Luisteren naar liefde voor de taal in Hunker

afbeelding Recensie

okt
23

Door:

De nieuwste regie van Olivier Provily (1970) is Hunker van de Britse schrijfster Sarah Kane (1971-1999). Donderdag 22 oktober ging de voorstelling in première in de Haarlemse Toneelschuur. Hunker (Engelse titel Crave) is het vierde toneelstuk van de op 28-jarige leeftijd overleden Kane en had in 1998 zijn eerste opvoering, een jaar voordat zij zichzelf van het leven beroofde. Provily brengt een bijna volledig zuivere interpretatie van Kane’s gespleten monoloog over liefde, het verlangen naar liefde en de bijbehorende pijn.

Hunker is alles behalve een traditionele toneeltekst. Het bevat geen duidelijke structuur, het is als monoloog én als dialoog te lezen. Onderwerp is de allesbepalende, pijnigende en schijnbaar onmogelijke liefde. De vier personages doen uitspraken die het publiek bekend in de oren zullen klinken, en ook de gevoelens waaraan uitdrukking wordt gegeven zijn herkenbaar. De onderlinge dialogen vormen uiteindelijk één geheel, als de monoloog van één mens, of één gedachtegang. De afzonderlijke teksten van de acteurs sluiten op elkaar aan, of juist niet, smelten samen of spreken elkaar tegen, geven antwoord op gestelde vragen, of ook weer niet. Aan de toeschouwer is het de taak om de veelal korte zinnen, deze talige scherven van pijn en verlangen, betekenis te geven.

De beste manier om te beschrijven wat voor toneelvoorstelling Provily’s Hunker is, is misschien wel door te vertellen wat het stuk níet is. Er is geen verhaal, er zijn geen fysieke handelingen en eigenlijk zijn er ook geen personages. Wat wel volop aanwezig is, is de taal. De gesproken taal staat centraal. Sarah Kane schreef het stuk voor vier acteurs, twee mannen en twee vrouwen, maar gaf de personages enkel een letter ter identificatie: C, M, A en B. Verdere karakteriseringen liet zij achterwege, en die keuze houdt Provily in ere. Een logische zet voor de jonge, ervaren en onafhankelijke theatermaker die zoekt naar de poëtische kracht van het theater.

De acteurs (Tamar van den Dop, Marcel Faber, Anne Gehring en Kalki Aporos) dragen alle vier donkere, neutrale kleding. Ook in hun spel wijken ze nauwelijks van elkaar af. De tekst is gericht aan het publiek en wordt ingetogen uitgesproken. Tegen de achtergrond van een wit scherm, bewegen de acteurs zich als vier individuen in een zintuiglijk vacuüm: er is op het toneel vrijwel niks aanwezig dat aantoont waar deze mensen zich bevinden en waarom ze daar zijn. In de regie van Provily verworden de acteurs tot spreekbuis van de taal. De autobiografische taal althans waarmee de depressieve Kane uiting gaf aan haar eigen leed. Op deze manier leeft Kane voort in haar postmodernistische toneelwerk.

In het spel zijn de achterliggende emoties van de ‘personages’ beperkt, maar des te meer gevoel klinkt er uit de gesproken tekst. Knap werk van de vier acteurs die zorgvuldig maar licht de liefde proberen te doorgronden. Voelbaar is de pijn die mede is voortgekomen uit misbruik van liefde: terloops spelen incest, verkrachting, overspel en lust mee in het gevoelsleven van de ‘personages’.

Provily tilt de voorstelling naar een filosofisch niveau en daagt de toeschouwer uit om het kijken (en beoordelen) te minimaliseren en het luisteren te maximaliseren. Want wie probeert een verhaal te ontdekken, komt er bedrogen uit. Daarom is het soms verwarrend wanneer een acteur opeens wél dat contact met zijn/haar medespeler maakt en de toeschouwer verleidt om er (onbedoelde) intenties achter te zoeken.

Een interessante toevoeging in het decor is de rij groene theaterstoelen waarop de acteurs regelmatig plaats nemen. Wanneer dat gebeurt ziet de toeschouwer zich gespiegeld in de gedaante van de acteur, die zittend op die gelijksoortige stoel als individu tussen een groep anderen worstelt met waarschijnlijk dezelfde liefdesproblemen als al die anderen. Hiermee versterkt Provily het idee dat het verlangen naar liefde en de pijnlijke worsteling met liefde universeel is. Het overkomt ons allemaal. Ook al denken we dat we er helemaal alleen voor staan.

Hunker is als een ontplofte monoloog waarbij vier acteurs proberen het origineel te reconstrueren. Maar in die reconstructie vallen gaten en het enige dat de acteurs in handen krijgen is de taal. Provily weet niettemin in zijn regie van begin tot eind helderheid te behouden en benadert een extreem zuivere interpretatie van een toneeltekst die onmisbaar is in het hedendaagse toneelrepertoire.

23-10-2009

Ontdek CultuurBewust.nl

Comments Closed