Distelpluis – Stationsfee
Door: Marjon Sarneel
Mijn mond viel open bij het zien van de recente SIRE-campagne. Daarin wordt onthuld dat driekwart van de Nederlanders vindt dat we aardiger voor elkaar moeten zijn. Veertien procent weet zich geen raad wanneer ze een vriendelijke medeburger ontmoeten. Zeven procent wordt er zelfs achterdochtig van. Vandaar de SIRE-campagne op radio en televisie. Op de SIRE-website staat zelfs een serieus bedoelde handleiding: ‘hoe om te gaan met aardige mensen’!
Waarschijnlijk leef ik in een andere wereld, want ik ontmoet hoofdzakelijk vriendelijke, beleefde en vaak zelfs hartelijke mensen. Vorige week nog. Ik was in Den Haag waar de Koninklijke Vereniging van Boekverkopers een symposium organiseerde rond het thema ‘Klantenbinding in digitale tijden’. Voor schrijvers wordt het e-boek actueel; daarbij verandert de roman in een document waarvoor de lezer een e-reader aan moet schaffen. Veel lezers worden lyrisch bij het idee dat zij een vrijwel onbeperkt aantal boeken mee kunnen nemen als zij met vakantie gaan.
In de Hofstad ging het er in theater Diligentia hoffelijk aan toe: zwaargewichten van onder andere televisie en krantenwereld legden uit hoe zij zich hadden aangepast aan de veranderende wereld. Iedereen liet elkaar uitspreken. Niemand gooide met tomaten. Dagvoorzitter Nelleke Noordervliet liet een beschaafd belletje rinkelen om sprekers te wijzen op het verstrijken van de tijd. Tijdens de pauzes werden aanwezigen door voorkomend personeel gelaafd en gespijzigd.
Ook buiten het theater geen onaangenaamheden. Wellicht werd iedere wandelaar opgevrolijkt door de ontelbare krokussen op de Lange Voorhout. De avond viel. Op het Centraal Station nam ik de trein naar Hollands Spoor. De OV-chippaal wenste mij ‘goede reis’ en ik bedacht dat ik moest uitchecken op HS om te voorkomen dat ik de rit naar Goes dubbel betaalde. Deze ochtend had ik immers een retourkaartje gekocht voor de reis Goes-Den Haag Holland Spoor.
Op Holland Spoor geen OV-chipkaartpaal te bekennen, maar gelukkig wel een servicemedewerkster.
Ik vroeg haar waar ik kon uitchecken, vrolijk liep ze met me mee. Grondstewardess noemde ze zichzelf en ze informeerde vriendelijk wat me vandaag naar Den Haag had gebracht. Het e-boek, vatte ik de dag samen. Daar wilde ze alles over weten. Of ze me een kopje koffie aan mocht bieden. Als ik even bleef zitten, was ze zo terug.
Terwijl ik een zoetje door mijn koffie roerde, schudde ze vastbesloten haar hoofd. Nooit, nooit, nooit zou ze een e-boek kopen. Een boek moet je kunnen vasthouden, doorbladeren, in de kast zien staan. En vooral ruiken! “Ik ruik altijd aan boeken”, bekende ze bijna verlegen, terwijl haar kokette hoedje nóg wat schuiner leek te gaan staan.
Een vrouw naar mijn hart. Toen de trein naar Vlissingen voorreed, waren we boekvriendinnen geworden. Vriendelijke mensen zijn overal. Dat is heel normaal. Misschien moet dat de boodschap van de volgende SIRE campagne zijn.




