Body Against Body is de perfecte ode aan twee danslegendes

Choreografen Bill T. Jones (links) & Arnie Zane, 1982. Recensie

feb
5

Door:

Met Body Against Body krijgt de toeschouwer van het Holland Dance Festival 2012 een kijkje in de dansscene van New York eind jaren zeventig. De twee duetten Monkey Run Road (1979) en Blauvelt Mountain (1980) representeren het nauwe samenwerkingsverband tussen de legendes van de postmoderne dans Bill T. Jones en Arnie Zane. De bijzonder gestileerde en gearticuleerde choreografie houdt je tot het einde geboeid en de chemie tussen de dansers werkt hartverwarmend.

De New Yorkers Bill T. Jones en Arnie Zane startten hun samenwerking in 1971. Samen richtten zij in 1982 het gezelschap Bill T. Jones/Arnie Zane Dance Company op. De stijl van hun gezamenlijke choreografieën wordt gedefinieerd door thema’s van raciale en etnische oorsprong. Samen met artistiek directeur Janet Wong creëerde Jones Body Against Body: een avondvullende voorstelling met vintage stukken over schoonheid, de betekenis van het leven en de ‘echtheid’ van de danser.

‘Echtheid’ in tableaux vivants
Op de vloer is een vierkant uitgelijnd met wit tape, in het midden daarvan een kruisje. Vanuit de zijdeuren van de zaal in het Korzo komen twee dansers al pratend met elkaar aangelopen. Ze duwen een houten box op wielen met een ronde opening aan de bovenkant binnen het vierkant. De kleine Erick Montes en de grote gespierde Talli Jackson zijn beide gekleed in een donkerblauwe catsuit. Jackson tilt zich kalm op de box en Montes neemt een pose aan naast de box; ze kijken elkaar aan, klaar om te beginnen met Monkey Run Road.

Monkey Run Road en Blauvelt Mountain kunnen eigenlijk niet los van elkaar worden gezien. Niet alleen komen de bewegingen uit het eerste duet terug in het tweede, maar ook thematisch lijken ze samen te smelten. Ze vormen een ode aan het werk dat Bill T. Jones en Arnie Zane maakten in hun beginjaren. De duetten bevragen de vorm van een ‘duet’ en de Amerikaanse ‘hedendaagse’ dans van de jaren tachtig door invloeden van turnen, sport en populaire dans in de choreografie te verwerken. Een goed voorbeeld van het bevragen van het concept ‘duet’, is wanneer de twee dansers hun rol binnen het duet ook apart van elkaar dansen, verspreid binnen het afgetapete vierkant.

Beide duetten bevatten een zekere kalmte. De choreografie is door alle dansers zo eigen gemaakt dat de bewegingen tot in de puntjes gearticuleerd kunnen worden. Door ‘stop and go’-momenten ontstaan er een soort van tableaux vivants die steeds weer een nieuw verhaal of een scène lijken neer te zetten. Dit houdt de stukken dynamisch en interessant. Elke beweging krijgt een diepere betekenis, een extra laag door de manier waarop de choreografen het materiaal telkens weer uit elkaar trekken. Wat de duetten precies ‘vertellen’, is voor iedere toeschouwer anders.

Hartverwarmende chemie
Wat de duetten bijzonder maakt, is de chemie tussen de twee dansers. Niet alleen hun bewegingen sluiten naadloos op elkaar aan, maar ook de mimiek wordt fascinerend goed getimed. Ze vertrouwen elkaar volledig en kennen elkaars stappen tot in de details. Zelfs als ze blindelings krukken overgooien. De combinatie van de Latijns-Amerikaanse danser Erick Montes samen met twee ‘grotere’ Amerikanen zorgt eveneens voor een vleugje slapstick.

Naar het einde toe voel je dat de sympathie voor de dans en de dansers dermate is gegroeid, dat je hoopt dat er geen einde aan komt. Kortom, de veelzijdigheid in de dansbewegingen in combinatie met de hartverwarmende chemie tussen de dansers maken Monkey Run Road en Blauvelt Mountain tot de perfecte ode aan twee legendes uit de postmoderne dans.

Gepubliceerd op: 05-02-2012

Facebook reacties