Gregory Maqoma danst zich in Exit/Exist een middelmatige weg door een tragisch verleden

Gregory Maqoma in Exit/Exist (foto: John Hogg) Recensie

jul
18

Door:

Gekleed in een gedistingeerd designerpak laat de Zuid-Afrikaanse danser en choreograaf Gregory Maqoma zijn lichaam op slangachtige wijze bewegen op het stuwende ritme van de live gitaarmuziek. Zijn ranke vingers lijken elke noot te willen bevoelen, te grijpen. Met elke golvende armbeweging bereikt hij zijn doel stukje bij beetje: dansen naar het woelige en tragische verleden van zijn betovergrootvader XoJongusombovo Maqoma (1798-1873).

Maqoma’s betovergrootvader was het opperhoofd van de Zuid-Afrikaanse stam Xhosa en één van de prominente rebellenleiders in de opstand van zijn volk tegen de Engelse koloniale onderdrukking in de negentiende eeuw. Zijn achterachterkleinkind stelt in de danssolo Exit/Exist vooral de emotionele ervaring van die geschiedenis centraal. Op papier een interessante overbrugging van heden naar verleden, die in de voorstelling echter vaak niet goed uitpakt.

Metamorfose
Van de gesoigneerde westerling aan het begin van de voorstelling verandert Maqoma in zijn levenslustige betovergrootvader. Gehuld in een witte mantel en met een stierenstaart om zijn middel gebonden danst hij de dynamische rites van zijn voorouders. De zwierige choreografie maakt plaats voor een meer tribale, waarin ritmisch voetenwerk en meditatieve herhaling de overhand hebben. Maqoma is als een machtige stier wiens bezwerende dans de voorspoed van het Xhosavolk moet bezegelen.

De overgang van gedistingeerde naar rauwe tribale dansvormen voert Maqoma bijzonder vaardig uit: vloeiend en soepel, maar met het aanstekelijke ongeduld van een tijdreiziger. Op het toneel verschijnt in de achtergrond vervolgens een vierkoppig koor van voorouders. Het is een aardige aanvulling op Maqoma´s speurtocht door het verleden: de zangers brengen traditionele, vergeten Xhosagezangen ten gehore, die door hun verhalende karakter de voorstelling chronologisch structureren.

Middelmatig
Dat alles belooft veel interessants voor het resterende deel van de voorstelling, waarin een confrontatie tussen heden en verleden, nieuwe en oude culturen en kolonialisme en postkolonialisme een spannende choreografie kan opleveren. Het is des te teleurstellender dat Maqoma en regisseur James Ngcobo dat rijke materiaal slechts middelmatig uitwerken.

Met uitzondering van voornamelijk de opening van het stuk is Maqoma’s dansidioom te weinig gelaagd en vooral niet boeiend genoeg om het verhaal van zijn betovergrootvader aansprekend te vertellen. Daarvoor richten de makers zich te eenzijdig op het Xhosaritueel in zijn algemeenheid en te weinig op de betekenisvolle emoties die daaraan ontstijgen. De choreografie beperkt zich vaak alleen tot algemene rituele kenmerken, zoals het aanroepen van geesten en het afzweren van een goede oogst.

Hoewel de rite als tegengif tegen koloniale onderdrukking een goed uitgangspunt is, was het interessanter geweest als Maqoma en Ngcobo daarbij meer complexe en tegenstrijdige betekenissen tegen elkaar hadden uitgespeeld. Nu mist de voorstelling duidelijk pit. Pas als stamhoofd Maqoma aan het tragische slot zijn zwanendans danst, voordat hij naar de strafkolonie Robbeneiland afgevoerd wordt, keert de betekenisvolheid van de opening terug. Voor een voorstelling van een klein uur is dat te weinig.

Gepubliceerd op: 18-07-2012

Facebook reacties