Distelpluis – Daar kan ik een boek over schrijven
Door: Marjon Sarneel
Schrijven als vrijetijdsbesteding is in opkomst. Als schrijfdocent merk ik dat vooral autobiografisch schrijven in trek is. Een cursus die onderschat wordt. Aan mijn tafel zitten zowel cursisten met roman-aspiraties, als deelnemers die geloven dat ze bij autobiografisch schrijven alleen hoeven te noteren wat er is gebeurd. Ik wijs hen er fijntjes op dat de cursus dan wel ‘Dagboek schrijven’ zou heten en daarvoor heb je geen les nodig.
Het dagelijkse leven op zich is niet interessant genoeg voor de schrijver. Vergelijk het met een toneelstuk: wie wil urenlang kijken naar mensen die een maaltijd bereiden, een tafel klaar zetten, samen eten en tot slot afwassen en opruimen? Alleen een doorgewinterde voyeur houdt dat vol. Voor gewone kijkers is zo’n scène alleen interessant als er van alles aan de hand is tussen de aanwezigen. Als de kijker bijvoorbeeld weet, dat de vader ná het toetje gaat onthullen dat hij moeder verlaat voor zijn veel jongere nieuwe liefde, krijgt ieder woord en elk gebaar lading.
Natuurlijk gebruiken auteurs autobiografische elementen. Ik denk zelfs dat je niet zonder kunt. De vraag is: hoe zet je dat materiaal in? Ik had eens een discussie met Tim Krabbé over zijn semi-autobiografische roman‘Kathy’s dochter. Daarin gebruikte hij e-mails zoals die letterlijk heen en weer waren gestuurd. Krabbé zag daar geen been in, maar ik zou niet graag mijn e-mails ongekuisd terugvinden in een roman. Dat is de ethische kant, waarmee je als schrijver ook rekening hebt te houden.
En zelfs een leven waarin veel is gebeurd, levert niet zomaar een roman op. Want schrijven gaat niet over het kopiëren van de werkelijkheid. De schrijver mag daar naar hartelust uit plukken, maar daarna gaat hij schaven en schrappen. Hij zet die werkelijkheid naar zijn hand opdat hij het thema dat hem bezighoudt vorm kan geven. Middenin mijn creatieve proces lijkt de werkelijkheid alleen te bestaan om mij te voorzien van concrete situaties. In gedachten verplaats ik mijn personages voor de dilemma’s die ik tegenkom en ik kijk hoe ze reageren. Op die manier leer ik hen beter kennen en ontdek en passant hoe mijn verhaal verder gaat. Met kopiëren van de werkelijkheid heeft dat niets te maken.
Autobiografisch schrijven is veel meer dan je herinneringen noteren. Het is ze schikken, en daardoor het thema ontdekken waardoor de losse flarden samenhang en betekenis krijgen. Het is keuzes maken en je bewust worden van waar je staat: want schrijven is ordenen. Dus bezint eer gij begint.




