Onderdrukte familiefrustraties in de hitte van Juni
Door: Elske van der Velden
Een dag die mooi had moeten zijn, maar zo tragisch afliep. Gerbrand Bakker beschrijft in zijn nieuwe roman Juni de nasleep van een dodelijk ongeluk, waarbij de familie Kaan een dochtertje verliest. Op zijn kenmerkende, nuchtere toon schrijft Bakker over het leven op het Hollandse platteland. Zijn oog voor detail sleept de lezer mee in de verzengende en onderdrukte woede die in de familie opgesloten zit.
17 juni 1969. Koningin Juliana komt langs in Wieringerwaard, de geboorteplaats van Gerbrand Bakker zelf. De familie Kaan trekt erop uit om Hare Majesteit in volle glorie te zien, maar het noodlot slaat toe. Het dochtertje komt onder de nieuwe Volkswagen-bus van de bakker, en overlijdt. Veertig jaar later, in juni 2009, blikt het hele gezin, ieder op zijn eigen dwarse manier, terug op dit moment. Stille woede en onderdrukte frustraties vullen het platteland van Wieringerwaard.
De lome zomerzon van juni schijnt op het boek. Bakker heeft geen haast uit te leggen hoe de vork in de steel zit. Hij geeft zijn personages volop de kans zich te ontpoppen, zich aan de lezer kenbaar te maken, zonder zichzelf direct bloot te geven. De lezer moet blijven gissen naar de motieven van de personages om zich te gedragen zoals ze zich gedragen.
Net als in zijn eerdere boeken Boven is het stil en Perenbomen bloeien wit heeft Bakker de stille frustraties die kunnen leven binnen een familie glashelder neergezet. Toch lijkt Bakker in Juni iets teveel hooi op zijn vork te nemen, door niet twee (Boven is het stil) of drie hoofdpersonages (Perenbomen bloeien wit), maar zeven personages aan te dragen.
Het gevolg is dat het vaak niet duidelijk is wie nu de zoon is van wie, wie de dochter en wie de vader. Dit is verwarrend. Onduidelijk is wie aan het woord is en wie wat denkt of zegt. Als de lezer doorkrijgt wie er in een bepaald hoofdstuk op de voorgrond treedt, wordt het lezen gemakkelijker.
Door de veelheid aan personages blijven er voortdurend vragen hangen boven het hoofd van de lezer. Waarom ligt oma Anna Kaan in het stro met een fles advocaat in de hand? Wat is er precies gebeurd met dochtertje Kaan? Waarom is Jan naar Texel gevlucht? Met het ontluiken van deze mysteries worden de familieverhoudingen ook steeds duidelijker. Puzzelstukjes vallen langzaam in elkaar. Het hoofdstuk houdt precies op, op het moment dat je iets weet, maar ook eigenlijk helemaal niets. Gerbrand Bakker test het geduld. Niet alleen dat van de lezer, maar ook van zijn personages. Wanneer schiet er iemand uit zijn slof? Iedereen draait om elkaar heen, maar een echte confrontatie hangt als onweer op een junidag in de lucht.
Juni is een boek vol gedachtes, met weinig dialoog. De weinige gesprekken gaan vaak nergens over. Ze zijn kort, saai en loom en daardoor juist zeer typerend voor de familie Kaan. De gesprekken vormen als geheel een sfeerbeschrijving, waarbij de spanning steeds hoger wordt opgevoerd en de gesprekken steeds meer onthullen. De onderdrukte frustratie ligt in die korte zinnetjes, de onwelwillendheid om te spreken. Het liefst zouden alle familieleden hun leven in de doofpot stoppen en nooit meer een woord spreken. Ze zitten allen gevangen in het ongeluk van 17 juni 1969.
Bakker heeft op fascinerende wijze de verbolgen verhoudingen van een familie neergezet die getroffen werd door het noodlot. Met zijn bewonderenswaardige omschrijvingen van gevoelens, zijn oog voor de kleinste details en de karakterisering van nuchtere en moeilijk te doorgronden personages, heeft hij wederom een prachtboek geschreven. Na Juni wachten wij nu op de boeken juli, augustus, september, en het liefst nog heel veel maanden meer.
14-08-2009




