Friese gemoederen lopen hoog op in Diplodocus Deks
Door: Rozemarijn Strubbe
Diplodocus Deks is de nieuwe voorstelling van Tryater en maakt onderdeel uit van het rondreizende festival ’t Brûst. Het politieke stuk toont de angst voor verandering en de belofte van de toekomst in een klein Fries dorp.
Wanneer er door een amateur-archeoloog resten van het kaakbeen van een diplodocus gevonden worden, wordt het hele dorp op zijn kop gezet. Het plan om rond de dinosaurus een groot museum en attractiepark te bouwen in het dorp, wordt door de inwoners eerst niet serieus genomen, maar al snel ruiken ze geld. Het betekent wel dat een aantal inwoners hun grond zullen moeten verkopen. Dat doet de gemoederen in het dorp hoog oplopen.
Diplodocus Deks is een politiek stuk dat inspeelt op de huidige cultuur in Friesland. Het stuk van Tom Lanoye werd voor deze voorstelling bewerkt door Rients Gratema. Het laat zien hoe de mensen omgaan met mogelijke veranderingen. De een gelooft in de vooruitgang en de ander houdt het liever bij het oude. Want wat is vooruitgang? Volgens de boventitel van een van de scènes betekent het ‘dat wat niet bestaat’. Over de toekomst kun je alleen fantaseren. Deze wijsheden worden prachtig vertolkt door een oud vrouwtje (Rixt Wassenaar) in een trainingspak die zich in een rolstoel over het speelvlak verplaatst. Ze wordt door de dorpsbewoners niet serieus genomen, maar zij ziet en hoort alles wat er gebeurt.
De voorstelling geeft daarnaast op een waarachtige en komische wijze weer hoe de verhoudingen tussen de Hollanders en de Friezen liggen. Steven van Voorst (Koen Wouterse) woont al vijf jaar in het dorp en wil niets liever dan er echt bij horen. Hij doet zijn best door een Friese muts op te zetten en door zo nu en dan een woord Fries te spreken, maar aan zijn houding is te zien dat hij zich niet thuisvoelt in de rustige cultuur van de Friezen. Hij gedraagt zich opgejaagd en te enthousiast. Hij blijft een vreemdeling binnen het dorp.
Tryater zorgt ervoor dat de afstand tussen het publiek en de voorstelling klein blijft. Het gezelschap weet wat er bij de mensen leeft en gebruikt dat bij het maken van hun voorstellingen. De spelers vertellen hun verhaal op een waarachtige wijze. Hilbert Dijkstra speelt de accountant Rintsje de Jong op een ingetogen en subtiele manier, terwijl Mirjam Stolwijk als de ambitieuze Liliane Delcourt wat over de top gaat. In de voorstelling, die werd gespeeld in de gymzaal van het Marnecollege in Bolsward, wordt vlot en slim gebruik gemaakt van de multifunctionele decorstukken. Om structuur te geven aan de verschillende scènes, wordt er gebruik gemaakt van titels die in rode letters boven de klapdeuren verschijnen. De wijsheden van de oude vrouw in de rolstoel en de titels van de scènes geven zo de rode lijn van het verhaal weer.
Deze rode lijn heeft het publiek nodig, vanwege de niet-chronologische verhaallijn. Het eerste wat het publiek te zien krijgt is de chaos die is ontstaan aan het einde van het verhaal. Er wordt naar elkaar geschreeuwd, met deuren gesmeten en er worden wanhopige beslissingen genomen. Het publiek krijgt maar weinig mee van deze openingsscène, omdat het niet weet wat eraan vooraf is gegaan. De tweede helft van de voorstelling mist daarentegen de dynamiek en de spanning van de eerste helft. Er wordt niets nieuws meer verteld, het publiek is al op de hoogte van het gebeuren. De voorstelling eindigt met het begin van het verhaal, een weinig spectaculaire bijeenkomst van het dorp. Gelukkig maken de vlotte dialogen en bijzondere decorvondsten een hoop goed.
12-03-2010




