Vensters- choreografieën op de meest logische plekken
Door: Bente Klein
Tien dagen lang is de binnenstad van Heerlen een groot podium voor het zomerfestival Cultura Nova. Het Huis voor de Kunsten Limburg heeft die kans aangegrepen om vier choreografen te vragen een choreografie te creëren en vervolgens uit te voeren op een plek die normaal niet geassocieerd wordt met dans. De vier werken worden gepresenteerd onder de gemeenschappelijke titel Vensters.
De eerste choreografie, Battre à Trois, gemaakt door Jens van Daele wordt uitgevoerd in een fietsenkelder. Met theatrale bewegingen verdedigen de dansers hun territorium. Dat territorium is zo groot dat het voor de kijker af en toe moeilijk is om alles te kunnen zien. De essentie van het stuk is erg duidelijk, maar ondanks dat de voorstelling slechts tien minuten duurt, is het werk aan de langdradige kant. Toch is voor veel mensen het bevechten over de ruimte een bekend fenomeen, vooral op een plek als een fietsenkelder.
Lonneke van Daeles Nachtnet is geen echte dans, maar meer een toneelstuk. In de etalage van een warenhuis beeldt zij het wachten op een station uit. Alle herkenbare aspecten komen voor, van het niet kunnen plaatsnemen op een bankje door afval, tot het moeten rennen omdat de trein van een ander perron blijkt te vertrekken. Dit wordt door Lonneke grappig verbeeld. Ondanks het glas dat ervoor zorgt dat ze niet kan spreken en de maar heel beperkte ruimte, weet ze de herkenbare situaties heel vernieuwend te brengen.
Het publiek wordt door Leine en Roebana gevraagd om tussen de dansers plaats te nemen. In een oude pornobioscoop voeren ze Lagoccia uit. Naast de dans is er ook live muziek en zang. Een combinatie die het stuk iets extra’s geeft. Menselijke gevoelens als jaloezie en verdriet staan centraal. Deze thema’s worden in de dans uitgebeeld, maar meer nog in de liederen.
Tot slot wordt op de opgravingen van de Romeinse Thermen Requiem per Coriovallum van Joost Vrouenraet’s uitgevoerd. De drie dansers voeren geen gevecht met anderen of met gevoelens die anderen bij hen oproepen, maar met zichzelf. Het stuk is gebaseerd op Ovidius’ Narcissus, de knappe jongeling die alleen maar van zichzelf kon houden. Door de kijkafstand is het erg moeilijk om te zien hoe de dansers tijdens de dans zo verstrikt raken in plastic (waarin ze zichzelf bewonderen) en dit vervolgens om zich heen knopen, maar knap is het zeker.
In een korte anderhalf uur wordt uit vier korte voorstellingen goed duidelijk hoe verschillend dans kan zijn. Vensters is daarmee een geslaagd project van Het Huis voor de Kunsten Limburg.
Gepubliceerd op: 07-09-2009








