Distelpluis – Duizend boeken
Door: Marjon Sarneel
“Jij hebt wel duizend boeken!” Mijn jonge bezoeker is duidelijk onder indruk. Met zijn hoofd in zijn nek staat hij voor mijn boekenkast en laat zijn ogen langs de kleurige ruggen glijden. Zal hij als volwassene ooit een boek bezitten? Nu al staan schoolopdrachten op cd of op het extranet. Voor mijn geestesoog zie ik leerlingen zonder bepakking naar school fietsen en een vreemd gevoel kruipt over mijn rug. Nooit zullen nieuwe generaties het genot kennen van het papieren boek. Het boek dat ruikt en ruist. Het boek dat weegt en wenkt.
Een onbeduidend toestelletje zal het boek uit het dagelijkse leven verbannen. Iedereen zal het bij zich dragen, aan de broekriem of in een speciaal vakje in de handtas. Zoals we tegenwoordig e-mailen in plaats van corresponderen, zo zullen we straks lezen.
Als er nog wordt gelezen. Want in dat handzame apparaatje zitten wel duizend boeken. Mochten iemand in tweeduizendzoveel de tijd nemen om zich te verdiepen in literatuur, waarom zou hij een boek dan uitlezen? Hij zal lezen zoals hij televisiekijkt, al zappend. Het verhaal moet boeien vanaf het allereerste woord, anders kiest hij lukraak een andere schrijver, een ander boek. Hapsnap een paar pagina’s van de laatste bestsellers. Downloaden is gratis, met één druk op de knop is het apparaat opgeschoond en klaar voor nieuwe bestanden.
Van dit schrikbeeld liggen wij schrijvers wakker. Middenin de nacht knippen wij onze bedlampjes aan en krabbelen, zonder tijd te nemen onze bril op te zetten een paar aantekeningen neer. Als het hoofd weer op het kussen ligt, vragen we ons af waartoe dit dient en kunnen we de slaap niet meer vatten.
De nachtelijke wandelaar ziet steeds meer verlichte slaapkamers. Er zijn namelijk veel schrijvers. Meer schrijvers dan lezers. Wij lezen elkaars boeken. Een circuit van inteelt, waar de buitenwereld niet meer aan te pas komt. In een wanhopige poging om aan deze vicieuze cirkel te ontsnappen, geven we soms een e-reader met daarop een beginnersset cadeau aan een potentiële lezer. Dan stellen we ons verdekt op om het leesgedrag te beloeren. Na een paar hoopvolle pagina’s schiet de vinger naar de spelletjesknop. Even de topscore verbeteren, en als dat niet lukt een ongewenst volk neermaaien.
Mijn kleine gast trekt aan mijn arm. Nog steeds gebiologeerd door mijn boekenvoorraad. Of er ook plaatjes in staan, wil hij weten. Ik schud mijn hoofd. ‘Nee, knul, de plaatjes maak je in je hoofd, terwijl je leest.’ Hij kijkt me wat meewarig aan en draait zich naar zijn Nintendo.




