In Broer is liefde een verlossend antwoord op de beladenheid van de joodse identiteit

Ilay en Anan den Boer in Broer (foto: Saris & den Engelsman 2012) Recensie

jul
15

Door:

In een oud bootje, aangelegd aan een glibberige, wiebelige steiger, speelt Anan den Boer (21) ongestoord jazzy muziek. Trots kijkt zijn oudere broer Ilay (26) vanaf de zijlijn toe, terwijl het publiek plaatsneemt op de tribune die uitkijkt over het sfeervolle tafereel. Als iedereen zijn plek gevonden heeft, neemt hij – gestoken in een paar gifgroene lieslaarzen – zelfverzekerd het woord: “Dit is mijn broertje. Ik wil hem niet kwijt”.

Het was in de winter van 2008-2009 dat de joodse broers elkaar kwijtraakten. Terwijl Anan er tijdens de Gaza-oorlog in Tel Aviv lustig op los leefde, werkte Ilay in Nederland aan de zesdelige reeks Het Beloofde Feest, een theatraal onderzoek naar de joodse identiteit. Een onvermijdelijke ruzie tussen beiden was het gevolg. Met Broer – het voorlaatste deel in de reeks – zet theatermaker Ilay den Boer de verzoeningspoging met zijn broer in scène. Geen gemakkelijke opgave, zo blijkt. Waar de één het liefst lijkt weg te dromen in zijn eigen wereld, denkt de ander graag stevig na over zijn joodse wortels.

Speelparadijs
Voor Broer bouwde Ilay den Boer het speelparadijs van zijn jeugd na: een geheimzinnige aanmeerplaats in de Dordtse Biesbosch. Het eerste deel van de voorstelling thematiseert de onbedorvenheid van die tijd. Met de geestdrift van een kinderverteller lokt Den Boer het publiek op overtuigende wijze de fantasiewereld van de kleine, onafscheidelijke Ilay en Anan binnen. Zijn broer verzorgt ondertussen de ondersteunende muziek, die op vermakelijke ironische wijze dan weer het zenuwslopende dan weer het fantasievolle karakter van de jeugdverhalen onderstreept.

Zeer krachtig is het moment waarop het paradijs van onschuldig kinderlijk geluk verandert in een drassige poel van onzekerheid en vertwijfeling. In een lokale krant leest Ilay dat de Biesbosch tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijke doorgangsplaats voor de nazi’s was. Vanaf dat moment voelt hij zich niet zonder meer Ilay, een jongen net als de anderen, maar een voortvluchtige jood. De wereld die eerst zo onschuldig leek, is nu een stuk complexer geworden.

Sleets
Anans muziek, die eerst nog aangenaam in samenspraak is met het verhaal van zijn broer, haakt daar met haar toenemende dissonantie op in. Daarmee uit hij zijn onverschilligheid en onbegrip jegens Ilays houding, die volgens hem veel te bespiegelend en dweepzuchtig is. De strijdige perspectieven worden tenslotte verzoend in een ontroerend slotbeeld. De beladenheid van de joodse identiteit maakt dan plaats voor de liefde die de broers in hun jeugd voor elkaar voelden.

Ondanks de rake en gevoelige schets van de broerrelatie in verhouding tot de complexiteit van de joodse identiteit kent  Broer ook zwakke kanten. In de eerste plaats is de verteltechnische structuur van de voorstelling niet altijd even sterk. Zo wil Den Boer de inhoudelijke kant van de confrontatie met zijn broer soms al te woordelijk uiteenzetten en zijn een aantal scènes te langdradig.

Daar komt bij dat een aantal grappig bedoelde metatheatrale opmerkingen – Ilay over het bootje: “Die hebben we alleen voor de voorstelling gekocht, hoor” – nogal sleets zijn. De ironie ligt er dan dubbeldik bovenop. Hoewel niet alles in Broer dus theatraal interessant is, maakt Den Boers persoonlijke benadering van de complexe thematiek de voorstelling beslist het kijken waard.

Gepubliceerd op: 15-07-2012

Facebook reacties