Nieuwe drama’s op FringeNYC
Door: Claire Goossens
Het New York Fringe Festival wordt geacht nieuw of opkomend talent op het programma te hebben, zoals toneelschrijvers met nieuwe stukken. Op het FringeNYC is komisch drama dan het meest populaire genre. Wat dat betreft wordt er weinig risico genomen. De schrijvers voeren graag intense drama’s op maar nooit zonder een passende dosis humor.
Waar wel aardig mee geëxperimenteerd wordt zijn thema’s en taalgebruik. Zo is er een komisch toneelstuk over kanker, een relatietoneelstuk waarin ‘sex’ en ‘fuck’ zonder enige censuur de centrale woorden zijn, en een familiedrama waarin een homoseksuele man als baby door zijn biologische moeder ter adoptie was afgestaan en nu opnieuw contact met haar zoekt. Welk van deze stukken heeft de meeste Broadway-potentie?
How my mother died of cancer, and other bedtime stories
Een komedie over kanker kan eigenlijk niet anders dan eindigen in tranen. Dat is het vreemde maar ook het mooie aan deze voorstelling. Auteur Chris Kelly baseerde zijn toneelstuk op persoonlijke ervaringen met zijn zieke, en later dode, moeder. Het idee ontstond toen hij in de wachtkamer van het ziekenhuis zat. Hij bedacht de 25-jarige Kate (Elizabeth Romanski) die na het overlijden van haar moeder aan kanker een ‘low budget’ theaterstuk over dit verlies wil opvoeren in de hoop dat het haar zal helpen bij de verwerking van haar verdriet. Samen met haar vader en broertje en enkele vrienden – die gewoon ‘zichzelf’ moeten voorstellen – probeert ze standvastig haar script te volgen en het publiek een boeiende avond te bezorgen.
Het begint als een soort vaudevilleshow met overdreven glimlachende gezichten, de ‘cancer dance’, liedjes en scènes waarin de diagnose en behandeling van kanker worden toegelicht. Kate heeft voor de rol van de moeder een zogenaamde professionele actrice (Sharon Wyse) ingehuurd die voornamelijk in een ziekenhuisbed ligt, maar soms staat ze frivool op om mee te doen in een komisch bedoelde sketch. Het eerste deel van de voorstelling bevat eigenlijk een overdosis aan veelal flauwe grappen over kanker. Maar al vanaf het begin is te zien dat vader (Mike Boland) de grote dwarsligger is. Dat leidt halverwege het script tot een reeks ‘spontane’ onderbrekingen waarin de ware gevoelens van de personages boven water komen.
De dialogen tussen Kate en haar broertje Tim, vader en Tim, en vader en Kate buigen de voorstelling vanaf dat punt om in een aangrijpende realistische toestand. Ontroerend is het praatje van vader aan het sterfbed van zijn vrouw, die hem helpt te zeggen wat hij wil zeggen. Tot slot spreekt Sharon Wyse in de rol van moeder de laatste woorden tot haar kinderen alsof ze hen zojuist een verhaaltje voor het slapen gaan heeft verteld, zoals ze vroeger altijd deed. Uiteindelijk verlaat vrijwel iedere toeschouwer de zaal met tranen in de ogen.
Een interviewfilmpje met Chris Kelly is te zien op de website van de voorstelling (www.cancerplay.com).
Heterosexuals
Dit toneelstuk van Lee Papa (tevens de regisseur) wordt omschreven als een ‘obscene comedy’ met ‘sexual small talk’ ‘about how much we just want to fuck’. Een getrouwde man (‘He’) belandt op een avond op de bank bij een andere vrouw (‘Other’) waarmee hij heel open en expliciete gesprekken heeft over seksvoorkeuren en -fantasieën. Beiden nemen ze regelmatig de woorden ‘sex’, ‘fuck’, ‘ass’ en ‘dick’ in de mond. Later in het stuk blijkt deze ‘andere’ vrouw een vriendin te zijn van zijn echtgenote (‘She’) die overigens stilzwijgend op de hoogte is van de affaire. Het overspel zelf speelt zich niet voor de ogen van de toeschouwer af. Praatjes vullen immers geen gaatjes, om het maar heel flauw te zeggen. In Heterosexuals mag de taal dan wel vol seks en lust zijn, in het spel van de acteurs is weinig spannends te bemerken.
Heterosexuals is opgebouwd uit vijf scènes, te beginnen met ‘He’ en ‘Other’ bij haar thuis. Zij flirt, stelt vragen, neemt geen blad voor de mond als het om haar seksleven gaat. Hij geeft weifelend maar eerlijk antwoord op haar gewaagde vragen. En dan: ‘the woman invites the man to touch her’. Wat betreft aanrakingen – of iets wat die kant op gaat – is deze voorstelling echter nogal saai en preuts. De acteurs willen spanningen tussen de personages suggereren, maar dat gaat nogal moeilijk als je meters van elkaar vandaan gaat staan of zitten. Fysiek gebeurt er dus vrijwel niks, in tegenstelling tot alle grootspraak over wat ze allemaal willen doen en beleven. Het is alsof de makers van de voorstelling de tekst al het werk willen laten doen.
In de vervolgscènes blijkt dat het huwelijk al niet op rolletjes loopt en hebben de twee vrouwen een lunchafspraak. Terwijl de door seks geobsedeerde vriendin een langdradige monoloog houdt over haar single seksleven, zit de echtgenote gretig een salade weg te kauwen. Ze zegt geen woord en in haar non-verbale spel is weinig emotie te bekennen. De meest originele scène in deze clichématige driehoeksverhouding is die waarin de echtgenote haar wraak zoekt in het vernederen van haar overspelige man. Hij moet namelijk tot in de details vertellen hoe de seks met haar vriendin was. Jammer genoeg maakt Jeff Kreisler ook in deze scène van zijn personage een simpele slappe zak die aan z’n suffe huwelijk probeert te ontsnappen. Wat is daar nou grappig aan?
Lost and Found
Dit is het meest traditionele toneelstuk in het rijtje, een familieportret van een arbeidersgezin in Boston. Pa is een jaar geleden overleden aan hartkwalen, hij was politieagent. Zoon Tommy is rechercheur en sinds kort de man in huis. Dochter Marie worstelt met haar zelfvertrouwen doordat haar vriend Keith, die dorpsagent is, weigert haar ten huwelijk te vragen. Moeder Eva is een vrouw die ondanks haar weduwestatus het hoofd niet laat hangen en haar kibbelende kinderen resoluut tot stilte maant. De familie Broncato lijkt stug en liefdeloos, maar daar komt verandering in met de komst van een vreemdeling die al snel niet zo vreemd blijkt te zijn.
Vincent is de man die op een avond aanklopt en verklaart Eva’s zoon te zijn. Hij was de baby die zij ter adoptie afstond toen zij als tiener zwanger raakte van haar jeugdliefde, nog voordat zij trouwde. Maar Eva moet er niks van weten, heeft dit altijd verzwegen tegenover haar kinderen en probeert het verleden nu ook te laten waar het was. De sympathieke Vincent weet echter door zijn vasthoudende interesse in zijn bloedverwanten de harten van zijn halfbroer en –zus te veroveren. Dat hij homoseksueel is, is voor hen een zure appel – maar daar bijten ze zich doorheen dankzij goede gesprekken (Marie) en een gebroederlijk potje knokken (Tommy).
John Pollono – die ook de rol van Tommy speelt – schreef Lost and Found als een deels autobiografisch stuk. Het emotionele proces van de personages heeft hij zelf doorgemaakt in een soortgelijke situatie. Verwarring, verwondering en nieuwsgierigheid heeft Pollono dan ook knap verwerkt in prachtige scènes met levendige, vlotte dialogen en mooie, ronde karakters. Leuk om te weten: de rol van Eva wordt gespeeld door The Sopranos-actrice Geraldine LiBrandi.
Uiteindelijk geeft ook moeder zich gewonnen en omhelst haar ‘verloren’ zoon die van hun gezin weer een hechte familie maakt. Het verhaal heeft vele wendingen en alle personages hebben zo hun eigen subverhaaltjes. Dankzij de sterke cast en hun overtuigende (samen)spel is Lost and Found een spannende dramatic rollercoaster met voldoende komische momenten. Dit stuk verdient een groter podium en een groter publiek… misschien wel op Broadway.
06-09-2010




