woensdag, januari 25th, 2012
Nadat de tentoonstelling Stille Schoonheid eind 2010 in het SieboldHuis te Leiden furore maakte, is het nu de beurt aan het Bonnefantenmuseum om de Japanse prentkunstenaar Tsukioka Kōgyo (1869-1927) te eren. Onder de ietwat gewijzigde naam De Schoonheid van de Stilte presenteert het Maastrichtse museum een zeventigtal werken, waaronder zo’n vijftig prenten, vier rolschilderingen en verschillende illustratieve objecten. De rode draad in de tentoonstelling is het klassieke nō-theater: een verstilde, spirituele beleving voor de adel, die Kōgyo op zeer secure wijze naar papier heeft vertaald.
Hoewel het Bonnefantenmuseum normaliter vooral werk toont van bekende kunstenaars uit het Westen, wordt er nu aandacht besteed aan een onbekende Oosterse prentkunstenaar uit de vorige eeuw. Reden hiervoor is dat de prenten perfect aansluiten op een reeks tentoonstellingen over ‘kunst op papier’. Doordat Kōgyo bij het grote publiek nog niet bekend is, zijn er geen verwachtingen van zijn werk. Dit maakt het spannend om de tentoonstelling te bezoeken.
Scènes uit het nō-theater
De Schoonheid van de Stilte vindt plaats op de intieme derde verdieping van het museum. Deze is verdeeld in drie zalen die allen een ander aspect van Kōgyo’s kunstenaarschap belichten. De ruimten zijn sfeervol aangekleed, met donkere kleuren en gedempt licht. Dit versterkt de mysterieuze, rustieke ambiance. De twee kleinere zalen tonen behalve scènes uit het nō-theater ook prenten met traditionele thema’s als landschappen, bloemen en dieren. De werken over het nō-theater tonen acteurs, muzikanten, voorwerpen en de opbouw van het toneel. Vaak is er een dennenboom te zien. Deze stond symbool voor een lang leven en vormde een belangrijk element in het nō-theater.
Mystieke sereniteit
Het tentoongestelde werk bestaat hoofdzakelijk uit vrij kleine dip- en triptieken op papier van uitstekende kwaliteit. Maar Kōgyo werkte ook op groter formaat en met ander materiaal. In de ruime zaal hangen vier levensgrote rolschilderingen, waarvan twee prenten op zijde zijn vervaardigd. Kenmerkend voor Kōgyo’s stijl is dat er meestal één centrale figuur staat afgebeeld, die heel nauwkeurig is weergegeven. De kleding is kleurrijk en de patronen zijn adembenemend gedetailleerd. Zo hier en daar is er een vleugje goud of zilver toegevoegd, waardoor het werk een hoogwaardige allure krijgt. De achtergrond is over het algemeen vrij leeg met slechts één kleur in diverse schakeringen. Meer is er ook niet nodig, want juist deze eenvoud voorziet de prenten van een mystieke sereniteit.
Illustratieve objecten
Ter illustratie worden er in vitrinekasten objecten uit het nō-theater gepresenteerd. Zo zijn er onder meer een prentenboek en maskers van een jonkvrouw en demon te zien. Het meest interessant is het houtblok waarmee Kōgyo één van zijn prenten heeft gedrukt. Voor elke kleur was een ander blok nodig, dat precies binnen de contouren van het eerste ontwerp moest passen. Kōgyo heeft dit zo secuur gedaan, dat zijn prenten niet van geschilderd werk te onderscheiden zijn. Daarmee laat het Bonnefantenmuseum zien dat het een goede zet is om ook aandacht te besteden aan kunstenaars die bij het grote publiek onbekend zijn, maar wiens werken uitblinken in stijl en techniek. Want na het bezoeken van de tentoonstelling zal de naam Kōgyo lange tijd in het geheugen gegrift staan.
Tags: Bonnefantenmuseum, Japan, Leiden, Maastricht, Patricia Pisters, prentkunst, schoonheid, SieboldHuis, stilte, Theater
Posted in Kunst, Recensie | No Comments »
dinsdag, januari 24th, 2012
Product design, food design, grafische en stedelijke vormgeving; design kent veel gedaantes. Met de tentoonstelling die is gekoppeld aan de Rotterdam Designprijs toont het Museum Boijmans Van Beuningen een actuele dwarsdoorsnede van design in Nederland. De vijftien werken, geselecteerd door vijf scouts, maken kans op één hoofdprijs en een publieksprijs. Het ontbreken van categorieën maakt de tentoonstelling bijzonder divers, maar vraagt je ook om appels met peren te vergelijken.
De scouts, allen zelf werkzaam in het veld, hebben hun persoonlijke smaak kundig laten gelden. De motieven voor hun keuzes lees je terug op zuilen en grote vellen semi-transparant papier die voor de ramen van de serre hangen. Interessant? Jazeker, want het geeft de tentoonstelling context en jou stof tot nadenken, zoals de vraag: wat is design eigenlijk?
Smakelijk vormgegeven
Is brood bijvoorbeeld design? Je zou kunnen zeggen dat een bakker vorm geeft aan bepaalde ingrediënten, maar in dat geval wordt het begrip wel erg ver opgerekt. Dan zou elk recept ‘design’ zijn en een slager evengoed een ‘designer’. Het vlees dat hij verkoopt wordt immers evenmin kant-en-klaar aangeleverd door Moeder Natuur, toch?
Daar denkt ontwerper en professor Matthijs van Dijk anders over. Hij nomineerde het Vlaamsch Broodhuys voor de kwaliteit van het brood, “maar vooral ook omdat zij inzien dat een winkel-formule rondom brood, een tijdloze product, heel erg past binnen deze op hol geslagen samenleving”. Volgens Van Dijk ervaar je door het eten van het brood “hoe ‘rewarding’ het leven eigenlijk kan zijn”. Op de tentoonstelling kun je zijn bewering proefondervindelijk testen: verse stukjes brood liggen klaar om opgegeten te worden Een smakelijke verrassing waarmee ze de bezoekers aardig weten te paaien, zo blijkt uit de tussenstand van de publieksprijs. Toch, een gimmick maakt van een bakker nog geen designer en het is jammer dat andere, vaak interessantere, werken daardoor minder aandacht krijgen.
Microscopic Opera
Microscopic Opera van Matthijs Munnik is zo’n designpareltje dat zich onderscheidt door een eigenzinnige visie op kunst, wetenschap en cultuur. Het werk is genomineerd door curator Sophie van Krier die zich lijkt te richten op vernieuwende ontwerpprocessen. Daarmee staat zij lijnrecht tegenover Van Dijk, die met zijn keuzes vooral laat zien dat design ook ‘alledaags’ is.
Microscopic Opera vergroot de bewegingen van gemuteerde, microscopisch kleine wormen uit tot theatrale proporties. Speciaal geschreven software zet die bewegingen om in abstracte sopraan-, bariton en tenor-operaklanken. Zo geeft Munnik een eigen geluid aan de wereld van micro-organismen en laat daarmee zien dat het leven op alle schaalniveaus een complexe compositie is. Microscopic Opera doet dat wat goede kunst in feite ook zou moeten doen: vragen, onderzoeken en beschouwen.
Alles design?
Doordat de tentoonstelling ‘high’ en ‘low’ naast elkaar toont, geeft het een verfrissende blik op de hedendaagse designwereld. Het gaat nu eens niet om strak vormgegeven, gelikte producten, maar ook om de vormgeving van bijvoorbeeld smaak en beleving. Het toont vormgeving in de volle breedte, zonder daarbij de diepgang te schuwen en roept vragen op, zoals: wanneer we alles om ons heen beschouwen als vormgegeven, waar houdt design dan op? Een antwoord krijg je niet, maar je mag wel een stem uitbrengen bij de Premsela Publieksprijs en dat blijkt nog best lastig met zoveel verscheidenheid. Stemmen kan tot 12 februari, dan wordt de winnaar bekend gemaakt.
Tags: CultuurBewust.nl, design, Dutch Design Week, Kim Hoefnagels, Kunst, Museum Boijmans van Beuningen, nominatie, Object Rotterdam, Premsela, Recensie, Rotterdam, Rotterdam Designprijs, tentoonstelling
Posted in Kunst, Recensie | No Comments »
zondag, januari 22nd, 2012
De Nieuwe Kerk in Amsterdam staat momenteel helemaal in het teken van de joodse wereld. Van ceremoniële objecten tot prachtige schilderijen en eeuwenoude manuscripten: de tentoonstelling geeft een fascinerend beeld van drieduizend jaar joodse religie, cultuur, kunst en geschiedenis. Jodendom. Een wereld vol verhalen wordt in samenwerking met het Joods Historisch Museum gepresenteerd en kan nog tot en met 15 april worden bezocht in de Nieuwe Kerk.
Voor de tentoonstelling werden in totaal vijfhonderd bruiklenen verzameld van musea, collecties en particulieren over de hele wereld. De meeste daarvan zijn nooit eerder in Nederland te zien geweest. Dankzij een duidelijke indeling en een mooi exposé wordt een goede en complete indruk gegeven van het jodendom en alles daaromheen. Centraal in deze religie staan de Tenach, oftewel de Hebreeuwse bijbel, de abstracte God en de vier Heilige plaatsen. Tegen de achtergrond van deze kernelementen speelt het joodse leven zich af, overal ter wereld en op allerlei bijzondere wijzen.
Objecten
Hoe ziet een synagoge er eigenlijk uit? Op deze vraag geeft de expositie antwoord door maquettes van synagogen over de hele wereld tentoon te stellen. Het is interessant om te zien hoe de vorig jaar geopende liberale synagoge in Amsterdam totaal verschilt van die in China. Daarbij zijn er allemaal attributen te bewonderen die in de synagoge worden gebruikt. Heb je bijvoorbeeld wel eens gehoord van een jad? Dat is een aanwijsstok die dient als hulpmiddel bij het voorlezen uit de Tora, het centrale geschrift binnen de Hebreeuwse bijbel. Mooi is ook het enorm aantal siertorens: torentjes die ter versiering op de torarol worden geplaatst. De Nieuwe Kerk toont ze in allerlei soorten en maten: simpel en eenkleurig, of origineel met allemaal tierelantijnen.
Joodse kunst
Ook het werk van enkele joodse kunstenaars is uiteenlopend. Moritz Daniel Oppenheim (1800-1882) brengt in zijn realistische schilderijen de joodse gewoontes en tradities op een mooie manier tot leven. We zien gezinnen rondom de eettafel, of omringd door boeken en verdiept in de joodse leer. Zijn doeken hangen her en der tussen de voorwerpen en maken het gebruik van de objecten begrijpelijk. De expositie toont ook enkele werken van Marc Chagall (1887–1985). In Eenzaamheid (1933) verbeeldt hij met behulp van symbolische figuren de staat van het jodendom in het jaar dat Hitler in Duitsland aan de macht kwam. Indrukwekkend en griezelig tegelijk.
Uitgebreid
Joodse feesten en gedenkdagen krijgen in de expositie speciale aandacht, er zijn films en documentaires, en in de schatkamer vind je allerlei voorwerpen die de geheimzinnige naam van deze ruimte eer aan doen. Uitgebreid is de tentoonstelling zeker, maar te overvloedig zeker niet. Dat is te danken aan de heldere indeling van de expositie en de wijze waarop de voorwerpen worden gepresenteerd. Een pluspunt daarbij is de neutrale houding die van de tentoonstelling uitgaat. Jodendom. Een wereld vol verhalen toont zonder te oordelen. Nergens wordt een standpunt ingenomen, de beschouwing wordt volledig overgelaten aan de interpretatie van de bezoeker. Hierdoor wordt de bezoeker een betoverende kijk in de wereld van het jodendom gegund.
Tags: De Nieuwe Kerk, eenzaamheid, het Joods Historisch Museum, jad, Jodendom, Jodendom. Een wereld vol verhalen, joodse geschiedenis, joodse kunst, joodse religie, Marc Chagall, Moritz Daniel Oppenheim, Nina Schuyffel, Recensie, Stedelijk museum amsterdam, synagoge, tora
Posted in Kunst, Recensie | No Comments »
woensdag, januari 18th, 2012
Acht grote doeken van drie bij twee meter sieren de muren van de Amsterdamse Galerie Cultural Speech. In Sick of it all wordt het nieuwste werk van Denis Brun (1966) getoond. Het zijn felgekleurde en energieke werken, die erg doen denken aan street art. Soms lijkt het een chaotische mix van materialen en technieken en spreekt erg aan.
Relschopper
Denis Brun is het zat. Sick of it all is een protest tegen de ‘dogmatisering van de samenleving’. Als voorbeeld neemt hij de kunstwereld; een selecte groep mensen bepaalt wie ‘in’ is en wie niet. Ook bij andere aspecten van het leven wordt het lot zo bepaald. En daar verzet Brun zich tegen.
Misschien is het omwille van dit verzet dat de galerie de kijker geen extra informatie wil geven over de werken. Er zijn geen bijschriften met de titels van de werken en ook over het doel van Brun is niets te lezen. Dit is jammer, omdat het werk dan misschien verkeerd over kan komen. Hoewel er een bepaalde agressiviteit van de schilderijen uit gaat, is niet meteen duidelijk dat Brun zich verzet tegen de samenleving. Het is dan ook een aanrader om voor een bezoek aan Sick of it all even een kijkje te nemen op de website van de galerie.
Trucs uit de tekendoos
Het is alsof Brun een oude tekendoos heeft geopend en alles waar kinderen dol op zijn heeft gebruikt in zijn schilderijen. De basis van elk werk lijkt vaak een uitvergrote kleurplaat, van Disneyfiguren zoals Mickey Mouse en de Zware Jongens tot een prinses of een robot. Soms zijn de figuren redelijk netjes ingekleurd, maar vaker heeft Brun de verf er tegen aan gesmeten of is het alsof hij met vingerverf het doek heeft aangevallen met zijn handen. Naast de kleurplaatfiguren zijn ook sjablonen herkenbaar die met een airbrush op het werk zijn gespoten. De felste kleuren, zoals knalgeel en neonroze, springen op de kijker af. En ook een andere kinderfavoriet schittert van het doek: glitter. Met deze materiaalkeuze rekent Brun duidelijk af met de gangbare wetten van de traditionele schilderkunst.
Details
Wie voor een werk staat van Brun kan er lang naar kijken en steeds weer nieuwe figuren en materialen ontdekken. In Sick of it all (2011), het titelwerk van de tentoonstelling, valt bijvoorbeeld na een tijdje pas op dat er allemaal kleine witte stipjes rond Mickey zweven en dat er oranje vlammen uit het doek komen. In dit werk is de woede van Brun goed te zien; Mickey balt zijn vuisten, hij spuwt vuur en heeft een boze diepe frons die Brun heeft aangedikt met drie dikke zwarte strepen. Met elke stap die de kijker dichterbij zet ziet hij weer wat nieuws. Dit maakt dat het werk van Brun niet verveelt.
Energiek, fascinerend, origineel en explosief. Dat zijn de schilderijen van Brun in Sick of it all. Dat hij boos en gefrustreerd is, komt duidelijk naar voren. De tentoonstelling mag dan niet heel groot en uitgebreid zijn, maar de doeken komen als vuurwerk op de kijker af en vervelen niet snel.
Tags: amsterdam, Beeldende kunst, Denis Brun, Galerie Cultural Speech, gCS, hedendaagse kunst, Mickey Mouse, Recensie, schilderkunst, Sick of it all, Yvette Slotema
Posted in Kunst, Recensie | 1 Comment »
dinsdag, januari 17th, 2012
Tala Madani dook in een demonische wereld. In de tentoonstelling The Jinn in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam (SMBA) is haar nieuwste werk te zien. Hier verbeeldt zij hoe demonen zowel van buitenaf als van binnen de mens kunnen verslinden. Het klinkt misschien luguber, maar dat is het werk niet. Ze confronteert het publiek met het demonische van alles om ons heen, maar erg angstaanjagend is het niet.
De djinn
In schilderijen, tekeningen en enkele animaties probeert de Iranese Tala Madani de djinn op te sporen en uit te beelden. Djinns zijn mythologische figuren met magische krachten die volgens de Arabische folklore en de Islamitische leer een parallelle wereld bewonen. Het zijn demonen die af en toe ongezien onze wereld binnendringen.
De djinn heeft iets beangstigends en dat probeert Madani te laten zien in haar schilderijen. In veel werken komt de djinn tevoorschijn uit een schaduw. De meeste van haar werken zijn dan ook in zwart-wit. Met enkele vloeiende en heldere penseelstreken toont ze bijvoorbeeld in The Frame (2011) hoe uit een fotolijstje op een nachtkastje twee lange armen de kamer in komen en op het punt staan de nietsvermoedende slaper te wurgen. Een ware nachtmerrie.
Innerlijke demonen
Madani suggereert dat de djinns niet alleen van buitenaf komen. Bij Cell Man (2011) staat een man centraal met een klein rond brilletje op, die in zijn buik een demon achter tralies heeft zitten. Zonder deze djinn lijkt de man een saaie en brave bibliothecaris. Maar uit de serie schilderijen waar de Cell Man centraal staat, wordt duidelijk dat onder invloed van de djinn de man een pyromaan is en breeduit grijnst wanneer hij met een fakkel van een brandend gebouw wegloopt.
De djinn kan dus ook een onderdeel van ons zijn en de macht over ons nemen. Dit beeldt Madani uit door de demon als schaduw weer te geven van de mens. In Shadow (2011) is de man een kleine, witte figuur die er onzeker bij staat. Zijn schaduw is lang uitgerekt en vormt een pikzwart gemeen mannetje dat hem uitlacht.
Cartoonesk
In Shadow Fear (2011), een groot wit doek van ongeveer drie bij drie meter, is als een soort strip te zien hoe een schaduw een man omhelst en hem overmeestert. De strip- en cartoonachtige stijl lijkt kenmerkend voor het werk van Madani. Soms vertelt zij haar verhalen door het gebruik van series, soms beeldt zij in één doek, zoals in Shadow Fear, een handeling uit door een herhaling van hetzelfde beeld. De animaties zijn ook op een soortgelijke manier, als een tekenfilm, gemaakt. Meerdere versies van hetzelfde schilderij met iedere keer een kleine verandering worden achter elkaar gezet en vormen zo bijvoorbeeld het beeld van een danser die zichzelf de ondergang in danst. Madani vertelt zelden een verhaal in één beeld.
Deze simpele manier van afbeelden is aan de ene kant wel helder, maar aan de andere kant komt het kinderlijk over. Dit maakt de djinn minder eng. Daarnaast is het alsof Madani niet in één keer haar statement overtuigend kan overbrengen. Dit is jammer, omdat haar stijl verder wel het angstaanjagende van de djinn onderstreept. The Jinn is dus een confronterende tentoonstelling die ons onze demonen toont, maar helaas weet Madani die niet op een overtuigend angstaanjagende manier weer te geven.
Tags: amsterdam, Beeldende kunst, djinns, Recensie, SMBA, Tala Madani, tekenkunst, The Jinn, Yvette Slotema
Posted in Kunst, Recensie | 1 Comment »
vrijdag, januari 13th, 2012
In de galerie van kunstverzamelaar Eduard Planting hangen twaalf intrigerende portretten van jonge kinderen. De één blikt bijdehand de camera in, de ander oogt nog een beetje onzeker. Allemaal staan ze op een belangrijk punt in hun leven. Ze zitten in de laatste klas van de basisschool, de toekomst ligt voor hen open en hun eigen identiteit begint zich te ontwikkelen. De bijzondere expositie Twelve is tot en met 25 februari te zien.
Alex Ten Napel (1958) bezocht voor dit project verschillende basisscholen in Nederland. De twaalfjarigen zijn allemaal in hun puurste vorm en zo naturel mogelijk gefotografeerd. Terwijl de eerste tekenen van de puberteit zich aandienen in haargroei of jeugdpuistjes, is van make-up of haargel nog geen sprake. Deze jongeren staan allemaal voor het begin van een nieuwe levensfase. Bij de één spat het kinderlijke van de foto af, bij de ander lijkt de volwassenheid het leven al te zijn binnen geslopen.
Eigen uitdrukking
Het is knap om te zien hoe Alex ten Napel jongens en meisjes van dezelfde leeftijd heeft gefotografeerd en toch bij iedereen een hele eigen uitdrukking heeft weten vast te leggen. De portretten lijken in eerste instantie op schoolfoto’s, maar een belangrijk verschil is dat de fotograaf niemand heeft laten lachen, zodat ieders expressie zo goed mogelijk wordt getoond. Zo kijkt de ondeugende Tijmen uitdagend de camera in met een air alsof hij heus wel weet hoe de wereld in elkaar zit. Heel intrigerend zijn de portretten van twee meisjes die enorm van elkaar verschillen en waarvan het contrast nog eens extra wordt onderstreept doordat de foto’s naast elkaar zijn gehangen. Leeyanne toont zich zelfverzekerd en volwassen zonder arrogant te kijken, terwijl de lieve, jonge Cato wel drie jaar jonger lijkt in haar kinderlijke onschuld, door haar grote ogen die met een voorzichtige nieuwsgierigheid het leven aanschouwen. Daarbij zijn alle portretten tegen een sobere achtergrond genomen waardoor de gezichten nog sprekender worden.
Kwetsbaarheid
De tentoonstelling roept een soort weemoedige nostalgie op. Want hoe heerlijk is het om terug te verlangen naar een tijd waarin het leven nog eenvoudig is, waarin grote zorgen alleen voor grote mensen zijn? In die zin kun je de kinderen in Twelve niet anders dan benijden. Maar tegelijkertijd geeft de expositie ook blijk van de teerheid van deze kinderzieltjes, de kwetsbare kant die ze óók hebben en de vele obstakels die nog voor hen liggen. Alex ten Napel heeft alle gefotografeerde kinderen geïnterviewd, maar geen enkele tekst bij de foto’s geplaatst. Zo staat het de bezoeker vrij om een eigen interpretatie aan de beelden te geven. Twelve is een kleine expositie, met maar twaalf foto’s, maar wat maakt het uit als elke foto even uniek, verhalend en fascinerend is?
Tags: Alex ten Napel, amsterdam, Eduard Planting, Eduard Planting Fine Art Photography, fotografie, jeugd, kinderen, Nina Schuyffel, portret, portretfotografie, Recensie, Twelve
Posted in Kunst, Recensie | No Comments »
woensdag, januari 11th, 2012
Van spinazie word je sterk, wortels zijn goed voor je ogen en pizza is groente. Vaak denken we alles te weten, toch zijn we het vaak oneens. Bij meningsverschillen biedt de encyclopedie vaak een uitkomst. De encyclopedie die in het Tropenmuseum wordt samengesteld kan echter misleidend zijn. Kunstenaar Erick Beltrán laat deze maken aan de hand van wat bezoekers zeggen in diepte-interviews. Zo stelt het project The World Explained een encyclopedie samen van persoonlijke wereldbeelden.
The World Explained
Zo werkt het: in één van de zalen van het Tropenmuseum stellen medewerkers vragen aan bezoekers, zoals ‘Wat zijn dromen?’ en ‘Hoe ontstaat oorlog?’. Het diepte-interview dat volgt wordt door de medewerkers opgenomen en verwerkt tot encyclopedisch artikel. De printers die in de zaal staan, drukken de artikelen af, waarna ze op lange tafels worden gepresenteerd. Daarnaast worden kant-en-klare hoofdstukken gebundeld, die de bezoeker kan meenemen.
Amsterdam is na Saõ Paulo (2008) en Barcelona (2009) de laatste plek waar Beltrán zijn vragen stelt. De drie delen worden uiteindelijk samengevoegd. Zo ontstaat een encyclopedie van nauwkeurige beschrijvingen van processen en structuren van de wereld. Deze beschrijvingen zijn echter vanuit een subjectief en persoonlijk perspectief geschreven, en verschillen dus van gebruikelijke encyclopedische artikelen.
Persoonlijke theorieën
Op de muren in de zaal staan diagrammen die de uitgangspunten van Beltrán duidelijk maken. Aan de hand van kennis en ervaringen stellen we een eigen wereldbeeld samen. Zodra we iets tegenkomen dat we niet kennen, verklaren we het aan de hand van wat we wél kennen. Zo vormen we onze persoonlijke theorieën waarmee we het onbekende verklaren. Het persoonlijke wereldbeeld dat met deze persoonlijke theorieën gevormd wordt, verschilt per persoon en dat is wat Beltrán wil onderzoeken.
De encyclopedie die ontstaat is interessant om te lezen. Ideeën van anderen kunnen nieuw licht schijnen op bepaalde zaken. Ook kan de Amsterdamse mentaliteit bijvoorbeeld worden vergeleken met die van inwoners van São Paolo of Barcelona. Wat zijn de verschillen en overeenkomsten? En hoe kun je deze terug zien in het gedrag van de bevolking?
Wat is waarheid?
De encyclopedie die The World Explained voortbrengt biedt geen betrouwbare bron van kennis. Door de dubieuze waarheden te presenteren in encyclopedievorm roept het project vragen op over het begrip waarheid en haar functie.
In een encyclopedie verwachten we betrouwbare informatie te vinden. De teksten die er in staan zijn immers door de wetenschap op de proef gesteld. Met behulp van inductie en deductie, these, antithese en synthese wordt gewerkt aan een wetenschappelijke beschrijving van een deel van de werkelijkheid. Deze is echter ook gebaseerd op aannames, axioma’s en paradigma’s. Bovendien is het maar de vraag of we in de meest gebruikte encyclopedie, Wikipedia, altijd wetenschappelijk betrouwbare informatie vinden. Het grootste deel van onze verdere kennis komt ook niet van wetenschappelijk verantwoorde bronnen.
Er bestaat dus een kloof tussen ons persoonlijke wereldbeeld en het wetenschappelijk verantwoorde wereldbeeld dat in een goede encyclopedie wordt weergegeven. Geen van tweeën slaagt erin de werkelijkheid in zijn totaliteit te vatten.
De zoektocht naar een objectieve werkelijkheid is onbegonnen werk. The World Explained richt zich daarom op de subjectieve werkelijkheid die ons handelen bepaalt. Het project schetst het wereldbeeld van drie steden. Het is erg interessant om te zien wat de uitkomst hiervan is en bovendien is het leuk om door deel te nemen aan een diepte-interview zelf een steentje bij te kunnen dragen. Door de informatie in een encyclopedievorm te presenteren worden bovendien vragen opgeroepen over het begrip waarheid. Zo geeft het project ook nog stof tot nadenken. Het persoonlijke wereldbeeld bepaalt ons handelen, hiermee lijkt de wereld waarin pizza groente is ineens het meest relevant.
Tags: amsterdam, Encyclopedie, Erick Beltrán, Floor van Luijk, onderzoek, Persoonlijke Theorie, publieksparticipatie, The World Explained, Tropenmuseum, waarheid, wereldbeeld, Wikipedia
Posted in Kunst, Recensie | No Comments »
woensdag, januari 11th, 2012
In het leven is niets zo onontkoombaar als de dood maar toch is het een onderwerp dat door velen vaak liever vermeden wordt. De tentoonstelling De Dood Leeft in het Tropenmuseum werpt een nieuw licht op het thema door het taboe dat eromheen hangt te doorbreken. De tentoonstelling presenteert film, hedendaagse kunst, persoonlijke verhalen, attributen en de bijbehorende rituelen van verschillende culturen. Het museum laat op een intieme en mooie manier zien dat de dood iets is dat bij het leven hoort.
Eyecatcher van Jan Fabre
Aan de ene kant springt de tentoonstelling nuchter met het thema om, maar aan de andere kant zorgt de inrichting ervoor dat de sfeer mysterieus en een tikkeltje duister is. Deze succesvolle vormgeving is van de hand van het ontwerpbureau Kossmann.dejong. De tentoonstellingsruimte is omgeven door zwarte, hoge gordijnen en is gehuld in een waas van blauw licht. Het is de perfecte inrichting voor het thema, want door gebrek aan daglicht is de bezoeker voor even afgesloten van de buitenwereld. Voor de entree is een kunstwerk van Jan Fabre opgesteld. Het werk Leda, Engel van de dood (2001) bestaat uit een doodskist volledig beplakt met keverschilden en vormgegeven als zwaan. Hoewel deze succesformule van Jan Fabre nu al een tijdje mee gaat, werkt het nog steeds. De combinatie van de alsmaar van kleur veranderende keverschilden en de opengeslagen vleugels van de opgezette vogel is prachtig en staat symbool voor de cyclus van geboorte-leven-dood-wedergeboorte.
Leven na de dood?
Zoals te verwachten valt van het Tropenmuseum, behelst de tentoonstelling veel artefacten van over de hele wereld die horen bij begrafenisrituelen en rouwprocessen. De hedendaagse kunstwerken zijn in mindere mate aanwezig, maar de tentoonstelling laat een mooie selectie zien. Naast het werk van Fabre valt de reeks Noch mal leben (2003) van de Duitse fotograaf Walter Schels op. De reeks toont grote zwart-wit portretten van mensen die door ziekte wisten dat ze snel zouden sterven. Schels fotografeerde ze, op een heel kwetsbare manier, voor en na hun dood. Naast elk portret hangt het persoonlijke verhaal van de overledene, waar aan bod komt hoe hij of zij over de dood dacht. De foto’s maken duidelijk hoezeer het lichaam slechts een omhulsel is en zetten de bezoekers aan het denken. Des te verder de tentoonstelling vordert des te meer vraagtekens zich vormen bij zowel het leven als de dood. De oude geleerde Confucius zei hierover ‘Wij kennen het leven niet, hoe zouden wij de dood dan begrijpen?’ Dit is een wijze gedachte maar toch is het menselijk om pogingen te doen tot het verklaren van het onbekende. Dit wordt duidelijk aan de hand van videobeelden waarop te zien is hoe individuen uit verschillende culturen zich het hiernamaals voorstellen. Ze geven allemaal een andere interpretatie van het onbekende en maar weinigen geloven dat de dood een definitief einde is. Net zoals Marina Abramović, die in haar videokunstwerk Nude with skeleton (2010) een skelet nieuw leven wil inblazen.
Mooi met een rafelrandje
De Dood Leeft is geen luchtige tentoonstelling maar toch maakt het dat ‘de dood’ een minder beladen onderwerp wordt. De verhalen, artefacten, foto’s en kunstwerken die zijn geëxposeerd zijn stuk voor stuk mooi met een rafelrandje. Ze geven stof tot nadenken en blijven nog een tijd in het hoofd hangen. Het Tropenmuseum is erin geslaagd een mooie tentoonstelling te maken over iets dat doorgaans als alles behalve mooi wordt gezien.
Tags: amsterdam, Ashley Swagers, begrafenisrituelen, De Dood, dood, fotografie, installatie, Jan Fabre, Kossmann.dejong, Marina Abramovic, Recensie, Tropenmuseum, videokunst, Walter Schels
Posted in Kunst, Recensie | No Comments »
woensdag, januari 4th, 2012
Op de poster van De Nederlandse identiteit? De Kracht van Heden staan namen van bijna vijftig verschillende kunstenaars, architecten en vormgevers. Met bekende namen als Marlene Dumas, Marijke van Warmerdam, Rem Koolhaas en Viktor & Rolf. De lange lijst met namen zorgt voor een diverse tentoonstelling waar je als toeschouwer steeds opnieuw wordt verrast.
Wie na het horen van de titel De Nederlandse identiteit? De Kracht van Heden op deze tentoonstelling kunst verwacht te zien die het typische Hollandse weerspiegelt, komt bedrogen uit. Museum De Paviljoens toont Hollands glorie op een andere manier. Niet Nederland is het onderwerp, maar het werk van verschillende Nederlandse kunstenaars van de afgelopen 23 jaar.
Om elke hoek iets anders
Hoewel hier en daar wel Amsterdam of een Hollandse polder als achtergrond dient, is de Nederlandse identiteit niet de rode draad. Wat wel opvalt is de eigenwijsheid in de werken van de Nederlandse kunstenaars. Zo toont Sarah van Sonsbeeck met One Cubic Metre of Broken Silence (2009) op een rake manier een verbroken stilte. In het midden van een van de paviljoens staat een glazen kubus met zijden van één meter staat op kleine pootjes waar een baksteen tegen aan is gegooid is zodat het glas overal barsten vertoont. Om de hoek staat een boomstam inclusief wat mos met drie leuningen van verschillende keukenstoeltjes erop gemonteerd: de Tree Trunk Bench (1999) van Studio Makkink & Bey. Een boomstam als bank laat zien dat deze kunstenaars ook humor hebben.
Een ruimte verder staat een werk van Job Koelewijn. Het is een grote witte houten container met een klein deurtje, die je als toeschouwer open moet doen om het werk te bezichtigen. Maar met een titel als Jump (2005) is dat best spannend, want zit er iets achter waar je als toeschouwer van ‘opspringt’?
Een andere verrassing is het werk van Navid Nuur. Zijn kunst lijkt wel verstopt. Zo is Even a single spark of thought can turn in a lifetime memory (2005-2008) een zin die met letters van een halve centimeter in de museummuur is gedrukt. Een ander werk van hem is te vinden in een smalle spleet in de houten voer. Niet alleen is het leuk dat de toeschouwer op zoek moet naar zijn werk, ook is het mooi hoe Nuur de toeschouwer laat stil staan bij iets kleins als een mooie zin.
Een politieke statement
Er is slechts één bindende factor in deze tentoonstelling. Al deze kunstenaars hebben hun werk kunnen maken mede dankzij de steun van het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst (BKVB). In 1993 toonde dit fonds in Loods 6 op het KNSM-eiland een selectie van de door hen gesubsidieerde kunst uit de eerste vijf fondsjaren (1988-1992) onder de titel De Kracht van Heden. Museum De Paviljoens laat bij De Nederlandse identiteit? De Kracht van Heden opnieuw het werk van deze eerste groep zien, aangevuld met werk uit de afgelopen fondsjaren. Vele van de kunstenaars, architecten en vormgevers worden inmiddels gerekend tot de top van de hedendaagse cultuur. Door werken te tonen die mogelijk werden gemaakt door subsidies, lijkt het museum te protesteren tegen de bezuinigingsmaatregelen van dit kabinet.
Ondanks dat er in deze tentoonstelling geen rode draad zit, heeft het museum er wel een duidelijke bedoeling mee. Zij is er in geslaagd enkele topstukken uit de hedendaagse Nederlandse kunst te tonen en zo de kracht van het heden te laten zien. Juist omdat het bestaat uit werken van zoveel verschillende kunstenaars is het een tentoonstelling die blijft verrassen, niet verveelt en de toeschouwer scherp houdt.
Tags: almere, Amie Dicke, BKVB, Christiaan Bastiaans, Christien Meindertsma, De Nederlandse identiteit? De Kracht van Heden, Job Koelewijn, Kunst, lust, Marijke van Warmerdam, Marlene Dumas, Museum De Paviljoens, Navid Nuur, Recensie, Rem Koolhaas, Roy Villevoye, Sarah van Sonsbeeck, Studio Makkink & Bey, Viktor & Rolf, Yvette Slotema
Posted in Kunst, Recensie | 1 Comment »
zaterdag, december 24th, 2011
Geluidloze films zonder enig verhaal: dat is waar je dit najaar voor terecht kunt in Museum Boijmans van Beuningen. In de uitgebreide overzichtstentoonstelling Dichtbij in de verte staat het eigenzinnige werk van Marijke van Warmerdam (1959) centraal. Aan de hand van onder meer films, fotowerken en sculpturen leer je al snel waar haar werk om draait: niet om spannende verhalen, maar om het eenvoudige alledaagse.
Gefascineerd door een dagelijks schouwspel
Een pluisje dat meegevoerd wordt door de wind, een handstand die keer op keer herhaald wordt of een vinger die langs lamellen strijkt. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van films die je kunt verwachten bij de tentoonstelling Dichtbij in de verte. Hoewel de onderwerpen misschien wel iets tè gewoontjes lijken, raak je als bezoeker toch al snel gefascineerd. De schemerige centrale zaal is gevuld met grote schermen waardoor je al gauw in ieder beeld meegetrokken wordt. Bovendien word je uitgenodigd om plaats te nemen op één van de comfortabele rubberen banden, waarin je lui achterover kunt leunen om te genieten van het schouwspel. Wie had ooit gedacht dat je geboeid zou kunnen raken door het oplossen van een druppel melk in een glas water? Toch is dat precies waar de tentoonstelling in slaagt.
Eindeloze herhalingen
Marijke van Warmerdam is al ruim twintig jaar werkzaam als vernieuwend en toonaangevend kunstenares. Ze woont en werkt in zowel Rotterdam als Karlsruhe, maar geniet ook grote bekendheid buiten de grenzen van Nederland en Duitsland. Haar werk onderscheidt zich door de aandacht voor doodgewone, banale onderwerpen en het gebruik van de filmloop. Wat ze hiermee wil bereiken? Een nieuwe manier van kijken naar de wereld zoals die ons elke dag omgeeft. Dit streven uit zich in haar films door de afwezigheid van zowel verhaal als geluid, waardoor het pure beeld zoveel mogelijk de ruimte krijgt. In haar films kiest Van Warmerdam dan ook voor alledaagse handelingen die keer op keer herhaald worden en naadloos op elkaar aansluiten, zonder een begin of einde.
Visuele kracht van onderwerpen
Ook de andere zalen van de tentoonstelling bieden een blik op Van Warmerdams veelzijdige werk. Zo maak je onder meer kennis met bijzondere sculpturen, fotowerken, beschilderde film-stills en zeefdrukken. Net als bij de films staat hier het alledaagse centraal, zoals in Eiskugel (1998), een zeefdruk op spiegel van enkele vliegtuigen en hun condensatiestrepen tegen een helderblauwe lucht. Een tafereel dat vele malen per dag waar te nemen is, maar waar de gemiddelde persoon eigenlijk geen acht meer op slaat. Door dit tafereel nadrukkelijk uit te lichten probeert Van Warmerdam de bezoeker een andere kijk op de wereld mee te geven. Ook hier vertrouwt ze op de visuele kracht van de onderwerpen, zonder daarbij een verhaal te vertellen.
Geslaagde tentoonstelling
En eigenlijk zijn die verhalen ook helemaal niet nodig, kan geconcludeerd worden na een bezoek aan deze tentoonstelling. Van Warmerdam haalt gewone onderwerpen uit hun dagelijkse context en slaagt hiermee in haar streven om de bezoeker op een andere manier naar de wereld te laten kijken. Dichtbij in de verte is dan ook een geslaagde tentoonstelling en zeker een bezoek waard!
Tags: film loop, Films, fotowerken, Marijke van Warmerdam, Museum Boijmans van Beuningen, overzichtstentoonstelling, Recensie, Romy Meijer, sculpturen, zeefdrukken
Posted in Kunst, Recensie | No Comments »