De duivel vraagt asiel aan in Identiteit van Woudenberg en Kouchiry

Identiteit Recensie

feb
17

Door:

Helmert Woudenberg en Ali Kouchiry, beiden ervaren theatermakers, kruipen in de huid van de duivel, Jezus, een rooms-katholieke kardinaal en een ambtenaar. Hun voorstelling Identiteit heeft het karakter van een reeks sketches waarin zij in scherpe dialogen enkele grote onderwerpen aansnijden. Centraal staan de verschillen tussen een Nederlandse burgerman en een vluchteling uit Iran. Oost en west ontmoeten elkaar in een boeiende voorstelling waarin ook de duivel een verblijfsvergunning aanvraagt.

Buurman
Woudenbergs eerste personage, de Hollandse burgerman die van zijn allochtone buurman verwacht dat die zich volledig aanpast aan de Nederlandse cultuur, neemt geen blad voor de mond. Zijn buurman Kouchiry, in de rol van een pas geïntegreerde Iraniër, beantwoordt zijn vragen met een zwaar buitenlands accent. De discussies tussen de twee mannen zijn voor de toeschouwer komisch en herkenbaar, want zij stippen precies die issues aan die west en oost tegenwoordig zo heftig van elkaar (onder)scheiden. Terloops komen onderwerpen als 9/11, de moord op Theo van Gogh, De Gouden Kooi en Ayaan Hirsi Ali voorbij.

Rollenspel
De acteurs zijn gekleed in een identiek zwart pak. Beiden zitten ze op een stijlvolle barkruk op een verder lege speelvloer. Het heeft daardoor iets weg van stand-up-theater wanneer Woudenberg en Kouchiry steeds opnieuw de rollen verdelen in een reeks van dialoogscènes. “En nu speel jij Jezus die aan het vasten is in de woestijn, en ik ben de duivel die hem komt opzoeken.”

Met behulp van minimale attributen -een rode of groene sjaal- wordt een ogenschijnlijk rollenspel gespeeld met een prominente rol voor de duivel (de ene keer Woudenberg, de andere keer Kouchiry). Nadat de duivel het vertrouwen van Jezus test, vraagt hij een verblijfsvergunning aan bij een gemeenteambtenaar. De duivel eist dat de hoogste kardinaal erbij wordt gehaald om hem toestemming te geven. Vervolgens gaat de kardinaal naar Jezus toe om te vragen of die wil ophouden zijn vrijheidsboodschap bij de mensen te verkondigen.

Actueel én filosofisch
In de vlotte, prikkelende dialogen wordt ongezouten kritiek geuit op de katholieke kerk, maar ook op het Nederlandse inburgeringsbeleid. Kouchiry neemt weer zijn rol aan van allochtone buurman, deze keer hard aan het studeren voor de inburgeringscursus. Ondertussen zit Woudenberg zich in het oranje gehuld (het WK is nog volop in gang) te verbazen over de hoge moeilijkheidsgraad van het soort vragen van de inburgeringscursus.

Het boeiende aan Identiteit is dat de voorstelling zowel een actuele laag als een filosofische laag heeft, en bovendien zowel kritisch als komisch is. Als je gaat nadenken over de titel en de figuren in de voorstelling, vraag je je af: waarom worden deze stereotypen naast elkaar opgevoerd? Willen Woudenberg en Kouchiry erop wijzen dat ‘de Nederlandse burgerman’ en ‘de ingeburgerde vluchteling’ archetypische verzinsels zijn net als ‘Jezus’ en ‘de duivel’; geen echte personen, maar rollen die gespeeld kunnen worden?

Psychose
De laatste scène is een vreemde afsluiter: Woudenberg en Kouchiry bevinden zich in één en dezelfde psychose, als één man. De monoloog, waarin ze als in een pingpongspelletje elkaars woorden aanvullen, moet duidelijk maken dat vanuit psychisch oogpunt ‘alle mensen gelijk zijn’. Het is een wat rul slot van een harmonieuze voorstelling.

Gepubliceerd op: 17-02-2011

Facebook reacties