Playback, bloemschikken en homo-clichés in Ponies Pink
Door: Marleen van Dijk
Drie mannen in witte matrozenpakken trekken publiek net buiten de Casa Mondo op De Parade. Ze playbacken Material Girl van Madonna en bewegen zich vrouwelijk. Het publiek voor de tent danst en klapt mee, om vervolgens snel een van de laatste kaarten voor deze voorstelling in de wacht te slepen bij de kassa. Deze miniplaybackshow is een goede vooraankondiging van wat zal gaan komen in Ponies Pink.
In de kleine theatertent zit het publiek dicht tegen elkaar, een krappe ruimte met veel mensen. Drie acteurs bevinden zich op het speelvlak. Het speelvlak is eenvoudig: op de vloer staat een tafel en daarachter een kledingrek en een platenspeler. Een van de acteurs zal gedurende de hele voorstelling stil zijn. Het stuk dat het publiek voorgeschoteld krijgt is een mix van playback, bloemschikken, grapjes over homoseksualiteit en clichés. Serieuze onderwerpen worden door de wereldvreemde Erol snel van tafel geveegd, maar de boodschap blijft wel hangen bij het publiek
Fabian (Fabian Holle), Joris (Joris van Oosterwijk), en Erol (Erol Struijk) zijn homo. De drie zijn op zoek naar een manier waarop homo’s beter geaccepteerd zullen worden. Om campagne te voeren zijn ze op zoek naar voorbeelden van onrecht tegen homoseksuelen.
Erol verbeeldt het stereotype homo met veel overdreven vrouwelijke bewegingen en teksten. De voorbeelden over homohaat, voor de campagne, zoekt hij het liefst dicht bij huis. Dat homo’s in Irak worden opgehangen vindt hij alleen erg omdat sommige van deze jongens heel mooi zijn, verder kan hij zich er niet mee associëren. Het publiek wordt bij deze notie wakker geschud: mannen opgehangen in Irak vanwege homoseksualiteit? In het achterhoofd weet iedereen het, maar het is wel even een reality-check.
Fabian analyseert zijn eigen leven, en tegelijk dat van Erol en Joris. Op welk moment begonnen de gevoelens voor hetzelfde geslacht? Waar ontstonden problemen door de homoseksualiteit? Hij speelt zijn rol overtuigend en is echt op zoek naar een manier waarop homo’s beter kunnen worden geaccepteerd .
Joris is de stille kracht van de voorstelling, letterlijk en figuurlijk. Hij spreekt gedurende de gehele voorstelling geen woord, maar geeft wel richting aan het verhaal. Hij krijgt het publiek achter zich door zijn lieve gezichtsuitdrukking en onderdanigheid tegenover de andere twee mannen. Gedurende de voorstelling zit hij te bloemschikken, wat enorm veel vriendelijkheid uitstraalt. Wanneer hij uiteindelijk zijn bloemstukjes met een glimlach uitdeelt aan het publiek heeft hij iedereen voor zich gewonnen.
Tijdens de voorstelling is het publiek zeer enthousiast. Er wordt gelachen, geroepen en geklapt. Helemaal wanneer er in het publiek een telefoon afgaat en Fabian en Erol de dialoog afbreken om de vrouw aan te spreken met: “Nee, neem maar op hoor, het is natuurlijk ook heel asociaal dat wij gewoon doorspelen terwijl jij even moet bellen”, gaat het publiek uit zijn dak.
Aan het einde van de voorstelling vraagt Fabian zich af of het wellicht beter was geweest om een voorstelling te maken over hun eigen vaders, die dood, crimineel of niet aanspreekbaar zijn, omdat dat interessanter zou zijn geweest. Interessanter wellicht, maar zeker minder vermakelijk dan Ponies Pink, een goede voorstelling over homo’s.
08-07-2010






