Joost van Hezik: “Het is moeilijk om in deze wereld een idealist te zijn”

Na het einde, Joost van Hezik / Toneelschuur Producties @ Rogier Maaskant Interview

mei
13

Door:

Hij houdt wel van wat spektakel op het toneel en met zijn persoonlijk idealisme worstelt hij zich een weg door de theaterwereld. Joost van Hezik (1982) studeerde vorige zomer af aan de regieopleiding Amsterdam. Na het einde, zijn eerste voorstelling bij Toneelschuur Producties, is een psychologische thriller waarin een man en een vrouw in een bunker opgesloten zitten als gevolg van een nucleaire terroristische aanval. Dit toneelstuk uit 2004, van het jonge Britse schrijftalent Dennis Kelly, komt akelige dicht bij de realiteit. Toch meent Joost van Hezik een sprankje hoop in zijn regie te verwerken.

Met Kliché, je afstudeervoorstelling als regiestudent, wilde je ‘onderzoeken of het theater de potentie heeft de wereld te verbeteren’. Wat was de uitkomst?
“Ja, erg ambitieus was dat,” lacht Van Hezik. “Ik heb daar wel een persoonlijk antwoord op gevonden. Het frappante was uiteindelijk de worsteling van de zes acteurs en mijzelf met het thema idealisme. Die was achteraf gezien veel interessanter. Het is ook logisch, want het is moeilijk om in deze wereld een idealist te zijn. Ik geloof er nog steeds in dat theater de wereld verbetert, maar waarop en hoe…? Dat is de worsteling waar ik de komende jaren hopelijk nog mee bezig ben.”

Dus je wil wel verder gaan met het thema idealisme?
“Ja, eigenlijk alles wat ik doe heeft ermee te maken. Maar in Na het einde heeft het thema een veel concretere vorm. Dit stuk heeft een hele spannende, filmachtige structuur. Dat ik nu met een bestaande tekst werk, is voor mij echt een verademing.”

Is dat wat je aansprak in dit toneelstuk Na het einde, de filmachtige structuur?
“Nee, uiteindelijk was dat de inhoud ervan. Op een of andere manier ben ik altijd al gefascineerd geweest door het einde der tijden, de totale ondergang van de aarde en de mensheid. Het is zo’n extreme toestand, dat het datgene wat altijd al aanwezig is alleen maar uitvergroot. Het legt bloot wat we daadwerkelijk belangrijk vinden en wat er eigenlijk niet toe doet. Het einde der tijden is daarom een metafoor voor je eigen dood.”

Wat maakt het voor jou een goed toneelstuk?
“Het stuk bevat enige humor en zit goed in elkaar. Zo representeren de twee personages de manier van denken van twee groepen mensen in de samenleving of twee samenlevingen ten opzichte van elkaar. Ik kan nooit iets met een tekst op het moment dat het alleen maar persoonlijk is in die zin, dat het geen grotere betekenis krijgt. Een goede toneeltekst bevat een grotere, politieke of maatschappelijke betekenis.

Maar Na het einde is niet typisch een tekst die ik vaak zal kiezen. Wat betreft taalgebruik is dit toneelstuk een heel realistische en moderne Engelse tekst. Het is niet heel poëtisch geschreven; in dit geval vind ik dat niet erg, maar ik hou wel van iets meer absurditeit, poëzie en theatraliteit.”

Zijn er theaterregisseurs die jij bewondert?
“Het vakmanschap van Ivo van Hove bewonder ik. Eric de Vroedt vind ik een interessante theatermaker vanwege de inhoud van zijn voorstellingen. Van Suzanne Kennedy ben ik echt fan en ook van Romeo Castellucci. Ze noemen hem de David Lynch van het theater. Die man maakt beeldend, heftig theater met veel special effects. Daar houd ik wel van. Zelf wil ik ook heel graag naar de grote zaal. Mijn ideeën zijn groot en ik wil toneelrepertoire combineren met grote beelden. Een beetje sensatie kan goed werken in het theater.”

Dus jij bent niet bang voor al die ruimte van de grote zaal?
“Nee, ik voel me eerder bekneld door te weinig ruimte. De vraag is wel wat je er vervolgens mee doet. Ik ben er eerder bang voor een ensemble van topacteurs te moeten aansturen.”

Grote beelden en effecten zijn toch eigenlijk makkelijker te bereiken in film?
“Als je in een film een auto ziet ontploffen, ziet dat er misschien wel beter uit. Maar de impact in het theater, waar je iets live ziet gebeuren, is veel groter. De ervaring die je hebt in het theater moet niet alleen hoofdelijk of spiritueel zijn, zoals de inleving in karakters, maar er moet ook daadwerkelijk iets gebeuren op het toneel. Het is deze realiteit van theater die het publiek een ervaring kan opleveren die er wellicht niet zo reëel uit ziet als in film, maar wel veel reëler wordt ervaren. Ik denk dat in deze tijd veel mensen verlangen naar nieuwe indringende en authentieke ervaringen. Dit is de kracht van theater en deze moeten we juist nu benutten.”

Gepubliceerd op: 13-05-2011

Facebook reacties