War as Ever! zou meer houvast moeten bieden
Door: Sophia Zürcher
Het kunstenaarsstel Tracy Mackenna en Edwin Janssen heeft in het Nederlands Fotomuseum een ruimte gekregen om te onderzoeken hoe we naar afbeeldingen van geweld kijken. Dat onderwerp is echter zo groot, dat de tentoonstelling moeilijk behapbaar is.
Toen en nu
Het uitgangspunt van de tentoonstelling vormt het album Van Kittensteyn uit de collectie van Atlas van Stolk in het Museum Rotterdam. Dit album uit 1613 bestaat uit prenten en tekeningen over onder meer de Tachtigjarige Oorlog. Mackenna en Janssen beschouwen het album als een vorm van zeventiende-eeuwse oorlogsjournalistiek. Het album zelf is helaas niet te zien in de tentoonstelling, maar er is wel een projectie van afbeeldingen te zien onder de titel WAR AS EVER! Eighty Years and One day. In deze projectie zijn fragmenten van de prenten gecombineerd met oorlogsfoto’s uit kranten die verschenen op 1 april 2003, de geboortedag van hun kind. Zo willen de kunstenaars vergelijken hoe mensen toen naar oorlogsafbeeldingen keken en hoe ze dat nu doen.
Reflecteren
Aan de hand van krachtige citaten uit Susan Sontags boek Regarding the Pain of Others (2003) wordt getracht dat kijken te ‘sturen’. De citaten op de posters zetten aan tot nadenken over heel verschillende kwesties. Waarom beelden we geweld af? Wat wordt wel afgebeeld en wat vinden we taboe? Maakt kijken naar andermans ellende je een voyeur? Zouden we nu, in vergelijking met de zeventiende eeuw, sneller gewend raken aan oorlogsafbeeldingen door de alomtegenwoordigheid van de media? Dat zijn een heleboel vragen om eens goed over na te denken. Het is de bedoeling dat een zogenaamde ‘print pedlar’, een karakter gebaseerd op historische straatventers, af en toe Rotterdam induikt en dit bespreekt met het publiek. Een symposium maakt dit project dat gericht is op publieksparticipatie compleet.
Weinig houvast
In de tentoonstelling is echter geen ‘print pedlar’ aanwezig en de citaten en de projectie zijn je enige houvast. Er worden een heleboel interessante vragen gesteld, maar daar blijft het dan ook bij. Het probleem is dat een slideshow elke afbeelding een korte periode toont, waardoor er net als in onze zapcultuur geen tijd is om uitgebreid stil te staan bij de beeldende kwaliteiten van de foto’s. Het is niet eens duidelijk welke foto’s uit de krant en welke uit de collectie van het Fotomuseum komen. Het gaat Mackenna en Janssen wellicht meer om het onderwerp dan om de vorm. Maar zelfs dan zijn de vragen om over na te denken zo uiteenlopend, dat je er ongeremd op los kan associëren.
Kijken naar foto’s en prenten
Een van de gedachten die het project oproept gaat over het medium. De vergelijking is niet helemaal eerlijk, want we kijken anders naar tekeningen dan naar foto’s. Een kunstenaar kan ellende mooi afbeelden, denk maar aan al die mooie schilderijen over het lijden van Christus. We verwachten dat een foto de werkelijkheid weergeeft zoals die zich min of meer voor de lens afspeelt (hoewel we wel weten dat daar veel mee gesjoemeld kan worden). Dat betekent bijvoorbeeld dat wanneer een journalistieke foto te ‘mooi’ is (te veel op kunst lijkt), we het beeld gaan wantrouwen. Dat schrijft Susan Sontag in het vijfde hoofdstuk van Regarding the Pain of Others. Het is opmerkelijk dat de kunstenaars voorbij lijken te gaan aan dit hoofdstuk.
Mackenna en Janssens project is misschien wel te ambitieus om in deze tentoonstellingsvorm goed uit de verf te komen. Het is jammer dat de interessante vragen die het project oproept nu geen doel treffen.
26-01-2012




