maandag, september 6th, 2010
Het New York Fringe Festival wordt geacht nieuw of opkomend talent op het programma te hebben, zoals toneelschrijvers met nieuwe stukken. Op het FringeNYC is komisch drama dan het meest populaire genre. Wat dat betreft wordt er weinig risico genomen. De schrijvers voeren graag intense drama’s op maar nooit zonder een passende dosis humor.
Waar wel aardig mee geëxperimenteerd wordt zijn thema’s en taalgebruik. Zo is er een komisch toneelstuk over kanker, een relatietoneelstuk waarin ‘sex’ en ‘fuck’ zonder enige censuur de centrale woorden zijn, en een familiedrama waarin een homoseksuele man als baby door zijn biologische moeder ter adoptie was afgestaan en nu opnieuw contact met haar zoekt. Welk van deze stukken heeft de meeste Broadway-potentie?
How my mother died of cancer, and other bedtime stories
Een komedie over kanker kan eigenlijk niet anders dan eindigen in tranen. Dat is het vreemde maar ook het mooie aan deze voorstelling. Auteur Chris Kelly baseerde zijn toneelstuk op persoonlijke ervaringen met zijn zieke, en later dode, moeder. Het idee ontstond toen hij in de wachtkamer van het ziekenhuis zat. Hij bedacht de 25-jarige Kate (Elizabeth Romanski) die na het overlijden van haar moeder aan kanker een ‘low budget’ theaterstuk over dit verlies wil opvoeren in de hoop dat het haar zal helpen bij de verwerking van haar verdriet. Samen met haar vader en broertje en enkele vrienden – die gewoon ‘zichzelf’ moeten voorstellen – probeert ze standvastig haar script te volgen en het publiek een boeiende avond te bezorgen.
Het begint als een soort vaudevilleshow met overdreven glimlachende gezichten, de ‘cancer dance’, liedjes en scènes waarin de diagnose en behandeling van kanker worden toegelicht. Kate heeft voor de rol van de moeder een zogenaamde professionele actrice (Sharon Wyse) ingehuurd die voornamelijk in een ziekenhuisbed ligt, maar soms staat ze frivool op om mee te doen in een komisch bedoelde sketch. Het eerste deel van de voorstelling bevat eigenlijk een overdosis aan veelal flauwe grappen over kanker. Maar al vanaf het begin is te zien dat vader (Mike Boland) de grote dwarsligger is. Dat leidt halverwege het script tot een reeks ‘spontane’ onderbrekingen waarin de ware gevoelens van de personages boven water komen.
De dialogen tussen Kate en haar broertje Tim, vader en Tim, en vader en Kate buigen de voorstelling vanaf dat punt om in een aangrijpende realistische toestand. Ontroerend is het praatje van vader aan het sterfbed van zijn vrouw, die hem helpt te zeggen wat hij wil zeggen. Tot slot spreekt Sharon Wyse in de rol van moeder de laatste woorden tot haar kinderen alsof ze hen zojuist een verhaaltje voor het slapen gaan heeft verteld, zoals ze vroeger altijd deed. Uiteindelijk verlaat vrijwel iedere toeschouwer de zaal met tranen in de ogen.
Een interviewfilmpje met Chris Kelly is te zien op de website van de voorstelling (www.cancerplay.com).
Heterosexuals
Dit toneelstuk van Lee Papa (tevens de regisseur) wordt omschreven als een ‘obscene comedy’ met ‘sexual small talk’ ‘about how much we just want to fuck’. Een getrouwde man (‘He’) belandt op een avond op de bank bij een andere vrouw (‘Other’) waarmee hij heel open en expliciete gesprekken heeft over seksvoorkeuren en -fantasieën. Beiden nemen ze regelmatig de woorden ‘sex’, ‘fuck’, ‘ass’ en ‘dick’ in de mond. Later in het stuk blijkt deze ‘andere’ vrouw een vriendin te zijn van zijn echtgenote (‘She’) die overigens stilzwijgend op de hoogte is van de affaire. Het overspel zelf speelt zich niet voor de ogen van de toeschouwer af. Praatjes vullen immers geen gaatjes, om het maar heel flauw te zeggen. In Heterosexuals mag de taal dan wel vol seks en lust zijn, in het spel van de acteurs is weinig spannends te bemerken.
Heterosexuals is opgebouwd uit vijf scènes, te beginnen met ‘He’ en ‘Other’ bij haar thuis. Zij flirt, stelt vragen, neemt geen blad voor de mond als het om haar seksleven gaat. Hij geeft weifelend maar eerlijk antwoord op haar gewaagde vragen. En dan: ‘the woman invites the man to touch her’. Wat betreft aanrakingen – of iets wat die kant op gaat – is deze voorstelling echter nogal saai en preuts. De acteurs willen spanningen tussen de personages suggereren, maar dat gaat nogal moeilijk als je meters van elkaar vandaan gaat staan of zitten. Fysiek gebeurt er dus vrijwel niks, in tegenstelling tot alle grootspraak over wat ze allemaal willen doen en beleven. Het is alsof de makers van de voorstelling de tekst al het werk willen laten doen.
In de vervolgscènes blijkt dat het huwelijk al niet op rolletjes loopt en hebben de twee vrouwen een lunchafspraak. Terwijl de door seks geobsedeerde vriendin een langdradige monoloog houdt over haar single seksleven, zit de echtgenote gretig een salade weg te kauwen. Ze zegt geen woord en in haar non-verbale spel is weinig emotie te bekennen. De meest originele scène in deze clichématige driehoeksverhouding is die waarin de echtgenote haar wraak zoekt in het vernederen van haar overspelige man. Hij moet namelijk tot in de details vertellen hoe de seks met haar vriendin was. Jammer genoeg maakt Jeff Kreisler ook in deze scène van zijn personage een simpele slappe zak die aan z’n suffe huwelijk probeert te ontsnappen. Wat is daar nou grappig aan?
Lost and Found
Dit is het meest traditionele toneelstuk in het rijtje, een familieportret van een arbeidersgezin in Boston. Pa is een jaar geleden overleden aan hartkwalen, hij was politieagent. Zoon Tommy is rechercheur en sinds kort de man in huis. Dochter Marie worstelt met haar zelfvertrouwen doordat haar vriend Keith, die dorpsagent is, weigert haar ten huwelijk te vragen. Moeder Eva is een vrouw die ondanks haar weduwestatus het hoofd niet laat hangen en haar kibbelende kinderen resoluut tot stilte maant. De familie Broncato lijkt stug en liefdeloos, maar daar komt verandering in met de komst van een vreemdeling die al snel niet zo vreemd blijkt te zijn.
Vincent is de man die op een avond aanklopt en verklaart Eva’s zoon te zijn. Hij was de baby die zij ter adoptie afstond toen zij als tiener zwanger raakte van haar jeugdliefde, nog voordat zij trouwde. Maar Eva moet er niks van weten, heeft dit altijd verzwegen tegenover haar kinderen en probeert het verleden nu ook te laten waar het was. De sympathieke Vincent weet echter door zijn vasthoudende interesse in zijn bloedverwanten de harten van zijn halfbroer en –zus te veroveren. Dat hij homoseksueel is, is voor hen een zure appel – maar daar bijten ze zich doorheen dankzij goede gesprekken (Marie) en een gebroederlijk potje knokken (Tommy).
John Pollono – die ook de rol van Tommy speelt – schreef Lost and Found als een deels autobiografisch stuk. Het emotionele proces van de personages heeft hij zelf doorgemaakt in een soortgelijke situatie. Verwarring, verwondering en nieuwsgierigheid heeft Pollono dan ook knap verwerkt in prachtige scènes met levendige, vlotte dialogen en mooie, ronde karakters. Leuk om te weten: de rol van Eva wordt gespeeld door The Sopranos-actrice Geraldine LiBrandi.
Uiteindelijk geeft ook moeder zich gewonnen en omhelst haar ‘verloren’ zoon die van hun gezin weer een hechte familie maakt. Het verhaal heeft vele wendingen en alle personages hebben zo hun eigen subverhaaltjes. Dankzij de sterke cast en hun overtuigende (samen)spel is Lost and Found een spannende dramatic rollercoaster met voldoende komische momenten. Dit stuk verdient een groter podium en een groter publiek… misschien wel op Broadway.
Tags: Claire Goossens, Fringe, FringeNYC, Heterosexuals, How my mother died from cancer, John Pollono, Lost and found, New York, New York International Fringe Festival, Recensie, Theater, Toneelstuk
Posted in Recensie, Theater | No Comments »
dinsdag, augustus 24th, 2010
Wat valt er nog te zeggen of te schrijven over integratie? Kunnen er nieuwe conclusies getrokken worden over dit uitgekauwde onderwerp? Ja, bewijst de 27-jarige Roanne van Voorst in Jullie zijn anders als ons. Jong en allochtoon in Nederland. Op een vlotte en levendige manier beschrijft ze de verschillen tussen autochtone en allochtone jongeren in Nederland, waarbij ze scherpe analyses afwisselt met persoonlijke verhalen van allochtone jongeren.
Breed, maar beperkt
Integratie is een ingewikkeld onderwerp. Waar of bij wie moet je beginnen? Welke onderwerpen moet je behandelen? Het wordt al snel duidelijk dat Van Voorst geprobeerd heeft een zo volledig mogelijk beeld te geven. Niet alleen bespreekt de Nederlandse schrijfster veel verschillende groepen allochtonen in Nederland (van Turken en Marrokanen tot Molukkers en Polen), maar ze stelt ook diverse problematiek aan de kaak, zoals criminaliteit of de wens om terug te keren naar het land van herkomst.
Deze aanpak mag bewonderenswaardig lijken, het levert toch beperkingen op. Doordat het onderwerp zo breed is, moet Van Voorst het thema op bepaalde manieren inkaderen. Zo spreekt ze in het hoofdstuk over Marrokanen voornamelijk over de criminaliteit die met hen geassocieerd wordt, maar niet over hun taalachterstand of religie. Die problemen bespreekt ze weer in andere hoofdstukken.
Deze beperkingen zijn echter niet heel problematisch, omdat Van Voorst aangeeft dat dat volledige beeld niet haalbaar is. Daarom is ze voorzichtig in haar formuleringen en vermijdt generalisaties of haalt ze juist onderuit. Een vaak gehoorde klacht over Antillianen is bijvoorbeeld dat ze luidruchtig zijn. Zijzelf verklaren dit als iets wat nou eenmaal in hun karakter ligt.
“De Antilliaanse feestvierders gebruiken in dit geval hun etnische achtergrond als legitimatie voor hun luidruchtige gedrag. [...] Door een dergelijke argumentatie wordt gesuggereerd dat bepaald gedrag ‘natuurlijk is, en daarmee ook niet te veranderen’.”
De schrijfster vraagt op deze manier van de lezer dat hij of zij een open houding aanhoudt, zonder te willen vervallen in vooroordelen. Haar analytische, populair-wetenschappelijke stijl bemoedigt de lezer hierin.
Persoonlijke verhalen
Percentagecijfers uit verschillende onderzoeken onderbouwen Van Voorsts analyses. Deze droge stof wisselt de auteur af met allochtone jongeren die zelf aan het woord komen. Dat presenteert Van Voorst in de inleiding als uniek; in eerdere studies naar jeugd- en integratieproblematiek gebeurde dit zelden. Het boek is hierdoor zeer goed leesbaar, met verhalen die blijven hangen. Het eindresultaat is dynamisch, wetenschappelijk onderbouwd, maar ook luchtig.
Pas in het nawoord verandert die analytische toon. Concluderend geeft Van Voorst een aantal aanbevelingen, bijvoorbeeld dat echte integratie te maken zou moeten hebben met rechten en plichten en niet zozeer met cultuur en geschiedenis, waar nu de nadruk op ligt. Door het omvangrijke onderwerp blijft het voor haar (en de lezer) echter onmogelijk om concrete vragen als ‘Waarom zijn de criminaliteitscijfers onder Marokkaanse en Antilliaanse jongeren zo hoog?’ beknopt te beantwoorden.
Waar het boek wel in slaagt, is het creëren van begrip. Begrip voor waarom sommige allochtonengroepen zijn zoals ze zijn, maar ook begrip voor de manier waarop we over hen denken. Dat is ook wat het boek waardevol maakt; volgens Van Voorst is allereerst begrip nodig om tot uiteindelijke oplossingen te komen. De lezer kan na het lezen van dit boek niet anders dan ook deze laatste redenering begrijpen en beamen.
Tags: allochtone groepen in Nederland, Allochtonen, Autochtonen, boek over allochtonen, Integratie, jongeren, Jullie zijn anders als ons, literatuur over allochtonen, Recensie, Roanne van Voorst, Roanne van Voorst Jullie zijn anders als ons
Posted in Literatuur, Recensie | No Comments »
dinsdag, augustus 17th, 2010
Alleen op de wereld is een voorstelling naar het beroemde verhaal van Hector Malot over Remi. Remi heeft, voor zover hij weet, geen ouders meer en zwerft van plek naar plek op zoek naar een fatsoenlijk leven. Een ontroerende voorstelling die zowel jong als oud tot het einde in zijn greep houdt.
Ondanks het feit dat Theatergroep MAX. theater maakt voor de jeugd, zijn er in de schouwburg vooral volwassenen aanwezig. De voorstelling is ook duidelijk niet alleen voor kinderen, een aantal zinspelingen is enkel te begrijpen voor het oudere publiek. Hieronder valt onder andere de steeds terugkerende regel van een Frans Liedje: “Non, non, rien n’a changé”. Alles blijft hetzelfde voor Remi, tot een lichtpuntje op het eind van zijn reis alles verandert.
Vertellen in plaats van verbeelden
In Alleen op de Wereld wordt veel overgelaten aan de interpretatie van de toeschouwer. Zo wordt het publiek meegenomen naar vier verschillende locaties in de schouwburg, waar op elke plek een deel van het verhaal afspeelt. Met een minimalistisch decor en slechts enkele rekwisieten wordt de wereld van Remi voor de ogen van de toeschouwer opgebouwd.
De vertellende acteurs van theatergroep Max. dragen daar aan bij. De omgeving wordt uitgelegd in plaats van getoond. Dit is ook een van de krachten van Alleen op de Wereld; door niet enkel te spelen, maar grote delen van het verhaal gewoon te vertellen is er veel ruimte voor eigen interpretatie en dat houdt de toeschouwer scherp.
Iedereen is Remi
De vijf jonge acteurs van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) maakten, samen met Moniek Merkx , artistiek leider en regisseur van theater groep Max., een voorstudie van deze voorstelling. Ze zijn goed op elkaar ingespeeld en wisselen feilloos van rol gedurende de voorstelling. Er is namelijk niet één Remi; ze zijn alle vijf Remi, en daarmee alle vijf ook weer niet.
Door middel van het spel wordt constant duidelijk wie zich in de ‘Remi-rol’ bevindt, en wie of wat de andere spelers verbeelden. De verschillende Remi’s laten zien dat iedereen diep van binnen wel eens Remi is. Zo heeft iedereen wel eens het gevoel alles alleen te moeten doen, en daarmee is de rol van Remi universeel. Ook laat het zien dat niemand echt alleen is, dat iedereen hetzelfde meemaakt en dat er altijd iemand is die kan helpen. Een niet zo eenzame Remi in Alleen op de Wereld dus.
Niet alles wordt getoond in Alleen op de Wereld, maar dat houdt het verhaal luchtig en zorgt ervoor dat het jongere publiek de aandacht vast kan houden. De interactie tussen spelers en publiek zorgt soms voor mooie momenten, bijvoorbeeld als iedereen naar de volgende ruimte moet doorlopen en de acteur vraagt: “gaan jullie mee?”. Een van de jongere kinderen antwoordt: “Ja we gaan mee! Of nou ja, ik in elk geval wel hoor!” Dit geeft de voorstelling extra charme.
Voor iedereen die zich jong genoeg voelt
Alleen op de Wereld is een sterk theaterstuk waar niet alleen kinderen van kunnen genieten. Het is een voorstelling, zoals ook het motto van theatergroep Max. luidt: “voor iedereen die zich jong voelt.” Door de symboliek van de verschillende Remi’s geeft het de kijkers extra moed om door te zetten ondanks alle tegenslagen. De prachtig uitgewerkte voorstelling is voor de vijf jonge acteurs een veelbelovend begin voor een glorieuze toekomst.
Tags: Alleen op de Wereld, Jeugdtheater, Locatietheater, Marleen van Dijk, Moniek Merkx, Recensie, Theater, theatergroep MAX.
Posted in Recensie, Theater | Reacties uitgeschakeld
maandag, augustus 16th, 2010
Vlak voor de zomer komt de nieuwste literaire thriller van Suzanne Vermeer uit: De suite. Dit keer schrijft Vermeer over een vrouwelijke hotelmanager die om mysterieuze redenen gedrogeerd wordt en ontwaakt in een van haar eigen hotelkamers. Wat volgt is een spannende reeks gebeurtenissen, met de grote vraag: wie en waarom?
Joyce is een alleenstaande moeder die een succesvol hotel op Tenerife runt. Het gestrande huwelijk met haar vakantieliefde is te wijten aan haar ambities om carrière te maken. Ondanks de drukke baan probeert ze zo goed mogelijk voor haar 12 jaar oude zoon te zorgen. De gemiddelde vrouw kan zich gemakkelijk met deze elementen identificeren. Een angstaanjaagende gebeurtenis gevolgd door een spannend chantagespel is uitstekend materiaal voor een literaire thriller.
Ondergewaardeerd genre
Het genre ‘literaire thriller’ ligt al jaren onder vuur. Critici vallen over het woord literair, want volgens hen is er niks literairs aan de boeken van onder meer Saskia Noort en Simone van der Vlugt. Suzanne Vermeer is ook in dit rijtje te scharen en tijdens het lezen van De suite ga je je inderdaad meer en meer afvragen in welke zin dit literatuur zou moeten zijn. De voorspelbaarheid is groot en Vermeers schrijfstijl is geen literair hoogstandje. De gedachte die voortdurend opspeelt is: ‘Dit had ik zelf ook kunnen schrijven’. Daarom alvast een waarschuwing: als je op zoek bent naar een kwalitatief goed boek kun je beter iets anders uitkiezen.
Maar dat wil niet zeggen dat je dit boek meteen moet afschrijven. Thrillerschrijvers zoals John Grisham en David Baldacci blijven favoriet en een aantal jaar geleden veroverde ook Dan Brown met zijn spannende kunsthistorische boeken het grote publiek. Thrillers van vrouwelijke auteurs zijn een nieuwe trend en kunnen worden betiteld als ‘lekkere wegleesthrillers’.
Opbouw van spanning
En dat is precies wat je van de nieuwe Vermeer kunt verwachten; het leest lekker weg. De Nederlandse schrijfster bouwt op eenvoudige wijze de spanning op door stukje bij beetje informatie vrij te geven. Tussendoor introduceert ze nieuwe personages waardoor de verhaallijn uitbreidt. De akelige ontvoering van Joyce doet de rillingen over je rug lopen, al moet je wel over enige fantasie beschikken om je te laten meesleuren in het verhaal.
De bijzondere koelheid waarmee Joyce reageert op haar ontvoering, is namelijk lichtelijk ongeloofwaardig. Menigeen zou een week van slag zijn en het huis niet meer uitkomen. Maar Joyce laat zich niet snel beïnvloeden en ontpopt zich zelfs als een ware detective. Dit maakt haar tot een sterke vrouw, en dat is immers wat de lezer graag ziet. Vooral in de ontknopingsscène blijft ze dapper en daadkrachtig, maar de afloop zie je van ver aankomen.
Mee in de koffer
De spanning in dit boek zorgt voor ontspanning. De suite kan zo mee in je koffer, want op vakantie wil je graag even ontsnappen aan dagelijkse beslommeringen. Daarom is De Suite heerlijk materiaal voor op het strand of bij het zwembad. Verstand op nul en lezen maar. Want ondanks de voorspelbaarheid wil je wél weten hoe het afloopt.
Tags: chantage, De Suite, de suite Bruna, de suite suzanne vermeer, de suite vermeer, literaire thriller, Recensie, Suzanne Vermeer, Suzanne Vermeer Bruna
Posted in Home, Literatuur, Recensie | Reacties uitgeschakeld
zaterdag, augustus 14th, 2010
Winterzusters, geschreven door Majgull Axelsson, verhaalt over de Zweedse tweelingzusjes Inez en Elsie Hallgren. Op het eerste gezicht lijken het twee normale zusjes, maar achter hun vrolijke lach gaat een heleboel onheil schuil. In Winterzusters komen de spannende familieperikelen van de familie Hallgren aan het licht.
Vanaf jongs af aan zijn Inez en Elsie onafscheidelijk. Maar zodra er tuberculose bij vader Hallgren geconstateerd wordt, ontstaan er scheurtjes in de hechte band tussen de twee zussen. Zo vinden de zusjes de reizen naar het sanatorium – waar hun vader verblijft – een grote last, omdat deze gepaard gaan met een heleboel nervositeit. Met de dag drijft de tweeling verder uit elkaar.
Wisselende gevoelens
Jaren later – wanneer Elsie ongewenst zwanger wordt – ontkomen de zussen niet meer aan elkaar. Waar Elsie slechts afschuw voor haar pasgeboren zoontje Bjorn voelt, vindt Inez hem een volmaakt mannetje. Elsie besluit Bjorn dan ook bij haar zus achter te laten.
Elsie haalde het kussen van haar mond, maar verborg nog steeds haar ogen.
‘Ik wil hem niet’, zei ze. ‘Ik wil hem echt niet.’
‘Maar ik wel’, zei Inez.
Elsie haalde het hele kussen weg en keek haar aan.
‘Hij is niet van jou.’
‘Dat weet ik. Maar ik wil hem wel.’
‘Je bent niet goed snik’, zei Elsie, die haar gezicht weer verborg.
Dat was het langste gesprek dat ze in bijna een jaar hadden gevoerd.
Zweedse popster
Vanaf dat moment staat Inez’ leven in het teken van Bjorn. Zij trouwt om hem een vader te geven en krijgt een tweede kind om het jongetje een broertje of zusje te bieden. Wanneer Bjorn tot een beroemde Zweedse popster uitgroeit, lijkt hij helemaal perfect. Als Bjorn op een dag spoorloos verdwijnt, stort Inez’ wereld dan ook volledig in.
Hoewel de titel doet vermoeden dat het verhaal zich beperkt tot het reilen en zeilen van de twee zussen neemt Inez’ dochter Suzanne ook een grote plek in het verhaal in. Tot het moment waarop Bjorn verdwijnt, groeit Susanne op in de schaduw van haar neef.
Ook is Susanne zich bewust van het feit dat ze bij haar moeder op de tweede plaats komt. Jarenlang voelt zij zich ongelukkig. Wanneer Susanne een volwassen vrouw is en haar leven enigszins op orde heeft, neemt zij deel aan een Noordpoolexpeditie. Tijdens deze reis wordt Susanne op brute wijze herinnerd aan Inez, Elsie en Bjorn.
Complexiteit en spanning
Winterzusters kent verscheidene hoofdpersonages met ieder zo zijn eigen gedachten en gevoelens. Toch is het verhaal goed te volgen. Dit komt omdat Axelsson complexe beschrijvingen vaak onderbreekt met korte dialogen. Deze dialogen geven de lezer de ruimte om weer even ‘op adem te komen’.
Maar de lezer moet zich niet laten afschrikken door deze complexe beschrijvingen. Het is namelijk de moeite waard om aandachtig te blijven lezen. Axelsson noemt veel details waardoor het verhaal beeldend wordt. Het is onmogelijk om geen beelden bij het verhaal te vormen.
De schrijfster weet de aandacht van de lezer goed vast te houden. Axelsson springt op het juiste moment over op een ander personage of een andere tijdsperiode waardoor je continu geboeid blijft. De lezer wordt op een bepaald punt zo nieuwsgierig gemaakt dat stoppen met lezen geen optie is.
Er zijn immers een heleboel vragen die beantwoord moeten worden. Waarom wilde Elsie haar zoon Bjorn niet opvoeden? Hoe kon Bjorn zomaar spoorloos verdwijnen? En op welke wijze wordt Susanne geconfronteerd met het verleden? Jammer genoeg blijft één van deze vragen onbeantwoord.
Al met al is het Majgull Axelsson weer gelukt om een meeslepend boek te schrijven. Door het beeldende verhaal en de aanhoudende spanning is Winterzusters een plezier om te lezen.
Tags: expeditie, Janneke van de Griendt, Literatuur, Majgull Axelsson, noordpoolexpeditie, popster, Recensie, tweeling, tweelingzusjes, Winterzusters, zwangerschap, Zweden, Zweedse boeken, Zweedse literatuur, Zweedse popster
Posted in Literatuur, Recensie | Reacties uitgeschakeld
vrijdag, augustus 13th, 2010
In tijden van economische crisis is er ook behoefte aan absolute ontspanning: Crazy Shopping – The Musical is de eerste ‘feelgood musical’ die inspeelt op het fenomeen ‘shopaholic’. Voor veel vrouwen zal deze show misschien een vlaag van herkenning oproepen, maar na het zogenoemde ‘2,5- uur durende ortasme’ (dat is écht te lang) is het toch vooral een leeg gevoel dat achterblijft.
Drama
De ‘Stop Ons Shoppen- kerk’ onder leiding van Dominee Bob (Tony Neef) fungeert als uitgangspunt van de show. De dominee ontvangt shopaholics om ze te helpen met afkicken van hun verslaving. Deze kerk is niet zomaar een verzinsel: hij bestaat echt in New York. Echt geloofwaardig wordt het echter niet gebracht, want de verhaallijn die het publiek krijgt voorgeschoteld is er een om van te duizelen. De rode draad is een afzichtelijke, zilver glitterende ‘limited edition Kinsa Tanaka- tas’, die aanleiding geeft tot veel drama. De vier shopverslaafde hoofdrolspeelsters hollen van het ene naar het andere schandaal en de intriges zijn niet van de lucht.
Parodie
Het script heeft iets weg van een kruising tussen Gooische Vrouwen en Sex and the City. Dit, in combinatie met de ontzettende uitvergroting van karakters en het (bewust?) slechte acteerwerk maakt de musical tot een parodie op ‘de moderne vrouw’: een vrouw die vrijwel alleen over haar buitenkant nadenkt en weinig anders doet dan shoppen. Een voorbeeld hiervan is de crematiedienst van Mari-Claire (een wandelende reclamezuil voor plastische chirurgie, gespeeld door Renske Hoeksema). Terwijl haar lichaam tot as vergaat in de oven, zingen de vier shopaholics een crematiemedley met nummers als Relight my fire, Burn baby burn en Fire. Af en toe klinkt er een harde knal: haar borsten komen in aanraking met de vlammen.
Ook het feit dat er bekende en populaire muziek wordt gebruikt draagt bij aan deze parodievorming. Zo zingt Tony Neef vol overgave het hartverscheurende nummer Why God uit Miss Saigon (waarin hij zelf de hoofdrol speelde) tijdens het meest dramatische moment van de avond: het spaarvarkentje dat hij van zijn ouders kreeg valt in duizend stukken. Een vorm van zelfspot die wel te waarderen is.
Over the top
Verder zit de show vol met andere goedbedoelde grappen die helaas niet altijd leiden tot een lach in de zaal. Het verhaal en de humor is te veel van hetzelfde en na een uur weet de show niet iedereen meer te boeien. De bekende Nederlandse hits die zijn aangepast aan het verhaal houden het publiek wel goed wakker en zijn soms zelfs verrassend goed gekozen. Het duet (Bløf – Omarm) tussen Casey Francisco (Donna) en Tony Neef is prachtig gezongen, maar zorgt helaas niet voor kippenvel omdat het moeilijk is om mee te leven met de personages.
Desalniettemin hebben de bezoekers het af en toe goed naar hun zin: dan wordt er enthousiast meegeklapt met klassiekers zoals Ain’t no mountain high enough en Ik leef niet meer voor jou. Allemaal schitterend gezongen door de erg sterke cast, waarin de klassieke stem van de succesvolle operazangeres Miranda van Kralingen opvalt. Ook de kostuums passen goed bij de over-the-top-sfeer en de mooi aangeklede levende paspoppen sluiten mooi aan bij het thema.
Miskoop
Op de valreep richt dominee Bob zich nog even tot de shopaholics in de zaal: “Jullie hebben helemaal niks nodig, wees eens tevreden!” Er volgt een korte therapie en even later stroomt het publiek met een lach op het gezicht (en een goodybag!) naar buiten. Na afloop blijft er echter slechts een gemoedstoestand over die menig vrouw wel zal herkennen van na het winkelen: een leeg gevoel (en een lege portemonnee). Tijdens de show wordt het publiek wel aardig vermaakt, maar het gebrek aan inhoud en lijn maakt van Crazy Shopping – The Musical toch een miskoop.
Tags: amsterdam, Antje Monteiro, Carolina Mout, Carré, Casey Francisco, Crazy Shopping, Miranda van Kralingen, musical, Nathalie Hoogeveen, Recensie, shoppen, Stardust, Tony Neef, winkelen
Posted in Home, Recensie, Theater | 5 Comments »
donderdag, augustus 12th, 2010
Ze staan in menig boekenkast om indruk te maken op het bezoek, maar naar de inhoud kan beter niet gevraagd worden. Om de bezitter van het klassieke werk niet meer met de mond vol tanden te laten staan, wanneer gevraagd wordt waar het eigenlijk over gaat, bespreken we een klassieker uit binnen- of buitenland. Deze keer: De komst van Joachim Stiller van Hubert Lampo.
Met de in 1960 verschenen roman De komst van Joachim Stiller brak de Vlaming Hubert Lampo door bij het grote lezerspubliek. Het verhaal speelt zich af in het Antwerpen van 1958 en beschrijft de periode waarin de ik-persoon Freek zijn vriendin Simone leert kennen en vervolgens wordt geconfronteerd met een aantal ongewone gebeurtenissen. Via de post en telefoon ontvangen hij en zijn vriendin geheimzinnige boodschappen van een zekere Joachim Stiller.
Angst voor het onverklaarbare
Freek is onder meer columnist voor een krant en beschrijft in zijn stukjes de mensen ongeveer op eenzelfde verwonderde manier zoals Martin Bril dat deed, maar dan wat venijniger. Zo geeft hij felle kritiek op de vier mannen die op een dag de weg openbreken om vervolgens urenlang het verkeer belemmeren. Uiteindelijk gooien ze alles weer dicht, zonder iets te hebben uitgevoerd. Een gepikeerde wethouder geeft vervolgens aan dat er de laatste weken überhaupt geen werkzaamheden hebben plaatsgevonden aan die bewuste weg. Dit is het moment waarop Lampo de lezer in de magisch-realistische wereld van zijn roman trekt.
Op zeer treffende wijze laat Lampo zien wat ‘angst’ met een individu of groep doet. Het is de angst voor het onverklaarbare die Freek laat denken dat hij met een grap van een psychische gestoorde te maken heeft, wanneer hij een brief ontvangt die ruim een jaar voor zijn geboorte is afgestempeld. Eerst probeert hij te ontdekken of er iets onverklaarbaars gebeurt, totdat hij dit juist met een schok moet erkennen. Joachim Stiller blijkt dan iemand te zijn op wie de tijd geen grip heeft, maar een ‘muur’ beperkt hem om zijn verlossende boodschap te verspreiden.
Geloven in het magische
Het magisch-realisme van Lampo heeft juist zo’n aantrekkingskracht doordat je je er zelf iets bij kunt voorstellen. Het is immers mogelijk dat een zwarte Harlekijn in een circus je voor een moment diep in de ogen aankijkt als teken van herkenning. Het is ook mogelijk – maar even onwaarschijnlijk – dat een klokkenspel van een kerk om tien voor half twee ’s nachts speelt.
Het magische element ontstaat doordat deze verschijnselen alleen op Freek en een paar mensen uit zijn omgeving betrekking hebben en hierdoor onverklaarbaar worden. Niemand anders op straat merkt namelijk dat het klokkenspel ’s nachts minutenlang achter elkaar klinkt. Hierdoor hebben de gebeurtenissen alleen voor een specifiek aantal mensen een bijzondere betekenis en kun je hun geloof in Joachim Stiller begrijpen. Je zou dit zelf immers ook doen.
De magisch-realistische wereld en de ontleding van de menselijke angst voor ongewone gebeurtenissen, maken De komst van Joachim Stiller tot een boeiend geheel. Lampo heeft hiermee laten zien dat hij over een ongeremde fantasie beschikte en dat hij dit kon laten passen in een verhaal dat iedereen zelf kan meemaken. Bijna helemaal dan.
Tags: bespreking, boek, cultuurbewust, CultuurBewust.nl, de komst van joachim stiller, hubert lampo, Klassieker, Martin Bril, messiasmotief, meulenhoff, ralf de jong, Recensie, roman, vlaamse auteur, vlaming
Posted in Klassieker, Literatuur | Reacties uitgeschakeld
donderdag, augustus 5th, 2010
De verhalenbundel Ik mooi praten is geestig, scherp en ontroerend. David Sedaris neemt de lezer mee op een hilarische reis door zijn leven, waarin hij vooral een humoristisch licht op zijn familie schijnt. Sedaris spaart niemand, en neemt vooral zichzelf voortdurend op de korrel.
Maar – en dat is minstens zo belangrijk – iedereen die te kakken wordt gezet, behoudt zijn waarde. Sedaris trapt geen open deuren in. Hij toont zich een observator met een oog voor het absurde. ‘David Sedaris is niet alleen de grappigste schrijver die er bestaat, doch eveneens de grappigste homo en dát is pas een wereldprestatie’, zei Herman Brusselmans. Hij had het niet beter kunnen verwoorden.
Ontroerend
Het boek is vlot geschreven en leest als een trein. De individuele verhalen passen in elkaar als een roman. Sedaris weet de lezer niet alleen keer op keer aan het lachen te krijgen, hij ontroert op minstens zo treffende wijze. Als kleine jongen moest hij naar spraaktherapie, omdat hij stotterde, en daardoor zijn eigen naam uitsprak als David Thedarith. Op inventieve wijze bedenkt Sedaris zijn eigen remedie.
‘Op school, waar iedere leerkracht een potentiële spion was, probeerde ik waar mogelijk de s-klank te vermijden, In plaats van ‘dus’ zei ik ‘dientengevolge,’ ‘alstublieft’ werd ‘met uw welnemen,’ en vragen werden niet zozeer ‘gesteld’ als wel ‘opgeworpen’.’ Hoewel hij er een geestig verhaal van maakt, klinkt tussen de grappen door ook dat kleine jongetje, dat worstelt met een spraakgebrek.
Communicatieprobleem
Communicatieproblemen zijn een terugkerend thema in Ik mooi praten, telkens in een andere vorm. Als Sedaris kunstenaar wordt, maakt hij wel heel aparte kunstwerken. Als hij als schrijfdocent aan de slag gaat, wordt zijn werkwijze niet door iedereen gewaardeerd. En wanneer hij – tenslotte – in Frankrijk gaat wonen, moet hij hard werken om zich verstaanbaar te maken.
Als schrijver weet Sedaris zich echter uitstekend verstaanbaar te maken. De man die in de Verenigde Staten geldt als een fenomeen, is in Nederland nog relatief onbekend. Wellicht verklaart dat de aanprijzingen van bekende Nederlanders als Aaf Brandt Corstius en Candy Dulfer die prominent de cover van het boek bezetten. De kans is echter groot dat die lofzangen bij een volgend boek niet nodig zijn om twijfelende lezers te overtuigen, want mooi praten kan hij zeker, die David Sedaris.
Tags: boek, David Sedaris, geestig, grappig, humor, Ik mooi praten, lebowski, Literatuur, ontroerend, Ontroering, Recensie, Sanne Dijkstra, Uitgeverij Lebowski, verhalenbundel
Posted in Literatuur, Recensie | Reacties uitgeschakeld
woensdag, augustus 4th, 2010
De theorie van licht en materie van Andrew Porter bestaat uit tien verhalen. In elk verhaal weet hij een krachtige schets van een leven te maken. Tien verschillende personen met elk zeer verschillende levens worden met veel gevoel voor sfeer en detail beschreven. De verhalen zijn meeslepend en karakteristiek. Porter hanteert een heldere en soms poëtische stijl.
De theorie van licht en materie gaat over tien Amerikaanse levens, waarin de onderwerpen vriendschap en familie erg belangrijk zijn. In het verhaal ‘Gat’ kijkt een man terug op de dood van zijn jeugdvriend, in ‘Coyotes’ vertelt Alex over de schijnwereld van zijn vader en het onbegrijpelijke leven van zijn moeder. En in het verhaal ‘De theorie van licht en materie’ beschrijft Heather haar stiekeme ontmoetingen met één van haar docenten en de onbreekbare relatie met haar echtgenoot.
Zomerse verhalen
In de meeste verhalen in De theorie van licht en materie is het hartje zomer en Andrew Porter laat het niet na de temperatuur, het weer en de sfeer nauwkeurig te omschrijven. De auteur geeft De theorie van licht en materie daardoor een duidelijke zomerse sfeer mee, die soms heerlijk en soms benauwend is, zoals een zomer ook kan zijn.
Al in het eerste verhaal weet Porter de sfeer van de zomer pakkend te omschrijven. ‘De late namiddaglucht is heiig, zo drukkend dat je kunt voelen dat je erdoorheen loopt en als ik mijn ogen tot spleetjes knijp kan ik de hitte deinend boven het asfalt van de oprijlaan zien opstijgen.’
Stijl
Andrew Porter heeft een heerlijke schrijfstijl. Hij schrijft luchtig, helder en soms zelfs poëtisch. De zinnen lopen goed en de woordkeuze is bijzonder treffend. Ook weet Porter precies hoe hij personages een levendig karakter kan geven. De keuze voor bepaalde herinneringen of flashbacks laten de lezer op een bijzondere manier kennismaken met de hoofdpersonen.
Porter heeft zo min mogelijk details in De theorie van licht en materie verwerkt. Hij blinkt uit in zijn eenvoud en laat overbodige details achterwege, wat zorgt voor zeer heldere verhalen. Maar soms werkt deze ‘detailschrapperij’ niet verhelderend, maar verwarrend. In het verhaal ‘Stormen’ blijkt de hoofdpersoon een man te zijn, maar dit wordt pas duidelijk na meer dan tien bladzijden. Dit zorgt enigszins voor verwarring, maar uiteindelijk is het meer typerend voor het boek dan storend.
De theorie van licht en materie is een prima debuut van Andrew Porter. De verhalen zijn helder en geschreven in een mooie stijl en het boek geeft de lezer – naast een kijkje in de levens van tien bijzondere personen – een heerlijk zomers gevoel.
Tags: Andrew Porter, boekrecensie, De theorie van licht en materie, debuut, Licht en materie, Literatuur, Michelle Brouwer, Nederlandse literatuur, Porter, Recensie, Theorie, verhalen, verhalenbundel
Posted in Home, Literatuur, Recensie | Reacties uitgeschakeld
maandag, augustus 2nd, 2010
Wat kenmerkt een goede moeder? En wat mag je opgeven voor een carrière? In Noem het liefde zoekt auteur Beitske Bouwman het antwoord op deze vragen. Wetenschapster Magda Steenhuis verlaat haar twee maanden oude baby voor een expeditie naar de Zuidpool. Maar betekent dat dat ze niet van haar kind houdt?
De rest van de wereld, waaronder haar beste vriendin Nanne Karwist, vindt van niet. “Weet je wat er in het eerste levensjaar met een kind gebeurt? En denk je werkelijk dat ze je over acht maanden nog kent? Niets zul je zijn, Magda. Niets!”
Moeder versus carrière
Toch vertrekt Magda voor acht maanden naar het ijs. Hoe stil, koud en donker het daar is, schemert door in de mailwisseling tussen de twee vriendinnen. Magda vertelt over de expeditie, over grote ontdekkingsreizigers die haar voor waren en over haar baanbrekende verslag. Maar de avonturen op de Zuidpool doen er niet zo toe. Het is slechts het decor van het werkelijke thema: moeder versus carrièrevrouw.
In de mailwisseling halen Magda en Nanna herinneringen op die ze inzetten als munitie voor de eigen overtuiging. “Titanen. Laat me niet lachen, Magda. We waren pubers. We waren onbeholpen pubers dienog niks van het leven wisten. Ben jij niet ook die zwijgende ouder die zijn ogen van het kind afwendt?” Magda’s collega’s vinden haar een monster. “Paol vroeg me waar mijn hart was. Ik weet het niet, moest ik hem antwoorden.”
Homo Amans versus Homo Sapiens
Paol Ascer gelooft niet in de Homo Sapiens (de denkende mens), maar in de Homo Amans: “We denken niet, we denken dat we denken, maar de mens laat zich alleen maar leiden door zijn verlangen naar de liefde.” Maar Magda lijkt juist weg te rennen voor de emotie en verschuilt zich in een sneeuwstorm achter haar meetinstrumenten.
Om de discussie een diepere betekenis te geven, haalt Bouwman het scheppingsverhaal volgens een oud-Joodse traditie aan. Daarin is niet Eva, maar Lilith de eerste vrouw. Zij wilde gelijkwaardig zijn aan Adam, terwijl hij juist iemand zocht die hem diende. Daarom maakte God Eva uit zijn rib.
Emancipatie
Lilith (Magda) staat voor de geëmancipeerde vrouw, op zoek naar zelfbevestiging. Nanne is als Eva. Ze geeft haar baan als advocate op om voor haar drie kinderen te kunnen zorgen. Beide vrouwen brengen offers. De vraag ‘wat is goed’ blijft echter onbeantwoord.
Maar dat geeft niet, want de zoektocht naar die vraag is al interessant genoeg. Noem het liefde van Beitske Bouwman laat je nadenken over dit moderne dilemma, zelfs als het boek allang is dichtgeslagen.
Tags: Beitske Bouwman, Boris, emancipatie, feminisme, Homo Amans, Homo Sapiens, Jerana, Lilith, Magda Steenhuis, Marjolein Theunissen, Nanne Karwist, Noem het Liefde, Querido, Recensie
Posted in Highlight, Literatuur, Recensie | Reacties uitgeschakeld