STRAWINSPIRATIE: ode aan de moderne dans én Strawinsky
Door: Nathalie Hoogeveen
Bijna honderd jaar geleden werd Le Sacre du Printemps, het onconventionele muziekstuk van Igor Strawinsky, na een chaotische, overschreeuwde première in Parijs vooral verafschuwd. Het prestigieuze Ballets Russes danste toen een compleet vernieuwende choreografie op de muziek van de Russische componist. Introdans’ ode aan Strawinsky, STRAWINSPIRATIE, verloopt iets minder luidruchtig, maar verdient wél een daverend applaus.
‘Even wennen’
Een groot punt van kritiek van de woedende schouwburgbezoekers in 1913 in Parijs was de ‘gekke’ muziek van componist Igor Strawinsky. De Russische musicus voert zijn toehoorders niet mee op de melodieuze golven van zijn ‘mooie’ muziek, maar legt de nadruk juist op ritmische accenten: onvoorspelbaar, modern, expressionistisch en vooral anders dan velen gewend zijn. Het is moeilijk uit te leggen; je moet het horen. ‘Even wennen’, zo zou je het ook genuanceerd kunnen uitdrukken.
En wat blijkt: na jaren ‘wennen’ is Strawinsky toch geaccepteerd. Misschien nog steeds niet helemaal bij het grote publiek, maar zeker wel door het moderne dansgezelschap Introdans. In hun nieuwe voorstelling STRAWINSPIRATIE wordt in drie aparte choreografieën gedanst op muziek van de Russische componist.
Expressionisme
De drie stukken zijn totaal verschillend, maar vormen samen een mooie afwisseling waardoor STRAWINSPIRATIE niet snel gaat vervelen. De toeschouwer maakt onder het genot van de gevarieerde, ritmische klanken van Strawinsky kennis met zijn muziek, maar vooral met de kenmerken van de moderne dans, die in 1913 nog tot zoveel verontwaardiging leidden. Dit maakt STRAWINSPIRATIE niet alleen een ode aan Strawinsky, maar ook aan de moderne dans zelf.
De eerste choreografie, Entre Deux (Thierry Mandalain), is meeslepend en vertelt het verhaal van een man die terugkeert uit een oorlogsgebied en herenigd wordt met zijn vrouw. Het expressionisme in de muziek van Strawinsky en de choreografie van Mandalain zorgen ervoor dat je meegesleept wordt in het verhaal. Het tweede stuk, Psalmensymfonie (Lucinda Childs) brengt dit effect wat minder teweeg, maar is prachtig sprookjesachtig: de dansers zweven voorbij in een abstract decor dat doet denken aan een bos bij maanlicht.
Gestamp
En dan het slotstuk. ‘Het begin van het modernisme’, zo noemen veel kunsthistorici Le Sacre du Printemps achteraf. Voor de moderne dans houdt dat in: geen spitzen, geen tutu’s, simpele kostuums, veel gestamp, veel niet-uitgestrekte benen en voeten. En vooral: het doorbreken van alle wetten die voorheen golden.
De versie van choreograaf Nils Christe breekt niet alleen met deze wetten, maar zorgt ook voor het hoogtepunt in deze voorstelling met een virtuoze dans van het gehele Introdans-ensemble. Een voorstelling die -geheel terecht- wordt beloond met een staande ovatie. En dat is wel eens anders geweest.
Gepubliceerd op: 09-02-2011








