Distelpluis – Napraten
Door: Marjon Sarneel
“Mam, mag ik van jou Het Diner van Herman Koch lenen?” Hoewel ik onlangs opnieuw besloten heb om nooit meer een boek aan iemand uit te lenen, grijp ik zonder enige bedenking de helblauwe kaft en overhandig die aan mijn dochter.
Later, als ik me terugtrek voor weer een heerlijke portie Zoete Mond herinnert een irritant stemmetje mij aan vorige week, toen ik mijn schoondochter onverbiddelijk naar de bibliotheek verwees, hoewel de titel die zij nodig had keurig in mijn kast staat. Predik ik niet altijd dat de afspraken met jezelf de belangrijkste zijn? Sta ik aardig in mijn hemd, nu er weer iemand met een boek van mij onder haar arm de deur is uitgewandeld.
De kloeke roman van Thomas Rosenboom wacht ongeopend in mijn schoot terwijl ik zoek naar een antwoord. Schoondochter vroeg om een non-fictie titel, terwijl mijn dochter om de roman vroeg waarvan ik juist de laatste pagina’s had gelezen.
En dat is het punt: lezen is een solitaire beleving. Een wonder eigenlijk, die tekentjes op papier die, als het goed is, een autonome wereld in het lezershoofd toveren. Vroeger plachten moeders hun lezende kinderen voor nietsnut uit te maken, maar lezen is allerminst passief: waar film en toneel de plaatjes al invullen, schept iedere lezer met zijn verbeelding een hoogstpersoonlijke voorstelling van het verhaal. Wanneer je bedenkt dat elk mens zijn eigen associaties heeft, zijn eigen beeldenvoorraad, dan is het op zijn minst verwonderlijk dat je met elkaar over een boek kunt praten.
Dat is waar ik naar snak na het lezen van Het Diner. Herman Koch heeft daarin een dilemma aangesneden, waarvan je als ouder hoopt dat je er nooit voor te komt staan. Het boek gaat voor mij over eerlijkheid, over trouw, over toekomst en toewijding. Met zeer gemengde gevoelens heb ik het verloop gelezen en na afloop, speet het me opnieuw geen deel uit te maken van een leesclub, dé plek voor een genuanceerd nagesprek. Hoewel in mijn buurt verschillende leesclubs actief zijn, voel ik me niet vrij om me daarbij aan te sluiten; als schrijver kan ik in een club van lezers niet anders dan een buitenbeentje zijn en dat werkt niet binnen een groep. Ik zou mijn heil op het internet kunnen zoeken, maar bookcommunities zijn minder persoonlijk, en ook wat vluchtig naar mijn smaak; wellicht heb ik het ultieme forum nog niet gevonden.
Zolang ik een lezende dochter heb, hoeft dat ook niet. Opgelucht sla ik Zoete mond open: natuurlijk mag je je eigen regels overtreden als daar een goede reden voor is. Dat voorkomt dat je star en frigide wordt.
Nu maar hopen dat dochterlief Het Diner snel uitleest.




