De Staat van het Theater 2012 uitgesproken door drie jonge theatermakers met een visie
Door: Claire Goossens
Troost, hoop en inspiratie voor de toekomst. Dat hoopte Jeffrey Meulman, directeur van het Nederlandse Theater Festival, te kunnen vinden in de Staat van het Theater 2012. Op zijn verzoek spraken acteurs en theatermakers Ilay den Boer (1986), Walter Bart (1978) en Jeroen de Man (1980) tijdens de opening van zijn festival hun visie op het huidige theaterklimaat uit. Zij deden dat gisteravond in de Amsterdamse Stadsschouwburg met hartstocht en geestdrift, met humor en ernst.
In tegenstelling tot voorgaande jaren werd dit jaar niet door één prominente deskundige een visie gegeven op het Nederlandse theaterklimaat, maar door drie jonge bevlogen theatermakers. Zij pleiten voor terugkeer naar de essentie van het theater, voor contact tussen theatermakers en beleidsmakers en voor manieren om de betrokkenheid van theaterpubliek te vergroten.
Wildcards en voetbalfanretoriek
De volledige speeches van Ilay den Boer, Walter Bart en Jeroen De Man zijn inmiddels te lezen op de website van het Nederlands Theater Festival. Voor eenieder die zich ook maar een beetje betrokken voelt bij het Nederlands theater zijn ze absoluut de moeite waard om te lezen. Naast hun idealisme, creativiteit en frustraties zijn er namelijk ook interessante concrete maatregelen en mogelijke oplossingen in te vinden.
Zo poogde Jeroen de Man, met zijn verhalende speech over een schrikwekkend toekomstbeeld van 2069, een lans te breken voor de “onmogelijke Laura’s” – verwijzend naar Laura van Dolron. De gekken, de geeks, de weirdo’s die op toneelscholen rondlopen met veel fantasie maar weinig ‘regel’-talent. Hij introduceert het wildcard-principe voor vers afgestudeerde theatermakers: “Laten de theaters en gezelschappen jaarlijks een klein bedrag aan wildcardgeld reserveren voor net afgestudeerde makers. Gokgeld. En dat hoeft niet veel te zijn. Het moet geld zijn dat je maar net kunt missen. Wie weet wordt het project van deze nieuwe podiumkunstenaar een wereldhit, misschien een flop. It’s all in the game.”
Meer verwijzingen naar de sportwereld volgen in het pleidooi van Ilay den Boer. Hij citeert een door Omroep Brabant geïnterviewde ontevreden PSV-supporter nadat het trainer Fred Rutten niet was gelukt om PSV kampioen te maken. Den Boer: “Wat zou ik graag willen dat er voor theater net zoʼn grote achterban gecreëerd kan worden als voor voetbal. Maar daartoe zijn we nu niet in staat; omdat we simpelweg voor te veel mensen niet zo onmisbaar zijn als voetbal dat wel voor hen is.”
Walter Bart las zijn ‘Lijst van 2012′ voor met 36 “waarheden, vragen en mogelijke oplossingen”. In zijn inleiding vergelijkt hij de relatie tussen de theatersector en de huidige politiek met de kwetsbare ouder-kindrelatie. Bart: “Er is gezegd dat ik me afhankelijk opstel. Maar dat is niet waar. Ik BEN afhankelijk, ik stel me niet afhankelijk op. Dat is een enorm verschil.” Zijn lijst valt niet samen te vatten tot een groot statement. Al zijn 36 punten zijn in feite krachtige statements, zoals deze: “12. Shakespeare is niet de weg uit de crisis.”
Bewondering voor mensen met visies
Juryvoorzitter Arthur Japin verklaarde in zijn inleiding op de opening van het festival dat hij het afgelopen jaar de grootst mogelijke bewondering heeft gekregen voor de theatermaker die “in tijden als de onze theater wil blijven maken en dat iemand bereid is daarvoor een gevecht te leveren, soms tegen beter weten in”. Japins bewondering voor deze ‘soort’ theatermaker zal mogelijk gegroeid zijn na de toespraken van Ilay den Boer, Walter Bart en Jeroen de Man. Het is bovendien veel meer dan troost, hoop en inspiratie dat festivaldirecteur Jeffrey Meulman aangeboden kreeg in de Staat van het Theater 2012. Het zijn heuse visies.
Gepubliceerd op: 31-08-2012








