Aniek Boon en Hendrik Aerts: “Het is troostvol dat er zoveel diversiteit kan bestaan.”

hij die nog van geen einde wist Interview

Het theatermakersduo Aniek Boon (1972) en Hendrik Aerts (1976) vertoont een beeldtaal die vraagt om een emotionele manier van kijken. In hun voorstelling hij die nog van geen einde wist wordt gestreefd naar ‘non-lineariteit’: geen hapklaar entertainment en geen logisch begrijpbare vertelvorm. In het café van de Rotterdamse Schouwburg blijkt na een uur praten dat hun theatervisie alles te maken heeft met kijken en interpreteren.

Hij is een acteur van de Arnhemse toneelschool, zij een vormgeefster van de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Enkele jaren geleden werkten ze voor het eerst samen voor een Oerol-productie en al snel ontdekten ze een medemaker in elkaar. Met hun (onder)zoekende stijl van theatermaken bieden ze tegenwicht aan het steeds grotere aanbod aan expliciet geëngageerd theater. Weliswaar springen ze niet in op huidige politieke en maatschappelijke issues, maar het belang van kunst in de brede zin gaat niet bepaald aan ze voorbij.

Waar kwam het idee voor deze voorstelling vandaan?
Aniek Boon: “We zaten allebei in een fase dat we met eenzelfde soort vragen bezig waren, ook in stijlonderzoeken. Die non-lineaire vertelvorm wilden we verder ontwikkelen. Daarin komt het publiek in een staat van kijken waar geen logisch verhaal uit te halen is. Er is eerder sprake van een emotionele manier van kijken dan van een rationele. Het uitgangspunt is een jongen die een plek verlaat en zweert dat hij er nooit meer terug komt. Maar hij komt toch terug.”

Waarom heet de voorstelling zo, hij die nog van geen einde wist?
Hendrik Aerts: “Dat is heel organisch ontstaan. Voor mij was dat de zin die samenvatte waar het stuk over gaat. Het klopte bij wat ik voelde bij de tekst.”

A.B.: “Je kan er meerdere betekenissen aan geven. Daarin zit direct het dualisme dat ook in de voorstelling zelf zit.”

Waarmee begint het maakproces?
A.B.: “In dit geval zijn we begonnen met een enorme database aan materiaal. Beelden, teksten, films van Tarkovsky, sferen, ideeën, schetsen. Het was een gevoelsmatig begin. We hebben heel secuur het team gecast op capaciteiten. Daarmee was de bron, de potaarde van de voorstelling rijk gevuld. Behalve dat aan het begin van de repetitieperiode de tekst af was, stond er verder weinig echt vast.”

Verandert de inhoud of de boodschap dan ook mee?
H.A.: “De manier waarop wij zelf ernaar kijken, verandert niet. Als ik nu zie waar we met deze voorstelling staan, zie ik nog altijd waar we ooit mee begonnen zijn. Wij weten voor onszelf wat de voorstelling betekent. Maar het is niet zo dat dat de waarheid is. Voor ons gaat deze voorstelling vooral over afscheid, maar voor een toeschouwer hoeft het misschien helemaal niet over afscheid te gaan.”

Wanneer weet je dat een voorstelling klaar is?
H.A.: “Het is niet klaar. Dan zou ik het niet meer spelen.”

Hoe zien jullie de functie van theater?
H.A.: “Vanwege die toestand met de subsidies denk ik er vaak over na wat mijn positie als kunstenaar is in dit land. Daardoor ging ik ook nadenken over het belang van kunst. En ik kwam op dit uit: volgens mij gaat kunst over kijken. Een schilder kijkt anders naar bijvoorbeeld melancholie, dan een schrijver. Ik geef dat weer op mijn manier en jij geeft dat weer op jouw manier, dat maakt het divers. Als wij allemaal op dezelfde manier naar kunst gaan kijken, is dat heel gevaarlijk en oppervlakkig. Ik denk dat verschillende manieren van kijken in kunst een maatschappij divers en uitdagend kan houden. Ik vind het troostvol dat er zoveel diversiteit over zoiets als melancholie kan bestaan. Dat iedereen op zijn eigen manier kan en mag zien.”

Wat vinden jullie bijzonder aan het vak van theatermaker?
H.A.: “Het is een kick om te beginnen met een voorstelling en niks zeker te durven weten en te  vertrouwen op je intuïtie.”

A.B.: ‘Het mooiste van dit vak is dat je een direct en live contact hebt met je publiek. Ik vind het een heel mooi gezicht als je het publiek in een bepaalde sfeer en dynamiek ziet binnenkomen, en onder een andere sfeer ziet weggaan.’

Gepubliceerd op: 28-10-2010

Facebook reacties