zondag, april 22nd, 2012
Deze nieuwe, jonge en swingende band laat je voor een avond vergeten waar je bent en neemt je mee terug in de tijd. Pokey LaFarge and the South City Three brengen Amerikaanse blues en country uit de jaren twintig mee naar Europa en maakt zijn eerste stop bij poppodium Merleyn in Nijmegen. Compleet met whiskey, sigaren en LP’s.
Grootse muzikanten
Het concert van Pokey Lafarge and the South City Three is volledig uitverkocht en na tienen begint de zaal vol te lopen. De bluesband trekt een gemengd publiek aan: zowel jonge hippies als oude rockers staan alvast te genieten van wat oude jazzplaten die op de achtergrond te horen zijn. De vierkoppige band past met hun muziekinstrumenten nét op het podium. Het podium is veel te klein voor deze grootse muzikanten, zo blijkt al bij de inzet van het eerste nummer ‘So Long Honeybee, Goodbye’. Het publiek gaat uit zijn dak en de sfeer zit er meteen goed in.
Billie Holiday
De country-feeling die in de eerste paar nummers van het nieuwe album Middle of Everywhere zit, komt uit Mississippi, waar de heren geboren en getogen zijn. Zanger Pokey LaFarge begon in 2007 als solist, maar vond een goede samenwerking in The South City Three, bestaande uit Joey Glynn (contrabas), Adam Hoskins (gitaar) en Ryan Koenig (mondharmonica en klankbord). Sinds 2009 vormen ze een talentvolle muziekgroep die the early blues terug wil brengen bij het moderne publiek. Na hun eerste album Riverboat Soul brachten ze hun tweede album niet alleen op CD, maar ook op LP uit.
Naast de muziekstijl komt de jaren twintig stijl in alles terug: de suffe kapsels, colbertkostuums, bretels, strikdassen en de lage leren schoenen. Maar vooral kenmerkend is de stem van Pokey LaFarge, die klinkt alsof hij zingt door een oude microfoon. Zijn beknepen, scherpe, zwoele stem heeft een fijn randje en doet denken aan Billie Holiday en June Carter. De andere muzikanten dienen als achtergrondkoor, maar hebben evengoed fantastische stemmen.
Whiskey
Tijdens het nummer ‘We’re Drinkin’ Whiskey Tonight’ zingt het publiek uit volle borst mee en het barpersoneel van Merleyn schenkt toepasselijk nog een whiskey in voor de bandleden. Het plezier bij Pokey LaFarge and the South City Three straalt er van alle kanten vanaf en vooral muzikant Ryan Koenig weet de zaal te charmeren. Na een aantal fantastische mondharmonicasolo’s blijkt hij ook de trommel en het klankbord geweldig te kunnen bespelen. Hoe vrolijk en flirterig Pokey LaFarge en Ryan Koenig naar het publiek zijn, zo serieus en geconcentreerd zijn de overige twee.
Pas naar het einde toe blijken ook Joey Glynn en Adam Hoskins ontzettend muzikaal te zijn en ontstaat er een heuse battle waar beide muzikanten trompetgeluiden met hun mond maken. Na vijf kwartier staat het zweet op de voorhoofden van de bandleden en bedanken ze de zaal voor een geweldige avond. Na een encore van vijf minuten besluiten Pokey LaFarge and the South City Three nog drie nummers te spelen, inclusief de megahit ‘Lala Blues’. Na dik anderhalf uur wordt het publiek terug in de realiteit geworpen en gaan de fans tevreden naar huis. Maar niet zonder zo’n ouderwetse LP, natuurlijk.
Tags: Adam Hoskins, Billie Holiday, blues, country, jaren twintig, Jazz, Joey Glynn, June Carter, Lala Blues, LP, Merleyn, Middle of Everywhere, nijmegen, Pokey LaFarge, Pokey LaFarge and the South City Three, Riverboat Soul, Ryan Koenig, So Long Honeybee Goodbye, Vicky de la Cotera Manrique, We're Drinkin' Whiskey Tonight, whiskey
Posted in Muziek, Reportage | No Comments »
zaterdag, april 21st, 2012
Afgelopen woensdag overleed Levon Helm, drummer en zanger van de band The Band. Een tragisch bericht, hoewel ik The Band niet zo goed ken. Wat mij het meest aan het bericht opgevallen is, is die bandnaam. Het was me nooit eerder opgevallen, maar wat een geweldige naam is dat eigenlijk. Hoe grote ballen heb je als je je band The Band noemt. Wij zijn dé band. Andere bands bestaan niet.
Het alwetende Wikipedia leert me dat die naam er ook niet zomaar ineens was. Het eerste platencontract werd getekend onder de naam The Crackers. ‘Een silly name’, noemde Helm die naam later en daar heeft hij natuurlijk wel een beetje gelijk in. Daarna werd het dus The Band. Prachtig! Wie bedenkt zoiets? Hoe bedenk je zoiets, en wanneer? Misschien kan Leo Blokhuis ons dat een keertje uitleggen.
Het kiezen van de juiste bandnaam, daar moet men niet lichtzinnig over denken. Straks let je even niet op en heet je ineens Los Angelos, the Voices. Zorg dan nog maar eens dat het publiek je serieus neemt. Op het wijkgebouwtje waar ik als kind tegenover woonde, was eens een affiche aangeplakt dat een optreden aankondigde van René and the Alligators. De mannen worden door sommigen omschreven als de beste instrumentale gitaarband van Nederland, maar ik weet het niet. René and the Alligators, ik geloof dat ik het stil zou houden. “Nog wat gedaan dit weekend, René? “ “Neeuuh, beetje tv gekeken.”
Ik heb het idee dat ze er vroeger beter in waren, in goede bandnamen verzinnen. Creedance Clearwater Revival. The Doors. The E Street Band. Prachtig. Ik luister niet meer zo veel naar pop- en rockmuziek. Als ik het programma van Pinkpop 2012 bekijk, ken ik niet veel van de optredende bands. Ik word benieuwd naar Bombay Bicycle Club, Chase & Status en Mumford and Sons. Ik heb geen idee wat ze maken, maar die namen zijn erg interessant. (Oké, dat is gelogen. Mumford and Sons ken ik wel en vind ik geweldig). Totaal niet benieuwd word ik van The Afghan Wigs (schijtlollig), The Wombats (nog schijtlolliger) of Babylon Circus (zullen we eens ophouden over Babylon?)
Dus lieve jongens en meisjes die een bandje willen beginnen, willen jullie een tip aannemen van een chagrijnige brompot? Zet de eerste twee weken van jullie bandje de instrumenten aan de kant, en denk heel, heel goed na over jullie naam.
Tags: babylon circus, Cesuur, Column, Creedance Clearwater Revival, Dennis Smits, Leo Blokhuis, Levon Helm, Mumford and Sons, Muziek, The Afghan Wigs, The Band, The Doors, The Wombats
Posted in Column, Muziek | 3 Comments »
donderdag, april 19th, 2012
Met Concertgebouw Classics wil Het Concertgebouw Amsterdam jongere doelgroepen aanspreken. Kaartjes van 39 en 55 euro en een fragmentprogrammering moeten de twintigers en dertigers over de streep trekken het prestigieuze gebouw in de hoofdstad te bezoeken. CultuurBewust.nl vraagt iedere voorstelling naar de mening van een jonge bezoeker. Ditmaal het woord aan Edward (23) en Nick (24) uit Amsterdam: “Het heeft een hoog Trosgehalte.”
“Wat vond jíj er van?” kaatst de student Nederlandse Taal en Cultuur Edward direct de bal terug als ik hem vraag naar zijn mening. Zelf was ik vooral onder de indruk van het gedeelte na de pauze, dat in het teken stond van de Franse componist Ravel. Voor de pauze zong en acteerde bariton Henk Neven vol passie diverse aria’s uit opera’s van Mozart, maar liet het Nederlands Kamerorkest geregeld wat steken vallen. Dat vindt Edward te zacht uitgedrukt. “Het was één grote chaos,” zegt hij hoofdschuddend.
Tros Muziekavond
Nick is het roerend met hem eens. “Ik begrijp ook niet dat ze allemaal losse hits laten horen en niet gewoon één stuk waarvan bijvoorbeeld sommige delen heel bekend zijn.” Ik leg hem uit dat dat het idee is van Classics: een verzameling van de grote klassieke hits, uitgevoerd door het Nederlands Philharmonisch Orkest en opgeleukt met een bijzondere gast. Nick schudt meewarig zijn hoofd. “Je hoeft echt niet de hits op een rij te zetten om jongeren enthousiast te maken voor klassieke muziek. Dit is meer de Tros muziekavond, maar dan met klassieke muziek. Heel geschikt voor ouderen die dan denken ‘hé dat deuntje ken ik’.”
Zelf werd hij als middelbare scholier door de docent meegenomen naar een concert van de Academy of St. Martin in the Fields. “Welke uitvoering ik daar heb gezien weet ik niet eens meer, maar het was gewéldig,” vertelt hij. Zijn ogen glimmen. “Je moet de muziek voor zichzelf laten spreken. Die heeft geen kleurenspotjes of blije presentator nodig.”
Grappige anekdotes
Die ‘blije presentator’, Gregor Bak, lichtte ook vanavond weer de uitgevoerde werken toe. Hij legde uit waar de muziek over gaat en in welke context het is geschreven. Dat hij dat deed aan de hand van grappige anekdotes kun je hem niet kwalijk nemen: op een droge geschiedenisles zit niemand te wachten. Bak kreeg de lachers op zijn hand met een citaat van Ravel. De componist vond de aandacht voor zijn ‘Pavane pur une enfante défunte’ nogal overdreven en was ook helemaal niet te spreken over de amateurpianisten die het stuk opvoerden. Tegen één zou hij eens gezegd hebben: “Ik hoop dat je je de volgende herinnert dat ik een pavane voor een dode prinses heb geschreven en niet een dode pavane voor een prinses.”
Kwaliteitsverschil
Met die woorden nagalmend in het achterhoofd leidde dirigent Carlo Rizzi het Nederlands Philharmonisch orkest op uitstekende wijze en betoverde hij het publiek met de rustige, sprookjesachtige klanken van de Pavane. De musici hadden hun instrumenten beduidend beter onder controle dan hun collega’s van het Nederlands Kamerorkest. “Wat mij betreft was La Valse het topstuk van de avond,” zegt Edward.
Voor Edward en Nick was Concertgebouw Classics ”eens en nooit weer” vanwege het populistische en fragmentarische karakter. “Ik zal niet snel nog een keer naar een concert gaan dat gesponsord wordt door De Telegraaf,” aldus Nick. Ook als ‘instapconcert’ vinden ze Classics niet geschikt. “De juiste muziek doet zelf het werk. Laat die poespas maar achterwege.”
Tags: Carlo Rizzi, Classics, Concertgebouw Classics, Edward, Gregor Bak, Henk Neven, Het Concertgebouw Amsterdam, klassiekers, Marjolein Theunissen, Nederlands Kamerorkest, Nederlands Philharmonisch Orkest, Nick
Posted in Muziek, Reportage | No Comments »
vrijdag, april 13th, 2012
Met een salto in het publiek tijdens ‘Van God Los’ komt vanavond zowaar een einde aan het optreden van Kraantje Pappie in Tivoli. De Groningse rapper, die eigenlijk Alex van der Zouwen heet, speelde vorige zomer al op Lowlands. Toch verwierf hij pas bekendheid bij een groot publiek na de release van zijn debuutalbum Crane in januari. De single ‘Waar Is Kraan?’ deed het zowel goed op de radio als in de clubs en Van der Zouwen ontving zelfs een nominatie bij de 3FM Awards voor beste single. Met opgeheven hoofd stormt Kraan vanavond het podium op. Hij mag die prijs dan niet gewonnen hebben, het is al snel duidelijk dat er in feite maar één ding is dat er voor Kraan echt toe doet: optredens als deze.
Veel artiesten kun je een verwijt maken als ze je lang laten wachten voor aanvang van het optreden. Kraantje Pappie zal echter altijd zijn hit ‘Waar is Kraan?’ kunnen gebruiken als excuus. Vanavond lijkt het dan ook relatief lang te duren voordat de Groninger, vergezeld door Fiddox en DJ Friss, zich presenteert. Het jonge publiek heeft al laten merken wel in te zijn voor een feestje. Ook Kraantje keert vanavond niet huiswaarts voordat Tivoli het plafond heeft aangeraakt. Met een grote groep hechte fans in de zaal is dat een koud kunstje.
Dankbaar en oprecht
Het publiek gaat vanaf de eerste minuut volledig uit zijn dak op de no nonsense hiphop waarbij de beat overduidelijk zegeviert. Men lijkt zo nu en dan tijd nodig te hebben om op adem te komen, maar krijgt die aanvankelijk niet van Kraan. Tegelijkertijd benadrukt hij ook hoe dankbaar hij zijn publiek is. Over de 3FM awards zegt hij: “Het gaat er niet om dat ik ze niet heb gewonnen; het gaat erom dat er wel mensen zijn die hebben gestemd.” Dooddoener of niet, Van der Zouwen meent wat hij zegt. Hij neemt je niet in de zeik, maar zegt je recht in je gezicht hoe het zit. Met die eerlijkheid dwingt hij veel respect af.
Gevaarlijke set
Ondanks het enthousiasme van het publiek kunnen we niet om de gevaarlijke set heen. Er zijn verschillende momenten waarop het optreden zijn kracht dreigt te verliezen door de korte spanningsboog. Net iets te vaak legt Van der Zouwen het optreden stil om een praatje te maken. Vooral naar het einde toe weet hij niet langer te verrassen. Hoogtepunten in de set zijn het agressieve ‘Zijn Rug Stinkt’, over een vriendschap die op de klippen liep en ‘Hoop Nu’, waarin Kraantje Pappie zichzelf op een spottende manier verheerlijkt. In ‘Wat Nou Als Het Lukt’ is zijn smoel voorzien van een enorme glimlach. Vol bewondering en trots kijkt hij naar zijn publiek.
Scherpe timing
Het lukt de drie heren onwaarschijnlijk goed om met weinig middelen een groots effect teweeg te brengen. Bovendien valt ook meteen de scherpe timing van Kraantje op. De vele dubstepelementen die in de muziek verwerkt worden, zorgen voor een aangename afwisseling. Op deze momenten roept Van der Zouwen op tot een kolossale moshpit. Er wordt flink gebeukt en men rent rond als kippen zonder koppen. Toch is er van een vijandige sfeer allerminst sprake.
Met slechts één album op zak is het moeilijk bijna anderhalf uur te kunnen boeien. Na ‘Waar Is Kraan?’ had ‘Van God Los’, met een in het publiek duikende Kraan een aangename afsluiter kunnen zijn. Het is jammer dat de Groningse rapper daarna toch nog de drang voelt door te gaan, maar het laat tegelijkertijd ook zien dat hij altijd tot het gaatje wil gaan. Tevens wordt er vanavond nooit op de automatische piloot gespeeld. De overdreven fanatieke heren brengen een geloofwaardig optreden en zullen nog veel clubs op zijn kop gaan zetten. Met wat gesleutel aan de setlist en een inkorting daarvan zullen de pieken nog groter worden en de dalen kleiner en zal Crane ook muzikaal gezien nog beter uit de verf komen.
Tags: Alex, concert, crane, de, der, DJ, Dubstep, fiddox, friss, helling, hiphop, is, kraan, kraantje, pappie, Recensie, Tivoli, van, waar, zouwen
Posted in Muziek, Recensie | No Comments »
donderdag, april 12th, 2012
“Het slechte nieuws is: ik zing vanavond niet.” Met die woorden opent Ruben Hein op Goede Vrijdag zijn Revisited-concert in het knusse Amsterdamse Bimhuis. Maar zulk slecht nieuws is dat helemaal niet, want ondersteund door bassist Ernst Glerum en drummer Joost Patocka ontpopt hij zich tot een volwaardig jazzpianist. Zo weet hij ook zonder zijn stem te gebruiken het verraste publiek een avond lang op het puntje van hun stoel te laten zitten.
De meeste mensen kennen Ruben Hein waarschijnlijk van zijn debuutalbum Loose Fit, dat uitkwam bij het befaamde jazzlabel Blue Note. Na zijn doorbraak bij het grote publiek werd hij in 2011 genomineerd voor een 3FM Award in de categorieën beste zanger en beste nieuwkomer. Maar hij heeft ook een andere kant: aan het conservatorium werd hij opgeleid tot jazzpianist.
Oorsprong
Naar die oorsprong gaat de 29-jarige zanger terug met zijn instrumentale Revisited-tour en bijbehorende EP. In een ‘remix zonder dj’ worden bekende nummers van Loose Fit uitgewerkt tot complexe jazzcomposities. Tijdens het concert blijkt al snel dat dit een goede zet is: doordat Ruben niet zingt, kan hij zijn energie en creativiteit volledig op de vleugel richten. Samen met drums en bas levert dat twee uur muzikale spanning op, waarbij het laid-back gevoel van Loose Fit ver te zoeken is.
Bij het eerste nummer lijkt Ruben zelf nog even los te moeten komen, maar algauw gaat hij helemaal op in zijn spel. Het stuk is vanaf het begin erg jazzy en het duurt even voor er een herkenbaar ritme en melodie in komt. De mannen hebben de vaart er flink inzitten, maar spelen wel zeer gevarieerd. Op de vleugel worden snelle loopjes afgewisseld met volle akkoorden en de eerste intieme bassolo is meteen een voltreffer.
Belevenissen
Pas na afloop komt het publiek erachter dat dit openingsnummer de uitwerking was van ‘Somebody to love’, iets dat niemand in eerste instantie doorhad. Zo gaat het deze avond vaker, want de bekende Loose Fit-liedjes zijn ‘uit elkaar getrokken’ tot belevenissen van gemiddeld een kwartier, kunstwerken bijna die ter plekke gecreëerd lijken te worden. De minst sterke nummers zijn dan ook juist die waarbij de oorspronkelijke melodie het meest herkenbaar is, zoals het relaxte ‘Say bye’.
Bijzonder is de uitvoering van ‘Deaf, dumb, exposed’, dat Ruben nog op het conservatorium schreef en nu gespeeld wordt zoals het oorspronkelijk bedoeld was. Ook dit rustige en subtiele nummer heeft een zorgvuldig opgebouwde spanningsboog met verrassende wendingen. Bij een solo van Ernst wordt nog eens zichtbaar hoe goed het trio op elkaar is ingespeeld: terwijl zijn basmelodie spontaan lijkt te ontstaan, weet Joost met een paar tikken precies de juiste tonen extra accent te geven.
Gebiologeerd
Ondanks alle variatie binnen de nummers, heeft ieder stuk toch ook een eigen karakter. Zo is ‘Stand up speak out’ een energiek en mooi afgerond geheel, wordt ‘Fear’ lekker krachtig gebracht en knalt ‘If friends is all’ door de groeiende intensiteit bijna de tent uit. Een betoverend intermezzo in ‘Elephants’ doet klassiek aan en helemaal aan de andere kant van het spectrum bevindt zich ‘Rosie’, dat alleen op vleugel gespeeld wordt en zorgt voor een gebiologeerde en muisstille zaal.
Toen hij aan het begin van de avond uitlegde waarom hij niet zou zingen, noemde Ruben Hein deze ‘remix’ een experiment. Misschien was dat de insteek toen het trio ermee startte, maar inmiddels is het veel meer dan dat: het klinkt doordacht, volwassen en professioneel. Voor wie hem alleen als zanger kent, lijkt Ruben zichzelf en zijn muziek opnieuw te hebben uitgevonden. En met deze hoeveelheid overgave en creativiteit mag hij dat nog veel vaker doen.
Tags: amsterdam, Bimhuis, Blue Note, Elephants, Ernst Glerum, Jazz, Joost Patocka, jorien heemskerk, Loose Fit, Revisited, Ronald Rijntjes, Rosie, Ruben Hein, Somebody to love, trio
Posted in Muziek, Reportage | No Comments »
dinsdag, april 10th, 2012
Pete Murray is terug van weggeweest, en hoe. Op Paasmaandag zette de 42-jarige Australische singer-songwriter Tivoli Oudegracht op zijn kop. Samen met zijn band speelt hij oude bekende nummers als ‘So beautiful’ en ‘Better Days’, maar ook rocknummers van zijn nieuwe album zoals ‘Let you go’ passeren de revue. Pete Murray maakt met zijn nieuwe tour een goede comeback.
Zodra de zanger opkomt wordt de zaal gevuld met zijn warme, maar rauwe stem. Een stem die nu hij ouder is geworden doorklinkt met levenservaring, maar nog steeds sexy klinkt. Ook met zijn verschijning is niets mis, hij straalt en bespeelt vol passie zijn gitaar. Met zijn nieuwe album slaat hij een net even wat andere toon aan dan met zijn eerdere muziek. Het is niet enkel meer de man met zijn gitaar. Pete Murray wordt namelijk ondersteund door een goede elektrisch gitarist, een basgitarist en een drummer, wat het rock-effect goed uit doet komen.
Sneller dan normaal
Het concert begint met ‘Blue Sky Blue’ van zijn gelijknamige nieuwe album. Blue Sky Blue staat vol bruisende, energieke nummers. Ondanks het succes dat Pete Murray opwekt in het publiek met zijn nieuwe album, wisselt hij die nummers regelmatig af met oudere en bekendere nummers. En dat net even in een ander jasje gegoten. Zo speelt hij het nummer ‘You pick me up’ sneller dan het origineel.
Het lijkt wel alsof bijna alle nummers wat meer uptempo zijn, wat erg fijn in het gehoor ligt. Helemaal tijdens dit staande concert is het fijn om met de voetjes van de vloer te gaan. Het enige nadeel van die harde drums en elektrische gitaarklanken is dat de stem van Murray daardoor af en toe niet zo goed te horen is.
Anekdotes
De Australiër houdt af en toe wel van een grapje. Waar hij aan het begin van de show vooral muziek wil maken en wil laten horen, vindt hij op een gegeven moment ook de interactie met het publiek belangrijk. Hij maakt leuke grapjes en vertelt verhalen, waardoor hij nog meer sfeer creëert. Zo draagt hij het nummer H.O.L.L.A.N.D (Hope Our Love Lasts And Never Dies), geschreven in Nederland, op aan een rubber eendje dat iemand in het publiek in bezit heeft. Zijn elektrisch gitarist speelt er leuk op in en zingt met een Donald Duck-stem een liedje over een eend.
Pete Murray legt ook uit dat hij zijn hit ‘Opportunity’ heeft geschreven nadat zijn toenmalige vrouw hem had opgesloten in huis en zelf ging winkelen. Binnen een halfuur bedacht hij dit bijzondere liedje. De uitvoering van ‘Opportunity’ is prachtig omdat het publiek ongevraagd het hele nummer meezingt. Tot slot wordt Lior, de Australische singer-songwriter die in het voorprogramma optrad, op het podium gevraagd en zingen de twee Aussies samen het nummer. Kippenvel.
Tags: album, Australiër, band, Blue Sky Blue, comeback, drums, dummere, elektrisch gitaar, gitaar, interactie, kippenvel, Lior, Muziek, nummers, opportunity, oudegracht, Pete Murray, Publiek, singer-/songwriter, stem, Tivoli, tour, uptempo, voorprogramma, zanger
Posted in Muziek, Recensie | No Comments »
dinsdag, april 10th, 2012
Een meer dan overweldigend optreden gaf singer-songwriter Sufjan Stevens in april vorig jaar in het Muziekgebouw in Eindhoven. Vol trots werd vervolgens ‘een zeldzame samenwerking door de drie misschien wel meest bepalende creatieve geesten uit de New Yorkse indie scene van dit moment’ gepresenteerd. Stevens maakt onderdeel uit van het trio waar het Muziekgebouw het over heeft en het wordt aangevuld door Bryce Dessner en Nico Muhly. Eerstgenoemde is gitarist bij indieband The National; Muhly schreef onder meer de soundtrack voor de Oscarwinnende film The Reader. Vergezeld door het Nederlandse New Trombone Collective en het Navarra String Quartet presenteren de drie heren voor het eerst de veelbelovende liedcyclus Planetarium, die in opdracht van onder meer het Muziekgebouw werd geschreven.
Ongemakkelijke start
Voorafgaand aan de wereldpremière van Planetarium worden drie werken voor strijkkwartet gespeeld. Elk van de componisten is verantwoordelijk voor een van deze werken. In de Quintets laat Bryce Dessner het strijkkwartet samensmelten met de elektrische gitaar en samen creëren ze een warme, heldere klankkleur. De akoestiek in het Muziekgebouw is bovendien uitzonderlijk goed. Diacritical Marks van Nico Muhly bestaat uit acht korte delen, maar het publiek weet niet wanneer wel of niet te klappen. Dat is jammer, want zo valt de samenhang in de afwisselend energieke en lyrische passages volledig weg en is er niets van de intentionele opbouw hoorbaar. Zowel het roezemoezende publiek als het strijkkwartet lijken zich aanvankelijk niet helemaal thuis te voelen in deze setting: het publiek lijkt meer gewend aan een rumoerige popconcertzaal en het strijkkwartet is wellicht vaker te vinden in grote huiskamers waar kamermuziek wordt opgevoerd.
Typerende bezetting
Stevens, Dessner en Muhly weten in de tweede akte echter al snel tegemoet te komen aan de verwachtingen. Net zoals bij een echt planetarium worden de beelden van de verschillende planeten op een enorme zwarte bal die boven het podium hangt, geprojecteerd. De projecties zijn een inherent onderdeel van het optreden. De songs en instrumentale stukken over het zonnestelsel kennen nadrukkelijk ieder hun eigen karakter en zijn ondanks de typerende bezetting waarin ze uitgevoerd worden, zeer divers. Muhly dirigeert het geheel als het ware en bespeelt soms twee verschillende toetsinstrumenten tegelijk. Met zijn rug naar het publiek zit hij links vooraan het podium, ingesloten door een vleugel en een elektronisch orgel, dat opvallend genoeg klinkt als een klokkenspel. Door de kenmerkende stem van Stevens, die hij soms vervormt met behulp van een vocoder, kent de muziek een zweverig, bijna hypnotisch karakter. Dessner hanteert af en toe een strijkstok om zijn elektrische gitaar mee te bespelen.
Sterke spanningsboog
De strijkers nemen een ondersteunende rol op zich. Ze begeleiden het elektronische bombast dat vanachter de toetsen en drummachine vandaan komt en zorgen ervoor dat deze niet ontspoort. De spanning wordt langzaamaan steeds verder opgebouwd en er wordt overduidelijk naar een climax toegewerkt. Met behulp van de trombones wordt er een steeds overdadiger geluid gecreëerd naarmate het optreden vordert. Ook het publiek reageert hierdoor enthousiast en de sfeer in de zaal is veel losser dan in de eerste akte. Zo zijn de pauzes tussen de nummers vrij lang, maar wordt hierin op bijna onnozele wijze het ijs gebroken tussen de musici en diens publiek. Om de beurt kondigen de drie heren hun songs, die allemaal naar een planeet vernoemd zijn, aan: “Mars is probably the most insane planet, so this piece is really weird.”
Binnen de alternatieve muziekscene wordt de laatste tijd hevig met de term indieclassical gesmeten. Wat hier tot nu toe precies mee bedoeld werd, was nooit helemaal duidelijk. Het enerverende en zeer onderhoudende geheel dat Sufjan Stevens, Bryce Dessner en Nico Muhly samen tot stand hebben gebracht in de vorm van Planetarium, zou echter wel eens exemplarisch kunnen zijn voor die term. Het drietal laat vanavond in elk geval horen bepalend te zijn voor de hedendaagse ontwikkeling van de popmuziek en lijkt nog lang niet uitgekeken op het uitdagen van de grenzen daarvan.
Tags: bryce, collective, dessner, diacritical, Eindhoven, indieclassical, marks, muhly, Muziekgebouw, navarra, new, nico, planetarium, quartet, quintets, rabbit, run, stevens, string, sufjan, trombone
Posted in Muziek, Reportage | No Comments »