Matisse tot Malevich toont bijzonder veel topstukken
Door: Nynke Besemer
Toen Ernst Veen, directeur van de Hermitage Amsterdam, tijdens een bezoek aan de Hermitage in Sint Petersburg de collectie moderne kunst aanschouwde, werd hij dolenthousiast. Het was 1997 toen het idee ontstond voor een overzichtstentoonstelling zoals die nu dan eindelijk te zien is in Nederland: Matisse tot Malevich – Pioniers van de moderne kunst uit de Hermitage.
De rode kamer (1908) van Henri Matisse (1869-1954) vormt het middelpunt van de tentoonstelling. Deze schilder liet zien dat je de werkelijkheid niet letterlijk hoeft na te bootsen. Matisse ging met zijn knalkleuren in tegen de gevestigde kunst, hij ging op onderzoek uit. Ook de kleurrijke portretten die hij van zijn vrouw maakte, laten zien dat kleur niet waarheidsgetrouw hoeft te zijn; zijn vrouw was, in tegenstelling tot wat de schilderijen doen vermoeden, altijd in het zwart gekleed.
Met een totaal van 80 kunstwerken tellende tentoonstelling wordt de zoektocht naar moderniteit rond 1900 verbeeld. Met felle kleuren, dikke verflagen, decoratieve vormen en lijnen, laten de schilders hun visie op de wereld zien. Vele kunststromingen zoals het fauvisme, kubisme en expressionisme worden op de tentoonstelling uitgebreid toegelicht met woord en uiteraard beeld.
Er zijn zoveel goede werken te zien dat het moeilijk is om er een aantal uit te lichten. Wanneer je het ene toelicht schiet je een ander al snel tekort. De Dame met zwarte hoed (1908) van Kees van Dongen (1877-1968) is een van de werken die nooit lijkt te kunnen vervelen. Georges Roualt weet met schetsmatige contouren op zijn Meisjes zeer treffend vlezige prostituees af te beelden. Ook Chaim Soutine’s (1893-1943) Zelfportret (1920-1921) is aangrijpend, door de dikke verf die zijn gezicht haast monsterlijk en tegelijkertijd juist daarom fascinerend maakt. En dan zijn er ook nog vele werken van Pablo Picasso (1881-1973), Wassily Kandinsky (1866-1944) en André Derain (1880-1954) tentoongesteld.
Er is op de tentoonstelling vooral franse kunst te zien, die door Russische verzamelaars in grote getale het land in werd geloodst aan het begin van de twintigste eeuw. De verzamelaars lieten Russische kunstenaars kennismaken met de moderne Europese kunst, opdat Rusland een kans kreeg om ook een modern land te worden. De verzamelaar Sergej Ivanovitsj Sjtsjoekin (1854-1936) schreef in 1910 aan Matisse: “Het publiek is tegen u, maar de toekomst is voor u.” Met deze doeltreffende zin geeft hij niet enkel blijk van het feit dat de schilders hun tijd vooruit waren, het laat bovendien zien dat de Russische verzamelaars vertrouwen hadden in deze schilders.
Ook Kazimir Malevich (1879-1935) heeft deze toestroom van Franse kunst meegemaakt, waarna hij volgens een aantal van deze stijlen probeerde te werken. Helaas zijn deze pogingen niet te zien op de tentoonstelling. Enkel een latere versie van zijn welbekende zwarte vierkant (ca. 1930) sluit de tentoonstelling af. De weg die hij aflegde om tot zijn essentie van kunst te komen wordt hier verbeeld door zijn Europese voorgangers.
Op de tentoonstelling Matisse tot Malevich zijn vele prachtige, kleurrijke kunstwerken te zien. Over de werken valt veel te vertellen, wat ook uitgebreid wordt gedaan in tal van zaalteksten. Toch zijn dit juist werken die ook zonder een hoeveelheid aan informatie tot de verbeelding spreken. Voor diegenen die zich afvragen waar de moderne kunst zijn oorsprong vond, heeft de Hermitage Amsterdam alvast beloofd aan deze wens te voldoen met een tentoonstelling die plaats zal vinden van september 2012 t/m maart 2013.
06-03-2010





