dinsdag, juli 27th, 2010
Een brede straat, rijkelijk voorzien van grote bomen en luxueuze huizen: de Maliebaan is een van de mooiste straten in de stad Utrecht. Naast haar schoonheid kent de Maliebaan ook een roerige en interessante geschiedenis. In het kader van het 400-jarig bestaan van de straat heeft het Utrechts Archief een tentoonstelling samengesteld waarin de bezoeker wordt meegenomen naar het verleden van dit stukje Utrecht.
Van maliespel tot verkeersroute
Het is bij binnenkomst even twijfelen welke ingang de bezoeker moet nemen, maar als je de juiste kiest wordt meteen de oorsprong van de Maliebaan duidelijk. Maliebanen en malievelden blijken overal te zijn. In Nederland bevinden ze zich onder andere in Leiden, Amsterdam en Den Haag, maar ook in Hamburg, Londen en Washington zijn ze aanwezig. De oorsprong van deze velden en banen gaat terug naar de zestiende eeuw, toen aan het Franse hof het maliespel werd gespeeld. Voor dit spel, wat op het moderne golf lijkt, was een 750 meterslange baan vereist.
Nadat vanaf 1812 het maliespel niet meer werd gespeeld kreeg de straat verschillende nieuwe functies. Het werd een plek waar wandelaars en ruiters flaneerden en er vonden evenementen zoals veemarkten plaats. Door de bouw van monumentale panden werd de Maliebaan een belangrijke verkeersroute en deze functie heeft zij nog steeds, als verbinding tussen het centrum en de A27. Foto’s, kaarten en tekeningen verlevendigen de geschiedenis van de Maliebaan. In een documentaire laat historicus Maarten van Rossem verschillende huizen aan de Maliebaan van binnen zien en komen vroegere bewoners aan het woord.
Tweede Wereldoorlog
Diverse belangrijke figuren uit de geschiedenis woonden op de Maliebaan, waaronder Rene Descartes, Napoleon Bonaparte en Johannes Brahms. De Maliebaan in Utrecht staat ook bekend om haar essentiële rol in de Tweede Wereldoorlog. Niet alleen was het hoofdkantoor van de NSB daar gevestigd, ook het verzet had een aantal panden op de Maliebaan in bezit. Het rood en groen op een kaart laat zien dat de tegenstanders dichterbij elkaar waren dan zij wellicht vermoedden.
Van toen naar nu
Het Utrechts archief is erin geslaagd een interessante tentoonstelling neer te zetten. Het onderwerp is vrij specifiek en de oude kaarten en tekeningen zullen voor kinderen misschien saai zijn. De documentaire maakt een bezoek voor zowel jong als oud geschikt. Hoewel de tentoonstelling erg klein is slaagt het Utrechts Archief er goed in een heldere weergave te geven van een van de bekendste straten van deze stad. Ideaal dus om snel binnen te stappen en de drukte van de Utrechtse binnenstad even achter je te laten. Tijdens de Open Monumentendag in september kun je zelf ontdekken wat er verborgen ligt achter de monumentale gevels aan de Maliebaan.
Tags: archief, architectuur, Geschiedenis, kaarten, Lisette Breedveld, Maarten van Rossem, Maliebaan, Maliebaan in beweging, maliespel, Malieveld, open monumentendag, straat, tekeningen, Tweede Wereldoorlog, Utrecht, Utrechts archief
Posted in Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld
maandag, juli 26th, 2010
Het Aboriginal Art Museum te Utrecht toont met Aboriginal art today! de diversiteit van de Aboriginal kunst. Sinds de jaren ‘70 heeft de Aboriginal kunst door contact met de westerse cultuur een verandering ondergaan. De combinatie van traditionele en vernieuwende kunstwerken zorgt voor een verrassende tentoonstelling. Er wordt een breed beeld geschept van de Aboriginal kunst, die net als westerse kunst wat te bieden heeft voor iedereen.
De tentoonstelling toont een overzicht van hedendaagse Aboriginal kunst vanaf 1970. Voorheen maakten Aboriginals ceremoniële objecten voor eenmalig gebruik, maar vanaf de jaren ’70 zijn zij bewust kunst gaan maken. De authentieke beeldtaal en technieken worden toegepast op doek en hout zodat het verkoopbaar is. Sinds die tijd kopen ook Nederlandse musea en verzamelaars Aboriginal kunst. In de tentoonstelling is zowel werk van particuliere verzamelaars, alsook van musea (waaronder het Groninger Museum, Wereldmuseum Rotterdam en uiteraard het Aboriginal Art Museum) te zien.
Abstract fantasierijk
De traditionele Aboriginal schilderijen zijn zonder voorkennis niet erg toegankelijk, maar bieden tegelijkertijd de mogelijkheid om als autonoom werk te worden beschouwd. Zonder voorkennis lijken de stipjes-schilderijen abstract, maar voor de Aboriginals vertellen deze werken vaak over de droomtijd: een andere tijdsdimensie waarin de wereld werd gecreëerd door hun voorouders. De Aboriginals herkennen de sporen die zij hebben achtergelaten en proberen ze terug te roepen door middel van dans, zang en vertellingen. De titels verwijzen veelal naar een plek of een droom, wat ons de mogelijkheid geeft om zelf te bepalen wat het voorstelt.
Mooi contrast
Sommige werken zijn op natuurlijke materialen aangebracht, zoals Wadjina-figuren op boombast. Twee figuren boven elkaar – zonder mond, maar met stralenkrans – zijn zeer treffend afgebeeld. De witte, enigszins doorschijnende verf op de donkere barst creëert diepte, terwijl tegelijkertijd de houtstructuur nog zichtbaar is. Als omlijsting zijn er stukken bamboe om de kromme boombast bevestigd. Dit lijkt het ultieme Aboriginal kunstwerk, waardoor je des te meer wordt verrast door het werk van Paddy Bedford (ca. 1922-2007) dat om een hoekje hangt. Zijn schilderij Untitled uit 2004 doet door de primaire kleuren en zwarte strepen aan als een Mondriaan met vloeiende lijnen. Achter glas en met strakke witte lijst staat het in contrast met de boombast-schilderingen, als het ultieme bewijs dat Aboriginal kunst veelzijdig is.
Ook andere werken, zoals het schilderij Thundi (2008) van Mirdidingkingathi Juwarnda Sally Gabori (ca.1924), zou niet misstaan tussen westerse kunst. De dikke vegen oranje, witte en zwarte verf creëren een abstract beeld dat niet direct aan Aboriginal kunst doet denken. Even verderop brengen de YawkYawk sculpturen je weer in Aboriginal sferen. De beelden zijn uit hout gesneden, maar zijn tegelijkertijd simpel, met prachtige versieringen en zelfs een haardos. Deze kunstwerken moet je in het echt zien om te ervaren met welke precisie de details zijn aangebracht.
Vermenging van Aboriginal en westerse cultuur
De grootste verandering in Aboriginal kunst is te zien in het werk van stedelingen. Zij zijn wel van oorsprong Aboriginal, maar doordat ze niet op traditionele wijze leven, laat hun kunst de vermenging met de westerse cultuur zien. Zo stelt Richard Bell (1953) met zijn werk Sanctions (1992) de positie van de Aboriginals ter discussie. Met dikke lagen acrylverf verbindt hij afbeeldingen van slaven en traditionele Aboriginal kunst. In de verf heeft hij symbolen uit zowel de westerse als de Aboriginal cultuur uitgespaard.
Aboriginal art today! toont de diversiteit van de hedendaagse Aboriginal kunst. Uiteraard zijn er de welbekende roodbruin, gestipte schilderijen, maar Aboriginal kunst blijkt zoveel meer dan je in eerste instantie verwacht. Juist door de verrassende combinatie van traditioneel en vernieuwend werk, aardkleurige en kleurrijke schilderijen brengt de tentoonstelling de Aboriginal kunst tot leven.
Tags: AAMU, aboriginal art, aboriginal art museum, aboriginal kunst, Australie, dromen, droomtijd, gabori, grafpaal, groninger museum, Mondriaan, nynke, Nynke Besemer, Paddy Bedford, richard bell, sanctions, stipjes, thundi, Utrecht, wadjina, wereldmuseum
Posted in Kunst, Recensie | 1 Comment »
zondag, juli 25th, 2010
De Parade reist dit jaar voor de twintigste keer door Nederland. De kleurige tentjes, restaurantjes en terrassen zijn t/m 1 augustus opgezet in het Moreelsepark in Utrecht. Tot die tijd kun je in totaal 75 theater-, muziek en dansvoorstellingen bekijken en er treden ruim 55 bands op. Maar er wordt ook veel gesmuld van de sfeer. Neem een kijkje…
Tags: band, de Parade, Dolby, foto, foto's, fotreportage, Moreelsepark, Muziek, optredens, Stéphanie Versteeg, Utrecht
Posted in Fotoreportage, Theater | 1 Comment »
dinsdag, juli 20th, 2010
Heb je weleens olifanten langs de snelweg gezien? Of het zittende konijn in Utrecht of uitgeputte mannen op Schiphol? Het zijn maar een paar voorbeelden van de aandoenlijke sculpturen waar je niet omheen kan, gemaakt door de Limburgse beeldhouwer Tom Claassen (1964) . Kunsthal KAdE in Amersfoort toont met een retrospectief dat Claassen meer doet dan alleen lieve beelden maken. Hij onderzoekt en transformeert alle mogelijke materialen.
Claassen maakte zijn eerste beeld voor de openbare ruimte in 1996. Hierna volgden vele beelden in de openbare ruimte, waaronder halfvergane houten mannen in Museum Kröller-Müller, pony’s in Maastricht en honden door heel het land. Op de tentoonstelling in KAdE geven foto’s en modellen van de buitenbeelden een indruk van de sporen die Claassen achterlaat.
Zoektocht naar beelden
De meeste beelden voor de openbare ruimte zijn dikke, logge beesten of figuren. Claassen wil toegankelijke beelden maken, zodat mensen het begrijpen en leuk vinden. Het is jammer dat bij de modellen de afmetingen van de uiteindelijke werken niet vermeld worden, want ze zijn vaak indrukwekkend groot. KAdE helpt je op weg met een boekje of iPhone applicatie om de grote versies door het hele land te vinden.
Spelen met zand
Naast het maken van vrolijke dikkerds experimenteert Claassen veel met materiaal. Al het mogelijke materiaal. Zelfs met zand weet hij een prachtige groep leeuwen te maken die op de grond lijken uit te vloeien. Deze sculptuur is sinds 1990 op verschillende plaatsen en in verschillende versies gemaakt. Het liefst zou je eraan voelen om te controleren of het echt zand is en om daarna te bedenken wat je er zelf van kunt maken. Die mogelijkheid is wel weggelegd voor de winnaar van de Museumnacht loterij (28 augustus), die de leeuwen te lijf mag gaan.
Het is opmerkelijk dat Claassen veel verschillende materialen gebruikt en er tegelijkertijd een typerend ‘Claassen-beeld’ van maakt. Dacht je bronzen beelden aan hun naad te herkennen en houten sculpturen aan de boomstammen? Dan heb je het mis. Claassen maakt houten beelden van boomstammen, maar giet dezelfde vorm soms in brons. De bronzen beelden zijn soms ruw, dan weer glad. Mensfiguren kunnen gemaakt zijn van glimmend aluminium, ruw hout, of strak beton. De uitwerkingen zijn zo divers en tegelijkertijd zo treffend. Allemaal knuffelbare figuren die een glimlach bezorgen, maar zelf zelden een gezicht hebben om terug te lachen.
Fantasierijk
Uitgezakte wc-hokjes van polystyreen, een wormenveld of een stofzuiger van ijzerdraad en silicone. De gelijkenis is er, maar tegelijkertijd kun je erin zien wat je wilt. Zelfs een afdruk van Claassens ateliervloer lijkt een schatkaart te worden. Dat is ook de reden waarom Claassen zijn beelden vrijwel altijd ‘zonder titel’ noemt, waarna een naam tussen haakjes volgt. Hij wil je de gelegenheid geven om zelf naar de beelden te kijken en erover te fantaseren.
Het retrospectief van Tom Claassen in KAdE is een mooi overzicht waarin zowel bekende als minder bekende sculpturen goed naar voren komen. De tentoonstelling maakt zichtbaar dat Claassen uit elk materiaal en op ieder formaat typerende beelden maakt. Kijk ook buiten goed om je heen, rond KAdE zijn nog meer sculpturen van Claassen te ontdekken.
Tags: almere, Amersfoort, Beelden, houten mannen, kade, kunsthal, loterij, Maastricht, mannen, museumnacht, nynke, Nynke Besemer, olifanten, paard, pony's, schiphol, sculptuur, snelweg, tom claassen, Utrecht, zandleeuwen
Posted in Home, Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld
maandag, juni 28th, 2010
Muziektheatergezelschap Orkater is een bekend begrip in Nederland. Hun voorstellingen kenmerken zich door sterke muzikaliteit en degelijke teksten. Het lijkt echter alsof ze in Ik beloof je dat ik onvoorzichtig zal zijn de plank even misslaan.
Tijdens de beginmonoloog wordt duidelijk dat het stuk over ongelukken in het leven zal gaan, maar het geheel blijft vaag. Het lijkt alsof de voorstelling onvoldoende voorbereiding heeft genoten. Gedurende dertig minuten laat Orkater zien dat het een sterk theatergezelschap is. De monologen van Paul van der Laan komen goed over.
Van der Laan sleept de toeschouwer mee in het verhaal van een stotteraar die hulp probeert te zoeken na een ongeluk: er is haast bij geboden, maar het schiet niet op aangezien hij stottert. Het is grappig en pijnlijk tegelijk, maar het gaat te lang door. Daarnaast is het samenspel in de muziek rommelig, vooral de drumsessie op losse onderdelen lijkt niet goed afgestemd. De maat ontbreekt en het klinkt alsof iedereen zijn eigen ritme aanhoudt.
Wanneer alle acteurs zich even later al hortend en stotend over het podium bewegen, hun instrumenten op de grond leggen en zelf op de vloer eindigen, begint de onwennigheid voor de toeschouwer. Er wordt gegiecheld, gekucht en zelfs zenuwachtig gefluisterd. Wel sterk is dat, wanneer de acteurs eenmaal op de grond liggen, Arend Niks op de vloer een strak staaltje drumwerk weet te produceren. Dit toont kwaliteit en getuigt ervan dat het wel degelijk een goede voorstelling had kunnen worden.
Het is overduidelijk “kiezen voor sportvelgen of airbags” zoals Paul van der Laan zelf zei in de voorstelling. Er is teveel gekozen voor de show en minder voor de zekerheden van het theater. Wellicht heeft dit gezorgd voor de ongelukkige manier waarop de voorstelling uit de verf kwam. De uitvoering van Ik beloof je dat ik onvoorzichtig zal zijn tijdens De Parade was een try-out. Hopelijk wordt de quote “Dood gaan doet je leven” uit de voorstelling nog doorgevoerd en gaat er straks weer een ijzersterke Orkater-voorstelling op tournee.
Tags: amsterdam, de Parade, den haag, Marleen van Dijk, Muziektheater, Orkater, Rotterdam, Sanne van Rijn, Utrecht
Posted in Recensie, Theater | Reacties uitgeschakeld
donderdag, juni 24th, 2010
Honderden Utrechtse studenten fietsen dagelijks op weg naar de Uithof of University College langs het Rietveld Schröderhuis. Op 24 juni 2010 was daar iets speciaals aan de hand: er werden Rietveldkrentenbollen uitgedeeld ter ere van de start van het Rietveldjaar.
Rietveldjaar
Gerrit Rietveld (1888-1964) was een belangrijk vormgever en architect. De meeste huizen van zijn hand staan in zijn geboortestad Utrecht en daar is de stad trots op. Het jaar 2010 is uitgeroepen tot Rietveldjaar en wordt onder meer gevierd met de grootse tentoonstelling Rietveld Universum in oktober in het Centraal Museum. ‘Universum’ omdat het niet alleen gaat om de werken zelf, maar juist ook om het gedachtegoed van Rietveld. Directeur van het Centraal Museum, Edwin Jacobs, vertelt tijdens de opening van het Rietveldjaar dat in tijden van financiële crisis juist de creativiteit, zoals van Rietveld, een grote rol moet spelen. Het Rietveldjaar is tevens een opstapje naar hopelijk de titel voor Utrecht als Culturele Hoofdstad van Europa in 2018.
Rietveld: vormgever en architect
Rietveld maakte deel uit van De Stijl, de Hollandse variant van de International Style, een modernistische architectuurstroming. Deze groep streefde, zoals de naam al doet vermoeden, naar een internationale, universele stijl. Deze stijl was antimonumentaal en antihistorisch, dus gemaakt met modern materiaal en zonder traditionele, ouderwetse ornamenten. Kenmerkend is het gebruik van de primaire kleuren rood, blauw en geel, zoals te zien is in de Rietveldstoel (1918). Rietveld wilde het liefst bouwen voor de arbeidersklasse en experimenteerde met massawoningbouw. Hij kwam met het idee van een kernwoning: eerst wordt gebouwd wat aan de basis ligt voor elk huis: badkamer, wc en keuken waarna de woon- en slaapkamers er omheen gebouwd kunnen worden. Rietveld heeft maar één zo’n kernwoning kunnen realiseren. Het is ironisch dat Rietveld uiteindelijk vooral villa’s heeft ontworpen, zoals het Schröderhuis (1924), en dat wat toen zo modern was, nu zo gedateerd lijkt.
Rietveldactiviteiten
Ter ere van het Rietveldjaar zijn er routes uitgestippeld om alle bekende en verborgen Rietveldhuizen in de provincie of de stad Utrecht te ontdekken. Wist je dat in het gebouw van kledingwinkel Esprit vroeger Bioscoop Vreeburg zat en dat Rietveld daar met zijn gezin op de bovenste verdieping woonde? De routes zijn gratis te downloaden als iPhone-applicatie, maar ook gewoon ouderwets te printen. Daarnaast is in samenwerking met Eigen Huis & Interieur het Rietveld Magazine gepubliceerd . Later in het jaar organiseert Studium Generale een gratis lezingenreeks over Rietveld en zal ook het Nederlands filmfestival het Rietveldjaar niet ongemerkt voorbij laten gaan.
En hoe zit het dan met die Rietveldkrentenbol? Naar verluidt hield Gerrit Rietveld zo van krentenbollen, dat hij er iedere dag om 11:00 uur één at. Of dit ook waar is, doet er volgens Edwin Jacobs niet toe, want die krentenbol is er nou eenmaal. Het recept is van topcuisinier Jon Sistermans, maar smaakte naar een gewone krentenbol. Geheel in lijn met Rietvelds idealisme werden de krentenbollen aan iedereen die langs kwam tussen 8:00 en 9:00 uitgedeeld: aan fietsers op weg naar werk, studenten, kinderen op weg naar school en toevallige voorbijgangers.
Tags: architectuur, architectuurwandeling, Centraal Museum, De Stijl, Gerrit Rietveld, krentenbol, modernisme, Rietveld, Rietveld Schröderhuis, Rietveldjaar, Utrecht
Posted in Kunst, Reportage | Reacties uitgeschakeld
maandag, mei 24th, 2010
Na ziek te zijn geworden van de medicatie voor een combinatie van lichamelijke kwalen, kwam de drieëndertigjarige muzikant en producer ME (Minco Eggersman) in een dip te zitten. Normaal gesproken is hij een enthousiaste man, maar nu bevond hij zich op het randje van depressiviteit. Hij trok zich terug in een kerkje ergens in de Verenigde Staten, hees zich in het kostuum van een dominee en nam de plaat Hamden op. Op het album is zijn worsteling met vragen over zichzelf en God te horen. Voor zijn concert in Utrechts poppodium EKKO sprak CultuurBewust.nl met hem over deze bijzondere ervaring en het product dat daaruit voortkwam.
Het nieuwe album heet Hamden, is dat het plaatsje waar je geweest bent?
“Ik laat me niet uit over de werkelijke plek, want dat is het hele idee van de plaat. Hamden is niet een echte plaats, maar meer een ‘metafysische’ plek die staat voor een bepaalde periode in mijn leven. Ik wil ook niet dat mensen de plek gaan opzoeken, maar dat ze de muziek en de vragen die ik heb gesteld laten resoneren zodat het tot hun verbeelding gaat spreken. De speculaties erover vind ik absoluut leuk, maar het moet geen gimmick worden.”
Waar komt de naam voor je album dan vandaan?
“Uhm…dat kan ik niet zeggen, dan zou ik al teveel weggeven.”
Ok… Waarom ben je naar die plek gegaan die je Hamden noemt?
“Ik heb al een lange tijd vragen over het geloof. Ik ben christen, maar ik denk nu toch anders over dingen dan toen ik twintig was. Daarbij komt dat ik vorig jaar best wel ziek ben geweest. Na drie weken plat op bed te hebben gelegen en vrij zware medicatie werd ik ontzettend down. Depressief wil ik het niet noemen, maar ik zag het echt niet meer zitten en was mezelf niet meer. Samen met de twijfels over het geloof kwam ik in een dal waarvan het leek of ik er niet meer uit kon komen. Mentaal en fysiek was ik alles behalve fit.”
Hoe ben je daaruit gekomen?
“Ik ben op het vliegtuig gestapt naar Chicago. Daar heb ik een gitaar gekocht die ik mijn hele leven al wilde hebben. Toen zocht ik toch mijn heil weer in muziek en probeerde mijn gevoel om te zetten in iets positiefs. Ik wist geen woorden te vinden, maar besefte dat muziek de taal was waarin ik mijn gevoelens kon uiten. Wat betreft mijn geloof hoopte ik God weer te vinden door terug te gaan naar een oud klein traditioneel kerkje. Thuis werd ik vooral omringd door moderne evangelische christenen, daar is niets mis mee, maar ik kon daar steeds minder mee levellen. Daarom verlangde ik misschien wel terug naar een gereformeerd geloof waar het gaat om een rotsvast vertrouwen in een grote God, in plaats van een geloofsbeleving op gevoelsniveau. Ik ben een gevoelsmens, maar ik voelde niet altijd wat zij voelden en dacht dat ik daarom iets verkeerd deed. Afgezonderd in dat kerkje hoopte ik de liedjes zo neer te leggen dat eruit naar voren zou komen waar het echt om draait voor mij.”
Bestond het idee van de plaat al of kwam dat na je periode van ziekte?
“Nee, dat kwam erna. Ik snap waar je vraag vandaan komt, want het lijkt misschien een geniaal concept ofzo. Met Jan Borger, degene met wie ik hem heb opgenomen, had ik afgesproken om een keer muziek te gaan maken en ik zou voor de liedjes zorgen. Achteraf past het allemaal perfect in elkaar, maar het is niet van tevoren bedacht. Ik wist niet dat dit me allemaal zou overkomen, maar uiteindelijk is daar wel de plaat uit voortgekomen. De liedjes zijn bij elkaar gekomen, er is een nieuwe sound ontstaan die heel erg past bij de periode waar ik in zat. Alles ontstond gewoon door er bijna vierentwintig uur per dag mee bezig te zijn, want je raakt vermoeid en toch moet je ermee bezig. Je gaat over je grenzen heen, lichamelijk en geestelijk, en dan krijg je iets totaal anders dan wanneer je in een studio werkt en alle instrumenten één voor één opneemt.”
Hoe ervaar je de muziek als je live speelt?
“Dan ben ik weer even in die periode. Daarom doe ik het live nu ook heel anders dan ik met andere bands heb gedaan. Het is een hele abstracte show, we zijn helemaal niet bezig met wie er in de zaal is, we kijken de mensen niet echt aan en continu spelen we filmpjes af onder de muziek die de sfeer van Hamden weer aan de oppervlakte brengt: de verwarring en de vervreemding. Die afstand met het publiek zoek ik ook echt op en ik trek me terug in de plek die nu staat voor een gemoedstoestand. Op die manier kan ik het gevoel van Hamden het best tot uitdrukking brengen. Zonder dat het heel zweverig of iets esoterisch is, wil ik dat mensen geraakt worden door dat moment dat ik beleefd heb.”
Hoe reageert het publiek daar op?
“Ik was heel benieuwd of ze het zouden trekken. In België zijn ze altijd beleefd en blijven ze netjes stil, in Nederland is dat nog maar de vraag, maar ze waren echt muis- en muisstil. De zaal zat helemaal vol; dus dat was echt wel ontroerend. Naderhand kwamen verschillende mensen naar mij toe om te vertellen dat ze het aan de ene kant mooi vonden, maar ook wel aangrijpend. Het doet echt iets met het publiek en dat vind ik mooi. Dat is de bedoeling.”
De plaat is in een hele speciale editie uitgegeven als een soort souvenirkistje met onder andere een leren cd-hoesje en foto’s van Hamden. Waarom zoveel moeite in het huidige digitale tijdperk?
“Met mijn andere band At the Close of Every Day hebben we ook nog nooit een ‘gewone’ cd uitgebracht. Altijd was het een aparte digipack, een kalender of een liedboek. Ik vind het leuk om mensen iets meer te bieden dan een digitaal schijfje. Zo wil ik ook dat mensen Hamden in zijn volledigheid kunnen ervaren, maar tegelijkertijd bieden we de cd ook gratis aan op de website aan.”
Is dat rendabel?
“De echte fans willen het toch wel hebben en willen wel iets betalen voor een mooi product. Door het makkelijk beschikbaar maken van de muziek wordt je bereik groter. Dat is goed, want uiteindelijk wil je er ook gewoon geld mee verdienen. Het online aanbieden van muziek werkt toch wel goed, want er zijn ook nieuwe luisteraars die de muziek voor het eerst horen en dan toch het hele pakketje willen hebben. Dit album loopt momenteel beter dan alles wat ik eerder heb uitgebracht, dus het is zeker rendabel.”
Tags: At the Close of Every Day, den ham, Djim van Zalk, EKKO, Hamden, Jan Borger, ME, Minco Eggersman, Utrecht, Volkoren
Posted in Interview, Muziek | 1 Comment »
donderdag, mei 20th, 2010
Tijdens het redelijke voorprogramma van Joast zoekt iedereen een plekje in de zaal. De staanplaatsen in de Rode Doos in Vredenburg Utrecht zijn snel vergeven en net voordat Sia opkomt is ook meer dan driekwart van de stoelen gevuld. Een prima setting voor wat een magische avond belooft te worden.
Verrassend
Een artiest als Sia is moeilijk te polsen. Van het album dat binnenkort verschijnt, We Are Born, is al een aantal tracks online te vinden en die zijn verrassend. Of dit in positieve of negatieve zin is laat ik even in het midden, maar dat het redelijk afwijkt van eerder werk staat buiten kijf. Eén nummer daarvan, ‘Clap Your Hands’, werd een aantal weken geleden al gebombardeerd tot 3FM megahit. Radiovriendelijker dan deze hit waren ze dit jaar nog niet gemaakt. Naar eigen zeggen wilde Sia een nummer zonder pretenties maken en dat is is haar gelukt. Maar wat komt er van deze nieuwe nummers live terecht?
Sia steelt de show
“Als wat ben jij?”, zou je tijdens carnaval kunnen vragen aan iemand die een soortgelijk outfit aanheeft als Sia vanavond. Deze is gemaakt van wit-rode linten waar men normaal wegen mee afzet, waardoor ze een opvallende verschijning op het toneel is. Naar mijn idee heeft ms. Furler zoveel uiterlijk vertoon helemaal niet nodig, want als ze eenmaal haar keel opentrekt denkt iedereen toch nog maar één ding: “Wat een stem!”.
Ik werd met ka-ka-ka-kado’s overstroomd
Al na twee nummers is het tijd voor de eerste van vele onderbrekingen. Er worden van meerdere kanten allerlei cadeaus op het podium geworpen. Liefdesaanzoeken, knuffels en andere prullaria neemt Sia dankbaar in ontvangst. Recentelijk is er veel kritiek geweest op het Nederlandse concertpubliek wat betreft rumoer tijdens concerten. Vanavond is dit echter geen probleem. Sterker nog, Sia nodigt mensen uit om zoveel mogelijk hun mening luidkeels te uiten, mee te zingen en lawaai te maken. Ze reageert hier elke keer spontaan op, soms zelfs midden in nummers. Een spontaniteit die je eigenlijk alleen nog bij kinderen tegen komt.
Jij bent geliefd
De nieuwe nummers zijn opvallend anders. Het tempo ligt nogal eens een aantal BPM hoger en de refreinen zijn makkelijk mee te zingen. Sia’s hijgerige stem heeft vaak moeite om het tempo bij te houden waardoor er, buiten de swingende refreinen, amper een woord van te verstaan is. Dit is niet per definitie een ramp, maar het laat wel zien dat haar stem nu eenmaal veel beter bij de langzame ballads past. Gelukkig is ook hiervoor genoeg tijd ingeruimd. ‘Lentil’, ‘You Have Been Loved’ en vooral afsluiter ‘Soon We’ll Be Found’ worden met overgave gezongen en gaan rechtstreeks naar het hart van de luisteraar.
Samengevat was het een prima, afwisselende show. Hopelijk zijn de geruchten dat Sia er na deze cd mee wil stoppen niet waar, want ze is een verrijking voor de hedendaagse popmuziek.
Tags: cultuurbewust, Remy van Kats, Sia, Utrecht, Vredenburg, We Meaning You Tour
Posted in Muziek, Reportage | Reacties uitgeschakeld
woensdag, mei 5th, 2010
Op 5 mei werd de vrijheid weer gevierd. Park Transwijk in Utrecht stond vol met festivalgangers die samen genoten van de muziek, de activiteiten en natuurlijk de vrijheid.
Ook dit jaar heeft de organisatie een divers programma in elkaar gezet. Voor iedereen is er wel wat. De diverse muziekstromen zijn verdeeld over een drietal podia: het Hoofd-podium, het Vrede van Utrecht-podium (Utrechtse bands) en het Sculptuur-podium (jong talent). Er is een kinderparadijs en zelfs een verwarmde DeBatkuip, waar debatten plaats vinden.
Om één uur wordt de aftrap gegeven met het ontsteken van het vrijheidsvuur. Junkie XL komt het podium op. De beats weerklinken in het vrijheidspark. Het wordt steeds drukker, de zon breekt door en het publiek geniet van een mooie dag.
Door de grote opkomst is het park rond drie uur vol en staan enthousiastelingen zelfs twee uur voor de entree voordat zij het festivalterrein kunnen betreden. Om vijf voor vijf worden alle bevrijdingspodia in Nederland met elkaar verbonden en ontstaat er een heuse vrijheidswave, het zogeheten ‘5 voor 5 statement’. Met een divers programma en een zonnetje erbij is het festival in Utrecht ook dit jaar weer een succes!
Tags: 5 mei, 5voor5, activiteiten, bevrijdingsfeest, feest, job cohen, Junkie XL, park transwijk, Ronald Rijntjes, Utrecht, vrede, vrijheid, waylon
Posted in Fotoreportage, Muziek | Reacties uitgeschakeld
maandag, april 19th, 2010
Tijdens de Culturele Zondag Vrij Spel op 18 april, lieten tientallen kunstenaars, wetenschappers en studenten van de Universiteit Utrecht en Hogeschool van de Kunsten Utrecht de speelse kanten van hun werk zien.
Op maar liefst achttien plekken in de binnenstad van Utrecht waren er vandaag activiteiten voor jong en oud. De ruim vijfentachtig programma-onderdelen varieerden van workshops, muziek- en theatervoorstellingen tot lezingen en demonstraties. Zo was er in het gebouw voor Geesteswetenschappen op Drift 23 een stormloop op de lezing over gametechnologie door drs. Arno Kamphuis en op de theaterervaring RNDZVS.
In Drift 21 konden de bezoekers een gouden beker winnen tijdens de Petje Af Voor Utrecht Quiz. In de Universiteitsbibliotheek zong en danste Dekoor intussen het dak van de kapel af. Bij Fotodok ‘play’ testten kinderen hun scherpe ogen door aan te geven of een foto echt of bewerkt was.
Het zonnige weer hield veel mensen buiten, waardoor de zaal waar Deborah J. Carter optrad met de Jazzalike Big Band niet volledig was gevuld. Jammer, want de kwaliteit van de muziek was uitmuntend. Op de Mariaplaats voor het gebouw was de sfeer ook goed aanwezig, net als op het Domplein, waar tapdansers Marieke van der Ven en Peter Kuit een demonstratie gaven van hun nieuw dansinstrument: het Tapbed. Kunstenaar David Bade gaf ondertussen oude deuren een nieuw leven in samenwerking met studenten van de opleiding Docent Beeldende Kunst en Vormgeving van de HKU.
Tags: 18 april, Arno Kamphuis, culturele zondag, david bade, Deborah J. Carter, Docent Beeldende Kunst en Vormgeving, domplein, Fotodok Play, Hogeschool van de Kunsten Utrecht, Jazzalike Big Band, kunstenaars, Petje af voor, RNDZVS, Ronald Rijntjes, studenten, tapbed, Universiteit Utrecht, Utrecht, vrij spel, wetenschappers
Posted in Fotoreportage, Kunst | Reacties uitgeschakeld