Roos Jonker: “Ik heb net mijn eerste Japanse fanmail gekregen.”

afbeelding Interview

aug
13

Door:

Maak kennis met Roos Jonker: een nieuw jazztalent die lovende recensies kreeg voor haar dromerige debuutalbum Mmmmm. Roos hield daarbij een flinke vinger in de pap: ze zong, speelde meerdere instrumenten in én programmeerde de beats. CultuurBewust.nl sprak met haar over de plaat, haar succes in Japan en de voor- en nadelen van thuis opnemen. “Het zag er niét uit! Ik had overal dekens, matrassen en doeken, om het maar zo geluidsdicht mogelijk te houden.”

Ben je opgegroeid met muziek?
“Ik kom uit een muzikaal gezin, ja. Mijn moeder heeft klassiek conservatorium gedaan in dwarsfluit en speelt ook mee op de plaat. Mijn vader zingt. Ik heb een heel klassieke achtergrond, er werd thuis niet veel jazz gedraaid. Ik kwam pas echt in aanraking met jazz toen ik 17 of 18 was. Mijn lerares op de middelbare school zei: “Je moet zangles nemen. Je hebt een goede timing”. Toen heb ik zangles genomen en ben ik naar jazz gaan luisteren. Omdat ik me daar heel goed in kon vinden, heb ik ervoor gekozen om een jazzopleiding te gaan doen.”

Welke instrumenten bespeel je allemaal?
“Ik ben op mijn 7e met harp begonnen. Daardoor ging ook pianospelen me makkelijk af. Saxofoon speel ik ook. Gitaar ben ik nu een beetje aan het leren. Juist omdat ik daarbij niet precies weet wat ik doe, verras ik mezelf soms. Zang en piano heb ik zelf ingespeeld op de plaat, maar ik heb niet alles zelf gedaan. Twee gitaarsolo’s zijn door Rory Ronde ingespeeld en Benjamin Herman heeft twee saxofoonsolo’s  gedaan, want echt soleren lukt me niet.”

Zie je jezelf een beetje als de vrouwelijke Spinvis in de jazz?
“Zou wel kunnen ja. Het is wel self made. Waarom iemand anders erbij halen als ik het ook zelf kan doen? Ik weet precies hoe ik het wil hebben.”

Hoe ben je bij Dox Records terecht gekomen?
“Ik zat in het achtergrondkoortje van Benny Sings. Nadat ik ben gestopt, hebben we contact gehouden. Bart Suèr, de baas van Dox, ken ik ook al tien jaar. Ze zeiden altijd al dat ik mijn eigen liedjes moest gaan maken. Dan zei ik: “Nou ja, dat komt wel een keer.” Op een gegeven moment begon het toch te kriebelen. Ik had een paar schetsen liggen en toen hebben ze me overgehaald om een plaat te maken.”

Je hebt je plaat thuis opgenomen. Hoe was dat? Word je dan niet steeds afgeleid bijvoorbeeld?
“Ja! Maar ik werk ook wel op die manier. Ik kan even snel wat opnemen of verzinnen en dan de boodschappen doen en de was ophangen. Als je een studio huurt ben je héél erg veel geld kwijt en moet je met een deadline werken, wat me helemaal niet trekt. Aan de andere kant is het moeilijk om structuur aan te brengen. Het is onrustig. Ik begon me ook zwaar te irriteren aan alles in mijn huis, want je werkplek en je privé lopen door elkaar heen. Het zag er niét uit, ik had overal dekens, matrassen en doeken, om het maar zo geluidsdicht mogelijk te houden. Ik kon ook geen mensen ontvangen. Dan zei ik elke keer: “Ja sorry, kijk maar niet om je heen.” Ik heb nu alles weer opgeruimd. Maar ik moest wel even een traantje laten hoor, toen ik het allemaal ging afbouwen.”

Denk je niet dat je in een studio meer gefocust kan werken?
“Ja, dat wel. Maar in een studio heb je altijd mensen om je heen, en ik werk gewoon het prettigst in m’n eentje. Dan ben ik creatiever. Als je in je eentje bent, ben je ook je eigen baas. Niemand die je kan afkraken. Met iemand anders ben ik geremder, waardoor er niet helemaal 100% uit komt wat er in zit. Bij deze plaat was dat wel het geval. Ik heb ook veel geleerd van het zelf opnemen: wanneer is het goed en moet je ermee doorgaan, en wanneer kun je iets beter in de prullenbak gooien. Maar ik ga het niet weer zo doen, ik ben nu wel op zoek naar een huis met een studio.”

Wat vond je van de recensies die je hebt gekregen?
“Leuk! Maar ik vond het ook wel raar. Twee weken nadat de plaat uit was, begon het allemaal een beetje te komen: interviewtjes, recensies, mensen die op een website over jou aan het praten zijn. Ik ben anderhalf jaar bezig geweest in m’n eentje, niemand hoorde die hele plaat. Dan komt de cd uit en gaan mensen daar ineens over praten. Dat vond ik heel bizar. Ik heb ook net mijn eerste Japanse fanmail gekregen. Een handgeschreven brief van iemand die mijn plaat dag en nacht draait. Of ik een handtekening wil geven. Ik krijg allemaal goede reacties, waar ik wel heel blij mee ben. Maar aan de andere kant hecht ik er niet erg veel waarde aan. Als ík het maar leuk vind.”

Je hebt je plaat uitgebracht in Japan. Hoe gaat het daar?
“Dat gaat héél goed! Het is daar een gekkenhuis! Op iTunes stond hij nummer 1 op de jazzcharts en twee liedjes zijn 50.000 keer gedownload. Je oren staan echt te klapperen. Ze hebben daar gewoon heel erg veel interesse in Hollandse jazz. Ook Benny Sings en Wouter Hamel zijn daar heel bekend. Ik ben een beetje op hun succes meegesurfd.”

Ga je nog een tour in Nederland doen?
“Dat staat wel in de planning. Mijn plaat kwam nét uit voor de zomer, als alle festivals al volgeboekt zijn. ’t Is toch een beetje komkommertijd. Maar komend half jaar wordt wel druk. Ik ga naar Thailand met de ‘jazz-expeditie’: met allemaal jazzmuzikanten uit Nederland, onder andere Suzanne Alt en het Peter Beets Trio, gaan we spelen met de lokale mensen en workshops geven. Mijn plaat komt daar ook uit waarschijnlijk. En daarna ga ik een cd opnemen in Frankrijk met allemaal mensen van Dox. Dus het wordt een goed gevuld half jaar.”

13-08-2010

Ontdek CultuurBewust.nl

Facebook reacties