dinsdag, maart 13th, 2012
Culturele fijnproevers konden afgelopen zaterdagnacht hun hart ophalen in Rotterdam. De elfde editie van de Rotterdamse Museumnacht stond namelijk in het teken van smaak, het raadselachtige fenomeen dat voer is voor verhitte discussie en uitgesproken meningen. CultuurBewust.nl nam de proef op de som en liet zich een gevarieerd menu serveren.
De avond begint in het Nederlands Fotomuseum waar de tentoonstelling Feest van het Fotoboek geopend wordt. Aan de hand van zes thema’s, zoals ‘landschap’ of ‘jeugdcultuur’, geeft het museum een overzicht van de beste Nederlandse fotoboeken van 1945 tot nu.
Helaas doet de lyrische titel van de expositie zijn naam geen eer aan. De fotoboeken in de vitrines liggen er wat ontheemd bij. Zonder het genot van het doorbladeren blijkt de aantrekkingskracht van fotoboeken stukken minder. Iemand merkt terecht op: “Het is alsof je in een boekwinkel bent, maar niks mag aanraken. Ik wil eigenlijk wel meer zien dan alleen die ene pagina, misschien moet ik daarvoor naar de museumshop?” En als de museumwinkel interessanter lijkt dan de tentoonstelling zorgt dat toch een beetje voor een bittere nasmaak… Snel door naar de volgende smaakmaker dus.
Een flinke scheut absurdisme en…
De tweede stop is Museum Boijmans Van Beuningen, waar een fijn fusiongerecht wordt geserveerd: een melange van tentoonstellingen, muziek en een flinke scheut absurdisme. Omgedraaide lijsten, verwarrende tekstbordjes, zelfs op het toilet word je in de maling genomen. Of is de toiletpot daadwerkelijk een staaltje geraffineerde kunst?
Onder de noemer Staat van Verwarring proberen cabaretiers Pieter Jouke en Ronald Snijders de boel te ontregelen. Hun kleine interventies werken op de lachspieren en vallen in de smaak bij jong en oud. Verwarring? Het lijkt vooral opluchting teweeg te brengen, want “eindelijke valt er wat te lachen in een museum.”
… een vleugje muziek
Behalve lachen, kan deze avond ook van muziek worden genoten, en wel tijdens de lancering van Art Rocks! Dit is een cross-mediaal project waarmee het Boijmans een brug wil slaan tussen kunst en muziek. Hoe? Door muzikanten uit te nodigen om zich te laten inspireren door topstukken uit de collectie. Ambassadeurs Lucky Fonz III en Eric Vloeimans geven alvast een voorproefje.
Wie het niet zou weten, zou niet direct de link leggen tussen het lied van Lucky Fonz en zijn inspiratiebron: de korte film I’m too sad to tell you (1970-71) van Bas Jan Ader. De film toont een close-up van de kunstenaar zelf, terwijl hij hartverscheurend huilt. Het lied gaat echter over Facebook en lelijke gordijnen. Wat de samenhang precies is, blijft raadselachtig, maar dat lijkt het publiek niet te deren. De charismatische singer-songwriter laat mensen meeklappen en –zingen; aan enthousiasme geen gebrek.
Fijne uitsmijter
De avond wordt dansend afgesloten in de Kunsthal waar de Rotterdamse party-goeroe Ted Langenbach de draaitafel beroert tot in de kleine uurtjes. Helaas moesten de sensaties voor de smaakpapillen worden overgeslagen. Het Maritiem Museum serveerde oude scheepsgerechten en in het Natuur Historisch Museum werden sprinkhaanbonbons en meelwormen opgediend, die naar verluidt “heerlijk knapperig” waren. Ach, voor echte nachtbrakers is goede muziek en een geweldige sfeer genoeg om de maag te vullen. Gelukkig is daaraan tijdens Museumnacht geen gebrek!
Tags: Eric Vloeimans, Feest van het Fotoboek, Kim Hoefnagels, Kunst, kunsthal, Lucky Fonz III, Museum Boijmans van Beuningen, museumnacht, Nederlands Fotomuseum, Pieter Jouke, Reportage, Ronald Snijders, Rotterdam, Smaak, Staat van Verwarring, Ted Langenbach
Posted in Kunst, Reportage | No Comments »
zaterdag, maart 10th, 2012
Wat is de Severn Bore? Fotograaf en videokunstenaar Sophy Rickett (1970) maakte een video-installatie over dit Britse natuurfenomeen. Het kunstwerk was eerder te zien op de Biënnale van Venetië en wordt nu getoond in het Arnolfini in Bristol. Door de geheimzinnige flarden video en geluid is het een spannende tentoonstelling die vragen oproept.
Wachten op de golf
To The River (2011) bestaat uit drie beeldschermen in een verduisterde ruimte. Op de schermen zijn mensen te zien die ergens op lijken te wachten. De personen dragen hoedjes en mutsen; het is ’s nachts en het is koud. Met spotlights worden profielen geaccentueerd, maar het zwart overheerst. Via twaalf luidsprekers hoor je fragmenten van gesprekken en het geluid van een rivier. Het is moeilijk om een gesprek te volgen, net zoals het heel moeilijk is om echt een gesprek te voeren als je vol spanning ergens op wacht. Door de flarden geluid en beeld wordt de spanning voelbaar. Plotseling zijn alle mensen stil. Je hoort een golf.
Severn Bore
De tentoonstelling doet weinig moeite om uit te leggen wat de Severn Bore is, waardoor het voor een Nederlandse bezoeker nog spannender wordt: waar wachten deze mensen in de kou op? De Severn Bore is een brede vloedgolf in de rivier Severn. Zo’n golf kan wel 2 tot 3 meter hoog worden. Niet alleen een droom voor surfers, maar ook een waar evenement voor de lokale bevolking, zoals blijkt uit de afwachtende blikken van de toeschouwers aan de oevers.
Een golf afbeelden
Op de tweede verdieping gaat de tentoonstelling verder. In een klein zaaltje is allerhande archiefmateriaal met betrekking tot de vloedgolf te zien. The River (Archive) (2011-2012) bestaat uit foto’s van de golf uit boeken, diagrammen die uitleggen hoe golfen ontstaan en korte transcripten van de gesprekken die de afwachtende mensen uit de video’s voerden. Op die manier wordt het onderwerp benaderd vanuit de wetenschap, de geografie en de geschiedenis, en vanuit ooggetuigenverslagen. Toch geven al deze bronnen de bezoeker geen volledig beeld van de Severn Bore. En daar is het Rickett om te doen: zij toont de grenzen van het afbeelden van een natuurfenomeen. Daarmee zet het werk aan het denken over de abstracte en verhalende kwaliteiten van film. Wat kunnen fotografie en video tonen en wat niet? Wat kan een foto of video nou eigenlijk vertellen over een indrukwekkend natuurfenomeen en de mensen die het aanschouwen?
Ruimte
Eerder maakte Rickett de video Auditorium (2007) over het Glyndebourne operagebouw. Ze filmde de architectuur, de lichten en de machinerie backstage. In plaats van het onderwerp (het orkest), toonde Rickett de ruimte waar het onderwerp zich bevindt. Hetzelfde geldt voor de installatie in Arnolfini: je ziet alles over de Severn Bore, behalve de vloedgolf zelf. Het is een spannend kunstwerk dat je nieuwsgierig maakt.
Wil je toch een film zien over de Severn Bore? Bekijk een fragment op youtube.
Tags: Arnolfini, Bristol, conceptuele kunst, Engeland, fotografie, Recensie, sophia zurcher, Sophy Rickett, videokunst
Posted in Kunst, Op reis | No Comments »
dinsdag, maart 6th, 2012
De bekende letters van Foam zijn ondanks de drukte op de Vijzelstraat bijna niet te missen. Het museum opende een maand geleden &Foam, een nieuw initiatief waar van alles te koop is op het gebied van de fotografie. Naast het museum op de Keizergracht en de projectlocatie in Amsterdam-West is dit nu de derde locatie van Foam. Met de winkel hoopt Foam fotografie toegankelijk te maken voor een breed publiek. Bovendien is het een manier om meer inkomsten te genereren, naast alle andere initiatieven die Foam onderneemt. CultuurBewust.nl sprak met Anne Colenbrander over de winkel.
Een paar maanden geleden stond Foam in de tentoonstelling What’s Next? stil bij de toenemende rol van internet en digitalisering in de fotografiewereld. Hoe kunnen musea ervoor zorgen aantrekkelijk te blijven voor publiek? Foam blijft zoeken naar een antwoord op die vraag. Via diverse projecten, zoals het internationale fotografieblad Foam Magazine, de website Foam.org, de galerie Foam Editions, tentoonstellingen op locatie en nog veel meer blijft Foam actief op zoek naar nieuwe doelgroepen en nieuwe samenwerkingen. &Foam is het nieuwste initiatief. In de winkel zijn fotografieboeken en –tijdschriften te koop, maar ook andere aan fotografie gerelateerde producten, zoals posters, t-shirts en tassen met een print van een jong talent.
Concept store
Een tweede doel is alternatieve inkomsten te vinden in verband met de bezuinigingen in de culturele sector. ‘Cultureel ondernemerschap is op dit moment natuurlijk een heet hangijzer,’ zegt Anne Colenbrander van Foam. ‘Met het wegvallen van veel subsidies worden musea gedwongen te kijken naar andere manieren om inkomsten te genereren. Wij vinden het opzetten van een concept store daar goed binnen passen.’ &Foam gaat elk kwartaal samenwerkingen aan met instellingen op het snijvlak van de beeldende kunst en fotografie. Er is bijvoorbeeld een installatie te zien die gecureerd is door Niels Klavers, hoofd mode van de Gerrit Rietveld Academie. En er zijn vintage boeken van JOOT te koop, een kunstboekenwinkel in de negen straatjes. Daarnaast is er Foam Editions, de galerie van Foam, waar foto’s van jong talent en meer gevestigde namen te koop zijn. Die foto’s worden in beperkte oplage aangeboden voor een aantrekkelijke prijs. ‘Zo wordt de drempel voor kunstverzamelaars lager om fotografie te kunnen kopen en krijgen jonge fotografen tegelijkertijd de mogelijkheid tot meer exposure,’ aldus Colenbrander.
Zelfstandig
De opbrengst van de fotografieproducten in &Foam wordt direct teruggestopt in bijvoorbeeld de educatieve projecten van Foam. Op die manier biedt het museum niet alleen jonge fotografen een helpende hand, maar investeert het ook in zichzelf. Dit is meteen een antwoord op de tweede vraag die aan de orde kwam bij What’s Next?, namelijk in hoeverre een fotografiemuseum in de toekomst zelfstandig kan blijven bestaan. Wie &Foam bezoekt zal zien dat het veel meer dan een winkel ook een beleving is, zoals bij een concept store de bedoeling is. Momenteel staat alles nog in het teken van mode, maar het assortiment wisselt elke drie maanden. Colenbrander: ‘Nu is het Fashion&Foam, vanaf 19 maart volgt Music&Foam, daarna Design&Foam en Film&Foam.’
Tags: amsterdam, Foam, foto's, fotografie, Nina Schuyffel, Vijzelstraat, What's next
Posted in Interview, Kunst | No Comments »
maandag, februari 27th, 2012
Op het eens beruchte Rotterdamse schiereiland Katendrecht zijn deze maand zo’n zeventig eigentijdse kunstwerken tentoongesteld in een leegstaande havenloods. De ruimte die aan de beelden wordt gegeven, is alles behalve museaal. Stel je een vijfduizend vierkante meter grote, verduisterde hal voor met hoge plafonds. De lucht is gortdroog en het is er net zo koud als buiten. De ruimte is kaal en donker. Het kan haast niet ontoegankelijker, zou je zeggen, maar dat is de tentoonstelling in één klap vergeven door de dramatische belichting van de kunstwerken. Het licht dat afkomstig is van theaterspots brengt een ronduit spannende sfeer voort, die je in een museum niet snel zou aantreffen.
Knijpen
De vraag is wat dit ongewone decor betekent voor de kunstwerken. Terwijl in de meeste museumzalen door optimale verlichting alle kanten van een kunstwerk getoond wordt, krijg je hier door de spot die op een werk gericht staat een kijkrichting opgedrongen. En soms moet je daarom belangrijke aspecten van een werk missen. De schijnwerper op het levensgrote beeld Gestalt (2005) van Armando belicht de voorkant prachtig, maar om iets van de, echt niet onbelangrijke, achterkant te zien, moet je flink de ogen knijpen. Een werk dat juist profiteert van de theaterspots is De Schommel (2009) van Patrick Bergsma. Een schommelend porseleinen koppeltje hangt in een verkoolde bonsaiboom die in de ruimte zweeft; een illusie die vooral door de belichting gecreëerd wordt. Daarnaast veroorzaakt het felle schijnsel van de spot een prachtig silhouet, tegen de donkere achtergrond van de hal. Het geeft weliswaar een prachtig beeld, maar je kan je afvragen of een conservator zo ver mag gaan om een werk goed uit te laten komen.
Verkocht!
De RAW EXPO is georganiseerd naar aanleiding van de RAW Art Fair, die eerder van 8 tot en met 12 februari op de begane grond van de Fenixloods plaatsvond. De werken in deze tentoonstelling werden beschikbaar gesteld door de kunstenaars en galeries die bij de kunstbeurs betrokken waren. Je kan daarom wel stellen dat een commercieel belang bij de EXPO gemoeid is, zoals blijkt uit de nadrukkelijke vermelding van de galerienamen in het tentoonstellingsboekje. Maar als je op basis van deze gemanipuleerde presentatiewijze een werk zou kopen, zou je bedrogen uit kunnen komen.
Stadsplein
Werken van bekende hedendaagse kunstenaars, waaronder Atelier van Lieshout en Tinkebell, worden in RAW EXPO op een unieke manier gepresenteerd. Al is sprake van een ongewone presentatie; het levert wél een ongekende show op. Of misschien niet eens zo ‘ongekend’. Je zou de tentoonstelling kunnen zien als een groot stadsplein vol met beelden. Iemand die bijvoorbeeld ooit ’s nachts op een Italiaans piazza is geweest, waar de mooiste standbeelden en fonteinen theatraal worden uitgelicht, kan iets van zo’n sfeer herkennen op RAW EXPO.
Tags: Armando, Arnold Westerhout, atelier van lieshout, hedendaagse kunst, katendrecht, Kunst, Piet de Jonge, RAW Art Fair, raw expo, Recensie, Rotterdam, Ruth Horstmanshoff, tentoonstelling, Teodora Kotseva, theaterspots, Tinkebell
Posted in Kunst, Recensie | No Comments »
zondag, februari 26th, 2012
De Amerikaanse kunstenaar Chuck Close (1940) geniet al jaren internationale faam met zijn fotorealistische werken. De Kunsthal toont momenteel ruim honderddertig portretten die hij maakte tussen 1972 en nu. De tentoonstelling legt de nadruk op het creatieve proces en de verschillende technieken die Close gebruikt. Het resultaat: een inhoudelijk wat minder aansprekende tentoonstelling, die desondanks zeker de moeite waard is vanwege de fascinerende portretten.
In 1988 raakte Close deels verlamd, waardoor hij genoodzaakt was om zijn werkwijze aan te passen. Zijn werk wordt geproduceerd in samenwerking met ambachtslieden en technici van over de hele wereld. Deze productie kan soms wel twee jaar in beslag nemen en er zijn zelfs werken waar maar liefst 117 drukgangen voor nodig zijn. Dit creatieve proces, van concept tot eindproduct, vormt een belangrijk aandachtspunt van de tentoonstelling in de Kunsthal.
Een veelvoud aan technieken
Veel aandacht wordt dan ook besteed aan de verschillende bijzondere technieken waarmee Close experimenteert. Zo komen onder meer de aquatinttechniek, lithografie, houtsnedes, mezzotint en de papierpulpverwerking aan bod, waarmee hij portretten maakt van familie en vrienden. Klinken deze technieken je niet bekend in de oren? Geen probleem: ze worden namelijk allemaal uitgelegd. Toch werkt dit tegelijkertijd in het nadeel van de tentoonstelling. De opsomming van techniek na techniek wordt op den duur een beetje saai. Gelukkig zorgen enkele verhelderende films ervoor dat de technieken meer tot de verbeelding gaan spreken.
Bijzondere werken
Toch is de tentoonstelling absoluut een bezoek waard vanwege de bijzondere werken. Close neemt door zijn gezichtsblindheid op een andere manier waar dan de ‘gewone’ mens. Zijn portretten zijn daardoor vaak niet in één oogopslag herkenbaar en zorgen voor een gefragmenteerde kijkervaring. De tentoonstelling neemt je mee vanaf zijn eerste belangrijke werk, Keith/mezzotint uit 1972, tot aan zijn recent geproduceerde fotorealistische tapijten. Close werkt vaak met een raster en dit is goed zichtbaar in zijn werk, zoals in zijn Zelfportret uit 2000. Wanneer je pal voor dit werk staat, lijkt ieder vlak een kleurrijk kunstwerkje op zichzelf te zijn. Pas wanneer je een paar stappen naar achter zet, wordt het zelfportret van Close goed zichtbaar. Ook het met vingerafdrukken gemaakte portret van John (1998) en het van papierpulp geproduceerde Georgia (1982) springen eruit.
De Kunsthal laat op overzichtelijke wijze zien waarin het grafische werk van Chuck Close vernieuwend is geweest en de generaties na hem heeft beïnvloed. Hoewel de aandacht voor de technische aspecten vooral een selecte groep geïnteresseerden zal aanspreken, zijn de bijzondere portretten van Close voor iedereen de moeite waard. Als je de tentoonstelling besluit te bezoeken, loop dan ook eens binnen bij het CloseLAB om zelf een portret à la Close te maken.
Tags: Chuck Close, fotografie, fotorealisme, grafiek, kunsthal, portretten, Recensie, Romy Meijer, Rotterdam, schilderkunst
Posted in Kunst, Recensie | No Comments »
zaterdag, februari 25th, 2012
Terwijl Boedapest op zijn kop staat vanwege het conservatieve beleid van premier Viktor Orban, zijn er in het Ludwig museum tentoonstellingen te bewonderen die het moderne werk van Hongaarse kunstenaars in het licht zetten. Eén van die tentoonstellingen is de tentoonstelling Bakos van Rita Ackermann. Wie is deze eigenzinnige kunstenares en wat wil ze met haar werk laten zien?
The Big Apple
Mediakunstenares Rita Ackermann (1968) verruilde ruim twintig jaar geleden het traditionele Hongarije voor the ‘American Dream’ en settelde zich in New York. Ze kon hier de grenzen van het visuele medium opzoeken zonder beperkt te worden door de strikt gedefinieerde genres van de beeldende kunst in haar vaderland destijds. Achter het ijzeren gordijn was er geen ruimte voor overconsumptie, want dat zou de creatieve ontwikkeling van kinderen belemmeren, vertelt ze in een interview met Slamxhype.com. Zelf was zij als kind ontzettend nieuwsgierig naar het kapitalistische westen.
Nadat ze gestudeerd had aan de academie in Boedapest en New York realiseerde Ackermann zich dat kunst niet iets is om op school te leren. “ It is the death of an artist when he/she thinks that they have obtained all the knowledge they need to make art”, aldus de kunstenares. Ze omarmde de stad als haar leraar en zocht vernieuwing en inspiratie in de straatcultuur. Thema’s als seksualiteit, drugs en roekeloosheid hoorden daarbij, welke terug te zien zijn in bijna al haar werk.
Fire by Days
Er zijn twee dingen die Bakos bijzonder maken. Ten eerste heeft Ackermann na het verlaten van haar vaderland nog nooit werk in Hongarije vertoond. Ten tweede is dit de eerste keer dat haar schilderijenreeks Fire by Days tentoongesteld wordt. Op de schilderijen zijn vlammen afgebeeld die met hun ongedefinieerde vorm allemaal verschillend zijn. Ze zijn gebaseerd op slechts twee kleuren. Al deze schilderijen samen brengen een bijzonder effect teweeg. Het doet realiseren dat een vlam vormloos en onvoorspelbaar is. Er is geen perfecte representatie van een vlam te maken, maar de kunstenares weet wel een zekere speelsheid in haar composities vast te leggen. Zou hier een parallel te trekken zijn met haar kijk op het leven?
Ackermann experimenteert veel en dat is aan haar werk te zien. Ze verkent nieuwe media, maakt videomontages en collages van verschillende industriële materialen. Zelf ziet ze haar werk als een constant proces, waarbij destructie inspiratie kan voeden. In haar eigen woorden bouwt ze op ‘the ruins of self-destruction’. Zo verscheurt ze bijvoorbeeld oude tekeningen om van de resten nieuwe werken te maken. Ze richt zich op de toekomst.
Timing
De werken van Ackermann zijn niet allemaal even mooi of vatbaar, maar geven wel blijk van een zekere doordachtheid. Het is duidelijk dat haar werk en methodes in het teken staan van het ontwikkelingsproces van haar als kunstenares en zelfs als persoon. Het is voor haar belangrijk fouten in het verleden te omarmen en door te gaan. In het licht van de politieke spanningen had ze geen beter moment uit kunnen kiezen naar haar vaderland terug te keren. Misschien moet premier Orban zelf maar eens gaan kijken.
Tags: Bakos, Boedapest, Hongarije, Ludwig museum, New York, Rita Ackermann
Posted in Kunst, Op reis | No Comments »
vrijdag, februari 24th, 2012
De komende maanden trakteert het Gemeentemuseum Den Haag de kunstminnaar op een unieke tentoonstelling. Met behulp van de Turing Toekenning is een grootschalige tentoonstelling samengesteld over het werk van de kunstenaar Alexander Calder (1898-1976). De grote ontdekking geeft een goed overzicht van het oeuvre van de kunstenaar, waarbij vele sleutelwerken te zien zijn. De link die hierbij wordt gelegd met het werk van Piet Mondriaan is weliswaar overtuigend, maar voelt soms wat kunstmatig. Desondanks biedt de tentoonstelling een zeldzame kans om talloze topwerken van Calder in volle glorie te ervaren.
Keerpunt
Calder wordt gezien als de grondlegger van de kinetische kunst en uitvinder van de mobile en stabile. Hij werd geboren in de Verenigde Staten, maar reisde in 1926 af naar de bruisende metropool Parijs. Hier kreeg hij met zijn miniatuurcircus al snel een reputatie als grapjas onder de avant-garde. Met zijn circus gaf hij voorstellingen aan onder anderen Léger, Duchamp, Miró en Mondriaan. Bovendien schilderde hij en maakte hij dieren en portretten van ijzerdraad. Met dit vroege, figuratieve werk begint de tentoonstelling. In de zaal hangt bovendien een abstract werk van Mondriaan, dit werk vormt een sterk contrast met de rest van het werk in de zaal
Het verband tussen Mondriaan en Calder wordt duidelijk toegelicht in de volgende zaal. Het volledige atelier van Mondriaan is hier nagebouwd. Calder bezocht dit atelier in 1930 waarna Calder de omslag van figuratie naar abstractie maakte. Hiervoor wordt verbluffend bewijsmateriaal geleverd. In de zaal hangt een schilderij van Mondriaan, zwart met witte strepen. Naast het werk van Mondriaan hangt een schilderij gemaakt door Calder, nog geen twee weken nadat hij bij Mondriaan over de vloer kwam. De gelijkenis is niet te ontkennen.
In de zaal die volgt wordt duidelijk hoe Calder de abstractie weet los te rukken van het platte vlak. Via zijn 3D-werk Two Spheres (1931), dat eigenlijk bijna een schilderij is, ontwikkelt hij zich naar steeds ruimtelijker werk. Eerst wordt nog een frontaal standpunt als ideaal aangegeven door een kader van ijzerdraad. Dit wordt ten slotte losgelaten bij het werk Small Feathers (1931). Zo ontstaat de vrij in de lucht bewegende mobile, die samen met de statischere stabile Calders verdere oeuvre zal kenmerken. In deze zaal hangt ook een Mondriaan, welke met zijn ruimtelijkheid en sereniteit in harmonie is met Calders werk.
Mondriaan voorbij
De harmonische relatie tussen beide kunstenaars neemt af in de volgende zaal. Hier lijken Mondriaans Victory Boogie Woogie (1942-1944) en het werk van Calder toch van andere aard. Terwijl Calders Devil Fish (1937) met zijn elegante biomorfe vormen een surrealistische inslag heeft, getuigt de Victory Boogie Woogie van Mondriaans voorkeur voor een strakkere geometrie en snellere ritmiek. De link die voorheen zo treffend werd geformuleerd, lijkt hierdoor ineens wat geforceerd.
In de tentoonstelling is ook het latere werk van Calder te zien. Hier wordt de link met Mondriaan losgelaten (Mondriaan stierf in 1944). Dit latere werk bestaat uit schilderijen, mobiles en stabiles van soms kolossaal formaat, steeds met een zekere luchtigheid en openheid. Bijzonder is vooral Zonder Titel (1976), een maquette die het boegbeeld is geworden van de tentoonstelling. Calder maakte de maquette in opdracht van het Kröller-Müller museum, maar overleed nog voordat het kon worden gerealiseerd. Zoals de Victory Boogie Woogie het laatste, onvoltooide werk is van Mondriaan, zo is Zonder Titel die van Calder.
Voor de overzichtstentoonstelling De grote ontdekking heeft het Gemeentemuseum groots uitgepakt. De link met Mondriaan is over het algemeen zeer overtuigend. Al met al een parel van een tentoonstelling van ongekend formaat. Een must-see voor liefhebbers van moderne kunst.
Tags: abstractie, Alexander Calder, Avant-garde, beeldhouwkunst, Calder, De grote ontdekking, den haag, Floor van Luijk, Gemeentemuseum Den Haag, kinetische kunst, mobiles, moderne kunst, Mondriaan, sculptuur
Posted in Kunst, Recensie | No Comments »