donderdag, februari 9th, 2012
Om de maand staan ze er weer: rappend en schrijvend talent dat in de hippe lobby van Hotel V in Amsterdam de kans krijgt om van zich te laten horen. Wie weet zich te ontpoppen tot vocabulair zwaargewicht in deze kweekvijver van de kunsten?
Uitgeverij Lebowski en muzieklabel Top Notch sloegen de handen ineen en creërden Achievers On Stage, een podium voor jong schrijf- en muziektalent. Fragmenten uit debuutromans, leuke rijmpjes, ware poëzie en rauwe raps. Ook 22 januari was er weer genoeg te beleven.
Tags: Achievers, amsterdam, auteurs, boeken, CultuurBewustTV, Hotel V, Johan Fretz, Kraantje Pappie, lebowski, Omar Dahmani, rappen, talent, Top Notch, voordracht, voorlezen
Posted in CultuurBewustTV, Literatuur, Muziek, Reportage | No Comments »
dinsdag, februari 7th, 2012
Na Dagen van gras (2009) komt Philip Huff met zijn tweede roman Niemand in de stad. Dit nieuwe boek gaat over Philip Hofman, een Amsterdamse corpsstudent die tijdens zijn studententijd vooral op zoek is naar zichzelf.
Voordat de studententijd begint, heeft Philip een relatie met Elisabeth. Algauw wordt Philip, tijdens zijn studie, bevangen door de schoonheid van studente Karen met wie hij vervolgens ook een relatie begint. Matt, een brassende student, en Jacob, een aanstaand intellectueel, zijn de vrienden van Philip. Samen zijn ze lid van de Amsterdamse studievereniging Vondel. De roman zet de studententijd neer als de herfst van ieders jeugd. Vooral Jacob ziet het allemaal zwaarmoedig in. Hij beschouwt het studentenleven als de laatste koestering van je leven, daarna kan het alleen maar slechter gaan.
Popsongroman
Niemand in de stad is een popsongroman. Dit genre ontstond rond de jaren ’90 in Duitsland. Inmiddels bezigen nu meerdere Nederlandse auteurs dit genre en is de popliteratuur sterk in opkomst in ons land.
Huffs roman is doordrenkt met titels en songteksten uit naoorlogse popsongs. Deze intertekstualiteit wijst telkens op een bepaald motief of een vooruitwijzing in het verhaal. Zo luistert Philip met zijn vriendin Elisabeth naar het liedje August and Everything After. Hij schaamt zich terwijl ze luisteren naar het lied. Vanaf augustus is er inmiddels veel veranderd in Philips leven als student, zoals de stiekeme relatie met Karen.
Zelfdestructief
Achter de relatie met Karen lijkt een vreemde kracht schuil te gaan die ervoor lijkt te zorgen dat Philip keer op keer gewond raakt, hoewel hierbij vaak ook alcohol, drugs, of geweld in het spel is. Aanvankelijk zijn het kleine ongelukjes waarmee Philip te maken krijgt. Later in het verhaal krijgt hij steeds ernstigere verwondingen. De verwondingen blijken vooruitwijzingen te zijn naar de destructieve relatie met Karen. Als Philip de betekenis van haar naam zoekt, vindt hij als antwoord ‘wild unclean man’.
Philip is tijdens zijn studententijd vooral op zoek naar zijn eigen identiteit. Hij zoekt naar een eigen karakter dat hem houvast biedt, maar zo makkelijk blijkt de zoektocht niet te zijn. Hij is verdwaald:
‘Het is een eind fietsen naar de Indische Buurt en ik verdwaal weer eens. Ik dacht altijd dat ik niet zo’n jongen was die verdwaalt in zijn eigen stad, maar dat ben ik dus wel: verdwaald.’
Tegelijkertijd valt hier tevens de zwakte van de auteur te zien: hij laat te weinig aan de lezer over en schrijft op een te onthullende wijze. Herhaling komt soms te vaak voor. In bovenstaand voorbeeld noemt hij drie maal het werkwoord ‘verdwalen’ in maar twee zinnen. Daarenboven mag Huff ook wel eens een groene appel proeven: in tegenstelling tot wat hij beweert, zijn deze vaak zuur.
Nieuwe held
Wellicht zijn dat de laatste fouten van een jonge auteur. Philip Huff weet met Niemand in de stad een stoere en gevoelige roman neer te zetten die geschikt is voor een breed leeftijdspubliek. Als Huff op deze voet doorgaat, kan hij uitgroeien tot een nieuwe held binnen de Nederlandse literatuur. De poëtische woorden van Joost van den Vondel die terugkeren in het boek, duiden de kracht van Huff wellicht het beste na het lezen van de volledige roman: ‘Eeuwig gaat voor ogenblik.’
Tags: amsterdam, Anne Frank boom, Bob Dylan, Derk van Deth, Eeuwig gaat voor ogenblik, Literatuur, Niemand in de stad, Philip Huff, popliteratuur, popsongs, Recensie, roman, studentcorps, studenten, Vondel
Posted in Literatuur, Recensie | No Comments »
dinsdag, februari 7th, 2012
Italië roept bij veel Nederlanders beelden op van een Luilekkerland vol monumenten, goed eten en lichtvoetige inwoners. De roman Het Barbiehuis van de Romeinse schrijver Ascanio Celestini laat een heel ander Italië zien: vier jonge mensen uit een grauwe buitenwijk vertellen over hun uitzichtloze leven tussen troosteloze flats, geestdodende winkelcentra en enorme callcenters.
De vier hoofdpersonen, Marinella, Patrizia en de broers Salvatore en Nicola vertellen elk in één van de vier grote delen, over hun troosteloze leven. Ze wonen in een flat in de buitenwijk Cinecittà Due en op Salvatore na werken ze allemaal als hersenloze poppen in het nabije callcenter, bijgenaamd ‘Het Barbiehuis’. Ze krijgen een mager stukloon, staan mensen te woord over onbenulligheden en hebben niet bepaald de opdracht gekregen de bellers snel te helpen. De seksmaniakken, die ‘s nachts bellen, precies 2 minuut 40 aan de lijn houden blijkt zelfs een van de voornaamste doelen. Dat levert namelijk het meeste geld op voor het bedrijf.
Geen van de eenzame hoofdpersonen is gelukkig met zijn huidige bestaan. Marinella heeft een hazenlip en last van een stalker, Patrizia is zwaar depressief en doet een zelfmoordpoging bij de gasoven en Salvatore en Nicola zitten opgescheept met hun oude vader, die ze niet meer verschonen en alleen maar vies blikvoer voorschotelen. De passages waarin de broers blikken bonen en tonijn op de ondergepiste schoot van hun vader zetten, terwijl ze stiekem hopen dat hij snel sterft, laten inderdaad niet het stereotiepe beeld zien van de gezellig tafelende Italiaanse familie.
Bederfelijkheid
Alles in Het Barbiehuis ademt viezigheid en bederfelijkheid: voedsel, woningen en zelfs personages. Iedereen in en rond de flat heeft een contract op projectbasis, zelf zijn ze net zo wegwerpbaar als wc-papier. Zo vertelt Marinella in het tweede deel:
“Ouders die in wegrestaurants en in ziekenhuizen werken, in kinderdagverblijven en in fabrieken en die contracten tekenen die aflopen, net als melk over de datum.”
Het contrast tussen de realiteit van deze mensen en de beelden op hun tv’s, krijgt in de roman een prominente plaats. Terwijl de hoofdpersonen een uitermate moeizaam leven leiden, vertoont men op de schermen onbenullig vertier rondom billen, priesters en ministers. Het Barbiehuis is een aanklacht tegen het Italië onder Berlusconi, zonder dat de naam van de omstreden oud-premier wordt genoemd. Op de Nederlandse lezer zonder al te veel kennis van de Italiaanse maatschappij mist dit element van impliciete – maar overduidelijke – kritiek waarschijnlijk zijn uitwerking.
Engagement op z’n Italiaans
Celestini is zonder twijfel een geëngageerd schrijver. De Italiaanse titel van Het Barbiehuis is Lotta di classe – ‘Klassenstrijd’. In sommige passages lijkt dan ook niet de verteller, maar de linkse Celestini aan het woord: “Het ‘hoofd human resources’, zo noemen ze dat, alsof arbeiders en werknemers mineralen zijn die in mijnen worden gewonnen.” Veel Italianen, gewend als zij zijn aan het feit dat vrijwel alles in hun land gepolitiseerd is, zullen zich niet snel storen aan zulk literair activisme en misschien zelfs strijdlustig knikken. Het is echter maar de vraag of Nederlanders er veel mee kunnen.
Het Barbiehuis laat een Italië zien dat we niet in de reisgidsen tegenkomen. Het gaat om een kant van het land die opeens weer actueel is, nu de nieuwe regering van Mario Monti belooft de vastgeroeste Italiaanse maatschappij te hervormen en meer kansen te creëren voor jongeren. Wie momenteel al met een geïnteresseerde houding krantenartikelen over deze ontwikkelingen leest in Nederlandse kwaliteitskranten, vindt in Het Barbiehuis een vermakelijk en origineel fictiewerk over Italiaanse jeugduitzichtloosheid. Wie deze interesse niet heeft, kan de soms rommelige roman links laten liggen.
Tags: Ascanio Celestini, berlusconi, callcenters, eenzaamheid, Engagement, Italie, Literatuur, uitzichtloosheid
Posted in Literatuur, Recensie | No Comments »
dinsdag, februari 7th, 2012
In de werkelijkheid van Gesplitst zijn er extreme oplossingen gevonden in de discussie over het donorschap en de abortuskwestie. Neal Shusterman laat in zijn Young Adult-roman een toekomstbeeld zien waarin jongeren geen beslissingsrecht hebben over hun eigen leven. Een lugubere en spannende roman die je koude rillingen bezorgt.
In Gesplitst heeft het tekort aan donoren en het abortusvraagstuk geleid tot een Tweede Burgeroorlog in de Verenigde Staten. Met de Wet op het Leven komt er een einde aan deze problematiek, maar door extreme maatregelen. Ouders kunnen hun kind tussen hun dertiende en achttiende levensjaar afstaan als splitser aan de staat. Die haalt hun lichaam uit elkaar zodat alle lichaamsdelen gebruikt kunnen worden voor donorschap. De kerk ziet het zelfs als het ultieme offer aan God. Deze kinderen worden tienders genoemd.
Op de vlucht
Drie jongeren komen elkaar bij toeval tegen en vluchten samen om aan hun doodsvonnis te ontkomen. Connor is een probleemjongen, Risa een wegbezuinigd weeskind en Lev een tiender uit een strenggelovig gezin. Lev is er heilig van overtuigd dat het zijn lotsbestemming is om zichzelf op te offeren, maar begint te twijfelen wanneer zijn priester hem maant te vluchten en hij jongeren tegenkomt die vechten voor hun leven.
Connor lijkt altijd in de problemen te komen, maar Risa weet hem op het rechte pad te houden. Ze raken verliefd, maar moeten accepteren dat er geen toekomst mogelijk is met elkaar. Samen met honderden andere jongeren komen ze terecht op een kerkhof voor oude vliegtuigen dat onder toezicht staat van een ex-admiraal. Ze lijken daar veilig te zijn, maar dan ontstaat er een opstand onder de jongeren. Risa en Connor belanden alsnog in een oogstkamp, waar ze gesplitst zullen worden.
Splitsproces
Gesplitst is een spannend verhaal dat de lezer af en toe letterlijk koude rillingen bezorgd. Vooral de beschrijving van het splitsingsproces is te afschuwelijk voor woorden. Shusterman maakt ieder plastisch en tragisch detail voelbaar. Systematisch verwijderen de chirurgen elk onderdeel, terwijl de jongere steeds meer het bewustzijn verliest. Ondanks de lugubere beschrijving is het goed dat dit proces in het boek voorkomt, zodat het niet alleen een vage voorstelling in het hoofd van de lezer blijft.
Perspectief op de thematiek
Naast Connor, Risa en Lev komen ook andere personages aan het woord. Door het perspectief steeds af te wisselen werpt Shusterman op slimme wijze steeds een ander licht op de thematiek. Leef je voort wanneer je bewustzijn bewaard blijft in de gedoneerde organen? Hoe waardevol is een leven? En wie bepaald wiens leven waardevoller is dan dat van een ander?
Deze ethische vragen bestaan al eeuwen, maar zijn een direct gevolg van de extreme maatregelen van De Wet van het Leven. Ze bieden inzicht in de problematiek van nu, waardoor het boek een maatschappelijke relevantie krijgt. Dat neemt niet weg dat Gesplitst in de eerste plaats vooral een heel spannend verhaal is. Laten we hopen dat dit griezelige toekomstbeeld geen werkelijkheid wordt.
Tags: abortus, buitenlandse vertaling, CultuurBewust.nl, discussie, donoren, donorschap, Gesplitst, jongeren, Lemniscaat, Literatuur, Luguber, Lydia Meeder, Neal Shusterman, oorlog, Recensie, Rozemarijn Strubbe, spannend, Unwind, Young Adult
Posted in Literatuur, Recensie | No Comments »
vrijdag, februari 3rd, 2012
Hoe zou de wereld er uit zien als John F. Kennedy niet zou zijn doodgeschoten op 22-11-1963? Dit is de centrale vraag in het nieuwe boek van Stephen King. Hoofdpersonage Jake Epping ontdekt een poort in de tijd en reist naar 1958 om Lee Harvey Oswald tegen te houden. Het verleden laat zich alleen niet graag veranderen. En wanneer het toch verandert, is het dan wel ten goede?
In het nawoord schrijft Stephen King dat hij 22-11-1963 eigenlijk al in 1972 wilde schrijven. Als full-time leraar had hij echter niet voldoende tijd voor de vele research die hierbij kwam kijken. En belangrijker nog, negen jaar na de moord ‘ was de wond nog te rauw’. Het is het wachten waard geweest, want met 22-11-1963 heeft Stephen King een pageturner geschreven die geen seconde verveeld.
Vlindereffect
Jake Epping, een leraar Engels, wordt op een avond gebeld door zijn vriend Al Templeton. Al is ernstig ziek, terwijl hij gisteren nog kerngezond was, en heeft een geheim. In zijn hamburgertent zit een poort in de tijd, naar 1958. Al is zelfs al een aantal keer terug in de tijd gereisd en heeft toen het plan opgevat om Lee Harvey Oswald ervan te weerhouden Kennedy te vermoorden. Tijdens het wachten op 1963 werd hij alleen ziek en moest hij terugkomen. En nu vraagt hij Jake om zijn missie af te maken.
Jake wil het verleden best veranderen, maar het biedt weerstand. Het wil zich helemaal niet laten veranderen. Sterker nog “de weerstand tegen de verandering is evenredig met de mate waarin de toekomst door een bepaalde daad kan worden veranderd”. Elke verandering, hoe klein ook, kan grote gevolgen hebben in de toekomst, het zogenaamde vlindereffect.
De kunst van het laten geloven
22-11-1963 is geschreven vanuit de ik-persoon. Jake vertelt de lezer een verhaal en spreekt hem ook aan. “Hoe dat ging weet je al.” Hierdoor wordt het een persoonlijk relaas en ga je mee het verleden in, op zoek naar de wereld van de jaren ’50 en ’60. “Die wereld van vijftig jaar geleden stonk erger dan ik ooit zou hebben gedacht, maar smaakte veel beter.” In zijn zoektocht komt Jake ook personages tegen uit eerder werk van King. Zo gaat hij naar het stadje Derry en ontmoet Beverly en Richie, die een prominente rol spelen in IT.
King loodst je met zijn boeken een wereld in waar dingen gebeuren die helemaal niet kunnen. Maar de kunst is dat je het bijna niet meer in de gaten hebt. Je gelooft elke letter die hij op papier zet. Zo is er een moordende clown die in een doucheputje zit (IT) en een ter dood veroordeelde met bovennatuurlijke krachten (The Green Mile). Ook in 22-11-1963 is dit weer het geval. Een poort in de tijd! ’Ja daag’ denk je als je de achterflap leest. King weet het toch klaar te spelen dat je geen seconde twijfelt aan die poort in de tijd. Ik niet in ieder geval. En dat is een puike prestatie
Tags: 1958, 22-11-1963, Amerika, Engels, fantasy, Joris van Boxtel, kennedy, King, moord, Recensie, spanning, stephen king, thriller, tijdreizen, what if
Posted in Literatuur, Recensie | No Comments »
donderdag, februari 2nd, 2012
Ieder jaar wordt op Gedichtendag, de laatste donderdag van januari, poëzie in het zonnetje gezet. Het grootste evenement van Gedichtendag is het Huis van de Poëzie, dat dit jaar voor de zesde keer werd georganiseerd. Het Centraal Museum in Utrecht werd omgetoverd tot een labyrint van poëzie.
Het Huis van de Poëzie noemt zichzelf ‘de enige live-poëziebloemlezing waar je zelf doorheen kunt lopen’ en ook dit jaar werd deze ondertitel waargemaakt. Het Centraal Museum bewees met haar vele gangen, zalen en kleine expositieruimtes een geweldige locatie te zijn voor Het Huis. Hoewel de ruimtes snel vol zaten en niet iedereen altijd de dichter kon zien waarop hij gehoopt had, zat het programma goed in elkaar; in bijna iedere ruimte liepen bezoekers poëzie tegen het lijf. En het voordeel van een dichter mislopen is dat je er in Het Huis altijd een ander voor in de plaats kunt krijgen.
Jong en oud
Rutger Kopland opende de avond met zijn cyclus Aanwijzingen voor het schrijven van een ansichtkaart en een voorbeeld. De dichter, die samen met Judith Herzberg de oudste van het programma was, deed fragiel aan toen hij het kleine podium opklom. Maar na slechts een paar woorden werd het publiek eraan herinnerd waarom hij al jaren één van de grootste dichters van Nederland is. Tegelijkertijd traden in ‘Expo 11’ dichters van een halve eeuw jonger op; Daniël Vis, Merijn Schipper en Anne Broeksma verrasten het publiek in het programmaonderdeel ‘Silent Poetry’ van het Poëziecircus. Het publiek kreeg een koptelefoon op en kon al wandelend langs de schilderijen van Abraham Bloemaert, de vader van de Utrechtse schilderschool uit de Gouden Eeuw, luisteren naar gedichten geïnspireerd op de kunstwerken.
Grensoverschrijdend
In een kleine ruimte bovenin het museum verzamelden liefhebbers van internationale poëzie zich in The International Room van Anna Arov, waar dichters uit Frankrijk, Amerika, Canada en Rusland hun Engelstalige gedichten voordroegen. Nog verder naar boven, op zolder, leidde het dichterscollectief van het Feest der Poëzie poëtische portretsessies. Niet alleen droegen dichters portretterende gedichten voor, ook werden ze live nageschilderd en getekend, zowel door kunstenaars als door bezoekers. Tegelijkertijd vond er in het Auditorium een speciale mix van poëzie en muziek plaats; Ingmar Heytze presenteerde zijn tiende bundel, Ademhalen onder de maan, met een optreden met zijn band Asfaltfeeën. Samen met dichteres Ellen Deckwitz en Spinvis-gitarist Cor van Ingen creëerde de ex-stadsdichter van Utrecht een elektronisch en poëtisch klanklandschap.
Luchtig en serieus
Behalve bij de intieme optredens, waar het Huis van de Poëzie om bekend staat, traden bijna alle dichters ook op in de Kapel. In deze klassieke ruimte is nog goed te zien dat het museum, dat sinds 1838 bestaat, gevestigd is in een voormalig middeleeuws klooster. Presentator Ruben van Gogh kondigde hier op vermakelijke wijze de variatie aan dichters aan; P. C. Hooftwinnaar Tonnus Oosterhoff bewees dat zijn poëzie ook zonder bewegende woorden op een computerscherm geweldig uit de verf komen en Frank Koenegracht liet horen hoe gedichten over de dood ook luchtig en humoristisch kunnen zijn. De twee dichters die het publiek hier het meest verrasten waren echter Antoine Boute en Vitalski. Beiden stonden met hun experimentele voordracht in de hoge Kapel op precies de goede plaats. Boute creëerde met klankpoëzie een boeiend spel tussen vorm en inhoud, en Vitalski kreeg met zijn kundige gedicht ‘Hotdogoorlog’, waarin iedere klinker een ‘o’ is, de lachers op zijn hand. De Vlaamse dichter Michaël Vandebril dichtte eerder op de avond “Utrecht, het publiek is serieus, Utrecht, de poëzie is serieus, Utrecht, de kunst is serieus”. Gelukkig werd in het zesde Huis van de Poëzie ook vaak genoeg het tegendeel bewezen.
Een fotoverslag van het Huis van de Poëzie is hier te zien.
Tags: Anna Arov, Anne Broeksma, Antoine Boute, Bloemaert, Centraal Museum, Cor van Ingen, Daniel Vis, Ellen Deckwitz, Feest der Poëzie, Frank Koenegracht, gedichtendag, huis van de poëzie, Ingmar Heytze, Judith Herzberg, Merijn Schipper, Michaël Vandebril, Poezie, Poeziecircus, Ruben van Gogh, Rutger Kopland, Silent Poetry, Tonnus Oosterhoff, Vitalski
Posted in Literatuur, Reportage | No Comments »
woensdag, februari 1st, 2012
Karl Marlantes (1945) werkte 33 jaar aan zijn debuutroman Matterhorn. In 1968 trad hij toe tot de marine om te gaan vechten in Vietnam. Zijn alterego Waine Mellas, besluit op 21-jarige leeftijd hetzelfde en wordt pelotonscommandant bij de Bravo Compagnie. Mellas vecht tegen ziekte, honger en een onzichtbare vijand, maar de sluimerende rassenproblematiek zet de hele compagnie op scherp.
Naïeve heroïek
Tegen de wil van zijn vriendin en tegen het maatschappelijke verwachtingspatroon in sluit Waine Mellas zich aan bij de marine om te gaan vechten in Vietnam. Als witte upperclass kan hij makkelijk onder de oorlog uitkomen, maar naïviteit over heldendaden en plichtsbesef brengen hem ertoe om in dienst te gaan. Hij komt in een wereld terecht die hij niet kent en die niemand ooit zal begrijpen. De rimboe, oorlog, moord, kameraadschap, vriendjespolitiek en rassenhaat. “Uiteindelijk is iedereen een racist”.
De compagnie van Mellas krijgt van Bataljonscommandant Simpson de opdracht de Matterhorn (in Amerika is het de gewoonte om vuurlinieposities te vernoemen naar bergen in het neutrale Zwitserland) in te nemen. Deze berg was al in het bezit van de Bravo compagnie, maar moest om tactische redenen verlaten worden. De aan whisky verknochte Simpson snakt echter naar een succes en stuurt de uitgeputte compagnie terug om een berg in te nemen waarop de NVA (North Vietnamese Army) zich heeft verschanst in door Mellas compagnie gebouwde kazematten. Een zo goed als onneembare vesting.
Beeldend
Matterhorn begint wat traag. Door een uitgebreide beschrijving van een operatie en door de vele namen, dialogen en militair jargon kom je niet meteen lekker in het boek. Maar de moeite die je er voor moet doen betaalt zich uit. Prachtige dialogen worden afgewisseld met gedetailleerd en beeldend geschreven situaties die je helemaal de oorlog in trekken.
“Bij het geluid van een blad dat langs een tak ritselde, draaiden hoofden zich geschrokken om en begonnen harten te bonzen. De omringende duisternis en de onzichtbare muur van druipend groen boden geen vluchtweg. In dat zwarte niets was het afgezette terrein alleen nog maar een herinnering, die slechts met verbeelding vorm kon worden gegeven.”
Band of Brothers
Matterhorn is een oorlogsroman, maar het is meer dan dat. Het is de Band of Brothers van de Vietnamoorlog, een combinatie tussen fictie en documentaire. Behalve dat het verhaal je meegesleurt de oorlog in, krijg je ook een realistisch beeld van de situatie in 1969. De angst voor de communisten, maar ook de gedachte dat ze ‘ons’ nooit kwaad hebben gedaan. En de rassenproblematiek. Net zoals Mohammed Ali niet wilde vechten tegen zwarten zo hadden leden van de Bravo Compagnie ook moeite om mensen van hun eigen ras neer te schieten. De spanning tussen de blanken en de zwarten wordt op een indrukwekkende manier voelbaar gemaakt door Marlantes.
Matterhorn is een monumentale roman. Het beschrijft een zwarte periode uit de Amerikaanse geschiedenis van binnenuit en weet je bij de keel te pakken en niet meer los te laten. Kopen, even doorzetten en je dan mee laten voeren op een stroom die je de waanzin van de oorlog laat zien.
Tags: Amerika, Band of Brothers, debuut, docu, docuemtaire, Engels, fictie, Geschiedenis, Literatuur, Marlantes, meulenhoff, non-fictie 1969, NVA, oorlog, oorlogsroman, Recensie, Vietcong, vietnam, waarheidsgetrouw
Posted in Literatuur, Recensie | No Comments »
woensdag, februari 1st, 2012
‘Waarom zou je literaire debuten gaan recenseren?’ Een tikje wanhopig kijkt mijn man me aan. Hij kent mijn klaagzang over tijdgebrek als geen ander.
‘Omdat ik daar zoveel van leer,’ zeg ik en ik herinner hem aan de tijd waarin ik toneel recenseerde voor het regionale dagblad. Ik ben dol op toneel: drama, fijnzinnige intriges en die eeuwige, vaak pijnlijke, spiegel die toneel ons voorhoudt.
Maar het recenseerwerk voor de krant bestond hoofdzakelijk uit het bijwonen van kluchten en blijspelen, want dat spelen de meeste amateurs graag. Dus ik zuchtte weleens inwendig voordat ik op weg ging naar weer een avond lachen, gieren, brullen.
Toch heb ik het twaalf jaar volgehouden. Omdat ik amateurtheater belangrijk vind. Omdat de contacten met de clubs en de sfeer in de dorpshuizen zo bijzonder waren. En omdat ik er zoveel van leerde. Ik kan genieten van topacteurs die klassiek repertoire spelen, maar van amateurs leer ik meer. Als ik een ander fouten zie maken, helpt dat om de missers in mijn eigen werk te herkennen.
Hetzelfde geldt voor romandebuten. Dat zijn doorgaans niet de sterkste boeken uit het oeuvre dat nog geschreven moet worden. Maar door oprecht te proberen de vinger op de zere plek te leggen, krijg ik steeds meer inzicht in het schrijversvak. Bovendien vind ik het een aardig initiatief: Nederland telt jaarlijks rond de tachtig debuten. Veel van deze romans kregen tot de oprichting van Literairedebuten.nl nergens een bespreking. Ik denk zelfs dat een slechte recensie een schrijver meer voldoening kan geven dan nergens vernoemd te worden: hij is serieus genomen.
En daar heb je het: een slechte recensie. Wie ben ik enzovoorts enzovoorts. Die discussie heb ik als toneelrecensent vaak gevoerd. De recensie zou slechts de mening van één persoon zijn. Dat klopt, maar dan wel van een persoon met verstand van zaken.
Bij Literairedebuten.nl worden de recensies nagenoeg allemaal gemaakt door schrijvers. Mensen van de praktijk. Hoewel ik iedere debutant een jubelende recensie gun, is dat niet altijd het beste. Niet iedereen heet ten slotte Peter Buwalda. In een goede slechte recensie krijgt de maker tekst en uitleg over de sterke en de zwakke kanten van zijn werk. Dat is een handreiking onder vakbroeders en daar gaat recenseren voor mij om.
Tags: Column, Distelpluis, Marjon Sarneel, Peter Buwalda, recenseren, Recensie, toneelrecensent, www.literairedebuten.nl
Posted in Column, Literatuur | 1 Comment »