om goede klassieke balletten te dansen heb je ook goede klassieke dansers nodig. Mijn gezelschap is zo divers qua stijl en techniek dat je goed moet nadenken wat je wel en niet kunt doen. Je moet kijken waar jouw gezelschap het beste in is, want ik vind dat hetgeen wat je doet ook van topkwaliteit moet zijn. Ik geloof dat dit gezelschap op artistiek gebied één van de beste van Duitsland is, maar ik denk dat er andere gezelschappen zijn die de klassieke balletten beter kunnen doen dan wij.”

Je choreografieën worden vaak vergeleken met die van Hans van Manen. Heeft hij jou geïnspireerd?
“Hans is een belangrijk persoon voor mij, zeker op artistiek gebied. Hij behoort tot de beste choreografen ter wereld. Zijn balletten zijn altijd zo menselijk. Hij is de enige collega, hoewel hij natuurlijk veel meer is dan een collega, waarmee ik praat over choreografie. Een geweldige man. Ook de manier waarop hij in het leven staat vind ik mooi. Hij heeft zo veel respect en klaagt nooit. Ik ben wat zwaarmoediger en twijfelachtiger. Het is iemand waar ik tegen op kijk, maar het is niet zo dat ik mezelf onderwerp aan hem. Ik ken mijn eigen waarde ook.”

Voor je directeur werd van het Ballet am Rhein heb je als danser, leraar, choreograaf en artistiek directeur van andere gezelschappen gewerkt. Hebben deze ervaringen je geholpen bij het leiden van dit gezelschap?
“Mijn ervaring als danser helpt mij om de dansers beter te begrijpen. Ik begrijp hun behoeften, gedrag en vermoeidheid beter. Lesgeven is voor mij als directeur erg belangrijk, want zo weet je wat er speelt. Doordat ik lesgeef leer ik de dansers beter kennen, en merk ik wanneer er iets niet goed zit. Als choreograaf ben je meer bezig met je ideeën en je concept. Het is ook een soort laboratorium voor mij. Ik kan de les enigszins aanpassen aan de choreografieën die er gedanst gaan worden, en kan experimenteren met de muziek en de dynamiek.”

Hoe zie je de toekomst met het Ballet am Rhein?
“Mocht ik hier blijven dan wil ik mij inspannen om het gezelschap op een niveau van wereldklasse te brengen. Gedeeltelijk hebben ze dat al, en gedeeltelijk niet. Het ligt een beetje aan mijn beslissing of ik wil blijven of niet. Ik heb tegenstrijdige gevoelens over het artistiek leiderschap. Ik vind het geweldig om te doen, maar tegelijkertijd is het ook de vijand van iedere artiest. Je bent altijd druk met geld, besprekingen en organisatie. Ik doe dit voor de kunst, niet voor de carrière. Ik doe er echt alles voor.”

Tags: , , , , , ,
Posted in Interview, Theater | No Comments »

Fred en Guus: “Mensen met een psychiatrische achtergrond maken kunst met een gezonde geest”

woensdag, april 4th, 2012

Kunst van jong Utrechts talent en werk van kunstenaars met een psychiatrische achtergrond: dat is het aanbod van de online kunstwinkel Fred en Guus. De jonge website verkoopt kunst maar is ook een kunstuitleen voor bedrijven. Voor mensen die niet veel te besteden hebben is de categorie ‘budgetkunst’ in het leven geroepen: kunstwerken die maximaal 100 euro kosten. De drijvende krachten hierachter zijn Frederieke van Waalwijk van Doorn en Guusje Sesink, twee enthousiaste dames die nog maar pas afgestudeerd zijn. CultuurBewust.nl sprak met Fred en Guus over het ontstaan van de kunstwinkel, de doelstellingen en de toekomst.

Waar komt het idee vandaan om kunst van mensen met een psychiatrische achtergrond aan te bieden?
Guusje: “Frederieke en ik zijn in september afgestudeerd als beeldend therapeuten en we hebben dus zelf ervaren wat kunst kan betekenen voor mensen met psychiatrische achtergrond.”
Frederieke: “Je zou verwachten dat deze kunstenaars, gezien hun psychiatrische achtergrond, dergelijke ervaringen in hun kunst verwerken. Dit is echter niet het geval. Bij stages die we hebben gelopen, exposities die we hebben georganiseerd en bij een open atelier dat we een jaar hebben begeleid, merkten we dat de mensen daar kunst maken met een gezonde geest. Dat geeft een mooi resultaat, ook therapeutisch. Die kunstenaars wilden we een podium bieden.”

Waarom bieden jullie die kunst aan samen met het werk van jonge Utrechtse kunstenaars?
Frederieke: “De groep van jonge Utrechtse kunstenaars heeft meer aandacht nodig, daarom richten we ons ook op hen.”
Guusje: “We hebben zelf heel veel met Utrecht en vinden het daarom leuk om met deze groep te werken. Het zijn kunstenaars die niet jong zijn qua leeftijd, maar die net zijn gestart.”
Frederieke: “Daarnaast wilden we niet alleen kunst van mensen met een psychiatrische achtergrond in die context aanbieden. Wanneer je kunstenaars de mogelijkheid biedt zonder de stempel van psychiatrie te laten exposeren, dan draait het veel meer om de kwaliteit van de kunst zelf. Dan kan je jezelf echt ontwikkelen als kunstenaar. Dat is onze doelstelling.”
Guusje: “We noemen het psychiatrische aspect wel, maar leggen er verder geen nadruk op. We noemen niet welke kunstenaars bij die groep horen.”

En hoe gaat het tot nu toe?
Frederieke: “Tijdens onze studie is het idee ontstaan. In september zijn we echt gestart. Nu hebben we kunstenaars verzameld en zijn we in gesprek met bedrijven over de mogelijke afname van kunst.”
Guusje: “Het is wel een lastige tijd om te ondernemen.”
Frederieke: “Als ondernemers hebben we ook niet de meest gemakkelijke startpositie omdat we niet met een lening of subsidie willen werken. We willen daar onze vrijheid in behouden. Het past beter bij deze tijd om geen gebruik te maken van subsidie.”

Jullie zijn dus pas net gestart maar wat zouden jullie voor de toekomst willen?
Guusje: “We willen een plek waar mensen de kunst kunnen zien, die hebben we nu nog niet. Kunst is iets heel persoonlijks en soms wil je een werk eerst in het echt zien voor je het aankoopt.”
Frederieke: “Een andere categorie is budgetkunst. Dat bieden we aan omdat we het belangrijk vinden dat kunst voor iedereen bereikbaar is zonder dat je een lening moet afsluiten. Die kunst zouden we ook daar kunnen laten zien. Zo’n plek is ook een visitekaartje.”

Tags: , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Interview, Kunst | No Comments »

Alec en Ivana over Three Artists Walk into a Bar…: “Waarom zou je een tentoonstelling maken?”

maandag, april 2nd, 2012

Tijdens het curatorial programme van kunstencentrum De Appel worden ieder jaar zes jonge, internationale curatoren opgeleid. De groep van dit jaar besloot een curatorencollectief te vormen onder de naam The Black Swan. Zes maanden lang bezochten zij tentoonstellingen en biënnales en spraken ze met curatoren, kunstenaars en theoretici. Nu sluiten ze het jaar af met de tentoonstelling Three Artists Walk into a Bar... Curatoren Alec Steadman (1983, Engeland) en Ivana Vaseva (1984, Macedonië) vertellen enthousiast, maar ook geheimzinnig over de ‘dingen’ die zij organiseren.

Waarom noemen jullie jezelf The Black Swan?
Alec: “We kwamen er op door een gastles van Kai van Hasselt, waarin deze economische theorie genoemd werd. Waar die theorie voor staat, is een goede analogie voor hoe wij kijken naar kunst en het maken van tentoonstellingen.”
Ivana: “The Black Swan Theory is gebaseerd op het idee dat niemand dacht dat er zwarte zwanen bestaan, totdat deze in Australië ontdekt werden. Voor die tijd was het een uitdrukking dat iets onmogelijks zou gebeuren. Hierna veranderde alles. Als dit mogelijk is, wat kan er dan nog meer gebeuren?”
Alec: “Het is een manier van denken over onverwachte dingen en nadenken over het ondenkbare.”

Hoe kwam de tentoonstelling tot stand?
Alec: “Van augustus tot en met december hadden we zeven dagen per week ontmoetingen en lessen. De hele tijd waren we bezig met de fundamentele vraag: waarom zou je een tentoonstelling maken?”
Ivana: “Zeker in deze tijden van verandering, met het huidige klimaat in Nederland!”
Alec: “Dat zette ons aan het denken… Wat kan kunst doen met betrekking tot het huidige klimaat in Nederland? Er is een heftige discussie gaande over de waarde van kunst en de instituten eromheen. Binnen deze context willen wij nadenken over hoe we daarop kunnen reageren. We willen kijken naar mogelijkheden. We stellen vragen, er zijn geen antwoorden.”

Hoe stellen jullie vragen met Three Artists Walk into a Bar…?
Alec: “We zien humor als een subversieve kwaliteit. Het zijn geen kunstwerken over humor, maar humor wordt gebruikt als middel om ruimte voor dialoog te creëren. Om de een of andere reden is …walking into a bar… internationaal bekend, maar dan ingevuld met lokale humor. Het is het begin van een mop, van een kader. Het geeft geen antwoord, het sluit geen dingen uit, daarom ook het puntjepuntjepuntje…”
Ivana: “En wat gebeurt er dan? Dat zie je in de tentoonstelling.”

Wat zien we dan in de tentoonstelling?
Ivana: “We noemen het een tentoonstelling, maar het is geen gebruikelijke tentoonstelling met kunstwerken in een ruimte. Er zullen veel dingen gebeuren op straat in Amsterdam, maar ook in hetveem theater, in de supermarkt of op tv.”
Alec: “Maar er gebeuren ook dingen op internet, youtube, of dingen die opduiken als kunstwerk.”
Ivana: “Heel veel verrassingen en interventies.”
Alec: “Het kan een een-op-een situatie zijn. Vind je zomaar iets in je broekzak, mogelijkerwijs. Of misschien stuit je op twintig mensen die vreemd doen op een plein. Wellicht is een werk een telefoonnummer dat je kunt bellen. Er worden vragen gesteld over de aard van een kunstwerk of de ontmoeting met het publiek. Wie is het publiek?”

Is dit een manier om andere mensen aan te spreken dan de reguliere kunstliefhebber?
Ivana: “Het neemt kunst uit de tentoonstellingsruimte, maar het is geen institutionele kritiek. In de toekomst zullen we ook tentoonstellingen in musea maken, want dat zijn toch belangrijke plekken. In dit geval zijn we geïnteresseerd in wat er gebeurt wanneer je een kunstwerk buiten de verwachtingen plaatst. Wanneer je naar een museum gaat verwacht je kunstwerken te zien, dat heeft invloed op hoe je kijkt naar dat wat je tegenkomt. Nu plaatsen we deze dingen in de echte wereld.”

Maar dat kan betekenen dat mensen niet door zullen hebben dat het om kunst gaat…
Alec: “Er zijn bepaalde werken die tijd- en plaatsgebonden zijn, die aangekondigd worden als kunst. Maar andere werken zijn bedoeld als interventies, die zijn niet bedoeld om gezien te worden als kunst. Het zijn onderbrekingen in je dagelijkse leven.”
Ivana: “Dat roept vragen op! Waarom gebeurt dit? Is het kunst?”
Alec: “Gedurende de tentoonstellingsperiode is de Appel Jongensschool iedere zaterdag open voor het publiek.”
Ivana: “Er is een bar, er zijn lezingen en workshops door internationale sprekers. Deelnemende kunstenaars selecteren films die in de tijdelijke bioscoop van de Appel Jongensschool worden getoond.”

Hoe hebben jullie de kunstenaars eigenlijk geselecteerd?
Alec: “Dat is een wezenlijk element van het project. We hebben een oproep gedaan aan elke student en resident verbonden aan een beeldende kunst master of postacademisch programma. Wij zijn hier maar negen maanden, we maken een tentoonstelling en gaan weer weg. Daarom wilden we graag iets doen met kunstenaars van onze generatie, hen samen brengen.”
Ivana: “Doorgaans hebben de academies geen contact met elkaar, maar nu kunnen ze samen komen, praten en experimenteren.”
Alec: “Eigenlijk is de tentoonstelling al begonnen, want sinds vorige week zaterdag komen we met de kunstenaars samen. We willen een gesprek aangaan over het project zodat we samen beslissingen kunnen nemen, bijvoorbeeld over de opening. Dat zijn beslissingen die sterk gerelateerd zijn aan de kunstwerken. Ze worden erg enthousiast en komen met allerlei ideeën die wij nooit hadden kunnen bedenken.”

Hoe gaat dit eindigen?
Ivana: “Het einde is een sleutelmoment, waar alle kunstwerken samenkomen. De website is ook een belangrijk aspect, waarop de werken staan die je kunt bezoeken, maar ook de interventies en het archief. Dat blijft nog jaren bestaan.”

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Interview, Kunst | No Comments »

Lindi Ortega: “Ik geef toe dat ik een beetje rebels ben”

zaterdag, maart 31st, 2012

Rebels of niet, Lindi Ortega’s debuutalbum doet het goed. De zangeres is onlangs genomineerd voor maar liefst twee Juno Awards, de belangrijkste muziekprijzen van Canada. Aanstaande zondag hoopt ze zowel de award voor Best New Artist of the Year als die voor Roots and Traditional Album of the Year in de wacht te slepen. Na een druk tourschema in Europa zit ze nu alweer in de studio om een volgend album op te nemen. Gelukkig vond ze tijd om de vragen van CultuurBewust.nl over haar succesvolle debuutalbum te beantwoorden.

Je wordt vergeleken met Dolly Parton, hoe vind je dat?

‘’Ik vind het zeer vleiend!’’

 

Wie zijn je inspiratiebronnen?

‘’Ik ben geïnspireerd door Johnny Cash, omdat hij zo’n prachtige diepe stem had en geweldige nummers schreef. Ook inspireert Frida Kahlo me, omdat ze zo’n sterke, dappere, mooie, getalenteerde en charismatische vrouw was.’’

 

Op Little Red Boots zing je zowel over Elvis Presley als Jimmy Dean. Wat is je connectie met deze twee helden uit de jaren vijftig?

‘’Er is niet echt een verband, ik had alleen een onderwerp nodig voor mijn nummer over een legend, en the King leek mij een geschikte representatie van een legende in de muziek. (Het nummer heeft ze verrassend genoeg ‘I’m no Elvis Presley’ genoemd – red.). James Dean, daar schreef ik over omdat ik net klaar was met het lezen van zijn biografie en hij mij inspireerde. Overigens is het puur toeval dat James en ik beide herkenbaar zijn aan een rood kledingstuk .(James aan zijn rode leren jasje in de film Rebel Without a Cause – red.). Ik kocht mijn Little Red Boots voordat ik zijn biografie had gelezen.’’

 

Is Little Red Boots te zien als een album dat je identiteit onthult; een meisje dat haar dromen achtervolgt, van rood en ouderwets houdt en een beetje rebels is?

Ja, ik denk dat het een beetje inzicht geeft in wie ik ben aangezien de meeste nummers op de plaat zijn geschreven vanuit mijn eigen ervaringen en gevoelens. Ik ben het er ook mee eens dat ik een beetje rebels ben.”

 

Je zingt ook over zware onderwerpen, als liegen, gebroken harten, zelfmoord, drank en eenzaamheid. Heb je zoiets zelf ervaren?

Ik heb veel meegemaakt van wat ik heb geschreven voor mijn album. Het is in die zin heel persoonlijk. Toch misgun ik mijn donkere tijden niet, omdat er door heen gaan me hielp het leven vanuit een ander perspectief te waarderen. Het hielp me om de zon achter de wolken te zien schijnen.”

 

Er staan ook veel vrolijke nummers op je album, waarom eindig je toch met een verdrietig nummer?

Omdat iedereen wel eens verdrietig is. Ik had een lied nodig waar mensen zich aan die emotie konden overgeven. Ik wist eigenlijk niet waar ik het anders kon plaatsen, dus ik zag het einde als een goede plek.”

 

Sommige van je nummers herinneren een beetje aan vroeger, en je hebt een ‘retro’ kledingstijl. Is er een bepaald imago dat je wilt creëren?

Sommige van mijn favoriete artiesten hadden een eigen stijl die hen uniek maakte, zoals Johnny Cash en Elvis. Omdat ik vrij excentriek ben besloot ik om mijn eigen kledingwensen in te willigen en zo kwam ik met mijn eigen look. It’s kinda weird, but so am I.”

Tags: , , , , , ,
Posted in Interview, Muziek | No Comments »

« Older Entries |