Posts Tagged ‘Mondriaan’

|

Aboriginal art today! is veel meer dan alleen stipjes

maandag, juli 26th, 2010

Het Aboriginal Art Museum te Utrecht toont met Aboriginal art today! de diversiteit van de Aboriginal kunst. Sinds de jaren ‘70 heeft de Aboriginal kunst door contact met de westerse cultuur een verandering ondergaan. De combinatie van traditionele en vernieuwende kunstwerken zorgt voor een verrassende tentoonstelling. Er wordt een breed beeld geschept van de Aboriginal kunst, die net als westerse kunst wat te bieden heeft voor iedereen.

De tentoonstelling toont een overzicht van hedendaagse Aboriginal kunst vanaf 1970. Voorheen maakten Aboriginals ceremoniële objecten voor eenmalig gebruik, maar vanaf de jaren ’70 zijn zij bewust kunst gaan maken. De authentieke beeldtaal en technieken worden toegepast op doek en hout zodat het verkoopbaar is. Sinds die tijd kopen ook Nederlandse musea en verzamelaars Aboriginal kunst. In de tentoonstelling is zowel werk van particuliere verzamelaars, alsook van musea (waaronder het Groninger Museum, Wereldmuseum Rotterdam en uiteraard het Aboriginal Art Museum) te zien.

Abstract fantasierijk
De traditionele Aboriginal schilderijen zijn zonder voorkennis niet erg toegankelijk, maar bieden tegelijkertijd de mogelijkheid om als autonoom werk te worden beschouwd. Zonder voorkennis lijken de stipjes-schilderijen abstract, maar voor de Aboriginals vertellen deze werken vaak over de droomtijd: een andere tijdsdimensie waarin de wereld werd gecreëerd door hun voorouders. De Aboriginals herkennen de sporen die zij hebben achtergelaten en proberen ze terug te roepen door middel van dans, zang en vertellingen. De titels verwijzen veelal naar een plek of een droom, wat ons de mogelijkheid geeft om zelf te bepalen wat het voorstelt.

Mooi contrast
Sommige werken zijn op natuurlijke materialen aangebracht, zoals Wadjina-figuren op boombast. Twee figuren boven elkaar – zonder mond, maar met stralenkrans – zijn zeer treffend afgebeeld. De witte, enigszins doorschijnende verf op de donkere barst creëert diepte, terwijl tegelijkertijd de houtstructuur nog zichtbaar is. Als omlijsting zijn er stukken bamboe om de kromme boombast bevestigd. Dit lijkt het ultieme Aboriginal kunstwerk, waardoor je des te meer wordt verrast door het werk van Paddy Bedford (ca. 1922-2007) dat om een hoekje hangt. Zijn schilderij Untitled uit 2004 doet door de primaire kleuren en zwarte strepen aan als een Mondriaan met vloeiende lijnen. Achter glas en met strakke witte lijst staat het in contrast met de boombast-schilderingen, als het ultieme bewijs dat Aboriginal kunst veelzijdig is.

Ook andere werken, zoals het schilderij Thundi (2008) van Mirdidingkingathi Juwarnda Sally Gabori (ca.1924), zou niet misstaan tussen westerse kunst. De dikke vegen oranje, witte en zwarte verf creëren een abstract beeld dat niet direct aan Aboriginal kunst doet denken.  Even verderop brengen de YawkYawk sculpturen je weer in Aboriginal sferen. De beelden zijn uit hout gesneden, maar zijn tegelijkertijd simpel, met prachtige versieringen en zelfs een haardos. Deze kunstwerken moet je in het echt zien om te ervaren met welke precisie de details zijn aangebracht.

Vermenging van Aboriginal en westerse cultuur
De grootste verandering in Aboriginal kunst is te zien in het werk van stedelingen. Zij zijn wel van oorsprong Aboriginal, maar doordat ze niet op traditionele wijze leven, laat hun kunst de vermenging met de westerse cultuur zien. Zo stelt Richard Bell (1953) met zijn werk Sanctions (1992) de positie van de Aboriginals ter discussie. Met dikke lagen acrylverf verbindt hij afbeeldingen van slaven en traditionele Aboriginal kunst. In de verf heeft hij symbolen uit zowel de westerse als de Aboriginal cultuur uitgespaard.

Aboriginal art today! toont de diversiteit van de hedendaagse Aboriginal kunst. Uiteraard zijn er de welbekende roodbruin, gestipte schilderijen, maar Aboriginal kunst blijkt zoveel meer dan je in eerste instantie verwacht. Juist door de verrassende combinatie van traditioneel en vernieuwend werk, aardkleurige en kleurrijke schilderijen brengt de tentoonstelling de Aboriginal kunst tot leven.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Recensie | 1 Comment »

Mondriaan, Breitner en Chagall zij aan zij in het Joods Historisch

zondag, mei 30th, 2010

Het Joods Historisch Museum in Amsterdam toont dit voorjaar met haar tentoonstelling Gedurfd Verzamelen, van Chagall tot Mondriaan drie prachtige uitzonderlijke Joodse collecties contemporaine kunst van rond 1900. Aan de hand van deze tentoonstelling laat het museum zien dat deze drie verzamelaars een belangrijke rol in het ontdekken en verzamelen van contemporaine kunst in Nederland hadden.

Na overrompeld te zijn door de huidige tentoonstelling van ‘de buren’ Matisse tot Malevich in De Hermitage en te denken alle grote pioniers van het modernisme te hebben gehad, is niets minder waar. Direct om de hoek, bij het Joods Historisch Museum wordt iedere verwachting van de moderne kunstliefhebber wederom overtroffen. Paul Klee, Piet Mondriaan, Marc Chagall, Georges Breitner, Isaac Israëls, Leo Gestel en andere grootheden onder één klein, helaas ietwat onderbelicht, dak.

Deze kunstenaars werden begin twintigste eeuw verzameld door drie Joodse kunstliefhebbers; Andries van Wezel (1856-1921), Willem Wolff Beffie (1880-1950) en Salomon Slijper (1884-1971). Dit drietal wordt informatief uitgelicht door het tonen van een selectie uit hun verzameling. De persoonlijke voorkeur van elk van de verzamelaars komt duidelijk naar voren. Uit Wezels verzameling is Georges Breitners Damrak te Amsterdam te zien. Uit Beffie’s verzameling is Marc Chagall’s Violist en uit Slijpers verzameling Mondriaans Zelfportret te bewonderen. Dit is een optelsom van een bijzondere en verrassende combinatie van een groot aantal kunstwerken. Gezien dit grote aantal hangen de werken erg dicht op elkaar en de ruimte is naar mijn mening dan ook te klein. Sommige stukken hebben meer ruimte nodig om het best ‘ uit de verf ’ de komen.

In de loop van de twintigste eeuw is de collectie van Beffie uiteen gevallen. Dankzij particuliere documenten kon het Joods Historisch Museum zijn verzameling reconstrueren en opsporen in musea wereldwijd. Gelukkig bleef de collectie van Van Wezel intact door een nalatenschap aan het Rijksmuseum. Ook Slijpers’ omvangrijke verzameling bleef in Nederland bijeen doordat hij deze naliet aan het Gemeentemuseum Den Haag.

Het drietal had de missie om betrekkelijk onbekende kunstenaars te bewonderen, (financieel) te ondersteunen en aan te kopen. Deze kunstenaars waren grondleggers van stromingen uit de moderne kunst, zoals de Haagse School, Amsterdams impressionisme en internationaal modernisme. Inmiddels zijn zij bijna allemaal internationaal gewaardeerde kunstenaars. Als visionairs gedroegen de verzamelaars zich voor die tijd behoorlijk tegendraads: aankopen werden door anderen gezien als een ‘grap’, vooral  de betrekkelijk ‘ongewone’ schilderijen van Marc Chagall werden vol onbegrip en afschuw bekeken. In tegenstelling tot tijdgenoten die liever bleven bij het verzamelen van klassieke schilderkunst, durfden deze drie verzamelaars te kiezen voor nieuwe onbekende namen met een onbekende voorstelling, compositie en uitdrukking.

In het midden van de tentoonstellingruimte wordt een film vertoond welke zowel informatief als vermakelijk is. Het plaatst de getoonde werken in een historische context. Jammer is dat aanvullende achtergrond informatie over de inhoud van de kunstwerken zelf minimaal is. Er wordt meer nadruk gelegd op de verbinding en historie van alle kunstwerken dan op de inhoud van de stukken zelf.

Gedurfd Verzamelen is een must-see, niet alleen voor liefhebbers van avant-garde kunst. Het geeft ook een historische context van de Joodse verzamelaars in Nederland begin twintigste eeuw. Bovenal is dit een grote reeks meesterwerken die iedere kunstliefhebber van dichtbij moet hebben gezien.

Tags: , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Home, Kunst, Recensie | 1 Comment »

Gemeentemuseum plaatst Cézanne, Picasso en Mondriaan in nieuw perspectief

woensdag, november 4th, 2009

Dit najaar is er in het Gemeentemuseum Den Haag de tentoonstelling Cézanne – Picasso – Mondriaan. In nieuw perspectief over de drie protagonisten van de aanloop naar de moderne kunst te zien. Het Gemeentemuseum beheert de grootste collectie Mondriaans en dat is te zien aan de nieuwe draai die het ze aan de tentoonstelling, die eerder al in Frankrijk te zien was met alleen Cézanne en Picasso, heeft gegeven. Vandaar ook de ondertitel In nieuw perspectief

In de tentoonstelling wordt Paul Cézanne (1839-1906) gepresenteerd als de ‘vader van de moderne kunst’. Eigenlijk zouden ze hem de ‘grootvader’ moeten noemen. De vader van de moderne kunst is eigenlijk Pablo Picasso (1881-1973), die rond 1900 brak met het centraal perspectief en met zijn kubistische werk de periode van de moderne kunst inluidde. Hij werd hiertoe rechtstreeks geïnspireerd door Cézanne. Picasso zou het figuratieve echter niet loslaten.

Abstractie
Wie de eerste schilder was die compleet abstracte werken zou maken is niet bekend. Wassily Kandinsky en Frantisek Kupka worden beiden weleens genoemd. In ieder geval is Piet Mondriaan (1872-1944) een van de bekendste abstracte schilders. Hij zocht naar een vorm van absolute kunst waar hij zijn theosofisch gedachtegoed in kon uiten. Geïnspireerd door een tentoonstelling in 1911 in Amsterdam met kubistische kunst vertrok hij in 1912 naar Parijs. Vanaf dat moment zou hij in zijn werk gaan ‘abstraheren’ van de werkelijkheid om uiteindelijk compleet abstracte kunst te maken. Op die manier loopt de ‘familielijn’ van de moderne kunst van Cézanne naar Picasso naar Mondriaan, van postimpressionisme naar kubisme naar abstractie.

Tijdslijn
Wie
tot wat heeft geïnspireerd is eigenlijk niet samen te vatten in een dergelijk lineair proces. De tentoonstelling heeft dit gelukkig duidelijk aangegeven, door onder meer aan te geven dat er meerdere routes mogelijk zijn. In de laatste zaal – of de eerste, het hangt af van de route die je kiest – is een tijdsbalk te zien waarop staat aangeduid in welk jaar de tentoongestelde werken zijn vervaardigd. De werken zelf hangen niet chronologisch op zaal, maar zijn thematisch gerangschikt naar landschappen, stillevens en menselijke figuren. In iedere zaal hangen bordjes met te veel tekst om deze thema’s uit te leggen. Kern van het verhaal: Picasso bleef gespecialiseerd in menselijke figuren, een onderwerp dat ook Cézanne goed beheerste, maar Mondriaan in veel mindere mate. Daarentegen waren Cézanne en Mondriaan juist weer erg bedreven in het landschapsgenre. Vooral de schilderijen van de Mont Sainte-Victoire (bij Aix-en-Provence in Frankrijk) van Cézanne zijn meesterwerken.

Misser
Het is enigszins jammer dat hèt werk van Picasso, hèt werk dat meerdere keren genoemd wordt op de tekstbordjes als het eerste abstracte schilderij – Les Demoiselles d’Avignon (1907) – niet op de tentoonstelling te zien is. De topstukken van Mondriaan, zoals Victory Boogie Woogie (1942-1944) hangen gelukkig wel op zaal. Het Gemeentemuseum Den Haag beheert de grootste collectie Mondriaans en dat is te zien aan de nieuwe draai die ze aan de tentoonstelling, die eerder al in Musée Granet in Aix-en-Provence te zien was met alleen Cézanne en Picasso, heeft gegeven. In Frankrijk werd uitgelicht waarom Picasso Cézanne zijn ‘artistiek vader’ noemt en hoe Cézanne’s werk Picasso inspireerde tot het kubisme. In het Gemeentemuseum wordt daar nog een laag aan toegevoegd, namelijk hoe het kubisme aanleiding gaf tot Mondriaans abstractie en hoe daarmee Cézanne, als het ware, Mondriaans ‘grootvader’ wordt.

Meesters
Want is het niet zo dat we Cézanne anders zijn gaan waarderen nadat we hebben gezien wat Picasso er mee heeft gedaan? Na het zien van de tentoonstelling kun je concluderen dat Cézanne worstelde met de natuur op het platte vlak en inschatten hoeveel humor en levensvreugde Picasso’s werken bevatten ten opzichte van de serieuzere ingetogen werken van Mondriaan. De interpretatie van kunst is niet statisch, zij kan veranderen door het werk te plaatsen in nieuw perspectief. Maar de drie schilders blijven hoe dan ook meesters.

Tags: , , , , , , ,
Posted in Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld

Avant-gardes ’20 | ’60: Overzicht der vooruitstrevenden

maandag, augustus 3rd, 2009

Alvorens het Stedelijk Museum Amsterdam heropent is een deel van haar collectie nog eenmaal te gast in het Van Gogh Museum, waar van 26 juni t/m 23 augustus 2009 de tentoonstelling Avant-gardes ’20 | ’60 plaatsvindt. Circa 70 kunstwerken laten zien hoe kunstenaars in de jaren ’20 en ’60 van de twintigste eeuw tegen de gevestigde orde in gingen en tevens de term ‘kunst’ ter discussie stelde.

De tentoonstelling splitst zich in twee verdiepingen op en begint op de begane grond in het Europa van de twintiger jaren. Door middel van experimenten en het gebruik van nieuwe media probeerden de kunstenaars te reageren op de veranderingen van hun tijd. Dit werd gedaan op diverse manieren, waardoor er zowel schilderijen, foto’s, meubels als maquettes te zien zijn. Zo hangen er onder andere schilderijen van Picasso, Malevich en Mondriaan, maar bijvoorbeeld ook een affiche van een DaDa-beurs. Vooral fotografie werd gezien als het perfecte middel om de nieuwe wereld weer te geven.

De wijze waarop en de reden waarom de kunstenaars reageerden op de samenleving verschilde sterk. Deze diversiteit zorgde voor uiteenlopende stromingen binnen de kunst en een gevarieerde selectie kunstwerken op deze tentoonstelling. Aangezien deze stromingen vaak plaats- en tijdafhankelijk waren is er een poging gedaan om de tentoonstellingsruimte te ordenen.Tevens wordt er in de tekst bij de werken uitgelegd waarom het werk bij een bepaalde stroming hoort. Toch zou enige voorkennis over de maatschappij in die tijd helpen om de opzet beter te begrijpen.

Op de eerste verdieping, waar de tentoonstelling verder gaat met werken uit de jaren ’60, kan je, net als op de begane grond, in één oogopslag zien in welke plaats en in welk jaar de kunstwerken gemaakt zijn. Doordat kunstenaars in deze tijd veelal op dezelfde manier als in de jaren ’20 werkten – met abstractie, monochroom, collage en assemblage – worden de kunstenaars neo-avant-gardisten genoemd. Toch zijn er ook verschillen. Zo staat de kunst in de jaren ’60 minder in dienst van maatschappelijk ideeën. Hier is ook kunst uit de Verenigde Staten te zien; het Stedelijk Museum was namelijk een museaal doorgeefluik tussen de VS en Europa in de jaren ‘60. Van videokunst van Robert Morris tot een zaag van Claes Oldenburg, de tentoongestelde werken vormen een gevarieerd totaal.

Doordat het Stedelijk zich al vanaf de jaren ’30 op de moderne kunst en fotografie richtte heeft zij een degelijke en gevarieerde collectie, waarvan hier slechts een klein deel te zien is. Ook de vele eigentijdse tentoonstellingen die het Stedelijk sinds de dertiger jaren organiseerde hebben ertoe geleidt dat het museum vroeg aankopen deed van opkomende kunstenaars en volgens eigen zeggen één van de belangrijkste collecties moderne kunst en vormgeving ter wereld bezit.

De tentoonstelling Avant-gardes ’20 | ’60 wordt afgesloten met een maquette, foto’s en 3D-animaties van het nieuwe Stedelijk Museum. Volgens directeur Gijs van Tuyl, te zien in de documentaire ‘Building the Stedelijk’, wordt het nieuwe museum een “visueel spektakel”. De heropening van het museum zal wegens vertraging van de bouwwerkzaamheden pas in maart of april 2010 plaatsvinden. Tot die tijd zullen we ons tevreden moeten stellen met de gastvrijheid van het Van Gogh Museum en genieten van een prachtige selectie Avant-garde kunst.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld

|