Casper Vandeputte: “Soms zit ik tijdens een repetitie met een hand voor mijn mond geslagen”
Door: Claire Goossens
Wat moet ik doen met mijn leven? En heeft het wel zin? In de voorstelling Polaroids stellen de personages zichzelf dergelijke levensvragen. Met Polaroids maakt de jonge regisseur Casper Vandeputte (1985) zijn tweede productie bij Toneelschuur Producties (in coproductie met het Huis van Bourgondië). Vandeputte werd verliefd op de toneeltekst van de Britse schrijver Mark Ravenhill (Some Explicit Polaroids) en vertelt in dit interview met CultuurBewust.nl waarom.
Waarom heb je gekozen voor Some Explicit Polaroids van Mark Ravenhill?
“Ik ben zijn werk gaan lezen omdat ik enthousiaste verhalen van anderen had gehoord. Ik hield meteen al van zijn schrijfstijl, van zijn dialogen. Toen ik erachter kwam waar het verhaal over ging, dacht ik: ‘Dit is perfect, dit moet ik gaan doen.’ Ik herkende er de thema’s in waar ik zelf mee bezig ben. De personages in dit stuk vragen zich af wat ze eigenlijk met hun leven moeten doen. Mijn eigen toneelstukken gaan vaak over idealisten, en daar gaat dit toneelstuk ook over. Het gaat letterlijk over de confrontatie met je idealen. Dit toneelstuk deed me ook denken aan de thematiek van de tekstbewerking die ik voor Toneelgroep Oostpool deed [Till the fat lady sings].”
Wat sprak jou aan in de schrijfstijl van Ravenhill?
“De zinnen zijn kort en het komt snel to the point. Je merkt er de invloed van film in. Ravenhill laat je direct midden in de scènes belanden. Het zijn ook vooral losse scènes: ze beginnen en houden op, ze lopen niet in elkaar over. Er worden tijdssprongen gemaakt en het stuk switcht van locatie naar locatie. Het zapt als het ware. Het leest ook heel lekker op papier.”
Waarin zit voor jou de uitdaging bij het regisseren van dit toneelstuk?
“Dat regisseren is eindeloos veel; er zijn zó veel interessante aspecten. Ik werk nu voor het eerst met een kostuumontwerpster, een decorontwerper en met zo veel acteurs tegelijkertijd. Mijn team is groter, dus ik ben aan meerdere touwtjes aan het trekken. En ik ga nu voor het eerst met een echt moderne tekst aan de haal.
Wat ik ook heel tof vind, is dat Ravenhill heel diep gaat. Niet zozeer filosofisch, maar hij beschrijft dingen die ik nooit zou durven schrijven. Hij schrijft heel expliciet drama. Soms zit ik tijdens een repetitie met een hand voor mijn mond geslagen. Dan denk ik: ‘Als straks mijn ouders komen kijken, denken ze dat ik gek ben.’ Die personages zijn zo donker, zo eenzaam. Ze hebben geen idealen of geloof om zich aan vast te houden. Ze zijn niks meer dan een individu. Ze weten niet zo goed wat ze met hun leven aan moeten.”
Dus jij identificeert je met die personages?
“Ja, met hun vragen. Voor mij en mijn vrienden en de acteurs in deze voorstelling geldt dat wij ons in meerdere of mindere mate dezelfde vragen stellen.”
Hoe zie jij jouw functie als theatermaker?
“Je bent als theatermaker altijd op zoek naar een noodzaak om een voorstelling te maken. Je probeert het ook belangrijk te maken. Maar ik wil niet dat mensen naar mijn stukken komen kijken om anderhalf uur keihard de modder in getrokken te worden. Mensen hoeven niet net zo hard na te denken als ik tijdens het regisseren, maar ik wil dat ze er even door aangeraakt worden. Je komt naar het toneel omdat je van toneel houdt. Ik vind ook dat je als theatermaker een onderwerp moet uitkiezen dat alleen jij had kunnen kiezen. Ik zie mezelf niet als opiniemaker.”
Zijn er theatermakers die jij volgt?
“Ja, heel veel. Ik vind het werk van Joeri Vos heel leuk, en ik zie alles van Eric de Vroedt, met hem heb ik als regieassistent gewerkt. Ik volg Erik Whien en Jetse Batelaan. En ik hou van het werk van Maatschappij Discordia en ‘t Barre Land. Maar stiekem ga ik nog iets vaker naar de film dan naar het theater.”
Polaroids is van 17 t/m 26 maart te zien in de Toneelschuur Haarlem en van 29 t/m 2 april te zien in Huis van Bourgondië in Maastricht.
Gepubliceerd op: 14-03-2011








