Wubbe toont Holland, zonder clichés
Door: Tessa Cuperus
Een abstracte ode aan Holland, zonder klompendans of een decor van windmolens. Dat is Holland, een drieluik gedanst door het Scapino Ballet, gechoreografeerd door Ed Wubbe. Zeventien dansers uit verschillende landen vertonen het gevoel dat Wubbe heeft bij Nederland. Door bewegingen, decor en kostuums slaagt Wubbe er in zijn gevoel te verbeelden.
Zijn gevoel over Nederland licht Wubbe (52) tijdens een voorgesprek in de Rotterdamse Schouwburg toe. De gelijkheid tussen mannen en vrouwen, de georganiseerde chaos in het landschap, kneuterigheid, de pluriformiteit en de calvinistische achtergrond vormen Holland in de ogen van de huischoreograaf van het Scapino Ballet. De clichématige klompen en molens waar Nederland in het buitenland om bekend staat, laat hij links liggen. Toch ontbreken de tulpen niet. De tulpenmanie uit de zeventiende eeuw bleek de eerste beurskrach ter wereld, toepasselijk in deze tijden van economische crisis.
Inspiratie voor Holland deed de choreograaf op bij oude Hollandse meesters uit de Gouden Eeuw. De regenten op schilderijen van Frans Hals en de duistere manier van belichting van Rembrandt zijn te herkennen in het ballet. De tulband, als symbool afgebeeld op het affiche van de voorstelling, werd vroeger door Hollandse kooplui gedragen, zo ontdekte Wubbe tijdens zijn onderzoek op een schilderij van Jan van Eyck.
Een verhaal ontbreekt in het moderne ballet. Met decor, kostuums en bewegingen wordt Nederland vertolkt. Vooral in het laatste deel van het drieluik komt dit succesvol naar voren. De Hollandse wolkenlucht en de tulpenbollen zijn herkenbaar. Alle zeventien dansers van het Scapino dansen als ensemble, er wordt geen onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. Ze dragen dezelfde kleding en dansen hetzelfde patroon. Althans, zo lijkt het. Iedere danser past de bewegingen net iets anders toe en door de choreografie ontstaat pluriformiteit binnen de groep. Ook de kleding verschilt onderling en heeft twee functies. Op het eerste gezicht dragen de dansers strakke calvinistische zwarte pakken. Maar zodra ze dansen, fladdert de kleding losjes om hen heen. Georganiseerde diversiteit zijn hier de sleutelwoorden.
De eerste twee delen, respectievelijk genaamd ‘Brief’ en ‘Quartet’, zijn als het ware een opmaat voor de finale ‘Holland’. Ze vormen een sterk contrast met het strakkere derde deel. ‘Brief’ is, zoals de naam al doet vermoeden, kort. Het duurt maar zestien minuten. Het is een spitzenstuk waarin de klassieke regels zijn losgelaten. Bewegingen zijn juist vrij en stoer. ‘Quartet’ is al in 2007 geschreven door Wubbe, maar aangepast voor het drieluik. Het is haast shockerend. Lichamen lijken niet aangespannen, maar voeten worden geflext. Tezamen met de provocenrende teksten en muziek van Suzanne Oberbeck werkt ‘Quartet’ vervreemdend.
De muziek is zeer uiteenlopend en past bij de verschillende delen van het drieluik. In ‘Holland’ bespeelt danseres Annemarie Labinjo-Van der Meulen een harmonium. Dat werd vroeger veel gebruikt om in de huiskamer het gezang van psalmen muzikaal te begeleiden.
Ook al voelen muziek, kostuums en dans in eerste instantie wat vreemd aan, alle merkwaardige stukjes vallen uiteindelijk op zijn plaats en wordt het gevoel dat Ed Wubbe in Holland wil overbrengen, het contrast tussen openheid en streng moralisme, tussen handelaar en dominee, duidelijk.
13-10-2009



