maandag, juli 26th, 2010
Het Aboriginal Art Museum te Utrecht toont met Aboriginal art today! de diversiteit van de Aboriginal kunst. Sinds de jaren ‘70 heeft de Aboriginal kunst door contact met de westerse cultuur een verandering ondergaan. De combinatie van traditionele en vernieuwende kunstwerken zorgt voor een verrassende tentoonstelling. Er wordt een breed beeld geschept van de Aboriginal kunst, die net als westerse kunst wat te bieden heeft voor iedereen.
De tentoonstelling toont een overzicht van hedendaagse Aboriginal kunst vanaf 1970. Voorheen maakten Aboriginals ceremoniële objecten voor eenmalig gebruik, maar vanaf de jaren ’70 zijn zij bewust kunst gaan maken. De authentieke beeldtaal en technieken worden toegepast op doek en hout zodat het verkoopbaar is. Sinds die tijd kopen ook Nederlandse musea en verzamelaars Aboriginal kunst. In de tentoonstelling is zowel werk van particuliere verzamelaars, alsook van musea (waaronder het Groninger Museum, Wereldmuseum Rotterdam en uiteraard het Aboriginal Art Museum) te zien.
Abstract fantasierijk
De traditionele Aboriginal schilderijen zijn zonder voorkennis niet erg toegankelijk, maar bieden tegelijkertijd de mogelijkheid om als autonoom werk te worden beschouwd. Zonder voorkennis lijken de stipjes-schilderijen abstract, maar voor de Aboriginals vertellen deze werken vaak over de droomtijd: een andere tijdsdimensie waarin de wereld werd gecreëerd door hun voorouders. De Aboriginals herkennen de sporen die zij hebben achtergelaten en proberen ze terug te roepen door middel van dans, zang en vertellingen. De titels verwijzen veelal naar een plek of een droom, wat ons de mogelijkheid geeft om zelf te bepalen wat het voorstelt.
Mooi contrast
Sommige werken zijn op natuurlijke materialen aangebracht, zoals Wadjina-figuren op boombast. Twee figuren boven elkaar – zonder mond, maar met stralenkrans – zijn zeer treffend afgebeeld. De witte, enigszins doorschijnende verf op de donkere barst creëert diepte, terwijl tegelijkertijd de houtstructuur nog zichtbaar is. Als omlijsting zijn er stukken bamboe om de kromme boombast bevestigd. Dit lijkt het ultieme Aboriginal kunstwerk, waardoor je des te meer wordt verrast door het werk van Paddy Bedford (ca. 1922-2007) dat om een hoekje hangt. Zijn schilderij Untitled uit 2004 doet door de primaire kleuren en zwarte strepen aan als een Mondriaan met vloeiende lijnen. Achter glas en met strakke witte lijst staat het in contrast met de boombast-schilderingen, als het ultieme bewijs dat Aboriginal kunst veelzijdig is.
Ook andere werken, zoals het schilderij Thundi (2008) van Mirdidingkingathi Juwarnda Sally Gabori (ca.1924), zou niet misstaan tussen westerse kunst. De dikke vegen oranje, witte en zwarte verf creëren een abstract beeld dat niet direct aan Aboriginal kunst doet denken. Even verderop brengen de YawkYawk sculpturen je weer in Aboriginal sferen. De beelden zijn uit hout gesneden, maar zijn tegelijkertijd simpel, met prachtige versieringen en zelfs een haardos. Deze kunstwerken moet je in het echt zien om te ervaren met welke precisie de details zijn aangebracht.
Vermenging van Aboriginal en westerse cultuur
De grootste verandering in Aboriginal kunst is te zien in het werk van stedelingen. Zij zijn wel van oorsprong Aboriginal, maar doordat ze niet op traditionele wijze leven, laat hun kunst de vermenging met de westerse cultuur zien. Zo stelt Richard Bell (1953) met zijn werk Sanctions (1992) de positie van de Aboriginals ter discussie. Met dikke lagen acrylverf verbindt hij afbeeldingen van slaven en traditionele Aboriginal kunst. In de verf heeft hij symbolen uit zowel de westerse als de Aboriginal cultuur uitgespaard.
Aboriginal art today! toont de diversiteit van de hedendaagse Aboriginal kunst. Uiteraard zijn er de welbekende roodbruin, gestipte schilderijen, maar Aboriginal kunst blijkt zoveel meer dan je in eerste instantie verwacht. Juist door de verrassende combinatie van traditioneel en vernieuwend werk, aardkleurige en kleurrijke schilderijen brengt de tentoonstelling de Aboriginal kunst tot leven.
Tags: AAMU, aboriginal art, aboriginal art museum, aboriginal kunst, Australie, dromen, droomtijd, gabori, grafpaal, groninger museum, Mondriaan, nynke, Nynke Besemer, Paddy Bedford, richard bell, sanctions, stipjes, thundi, Utrecht, wadjina, wereldmuseum
Posted in Kunst, Recensie | 1 Comment »
dinsdag, juli 20th, 2010
Heb je weleens olifanten langs de snelweg gezien? Of het zittende konijn in Utrecht of uitgeputte mannen op Schiphol? Het zijn maar een paar voorbeelden van de aandoenlijke sculpturen waar je niet omheen kan, gemaakt door de Limburgse beeldhouwer Tom Claassen (1964) . Kunsthal KAdE in Amersfoort toont met een retrospectief dat Claassen meer doet dan alleen lieve beelden maken. Hij onderzoekt en transformeert alle mogelijke materialen.
Claassen maakte zijn eerste beeld voor de openbare ruimte in 1996. Hierna volgden vele beelden in de openbare ruimte, waaronder halfvergane houten mannen in Museum Kröller-Müller, pony’s in Maastricht en honden door heel het land. Op de tentoonstelling in KAdE geven foto’s en modellen van de buitenbeelden een indruk van de sporen die Claassen achterlaat.
Zoektocht naar beelden
De meeste beelden voor de openbare ruimte zijn dikke, logge beesten of figuren. Claassen wil toegankelijke beelden maken, zodat mensen het begrijpen en leuk vinden. Het is jammer dat bij de modellen de afmetingen van de uiteindelijke werken niet vermeld worden, want ze zijn vaak indrukwekkend groot. KAdE helpt je op weg met een boekje of iPhone applicatie om de grote versies door het hele land te vinden.
Spelen met zand
Naast het maken van vrolijke dikkerds experimenteert Claassen veel met materiaal. Al het mogelijke materiaal. Zelfs met zand weet hij een prachtige groep leeuwen te maken die op de grond lijken uit te vloeien. Deze sculptuur is sinds 1990 op verschillende plaatsen en in verschillende versies gemaakt. Het liefst zou je eraan voelen om te controleren of het echt zand is en om daarna te bedenken wat je er zelf van kunt maken. Die mogelijkheid is wel weggelegd voor de winnaar van de Museumnacht loterij (28 augustus), die de leeuwen te lijf mag gaan.
Het is opmerkelijk dat Claassen veel verschillende materialen gebruikt en er tegelijkertijd een typerend ‘Claassen-beeld’ van maakt. Dacht je bronzen beelden aan hun naad te herkennen en houten sculpturen aan de boomstammen? Dan heb je het mis. Claassen maakt houten beelden van boomstammen, maar giet dezelfde vorm soms in brons. De bronzen beelden zijn soms ruw, dan weer glad. Mensfiguren kunnen gemaakt zijn van glimmend aluminium, ruw hout, of strak beton. De uitwerkingen zijn zo divers en tegelijkertijd zo treffend. Allemaal knuffelbare figuren die een glimlach bezorgen, maar zelf zelden een gezicht hebben om terug te lachen.
Fantasierijk
Uitgezakte wc-hokjes van polystyreen, een wormenveld of een stofzuiger van ijzerdraad en silicone. De gelijkenis is er, maar tegelijkertijd kun je erin zien wat je wilt. Zelfs een afdruk van Claassens ateliervloer lijkt een schatkaart te worden. Dat is ook de reden waarom Claassen zijn beelden vrijwel altijd ‘zonder titel’ noemt, waarna een naam tussen haakjes volgt. Hij wil je de gelegenheid geven om zelf naar de beelden te kijken en erover te fantaseren.
Het retrospectief van Tom Claassen in KAdE is een mooi overzicht waarin zowel bekende als minder bekende sculpturen goed naar voren komen. De tentoonstelling maakt zichtbaar dat Claassen uit elk materiaal en op ieder formaat typerende beelden maakt. Kijk ook buiten goed om je heen, rond KAdE zijn nog meer sculpturen van Claassen te ontdekken.
Tags: almere, Amersfoort, Beelden, houten mannen, kade, kunsthal, loterij, Maastricht, mannen, museumnacht, nynke, Nynke Besemer, olifanten, paard, pony's, schiphol, sculptuur, snelweg, tom claassen, Utrecht, zandleeuwen
Posted in Home, Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld
maandag, mei 10th, 2010
Werk in uitvoering in de lakenhal in Leiden! Het museum gaat van maart t/m december 2010 op onderzoek uit in de eigen collectie. Voor de ogen van de bezoeker wordt de collectie geïnventariseerd door museummedewerkers. Op deze manier wil het museum erachter komen wat het precies bezit en wat ze kunnen doen met de eigen collectie. Uiteindelijk zal dit leiden tot een nieuw collectiebeleid, waar de bezoeker zelfs over mee mag denken.
Bij binnenkomst in de Lakenhal krijg je een clipboard en potlood. Als inspecteur loop je door het museum. Door notities te maken geef je je tips door aan het museum. Als inleiding op het bezoek zijn er foto’s te zien van bezoekers met een object uit hun eigen verzameling. Je vraagt je soms af hoe iemand erop komt om zoiets te sparen. Wat moet je ermee? Diezelfde vragen stelt het museum zich. Wat moet je met een collectie die 135 jaar geleden werd samengesteld? Wat is nog actueel of belangrijk? Wat moet er bewaard worden? Die vraag mogen de bezoekers beantwoorden.
Het hoogtepunt van Werk in uitvoering is een rollerbaan waarop objecten in kratten voorbij komen. De bezoeker aan de ene kant van de glazen wand kijkt naar de conservator aan de andere kant die objecten oppakt en bestudeert. Tijdens het project zullen zo’n 12.000 tot 15.000 objecten deze baan volgen. Dat klinkt als een dynamisch spektakel, maar dat is het niet. De conservatoren typen wat op de computer en vullen een formulier in, die ze vervolgens wegstoppen in de krat. Onleesbaar voor de bezoeker. De glazen wand is bovendien een ware afscheiding tussen bezoeker en onbereikbare conservatoren, terwijl een dergelijk project juist zou kunnen zorgen voor interactie tussen publiek en museummedewerkers.
Na de rollerband komen de objecten bij de fotografie, want straks zal alles te zien zijn op de website. Bijzondere voorwerpen belanden in speciale Werk in uitvoering-vitrines die in de vaste tentoonstellingsruimten zijn opgesteld. Zo zijn er op het moment prachtige Bavelaartjes te zien. Deze typisch Leidse kijkkastjes laten oude tijden herleven. Met ongelofelijke precisie zijn landschappen en interieurs uit hout of bot gesneden.
Schilderkunst komt niet voorbij op de rollerband. Wel is er een zaal ingericht met een depotopstelling. Wie Binnenste Buiten – Museum Boijmans van Beuningen op bezoek in de Kunsthal te Rotterdam heeft bezocht zal teleurgesteld zijn bij het zien van de depotopstelling in de Lakenhal. Deze is namelijk een stuk minder gedurfd. Weliswaar hangen de schilderijen op een rek, maar door die op de muur te bevestigen valt het niet op. Het is eerder een volle tentoonstellingswand, dan dat je je in een depot waant.
Hoewel Werk in uitvoering een goed concept is, blijft het museum nog erg braaf. Het mist aan gedurfde opstellingen, maar wellicht komen die nog. Het project loopt nog meer dan een halfjaar en geeft het museum dus de mogelijkheid om er meer uit te halen. Aangezien er nog een diversiteit aan objecten over de rollerbaan zal komen zal het museum in ieder geval geen dag hetzelfde zijn.
Tags: bavelaartje, depotopstelling, kijkkastje, Kunst, kunstrecensie, Lakenhal, Leiden, museumcollectie, Nynke Besemer, rollerband, werk in uitvoering
Posted in Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld
zondag, april 4th, 2010
Meekijken over de schouders van is een project van Fotodok waarbij inzicht wordt gegeven in de werkwijze van een fotograaf, door hem een jaar lang aan deze instelling uit Utrecht te verbinden. Afgelopen jaar was dat Raimond Wouda (1964). Voordat fotografen Theo Baart (1957) en Joris Jansen (1980) van start gaan met de nieuwe editie Meekijken over de schouders van, sluit Wouda af met de tentoonstelling State of Prison. Hier is te zien hoe vijf fotografen de kijker een blik in het gevangeniswezen geven.
State of Prison kwam tot stand doordat Wouda zich afvroeg hoe fotografen de gesloten gevangenis vast kunnen leggen. Het probleem dat hij voortdurend tegenkomt is dat instellingen, waaronder gevangenissen, graag in eigen hand houden wat er over hen gepubliceerd wordt. Ze willen enkel een positief beeld over zichzelf verspreiden, waardoor het lastig wordt voor fotografen om vrij te werken. De fotografen op deze tentoonstelling hebben elk op hun eigen manier een oplossing weten te vinden op dit probleem.
Nico Bick (1964) en Jürgen Chill (1968) weten het probleem te omzeilen door enkel ruimtes te fotograferen, dus geen mensen. Juist door deze onpersoonlijkheid creëren de beelden een onheilspellende sfeer. De leegheid doet denken aan een verlaten wereld. Deze sfeer wordt bovendien versterkt door de expositieruimte, waarvan de sporen van een voormalig kantoor nog zichtbaar zijn. De kantoorfunctie is nog duidelijk aanwezig, maar wordt tegelijkertijd verzwegen.
De cellen die Bick en Chill hebben gefotografeerd laten zien hoe gevangenen hun persoonlijke leven onderbrengen in luttele vierkante meters. Gevangenen denken de cellen persoonlijk te maken met posters en eigendommen, maar de kijker ziet enkel uniformiteit. Overal dezelfde meubels, overal dezelfde leegheid.
Ook Stephen Tourlentes (1959) heeft ervoor gekozen om geen personen te laten zien. Zijn gevangenissen zijn lichtgevende gevaartes in een donker landschap. Ze vormen een gesloten wereld in de echte wereld. Een wereld waar zelfs ’s nachts felle lampen aanstaan, want iedereen wordt in de gaten gehouden. Enkel de hoes van deze wereld is zichtbaar voor de brave burger.
Carl de Keyzer (1958) is de enige fotograaf van State of Prison die de gevangenen laat zien. De kale jongens in het Siberische strafkamp lijken eerder een bende dan welwillende gevangenen. De Keyzer lijkt hier de gevangene; gevangen door de kwade blikken die hem niet uit het oog verliezen.
Ten slotte laat de serie Les Hurleurs van Mathieu Pernot zien dat er wel een connectie is tussen de alledaagse en de gevangeniswereld. De geportretteerden schreeuwen vanuit de ‘gewone’ wereld naar iemand die zich buiten de foto, in de gevangenis, bevindt. Hun houding laat niet altijd zien dat zij schreeuwen; hun gezichtsuitdrukking des te meer. Het lijkt een mentale schreeuw die pijn doet.
De tentoonstelling State of Prison geeft een bijzondere kijk in een wereld die normaliter gesloten is. De foto’s geven een beeld van de gevangenis, zonder het doel het er beter uit te laten zien dan het is. Zij laten zien dat deze wereld grimmig kan zijn, maar dat de bewoners toch hun eigen wereld proberen te creëren.
Tags: carl de keyzer, foto's, fotodok, fototentoonstelling, gevangenis, joris jansen, jurgen chill, les hurleurs, mathieu pernot, noci bick, nynke, Nynke Besemer, raimond wouda, state of prison, stephen tourlentes, strafkamp, theo baart
Posted in Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld
maandag, maart 8th, 2010
“Goedenavond dames en heren.” Daarmee opent de Australische taalkundige Frances Kofod haar lezing over de kunstenaar Paddy Bedford (ca.1922-2007) op 4 maart in het Aboriginal Art Museum in Utrecht. Aan de hand van foto’s en anekdotes vertelt zij over haar goede vriend, om zo een beeld te scheppen van hem als persoon en hoe zijn werk is ontstaan. De lezing vormt een mooie aanvulling op de solotentoonstelling Crossing Frontiers van Bedford, die te zien is in het museum.
Sinds Bedfords overlijden twee jaar geleden in het huis van Kofod noemt zij hem niet meer bij zijn naam, in plaats daarvan spreekt ze over “dear friend”, “old man” of “mister Bedford”. Bedford en Kofod ontmoetten elkaar toen Kofod als taalkundige kwam werken in de Kimberley regio. Zij heeft zich daar verdiept in de Aboriginaltaal, waardoor ze de kunstenaar vanavond soms zelfs in zijn eigen taal citeert. Uit de manier waarop ze over haar vriend praat blijkt wel hoe zeer ze op hem gesteld is.
Bedford en Kofod hebben samen veel reizen gemaakt door de Kimberley, zodat Bedford haar zijn woon- en geboorteplaats kon laten zien. Kofod laat foto’s zien van de dolblije Aboriginal in een helikopter. “Hij hield van helikopters en beloofde iedereen keer op keer om hen mee te nemen in een heli.” Sommige schilderijen lijken het Australische landschap vanuit de lucht te verbeelden, “dan is te zien waar zijn geest de beelden vond die hij maakte.”
Tegelijkertijd vormen de landschappen een verwijzing naar de droomtijd; een tijd waarin mythische voorouders onder de aardbodem vandaan kwamen en de wereld schiepen. Er zijn verschillende verhalen verbonden aan de droomtijd, die nog altijd met rituelen worden doorverteld en waarvan Bedford er een aantal veelvuldige schilderde. “Dat hij een verhaal op diverse manieren kon verbeelden maakt hem een groot kunstenaar,” aldus Kofod.
Een van Kofods favoriete werken op de tentoonstelling in Utrecht is Lightning Creek. Dit schilderij vertelt het verhaal van de emu en de kalkoen die samen op reis waren. De kalkoen wilde ’s avonds stoppen om te kamperen, maar de emu was het hier niet mee eens. Ondanks dit meningsverschil stopte de kalkoen, waarna de emu vast kwam te zitten in de berg. Hierdoor is er een klif in de berg Mount King ontstaan. Het schilderij, met daarop 3 figuren op een berg, laat de nacht zien. De vervagende zwarte lucht doet aan oneindigheid denken.
Uit de verhalen van Kofod blijkt dat de Aboriginals tussen twee werelden leven, enerzijds hechten ze grote waarde aan de Aboriginalcultuur, maar tegelijkertijd kunnen ze niet aan de moderne wereld ontsnappen. Deze tweestrijd blijkt uit de redenen die Bedford gaf om te schilderen. Hij deed dit om de droomtijd te verbeelden, tegelijkertijd antwoordde hij op de vraag van Radio France ‘waarom hij schilderde’ met: “Ik schilder voor een Toyota”. De auto die hij de naam ’wild horse’ gaf.
Volgens Kofod hield Bedford vooral erg van schilderen. “Zijn kennis over zijn eigen land creëerde de beweging in zijn hand, zijn hand werd steeds vrijer naarmate hij ouder werd.” Bedford heeft veel van zijn schilderijen op Kofods veranda gemaakt. Samen met andere schilders verbleef hij bij haar, waar ze praatten over hun kunst. In het auditorium van het Aboriginal Art Museum zijn foto’s te zien van de kunstenaars op de veranda.
De komst van de Europeanen, veertig jaar voor Bedfords geboorte, heeft veel veranderd in het leven van de Aboriginals. Een paar jaar voor Bedfords geboorte was een grote groep van zijn stamleden door blanken vermoord. Deze plek verbeeldt Bedford vaak met een rode cirkel op zijn schilderijen.
De verhalen van Kofod laten de minimalistische schilderijen van Bedford tot leven komen. Zijn schilderijen bestaan uit weinig kleuren; veelal wit, roodbruin en zwart. Op de doeken zijn vaak lijnen en cirkels te zien. Door de uitleg van Kofod blijken achter deze abstractie belangrijke verhalen te schuilen die de Aboriginals niet willen vergeten.
Tags: AAMU, Aboriginal Art Museum Utrecht, aboriginal kunst, Crossing Frontiers, Frances Kofod, mount king, nynke, Nynke Besemer, Paddy Bedford
Posted in Kunst, Reportage | Reacties uitgeschakeld
zaterdag, maart 6th, 2010
Toen Ernst Veen, directeur van de Hermitage Amsterdam, tijdens een bezoek aan de Hermitage in Sint Petersburg de collectie moderne kunst aanschouwde, werd hij dolenthousiast. Het was 1997 toen het idee ontstond voor een overzichtstentoonstelling zoals die nu dan eindelijk te zien is in Nederland: Matisse tot Malevich – Pioniers van de moderne kunst uit de Hermitage.
De rode kamer (1908) van Henri Matisse (1869-1954) vormt het middelpunt van de tentoonstelling. Deze schilder liet zien dat je de werkelijkheid niet letterlijk hoeft na te bootsen. Matisse ging met zijn knalkleuren in tegen de gevestigde kunst, hij ging op onderzoek uit. Ook de kleurrijke portretten die hij van zijn vrouw maakte, laten zien dat kleur niet waarheidsgetrouw hoeft te zijn; zijn vrouw was, in tegenstelling tot wat de schilderijen doen vermoeden, altijd in het zwart gekleed.
Met een totaal van 80 kunstwerken tellende tentoonstelling wordt de zoektocht naar moderniteit rond 1900 verbeeld. Met felle kleuren, dikke verflagen, decoratieve vormen en lijnen, laten de schilders hun visie op de wereld zien. Vele kunststromingen zoals het fauvisme, kubisme en expressionisme worden op de tentoonstelling uitgebreid toegelicht met woord en uiteraard beeld.
Er zijn zoveel goede werken te zien dat het moeilijk is om er een aantal uit te lichten. Wanneer je het ene toelicht schiet je een ander al snel tekort. De Dame met zwarte hoed (1908) van Kees van Dongen (1877-1968) is een van de werken die nooit lijkt te kunnen vervelen. Georges Roualt weet met schetsmatige contouren op zijn Meisjes zeer treffend vlezige prostituees af te beelden. Ook Chaim Soutine’s (1893-1943) Zelfportret (1920-1921) is aangrijpend, door de dikke verf die zijn gezicht haast monsterlijk en tegelijkertijd juist daarom fascinerend maakt. En dan zijn er ook nog vele werken van Pablo Picasso (1881-1973), Wassily Kandinsky (1866-1944) en André Derain (1880-1954) tentoongesteld.
Er is op de tentoonstelling vooral franse kunst te zien, die door Russische verzamelaars in grote getale het land in werd geloodst aan het begin van de twintigste eeuw. De verzamelaars lieten Russische kunstenaars kennismaken met de moderne Europese kunst, opdat Rusland een kans kreeg om ook een modern land te worden. De verzamelaar Sergej Ivanovitsj Sjtsjoekin (1854-1936) schreef in 1910 aan Matisse: “Het publiek is tegen u, maar de toekomst is voor u.” Met deze doeltreffende zin geeft hij niet enkel blijk van het feit dat de schilders hun tijd vooruit waren, het laat bovendien zien dat de Russische verzamelaars vertrouwen hadden in deze schilders.
Ook Kazimir Malevich (1879-1935) heeft deze toestroom van Franse kunst meegemaakt, waarna hij volgens een aantal van deze stijlen probeerde te werken. Helaas zijn deze pogingen niet te zien op de tentoonstelling. Enkel een latere versie van zijn welbekende zwarte vierkant (ca. 1930) sluit de tentoonstelling af. De weg die hij aflegde om tot zijn essentie van kunst te komen wordt hier verbeeld door zijn Europese voorgangers.
Op de tentoonstelling Matisse tot Malevich zijn vele prachtige, kleurrijke kunstwerken te zien. Over de werken valt veel te vertellen, wat ook uitgebreid wordt gedaan in tal van zaalteksten. Toch zijn dit juist werken die ook zonder een hoeveelheid aan informatie tot de verbeelding spreken. Voor diegenen die zich afvragen waar de moderne kunst zijn oorsprong vond, heeft de Hermitage Amsterdam alvast beloofd aan deze wens te voldoen met een tentoonstelling die plaats zal vinden van september 2012 t/m maart 2013.
Tags: andre derain, chaim soutine, dame met zwarte hoed, de rode kamer, Ernst Veen, georges roualt, Hermitage Amsterdam, het publiek is tegen u, kees van dongen, Malevich, Matisse, meishes, nynke, Nynke Besemer, Picasso, pioniers van de moderne kunst, sjtsjoekin, wassily kandinsky, zwarte vierkant
Posted in Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld
vrijdag, februari 26th, 2010
De tentoonstelling Recente Aanwinsten in museum de Hallen in Haarlem laat zien welke kunstwerken er de afgelopen 1,5 jaar door het museum zijn aangekocht. Het merendeel hiervan is fotografie of videokunst. Kunstcriticus Hans den Hartog Jager (1968) ging op 25 februari een gesprek aan met kunstenaars Erik van Lieshout (1968) en Renzo Martens (1973), van wie werk te zien is op de tentoonstelling.
Den Hartog Jager opent de avond door te vertellen wat hem intrigeert aan videokunst. Hij constateert dat de camera een bijzondere rol heeft; doordat mensen denken dat de camera exact laat zien wat er gefilmd wordt. Eigenlijk is de camera niet objectief, doordat mensen de neiging hebben zich anders voor te doen en doordat er gemanipuleerd kan worden met de camera. Ook in de films van Van Lieshout en Martens is de camera geen objectief venster. De kijker zal zich afvragen of dit de werkelijkheid is die we te zien krijgen.
De film Sex is sentimental van Erik van Lieshout begint wanneer hij een smsje krijgt van zijn assistente/geliefde Suzanne, waarin zij zegt over drieeneenhalf uur bij hem aan te komen. Van Lieshout schrikt hiervan, omdat zijn leven voorheen enkel om de kunst draaide. Hij leeft voor de kunst. Door middel van collages, het bewerken van foto’s van Suzanne en eindeloze gesprekken met zichzelf gaat Van Lieshout onderzoeken hoe hij als onafhankelijke kunstenaar om kan gaan met liefde.
Aanvankelijk wilde Van Lieshout een film maken die enkel over kunst zou gaan, maar legt hij uit: “Dat is dus helemaal niks, helemaal erg niks, nul, leeg, leeg, dubbel niks.” Wel bloeide op dat moment de liefde op tussen Van Lieshout en zijn assistente, wat eigenlijk ook een vorm van kunst werd. Zodoende is het een grappige en complexe film over de kunstenaar zelf, vol zelfspot.
Volgens Van Lieshout moet kunst heel persoonlijk zijn om goed te zijn. “Dat hele directe, dat geeft een kick, dat is super confronterend. Dat is goede kunst.” Op de vraag of de kijker Van Lieshout of een personage ziet in de film kan hij moeilijk antwoord geven, maar uiteindelijk komt de energieke kunstenaar tot de conclusie dat het altijd om de kunst gaat, zijn leven draait om kunst. Zijn film laat een transformatie zien van het echte leven tot kunst.
Renzo Martens film Episode 3 speelt zich af in Congo, waar hij de wereld van arme Afrikanen en westerse ontwikkelingshulp onder de loep neemt. Zijn film wordt vaak als documentaire gezien, maar is dat vanwege het persoonlijke aspect niet. Martens filmt alles zelf en komt duidelijk in beeld, op deze manier probeert hij zo open mogelijk te zijn. Zelf zegt hij als een representant van de westerling te fungeren, om zo twee werelden samen te brengen. “De film gaat over het kijken naar Congo, over mensen die naar andere mensen kijken. Op die manier probeer ik te verklaren waarom de wereld zo in elkaar zit. Ik probeer twee werelden samen te brengen.”
Martens is een rustige man, die doordacht over zijn werk praat. In de film is te zien hoe Martens een neonkunstwerk maakt met de tekst ‘Enjoy Poverty, please’, dat de Afrikanen met gejuich ontvangen. Hij roept hen op om gebruik te maken van hun armoede. Martens zegt zelf met dubbele gevoelens op deze periode terug te kijken; enerzijds was het een bijzonder gevoel om machtig te zijn tegenover arme mensen, maar tegelijkertijd heeft hij afschuwelijke dingen gezien. Dit is te merken aan de manier waarop hij erover verteld, haast aangeslagen lijkt hij zich te realiseren wat hij heeft meegemaakt. De heftige ervaringen vormden voor hem de reden om de montage van de film uit handen te geven.
Hoewel Erik van Lieshout en Renzo Martens totaal verschillende personen zijn en hun werk op het eerste gezicht verschillend lijkt, blijken er weldegelijk overeenkomsten tussen deze twee kunstenaars te zijn. Beide kunstenaars creëerden een film die zweeft tussen werkelijkheid en kunst. Ook vinden zij allebei dat kunst over zichzelf moet gaan. Een ander overeenkomst tussen deze kunstenaars is dat zij allebei onafhankelijk en vrij willen zijn, ze willen kunst maken zonder beïnvloed te raken door andermans mening. Vandaar dat Renzo Martens weinig loslaat over zijn volgende reis naar Congo.
Tags: congo, de hallen, episode 3, erik van lieshout, hans den hartog jager, neonkunstwerk, nynke, Nynke Besemer, renzo martens, sex is sentimental, videokunstenjoy poverty
Posted in Kunst, Reportage | Reacties uitgeschakeld
maandag, februari 22nd, 2010
Het GEM in Den Haag noemt zich niet zonder reden Museum voor actuele kunst; hier is aanstormend talent te zien. Bijvoorbeeld door tentoonstellingen te organiseren met werk van pas afgestudeerden van de Koninklijke Academie voor de Beeldende Kunsten (KABK). Zo heeft het museum op het moment elf studenten, die in 2009 zijn afgestudeerd, uitgenodigd om te exposeren op de expositie Now or Never, opdat zij nu of nooit groot kunstenaars zullen worden. Op de tentoonstelling is zowel schilderkunst, fotografie, installatie- als videokunst te zien.
De tentoonstelling begint met een fascinerend schouwspel, dat geen moment hetzelfde is: Veniamin Kazachenko (1982) is aan het werk. Kazachenko heeft een muurschildering aangebracht, waarop 11 zwarte figuren en 1 skelet op een witte achtergrond afgebeeld zijn. Of nou ja, dat was er op 20 februari te zien. Sinds die dag is Kazachenko aan het schilderen, in het museum, over de bestaande schildering heen. Al neuriënd gaat hij aan de slag met kwasten, hand of druipende verf, waarna er een nieuw beeld ontstaat. De bezoeker kan op ieder moment van het proces meekijken, terwijl Kazachenko lukraak verf neerkwakt, alsof hij niet doorheeft dat hij op zijn eerdere schildering werkt. Of toch wel? Die rode vlek lijkt wel een bloedneus! Kazachenko zegt zelf niet te weten hoe de voorstelling eruit komt te zien, die ontstaat tijdens het proces.
Een ander hoogtepunt op de tentoonstelling vormt het werk van Irene Cécile (1981). Met Als je goed kijkt zitten ze overal opent zij de ogen van de bezoeker. De foto’s, die speels aan touwtjes zijn opgehangen, laten zien dat er veel leuks in de wereld valt te ontdekken. Alledaagse dingen blijken opeens grappige vormen of situaties op te leveren, als we onze fantasie maar gebruiken. Dan blijken vogels opeens het woord sex te spellen of een hoopje stof een hond te verbeelden. De foto’s komen uit haar eigenlijke afstudeerproject in boekvorm en de ondertitel Handleiding tot een speelser leven draagt. Helaas is er vooralsnog geen uitgever gevonden die het boek wil uitgeven, maar het origineel is op de tentoonstelling te zien.
Ook het werk van Paul Beumer (1982) is het vermelden waard. Beumer gebruikt grote doeken waarop hij foto’s plakt waarna hij het doek te lijf gaat met grote klodders olieverf. Dit levert een spektakel op; van een afstand lijken het wandtapijten, wie dichterbij komt gaat steeds meer vormen en plaatjes herkennen. Er is voortdurend iets nieuws te ontdekken in deze complexe composities. Ook de sterke olieverfgeur is niet te missen, wat nog eens bevestigd dat het werk gloednieuw is.
Een hoek van de tentoonstellingsruimte is volgeplakt met houtskooltekeningen van Nare Eloyan (1988). Deze schetsen zijn gedurende haar opleiding ontstaan (2006-2010). Betekent dat dit enkel studies zijn voor ander werk? Zo maar wat schetsen, of valt er meer uit af te leiden? Het is jammer dat de toelichting ontbreekt. Juist omdat de tentoonstelling werk van opkomende kunstenaars laat zien, zou het leuk zijn als ze kort worden geïntroduceerd aan de bezoeker. Wat proberen ze te verbeelden en wat voor werk maken ze nog meer? Zonder uitleg roepen werken als Observatie van Milou Rabe (1984) vragen op, wat moeten we observeren in deze complexe installatie van lijnen en vlakken? Waar draait het om?
Met de tentoonstelling Now or Never laat het GEM zien dat kunstenaars afkomstig van dezelfde academie divers werk voortbrengen. Een aantal werken zullen bij de meeste bezoekers direct tot de verbeelding spreken, maar niet alle werken kunnen dit. Aan het eind van een bezoek aan de tentoonstelling zei een mevrouw: “Ik vind niet alles mooi”. Deze zin typeert een gemiste kans. Uiteraard is de waarde van kunst niet louter esthetisch, maar juist daarom zou een toelichting bij de kunstwerken hun waardering kunnen verhogen. Uitleg of achtergrondinformatie kan iets onbegrijpelijks vaak mooier maken. Daarom de tip om vóór een bezoekje aan het GEM de beschrijving over de tentoonstelling van de website te printen: het kan nog van pas komen.
Tags: als je goed kijkt zitten ze overal, GEM, handleiding tot een speelser leven, irene cecile, KABK, milou rabe, nare eloyan, now or never, nynke, Nynke Besemer, paul beumer, veniamin kazachenko
Posted in Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld
woensdag, februari 17th, 2010
De gevarieerde tentoonstelling For the blind man in the dark room looking for the black cat that isn’t there bijt het spits af in het nieuwe onderkomen van museum de Appel Jongensschool in Amsterdam. Er zijn uiteenlopende werken van verschillende kunstenaars te zien, die allen op hun eigen manier de wereld ontdekken.
Bij binnenkomst van de nieuwe tentoonstellingsruimte van de Appel is direct duidelijk dat er een transformatie heeft plaatsgevonden: het ruikt nog naar verf en het geluid van video-installaties galmt door het voormalig jongensschoolgebouw. De Appel is erg blij met haar nieuwe locatie en organiseert een aantal speciale activiteiten rondom de openingstentoonstelling. Zo gaf directeur Ann Demeester (1975) op zaterdagavond het woord aan curator Anthony Huberman, van het Contemporary Art Museum St. Louis (US), om zijn werkwijze toe te lichten. The blind man show is een reizende tentoonstelling, die op elke locatie anders is. Nu de tentoonstelling zijn vierde editie ingaat, geeft Huberman toe enigszins uit te hebben gevogeld waar de tentoonstelling over gaat.
De titel van de tentoonstelling roept direct vragen op. Het schijnt dat Charles Darwin een wiskundige vergeleek met a blind man in a dark room looking for the black cat that isn’t there. Je kunt je afvragen of het zin heeft als een blinde man op zoek is naar iets wat niet aanwezig is. Blijkbaar tornde Darwin aan het vermogen van wiskundigen; hij vond dat zij te abstract dachten. Je zou een kunstenaar met een wiskundige kunnen vergelijken; die speculeren ook met hun kunst. Aan hen is deze tentoonstelling opgedragen, althans dat is wat de titel suggereert. Huberman benadrukt dat kunst een andere vorm van kennis is dan wij gewend zijn, het is gebaseerd op een speculatief proces om kennis te vergaren. Dat is tevens de reden waarom kunst niet één antwoord geeft en waarom het niet altijd begrepen hoeft te worden.
Ook met de tentoonstelling wil Huberman niet slechts één antwoord geven. Wel wil hij de bezoekers nieuwsgierig maken, zodat zij erover nadenken wat ze gezien hebben. Het is het streven van Huberman om voldoende kennis te geven zodat de bezoeker interesse krijgt, maar tegelijkertijd ook niet te veel informatie, zodat de bezoeker wel na moet denken over hetgeen hij ziet. Dit licht hij toe met een parabool; wanneer er te veel informatie wordt gegeven daalt de nieuwsgierigheid.
De voormalige functie als school komt bij The Blind man show goed van pas, aangezien de tentoonstelling gaat over het vergaren van kennis. De speelse, nieuwsgierige werkwijze van kunstenaars die Huberman zo interesseert levert diverse kunstwerken op. De video Coffee van Ayse Erkmen laat zien hoe haar toekomst wordt voorspeld door koffiedik te kijken. Dit levert enigszins lachwekkende, maar tegelijkertijd onbegrijpelijke resultaten op. Dit is slechts één voorbeeld van in totaal 22 werken. Ze variëren van een kar gemaakt van alle denkbare materialen (Dave Hullfish Bailey), een spel om de vierdedimensie te bereiken(David William) tot een fotoserie van aardbeien die leert dat geen aardbei hetzelfde is (Hans-Peter Feldmann). Rachel Harrison laat met haar werk Voyage of the Beagle, Two 57 portretten zien van poppen, opgezette beesten en standbeelden. De bezoeker zal zelf het verband tussen deze koppen moeten achterhalen.
For the blind man in the dark room looking for the black cat that isn’t there geeft een breed beeld van kunstwerken en de methodes van kunstenaars. De notie dat kunst niet altijd begrepen hoeft te worden komt weleens van pas, aangezien het werk nogal wat vragen op kan roepen. Wetende dat curator Huberman de bedoeling had om nieuwsgierigheid op te wekken en duidelijk te maken dat er niet één antwoord is, maakt de tentoonstelling tot een geslaagd resultaat.
Tags: amsterdam, ann demeester, anthony huberman, ayse erkmen, coffee, dave hullfish bailey, david william, de appel, de appel jongensschool, For the blind man in the dark room looking for the black cat that isn’t there, hans-peter feldmann, kunstcentrum, nynke, Nynke Besemer, rachel harrison, vierde dimensie, voyage of the beagle
Posted in Kunst, Reportage | Reacties uitgeschakeld
donderdag, februari 4th, 2010
De opleiding Urban Design aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) bestaat 25 jaar. Om dit te vieren heeft de opleiding veertig (oud) docenten en oud-studenten gevraagd om hun visie op de Nederlandse openbare ruimte in 2035 te verbeelden. De deelnemers ontvingen zes witte planken van 30×30x30 centimeter, waar zij een kubus mee konden maken. Op de tentoonstelling We Think. We draw. We build. in de academiegalerie van de Hogeschool blijkt dat zes witte planken geheel verschillende resultaten op kunnen leveren.
Urban Design is een onderdeel van de opleiding Interior Design aan de HKU. Studenten leren de openbare ruimte vorm te geven, met die ruimte en de behoeftes van de gebruikers als uitgangspunt. Hierbij kan gedacht worden aan straten, pleinen, parken en wijken. Na 25 jaar zijn er veel studenten opgeleid die nu werkzaam zijn op dit gebied. Ondanks dat zij hetzelfde onderwijs hebben gevolgd blijkt al snel dat er diverse opvattingen en uitwerkingen zijn van hoe de openbare ruimte er in 2035 in Nederland uit zou kunnen zien.
Met de zes planken die iedere ontwerper heeft gekregen, zijn kubussen gecreëerd. De academiegalerie van de HKU is ingericht met deze witte kubussen, die op metalen stellages staan. Op het eerste gezicht lijkt dat erg steriel en lijkt er een eenheid te zijn tussen deze werken. Bij nader inzien blijkt geen enkele kubus hetzelfde te zijn. Een witte buitenkant kan heel goed het geheim van binnen bewaren. Vele ontwerpers hebben een aantal kleine gaatjes in het hout gemaakt, zodat de kubus als kijkdoos werkt. Een kijkdoos met daarin de toekomst.
Een kijkdoos is eigenlijk best spannend. Je weet dat er iets in zit, maar je kunt het alleen van dichtbij bekijken, en er is niemand die met jou mee kan kijken. Er is niemand die op hetzelfde moment hetzelfde kan zien. De kleine tuurgaatjes nodigen je uit, terwijl de dichte wanden tegelijkertijd de kijker afstoten.
De interpretatie van het thema ‘de openbare ruimte in 2035’ verschilt sterk op de tentoonstelling. Zo zijn er werken waarbij je letterlijk kunt zien hoe de wereld er in 2035 wellicht uitziet. Neelke Arts laat concreet zien hoe er met het probleem van een beperkte mogelijkheid tot waterberging moet worden omgegaan in haar werk Groen is gras, groen is gras, op mijne daken…. Doordat weilanden zullen worden gebruikt voor waterberging, zal er elders meer groen bijkomen. Zodoende verandert de stad in een groen paradijs met natuur op de daken.
Niet alle kubussen geven een visueel beeld van de toekomst. Andere ontwerpers verbeelden met hun werk hun idealen, gedachten of werkwijze. Wim Marseille heeft de zes planken scheef tegen elkaar aangezet. Hierdoor kun je door de spleten naar binnen kijken, terwijl daar niets in geplaatst is. De titel Schoonheid zit van buiten verklaard waarom hij dit heeft gedaan. Hij probeert je op een speelse manier los te krijgen van bestaande gedachten, zodat je op andere ideeën komt.
De tentoonstelling draagt de titel We Think. We draw. We build.. Driemaal ’we‘ suggereert dat deze ontwerpers een team vormen. Enerzijds zijn de ontwerpers een team, ze hebben dezelfde opleiding genoten en hebben een kubus gemaakt rond hetzelfde thema. Tegelijkertijd is geen enkele kubus of boodschap hetzelfde en staan de ontwerpers dus op zichzelf. Geen enkele ontwerper is hetzelfde, dus hun ontwerpen ook niet. Dat is een mooi vooruitzicht; Nederland zal er in 2035 divers uitzien en dus niet vervelen.
Tags: academiegalerie, groen is gras, hku, interior design, kijkdoos, neelke arts, nynke, Nynke Besemer, Recensie, schoonheid zit van buiten, urban design, we think. we draw. we build., wim marseille
Posted in Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld