dinsdag, april 24th, 2012
De mens heeft veel gemene delers. Zo hebben we een concentratiespanne van ongeveer 50 seconden per lied en verbranden we 150 calorieën per uur wanneer we met ons hoofd tegen de muur slaan. Sommige delers zijn echter letterlijk gemeen. Wanneer je het spelletje van het leven eindelijk door hebt is het al afgelopen en wanneer de wereld door al je kennis eindelijk groter wordt krimpen je hersenen alweer. De Gemene Deler is de show van Maarten van Roozendaal waarin hij met gevoelige liedjes, het liefst natuurlijk onder de 50 seconden, het publiek vertelt over het leven.
Een piano en een diepe stem, meer heeft Maarten van Roozendaal niet nodig om de zaal in de Kleine Komedie plat te spelen. Met humor en scherpzinnigheid in zijn liedjes krijgen verschillende emoties van de mens een plek in de voorstelling. Aan de hand van feiten en gemiddelden vat hij heel kort door de bocht het leven van de mens samen. Ook luchtigere anekdotes komen voorbij, maar het blijft een verhaal over de ‘gemene’ deler, de nare dingen die wij gemeen hebben. Zo krijgt het overgrote deel van de bevolking te maken met kanker, de grootste gemene deler die er is.
De grootste gemene deler
Maarten van Roozendaal zet niet alleen zijn teksten in om het publiek te bereiken. Hij speelt ook in op de verbeeldingskracht die het publiek bezit in een experiment. Een lied zonder tekst, het publiek opgedeeld in vieren en elk kwart krijgt een eigen onderwerp waar het lied over gaat. Voor sommigen een zware kluif met als onderwerp de grootste gemene deler ‘kanker’, voor anderen een paar hilarische minuten wanneer het nummer over dieren gaat. De muziek verandert daardoor ineens in een WNF-reclame tune.
Van Roozendaal speelt hier met het verschil in interpretatie, wat enkele keren in zijn voorstelling terug komt. Zo speelt hij een gevoelig lied over ruzie tussen ouders, waarbij de ouders niet meer tegen elkaar spreken. Een aantal mensen in het publiek komen niet meer bij van het lachen, terwijl anderen het een zwaar nummer vinden: een andere interpretatie maakt duidelijk een wereld van verschil. Hierdoor krijgt de voorstelling kracht en bagage, waardoor de ervaring van elke toeschouwer anders is.
Zekerheden
Gemeen is het volgens van Roozendaal. Gemeen dat, van de enige twee zekerheden van het leven, we niets zeker weten. “We kunnen ons niet meer herinneren hoe we zijn geboren, we weten nog niet hoe we dood gaan.” Een aantal dingen kunnen we gelukkig wel zeker weten. Zo is het de beste optie om te scheiden na 14 jaar. Doe je dat niet, houdt er dan wel rekening mee dat zij 82,5 jaar oud wordt. Ook weten we zeker dat momenteel alles over Wilders gaat volgens van Roozendaal. Het nieuws, integratie, politiek, maar ook het lied wat van Roozendaal zingt gaat over Wilders, wat deze stellingname direct bevestigt.
Door de feiten te noemen die aansluiten op de onderwerpen van de nummers krijgt het publiek een interpretatiekader aangediend, waardoor de voorstelling meer inhoud krijgt. De Gemene Deler is een voorstelling met veel pit, gevoel, maar vooral kracht. Kracht in de teksten, in de stem en in het bespelen van het publiek. Een performance waarvan met recht gezegd kan worden: dit is hoe een voorstelling zou moeten zijn.
Tags: De Kleine Komedie, Kleine Komedie Amsterdam, Klik Producties, Maarten van Roozendaal, Marleen van Dijk, Muziek, Muziektheater, Recensie, Theater, van Roozendaal
Posted in Recensie, Site, Theater | No Comments »
zondag, april 22nd, 2012
Het lijkt wel een trend bij moderne dansgezelschappen: programma’s opzetten waarin jonge choreografen mogen werken met dansers van het gezelschap. Na Brand New van Conny Janssen Danst en Switch van het Nederlands Danstheater presenteert Dansgroep Amsterdam van choreografe Krisztina de Châtel voor de tweede keer Viewture. Voor deze editie maakten choreografenduo Ivgi & Greben, Jussi Nousiainen en Sjoerd Vreugdenhil nieuw werk. Het strakke, witte decor- en lichtontwerp van Vreugdenhil voor alle drie de stukken zorgt voor de structuur van de avond. Hij maakt een memorabel scenebeeld dat helaas meer bijblijft dan de choreografieën zelf.
In I could almost taste you baby van Uri Ivgi en Johan Greben voeren de hard kreunende dansers alle mogelijke seksposities uit. Zij wisselen tussen weinig verhullende poses en spectaculaire kamasutra standjes. Man op vrouw, vrouw op vrouw, en man op man, er worden geen combinaties geschuwd. Hoeveel indruk al dit seksueel geweld ook op het publiek maakt, een diepere laag om het stuk interessant te maken ontbreekt. Het is zeker niet de eerste keer dat neukbewegingen als dans worden opgevoerd, en Ivgi & Greben voegen weinig nieuws toe. Een stuk dat weliswaar zal aanslaan, want ‘seks sells’, maar dat verder weinig aan het lijf heeft.
Overvloed
De relatie tussen universele gevoelens als verdriet en eenzaamheid en onze persoonlijke ervaring daarvan staat centraal in AWOOM – Are We One Or More van Jussi Nousiainen. De in stemmig zwart gehulde dansers voeren het stuk op zowel technisch als expressief vlak overtuigend uit. Vooral Natasha Rodina valt op met haar krachtige maar toch gevoelige uitstraling en jaloersmakend goede techniek.
Hoewel AWOOM een sterk begin heeft, met mysterieus fluisterende stemmen in de duisternis, verdrink je als toeschouwer al snel in een teveel aan bewegingen. Nog maar weinig van de thematiek komt in de bewegingen naar voren. Een ontroerend einde met een duet tussen de videoprojectie van een vrouw en een ‘live’ man kan hier helaas geen redding meer bieden.
Een fleurig geraamte
Sjoerd Vreugdenhil baseert zijn stuk op zijn herinneringen aan zijn danscarrière, ‘toen zijn lichaam nog in volle glorie was.’ In zijn stuk is de hoofdrol weggelegd voor een met bloemen begroeid skelet. Een ietwat bizarre maar fascinerende vondst, wat het concept meteen duidelijk maakt.
Vreugdenhil maakt duidelijke keuzes in het gebruik van licht, muziek en decor. Hierdoor creëert hij sterke beelden, zoals het moment waarop het gigantische kamerscherm door de ruimte geslingerd wordt. Once I was Body ontbeert helaas een heldere structuur die de toeschouwer houvast geeft. Ook hier is teveel dansmateriaal met te weinig relatie tot het thema. Ondanks de inleving van de dansers kan het versierde skelet daarom de show stelen.
Overkill
In Viewture II staat vooral de techniek van de dans op een hoog niveau. De dansers doen erg hun best om de stukken goed te brengen, maar geen van de choreografieën maakt een sterke indruk. Inhoudelijk gebeurt er veel te weinig en choreografisch weer veel te veel. Teleurstellend dat het gezelschap van de minimalistische choreograaf Krisztina de Châtel nu een programma presenteert met zo’n enorme ‘overkill’.
Tags: choreografie, dans, dansgroep amsterdam, ivgi & greben, jussi nousiainen, krisztina de châtel, natasha rodina, Pauline Weijs, Recensie, sjoerd vreugdenhil
Posted in Recensie, Theater | No Comments »
vrijdag, april 20th, 2012
In samenwerking met de dansopleidingen P.A.R.T.S (Brussel) en SNDO (Amsterdam) geeft Springdance twaalf jonge choreografen de kans hun werk te tonen aan het grote publiek. Een van deze choreografen is Setareh Fatehi Irani. In een interview met CultuurBewust.nl vertelt zij over haar werk en haar deelname aan het Springdance Festival 2012.
Wat vind je ervan dat je jouw stuk mag laten zien aan het publiek van het Springdance Festival 2012?
“Springdance is een van de dansfestivals die het concept van dansen en de kunst van het entertainen uitdagen. Daarnaast staat het festival open voor verschillende kunstvormen en dansdisciplines. Voor mij als jonge choreograaf is het een mooie kans om mijn werk te laten zien aan een publiek dat vooral bestaat uit mensen uit hetzelfde vakgebied, waardoor ik veel feedback kan krijgen over hoe ik mijn carrière verder kan ontwikkelen.”
Kun je in één of twee zinnen uitleggen waar je choreografie over gaat?
“Ik denk dat de titel Deportment class for supreme leaders de beste uitleg geeft. We ontdekken de bewegingen van de leider in een aantal vreemde situaties die we voor haar bedacht hebben.”
Wat is precies het doel van je choreografie?
“We benadrukken de passieve rol van het publiek en proberen hen hiervan bewust te maken, maar het is niet ons doel om het publiek hiermee aan te zetten tot actieve deelname. In deze show is de kijker een observant van een onderzoek dat wordt overgebracht via het lichaam van de artiest.”
Streef je naar begrip van dit stuk?
“Natuurlijk streef ik altijd naar begrip, maar begrip betekent in mijn ogen niet dat we allemaal dezelfde onderliggende boodschap uit het stuk halen.”
Als er een boodschap is die je het publiek met deze performance zou willen meegeven, hoe luidt deze dan?
“Ik kan niet zozeer een overkoepelende boodschap noemen die ik aan het publiek wil meegeven. Maar ik probeer wel altijd naar mijn eigen achtergrond te verwijzen, waar ik vandaan kom en hoe ik de wereld zie. Met andere woorden, ik wil het publiek liever mijn levensvragen laten zien in plaats van hen antwoorden te geven op deze vragen.”
Wie is je grootste voorbeeld?
“Ik ben lange tijd terug al mee gestopt om een choreograaf als voorbeeld te nemen voor mezelf. Maar een van de choreografen waar ik veel van geleerd heb in de tijd dat ik met haar werkte en waardoor ik geïnspireerd ben is Debora Hay.”
Wat wil je graag bereiken in de toekomst als choreograaf?
“Op dit moment wil ik vooral nog meer fysieke mogelijkheden van mensen ontdekken. Hoe bewegen we en waardoor worden deze bewegingen beïnvloed. Om dit te ontdekken let ik goed op iedereen met wie ik werk om na te gaan wat mij heeft doen bewegen zoals ik nu beweeg. Ik ben benieuwd wat de toekomst brengt.”
Tags: dans, Deportment class for supreme leaders, Interview, jonge choreografen, Setareh Fatehi Irani, Springdance 2012
Posted in Interview, Site, Theater | No Comments »
vrijdag, april 20th, 2012
Mozarts wereldberoemde opera Le Nozze di Figaro is een verhaal vol humor en romantische verwikkelingen. Deze lente waagt de Nationale Reisopera zich aan een nieuwe uitvoering met badjassen en Michael Jackson-moves. De moderne verwijzingen doen echter niets voor de voorstelling en de degelijke zang kan deze teleurstellende productie over Figaro’s bruiloft niet redden.
De vier-akter Le Nozze di Figaro, oftewel ‘De bruiloft van Figaro’, is een achtiende-eeuwse opera van Mozart met teksten van Lorenzo Da Ponte. Het verhaal speelt zich af in het huis van graaf Almaviva in Sevilla. De wellustige graaf heeft een oogje op het kamermeisje Susanna, die verloofd is met de bediende Figaro. Susanna en Figaro proberen uit alle macht hun baas in een valstrik te lokken en hem publiekelijk te vernederen. Daarbij raken de personages verstrikt in een komische warboel van listen.
Moderne interpretatie
De Nationale Reisopera heeft ervoor gekozen om met behulp van eigentijdse kleding en bewegingen de opera een tikje moderner te maken. Een eerste poging hiertoe wordt in Mozarts bekende ouverture gedaan met het doorbreken van de zogenaamde vierde wand. Een volle vijf minuten staan de zangers stil en staren ongegeneerd het publiek aan. Deze ongewone opening is misschien vernieuwend, maar al dat getuur voelt vooral ongemakkelijk.
Willekeur
Regisseur Gijs de Lange lijkt ook de rest van de voorstelling niet goed te weten hoe hij een nieuwe draai aan de opera wil geven. Voor de zekerheid schijnt hij een stuk of drie verschillende ideeën tegelijk uit te proberen. Zo wordt nu en dan de illusie van een filmset gecreëerd door camera’s en lichten op het podium te plaatsen. Ondertussen wordt een poging gedaan het verhaal met ‘per ongeluk’ openvallende badjassen en Halloween-achtige kamermeisjeskostuums wat sexier te maken. Om het af te maken wordt er hier en daar een willekeurige verwijzing naar Michael Jackson ingegooid.
Moonwalken op een aria
Wat de opera mist aan structuur wordt enigszins gecompenseerd door het uitbundige acteerspel van de zangers. Vooral Karin Strobos, die de rol van de altijd verliefde puberjongen Cherubino speelt, valt op. Ze krijgt het voor elkaar jongensachtig op hielen rond te lopen en haar ondeugende blik is tot op de laatste rij te zien. Strobos beschikt bovendien over een prettige, lichte mezzosopraan en zingt een mooi Voi che sapete. Waarom ze tijdens deze aria aan het moonwalken slaat is echter onbegrijpelijk. Behalve Strobos zijn er nog een aantal degelijke stemmen in het gezelschap, zoals de bariton van ‘graaf’ John Chest en soprane Johanni van Oostrum, maar echt opvallend is de zang in deze voorstelling niet.
Moeizame uitvoering
In de operawereld lijken innovatieve interpretaties van de klassieke voorstellingen een vereiste te zijn. De sporadisch afwezige vierde wand en moonwalking zijn hierop het weinig originele antwoord van de Nationale Reisopera. Met deze moderne invullingen zijn ze de verhaallijn uit het oog verloren, met als resultaat een rommelige opera. De zangers van het gezelschap zijn over het algemeen prima, met een paar verrassingen zoals de expressieve mezzosopraan Karin Strobos. In deze wat moeizame uitvoering van Le Nozze di Figaro komen Mozarts schitterende muziek en de gevatte teksten van Lorenzo da Ponte echter niet tot hun recht.
Tags: Claire Ormshaw, De Nationale Reisopera, John Chest, Karin Strobos, Le Nozze di Figaro, Margot Overman, michael jackson, Mozart, Nederlands Symfonie Orkest, Opera, Recensie, Theater
Posted in Recensie, Theater | No Comments »
donderdag, april 19th, 2012
Het is inmiddels een traditie van het Korzo theater: iedere lente presenteren zes veelbelovende dansmakers nieuw werk tijdens Voorjaarsontwaken. Zes stukken op één avond blijkt een hele zit te zijn, maar voor wie op zoek is naar jong talent is dit minifestival zeker het bezoeken waard.
De slechtste opening die de organisatie had kunnen bedenken is In the midst of confusion door Jasper Dzuki Jelen en Mojra Vogelnik-Skerij. Dit stuk is namelijk zó goed dat het gelijk het hoogtepunt van de avond is. In hun duet vormen de twee dansers een perfect geoliede machine met volledig vertrouwen in elkaar. Vanuit één simpele beweging bouwen zij hun stuk uit naar steeds gecompliceerdere lifts die elkaar bijna non-stop opvolgen.
Spectaculaire bewegingen
Iemand die ook ingewikkelde lifts gebruikt is Melissa Ellberger met haar danspartner Romain Touron. Dit is, gezien haar achtergrond als circusartieste, niet verrassend. Deze uitvoering van Re – – act is nog maar een voorproefje, want de eigenlijke première van het stuk staat pas gepland op 27 april in De Gouvernestraat. In deze Dansateliers-productie doet ze regelmatig het publiek versteld staan met spectaculaire bewegingen en lifts, maar inhoudelijk mist dit stuk nog een laag.
Ederson Rodrigues Xavier kampt met datzelfde probleem. Hij neemt als bewegingsthema negen verschillende manieren om elkaar te begroeten, zoals de kus op de wang of een knikje met het hoofd. Dit leidt tot goed uitgevoerde en originele bewegingen, maar de vraag is wat hij ermee wil zeggen. Daarnaast mist het stuk een duidelijk verloop en wordt het al snel eentonig. Dat na drie andere stukken de aandacht bij het merendeel van het publiek begint te verslappen helpt ook niet mee.
Theater, film en percussie
Anna Réti levert als enige soliste een indrukwekkende prestatie. Met veel gevoel voor humor brengt zij een aantal korte scènes met sterke, theatrale en soms ook bizarre beelden. Het is het enige stuk dat de grenzen van dans probeert te verleggen door niet te focussen op de esthetiek van de beweging maar op het theatrale effect van een scène. Dat levert een stijl op die film-achtige momenten combineert met beweging.
Opvallend is dat het Nederlands Danstheater dit jaar ook relatief sterk vertegenwoordigd wordt door drie dansers met choreografie-ambities. Wellicht een vooruitblik naar een nadere samenwerking in de toekomst? Menghan Lou heeft duidelijk zijn wortels nog bij het NDT liggen. In Last Image valt hij veelal terug op technische neoklassieke dans, maar zijn stijl is nogal dertien-in-een-dozijn. De samenwerking tussen Ema Yuasa en Miquel Oliveira en percussionist Marco Santos is een stuk spannender. Beatween, waarin de dansers ook percussie spelen, barst van levensvreugde en positieve energie waardoor het de perfecte afsluiter is van de avond.
Aandacht voor talent
Voorjaarsontwaken heeft dit jaar verschillende namen die het zeker waard zijn om in de gaten te houden, zoals Jasper Dzuki Jelen en Anna Réti. Als avond is het programma echter te lang, waar vooral de choreografen na de pauze last van hebben. In dit volle programma krijgen zij niet de aandacht die ze verdienen. En dat is zonde, dus het is te hopen dat de choreografieën volgend jaar over twee avonden verdeeld zullen worden.
Tags: anna reti, danceworks rotterdam, Dansateliers, ederson rodriques xavier, ema yuassa, jasper dzuki jelen, Korzo Theater, marco santos, Melissa Ellberger, menghan lou, miquel oliveira, mojra vogelnik-skerlj, nederlands danstheater, Pauline Weijs, Recensie, Romain Touron, voorjaarsontwaken
Posted in Recensie, Theater | No Comments »
donderdag, april 19th, 2012
Voor Imagine slaan het choreografenduo Jérôme Meyer en Isabelle Chaffaud en videokunstenaar Marcus Graf de handen ineen. Grafs projecties van trillende snaren, heen en weer stuiterende bolletjes en dansende ballen blijken een bron van inspiratie te zijn voor de choreografen. Zelden is dans en video zo mooi samen gebracht als in Imagine. Een echt thema heeft het stuk niet, maar de poëtische beelden alleen al zijn fascinerend genoeg om te blijven kijken. Centraal in de voorstelling staat de interactie tussen video, geluid en het menselijk lichaam.
De video speelt de hoofdrol in het eerste helft van het stuk. Deze wordt geprojecteerd op zowel de achterwand als op de halve cilinders die op het podium staan of liggen. De snaren die over de achterwand glijden komen trillend tot leven zodra één van de dansers er een vinger naar uitsteekt. Meyer blaast blauwe stippen op een van de cilinders, die daar vervolgens een heel eigen leven gaan leiden. De bewegingen van de patronen op het scherm zijn al een hele choreografie op zich, die alleen nog maar complexer wordt door de interactie met de dansers.
Misplaatste muziekkeuze
Muzikaal is dit eerste deel wel een rommeltje. De soundscapes passen helemaal in de voorstelling, maar de flarden System of a Down en Het Zwanenmeer die voorbij komen lijken een beetje misplaatst. Het contrast is een welkome afwisseling, maar door de herkenbaarheid van de muziek komt de nadruk ineens te veel hierop te liggen. Dit komt de dromerige sfeer die eerder is opgeroepen niet ten goede.
Androgyne rockster
In het tweede deel van de voorstelling staat beweging weer iets meer centraal. Het stuk wordt geheel gedragen door Chaffaud, die eruitziet als een androgyne rockmuzikant uit de jaren tachtig. Haar bewegingen beginnen sterk en sensueel, maar geleidelijk laat zij die harde kracht steeds meer varen en komt haar zachte kant meer naar boven. De atletische Chaffaud zet een sterke performance neer waardoor je met open mond naar dit deel zit te kijken. Als toeschouwer word je helemaal meegezogen in de voorstelling, tot het moment waarop alles, muziek, decor en dans, tot stilstand komt.
Dromerig en dynamisch
Imagine is een absolute aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in multidisciplinaire theatervoorstellingen. Met behulp van de drie disciplines video, muziek en beweging creëren de choreografen en Marcus Graf een heel universum dat geheel aan de wil van de dansers is onderworpen. Dat zit hem vooral in de sfeer, die tegelijk dromerig en dynamisch is. Imagine is een voorstelling met knappe vondsten in de interactie tussen de verschillende kunstdisciplines, en waarin ook gewoon goed gedanst wordt.
Tags: dans, isabelle chaffaud, jerome meyer, Korzo Producties, marcus graf, Pauline Weijs, Recensie, videokunst
Posted in Recensie, Theater | No Comments »
woensdag, april 18th, 2012
Choreografe Nanine Linning heeft zo haar eigen idee bij wat een requiemmis zou moeten inhouden. Hoewel de katholieke eredienst normaal gesproken wordt opgedragen aan de doden, is Linnings Requim speciaal bedoelt voor de levenden – en in het bijzonder voor haar ouders. Deze ontroerende missie mondt uit in een overweldigend samenspel van bruisende dans en meeslepende muziek.
Dat Requim veel verrassingen in petto heeft blijkt al meteen bij binnenkomst van de zaal, waarbij je wordt verzocht om niet de tribune maar het podium te betreden. Deze tactiek om toeschouwers en dansers dichter bij elkaar te brengen heeft Linning ook al in eerdere voorstellingen benut, maar ditmaal heeft ze het veel grootser aangepakt. De eerste helft van de avond is het podium ingericht als spectaculaire expositieruimte, waar een aantal dansers als levende standbeelden staan te pronken in smetteloos witte, waanzinnige kostuums. Met een handige museumbrochure kan je achterhalen wat de dansers precies voorstellen.
Sprookjesachtige creaties
De kostuums zijn het werk van kunstenaarsduo Les Deux Garcons, dat een bijzonder groot aandeel in de voorstelling heeft. Geïnspireerd door de Griekse mythologie, Dante’s hel en het Requiem van Fauré brengen zij sprookjesachtige creaties tot stand. Tijdens de expositie kan je deze van heel dichtbij bewonderen, wat spannend is omdat de ‘standbeelden’ voortdurend in beweging zijn. Probeer je maar eens niet te laten betoveren door een zeemeermin die je recht in de ogen kijkt, of door een centaur die zich klaar lijkt te maken voor een gevecht. De pracht heeft hier en daar echter ook een duister randje, bijvoorbeeld waar een dame op een verhoging de darmen uit haar buik staat te trekken.
Symbolische bewegingen
Na een half uur pauze is het tijd om de dansers van Dance Company Theater Osnabrück en studenten Moderne Theaterdans van de Amsterdamse Hoge School voor de Kunsten met elkaar te zien schitteren. De 11 studenten vullen het gezelschap van Linning aan tot een ensemble van 23 dansers en brengen heel wat energie met zich mee.. De dansers tollen dynamisch over het podium, dat haast te klein lijkt voor zoveel activiteit. Ze sterven in elkaars armen en worden vervolgens weer tot leven gewekt. Zo brengt Requiem een ode aan het leven en bedankt Linning haar ouders op onthutsende wijze voor het leven dat zij haar hebben geschonken.
Oogverblindend
Naast 23 dansers zijn er ook de 23 koorleden van het Osnabrücker koor die evenzeer een oogverblindende indruk maken in de witte kostuums. Voeg hier het meesterlijke Osnabrücker orkest aan toe en je armharen staan de rest van de avond overeind. Vooral sopraan Marie-Christine Haase neemt je in beslag met haar magische klanken en prachtige zeemeerminnen-kostuum. Ook haar partner Marco Vasalli maakt met zijn bariton veel indruk.
Multidisciplinair hoogtepunt
Opvallend is de wijze waarop zang, muziek, dans en beeldende kunst in Requiem met elkaar worden gecombineerd. Koorleden manoeuvreren zich tussen de dansers op het podium, in hun bewegingen gesterkt door de fabelachtige kostuums. Linning creëert met Requiem een zeldzaam, multidisciplinair hoogtepunt waar haar ouders zich ongetwijfeld gelukkig mee prijzen.
Tags: Holland Dance, Iris Blaak, Lucent Danstheater, Nanine Linning
Posted in Recensie, Theater | No Comments »
woensdag, april 18th, 2012
In 2013 fuseren Festival a/d Werf, dat zich richt op kunst, dans, muziek en locatietheater, en Springdance, Nederlands’ internationale hedendaagse dansfestival. Bezuinigingen zorgen ervoor dat de festivals dit jaar voor het laatst los van elkaar te bezoeken zijn. De medewerkers van beide festivals zien de fusie niet als een probleem, maar juist als een kans om verschillende kunstvormen meer te combineren. “Inhoudelijk groeiden de festivals de laatste jaren al steeds meer naar elkaar toe”, aldus Limke Kwakkel, PR-medewerker van Festival a/d Werf.
De samenvoeging van de twee festivals wordt door de medewerkers van Festival a/d Werf en Springdance met optimisme tegemoet getreden. “Er is hier niemand die het heel erg vindt. We zijn heel optimistisch,” zegt Kwakkel. Springdance-directeur René Vlemmix ziet vooral mogelijkheden om de focus van het nieuwe festival op de cross-overs tussen dans en theater te richten. De fusie lijkt, naast de bezuinigingen, volgens Vlemmix en Kwakkel een logisch gevolg van de overlap die bij het dans- en theaterfestival de laatste jaren steeds groter werd. “Theater is niet meer puur theater en dans niet meer puur dans, dit loopt steeds meer in elkaar over,” vindt Kwakkel.
Inleveren
Hoe het nieuwe festival er volgend jaar uit gaat zien is nog niet bekend. Door samen te gaan hopen de festivals efficiënter te kunnen werken. Beide festivals leveren door de fusie voorstellingsdagen in. Volgend jaar duurt het nieuwe festival tien dagen, terwijl beide festivals nu ieder tien dagen zijn. Zoals in de hele culturele sector is het waarschijnlijk dat de bezuinigingen ook hier gevolgen hebben voor het personeel. “Een fusie betekent ook een efficiëntieslag in organisatie, en het is helaas niet uitgesloten dat we afscheid moeten nemen van medewerkers,” zegt Vlemmix.
Er zal weliswaar gekort moeten worden wat dagen en medewerkers betreft, maar het niveau van de voorstellingen zal volgens Vlemmix niet veranderen. “We zijn er zeker van dat we inhoudelijk niets gaan inleveren, we blijven voldoen aan de internationaal hoogstaande reputatie van Springdance en ook Festival a/d Werf,” aldus de Springdance-directeur.
Afwachten
Dit jaar vinden de laatste edities vlak na elkaar plaats in Utrecht: Springdance 19-29 april en Festival a/d Werf 17-26 mei. Festival a/d Werf zal ter gelegenheid haar bezoekers trakteren op een gratis locatievoorstelling Urban Drifting van Willi Dorner. Ook Springdance zal op ludieke wijze afscheid nemen van de oude vorm van het festival met een eindfeest.
Het blijft afwachten hoe het nieuwe festival, met de focus op cross-overs tussen dans en theater, zal uitpakken. Vlemmix en Kwakkel zien de fusie van de festivals in ieder geval met optimisme tegemoet. Volgend jaar zal tijdens de eerste nieuwe festivaleditie blijken of de fusie tussen Springdance en Festival a/d Werf het beste van dans en theater weet te combineren.
Tags: bezuinigingen, cross overs, Festival aan de Werf, Fusie, Interview, Limke Kwakkel, Rene Vlemmix, Springdance, Urban Drifting, Wietske van der Want, Willi Dorner
Posted in Interview, Theater | No Comments »
woensdag, april 18th, 2012
De Vlaamse band Clouseau heeft in 25 jaar een indrukwekkend oeuvre opgebouwd, met hits als ‘Daar gaat ze’, ‘Passie’ en ‘Zie me graag’. Genoeg liedjes om een musical van te maken, moeten de makers van Domino hebben gedacht. Het resultaat is een meeslepende voorstelling waar de muziek van Clouseau als rode draad doorheen loopt.
Om de musical goed te kunnen volgen is enige basiskennis van de muziek van Clouseau vereist. Domino is behalve de naam van de hoofdpersoon tevens de titel van een liedje van Clouseau uit 1990. Domino is 28 jaar, heeft net haar relatie verbroken en gaat in de volkswijk Swentibold wonen, waar de voorstelling zich afspeelt. In de musical komen zo’n 20 Clouseau-nummers voorbij, die in bewerkte vorm perfect in het verhaal passen.
Van homohuwelijk tot euthanasie
Toch is Domino meer dan een aaneenrijging van Clouseau-liedjes. Dat komt doordat het verhaal, geschreven door Allard Blom en Frank van Laecke, van begin tot einde boeit. Domino mag dan de hoofdpersoon zijn, de ontluikende liefde tussen haar en buurjongen Sam is zeker niet het enige waar de musical om draait. Zo is de toeschouwer getuige van een homohuwelijk en de euthanasie van een aan kanker lijdende buurtbewoner. Maar wat alle personages bindt is de liefde voor Swentibold, hun wijk die door de gemeente gesloopt dreigt te worden.
Kleurrijke personages en schuine grappen
De personages vormen een kleurrijke verzameling Sjonnies en Anita’s, met bijbehorende schuine grappen en vulgaire gebaren. Dat maakt de voorstelling soms een tikkeltje plat, maar ook heel komisch en verrassend. Een dragqueen-optreden is nou niet het eerste wat je verwacht in een musical met Clouseau-liedjes. Door het gebruik van Vlaamse uitdrukkingen zijn sommige grappen soms lastig te volgen, maar de grote lijn blijft duidelijk.
Lichtvoetig en dramatisch tegelijk
De platvloerse momenten in de musical worden afgewisseld met aangrijpende scènes, waarbij je in de zaal een speld kunt horen vallen. Aan de ene kant is het een gewaagde keus om in een lichtvoetige musical een dramatische sterfscène op te nemen. Maar Clouseau is nooit bang geweest om muziek te maken over verlies en de dood. Sterker nog, hun liedje ‘Afscheid van een vriend’ is het meest gedraaide nummer op uitvaarten in Vlaanderen. Het is dan ook logisch dat een verstilde versie van dit nummer deze scène afsluit.
Niet alleen voor Clouseau-fans
Domino is een musical met alles erop en eraan: een prachtig decor, uitstekende muzikale begeleiding en een geweldige cast. Doordat de acteurs overal hun eigen liedje van hebben gemaakt, mis je Koen en Kris eigenlijk nergens. In combinatie met het onderhoudende verhaal is Domino een aanrader voor zowel Clouseau-fans als voor liefhebbers van romantische musicals met een komische noot.
Tags: Alexander Metselaar, antwerpen, België, Clouseau, Deborah de Ridder, Domino, Marjolein Knuit, musical, Muziek, popmuziek, Recensie, Theater, Vlaams muziektheater, Vlaanderen, VTM
Posted in Recensie, Theater | 1 Comment »