dinsdag, november 8th, 2011
Een spetterend decor, de twaalf beste dansers en breakers van de wereld en een choreograaf van topniveau. Gooi alle ingrediënten bij elkaar en je krijgt een energieke streetdanceshow van tachtig minuten: Blaze. Na de succesvolle première op West End in Londen vorig jaar en uitverkochte tournees in Europa, keert het dansgezelschap terug in Nederland met de Blaze is Back! Tour. Helaas zonder vernieuwd repertoire, maar mét twee nieuwe Nederlandse dansers.
Bruisende energie
Kleding valt vanaf het plafond op het podium. Wijde broeken, T-shirts en sneakers liggen verspreid over de vloer. De zaal bruist van de energie wanneer de dansers het podium opkomen om de kleding aan te trekken. Het liefst sta je op en dans je mee met de harde muziek die door een uitverkocht Beatrixtheater in Utrecht schalt. Wanneer iedere danser zichzelf introduceert door een solo stukje te dansen, joelt het publiek op zijn hardst. De jongens en meiden op het podium stralen en nemen het luide applaus zorgvuldig in ontvangst.
Van Lady Gaga tot Bee Gees
Het overgrote deel van de choreografie is gericht op jongeren en bevat street- en breakdancemovies als locking en popping. De ‘dans van de 21e eeuw’ wordt ondersteund door muziek van onder anderen Lady Gaga, Michael Jackson, Snoop Dogg en Justin Timberlake. Maar ook de oudere dansliefhebbers komen tijdens deze show aan hen trekken: de choreografie wordt vaak afgewisseld met moves uit de jaren ’70 en ’80. Het hele publiek gaat dan ook uit hun dak wanneer vier dansers in een flowerpower outfit losgaan op muziek van de Bee Gees.
De dansers laten zien dat ze van alle markten thuis zijn: ook ballet, capoeira en tapdans komen terug in de show. Dat doen ze continu met een blije uitdrukking op hun gezicht en brengen dat gevoel ook bij het publiek over. Hoewel ze naast dansen niet acteren hebben de dansers toch veel interactie met de zaal. Zo worden er toch kleine toneelstukjes opgevoerd of verhalen verteld door middel van dansbewegingen en de wisseling van outfits. Een badjas om een ochtendritueel uit te voeren en witte jassen met shuttershades om wetenschappers na te spelen.
Wereldwijd talent
Blaze is geregisseerd door topchoreograaf Anthony van Laast van West End. In 2005 regisseerde hij de streetdanceshow Bounce en laat deze stijl van dansen nog verder ontwikkelen in Blaze. Na een serie audities waarvoor wereldwijd zo’n 400 kandidaten zich opgaven, werden er uiteindelijk twaalf dansers geselecteerd. Ze komen uit alle hoeken van de wereld: Frankrijk, Luxemburg, Duitsland, Engeland, Denemarken, Portugal en Nederland. Jomecia Oosterwolde zit al bij het dansgezelschap sinds de start in 2009, maar tijdens deze tour is nu ook Angelo Pardo toegevoegd. Hij werd bekend door de Nederlandse versie van So You Think You Can Dance en The Ultimate Dancebattle, waarin hij samen met Jomecia met topchoreografen uit Nederland en België mocht samenwerken.
Koffers en dozen
Ook voor deze streetdanceshow heeft van Laast de vijf beste choreografen uit Engeland en Amerika gevonden. Daarnaast is de set een belangrijk onderdeel voor de blijvende interactie tussen dansers en decor. Het decor voor Blaze bestaat uit opgestapelde koffers, dozen en laatjes waar de dansers in verdwijnen of uitkomen. Het geeft de show de look en de feel van de straat en de dansruimte wordt niet alleen beperkt door de vloer: er kan nu op verschillende hoogtes gedanst worden. Omdat er zo veel aandacht is besteed aan elk detail, maakt dat van Blaze een bijzondere en unieke show.
Ondanks de staande ovatie aan het einde reageren sommige toeschouwers minder positief. ‘Het was bijna exact dezelfde show als vorig jaar. Alleen de nieuwe dansers brachten wat nieuws op de vloer’, aldus Neshon (24) uit Utrecht. Maar ook zonder vernieuwd repertoire blijft de show een sensatie. ‘Volgende keer ga ik absoluut weer. Zoiets straks heb ik nog nooit gezien.’
Tags: Angelo Pardo, Anthony van Laast, ballet, Beatrixtheater, Beegees, Blaze, Bounce, Capoeira, Jomecia Oosterwolde, Locking, Popping, streetdanceshow, SYTYCD, topniveau, TUDB, Utrecht, West End
Posted in Home, Recensie, Theater | No Comments »
vrijdag, oktober 28th, 2011
In navolging van de vrij goede film Suspiria komt de Italiaanse horrorregisseur Dario Argento (Once upon a time in the West, Deep Red) in 1980 met het vervolg Inferno. In de film, die nu als gerestaureerde versie op dvd verschijnt, wordt een appartementencomplex in Manhattan door drie wraaklustige geesten in de gaten gehouden. Een bewoonster vindt een dagboek waarin de geheimen van deze geesten onthuld worden. De vrouw zal het zelf helaas niet kunnen navertellen.
Als fan van het genre laat ik mij graag verrassen door een meer dan dertig jaar oude film die laat zien hoe horror aan het begin van de jaren ’80 tot uiting kwam. Helaas niet al te sterk.
Clichés
Het verhaal bouwt zich traag op en de acteurs zijn inwisselbaar. De beelden van een vrouw die een dagboek leest worden begeleid door een voice over en wekken de gedachte op dat je naar de meest saaie opening van een horrorfilm ooit zit te kijken. Naarmate de film vordert, en het verhaal vrij origineel blijkt, treden er helaas al snel clichématige situaties op. Het appartementencomplex blijkt voor het grootste deel leeg te staan en overal zijn gangen afgesloten met witte doeken die, hoe kan het ook anders, een paar scènes later tijdens een ‘schrikmoment’ aan stukken gescheurd wordt. Als er dan ook nog de nodige lichten uitvallen en er welgeteld één persoon naar de donkere stoppenkast loopt, is de spanning al snel weg.
Een aparte wereld
Het interieur van het appartementencomplex is op zijn zachtst gezegd onrealistisch te noemen. Al moet gezegd worden dat dit ook wel weer een bepaalde charme heeft. Overal branden fel rode en blauwe lampen. In elke muur van het gebouw zit een gat waardoor stemmen worden versterkt en mensen van grote afstand te horen zijn.
Een opvallende scène speelt zich af in de bibliotheek. Hierin kiest één van de dames er om onverklaarbare redenen voor om op een andere manier het gebouw te verlaten dan de manier waarop zij gekomen is (via de voordeur). Ze besluit een trap naar beneden te nemen, waarna ze uitkomt in een verlaten gangenstelsel. Daar blijkt één kamer een soort tovenaarskamer te zijn, die zich dus – totaal misplaatst – onder de bieb bevindt. Als je vervolgens als anticlimax de absurd slechte en vooral lachwekkende vertolking van de Dood aanschouwt, ben je maar wat blij dat we inmiddels dertig jaar verder zijn.
Soundtrack
En dan de muziek. Zoals op de hoes van de dvd te lezen valt: “Een horrorfilm met een theatrale soundtrack van Keith Emerson”. En theatraal is het zeker. De synthesizermuziek is in vrijwel elke scène hoorbaar en zou de spanning tot grote hoogte moeten brengen. Dit doet het echter allerminst. Het is op sommige momenten zelfs vrolijk te noemen, wat als logisch gevolg weer afbreuk doet aan de ervaring.
Oud
Er moet natuurlijk rekening gehouden worden met het feit dat het hier gaat om een film uit 1980, waardoor het niet helemaal eerlijk is de film met de huidige maatstaven te beoordelen. Waarom ik dat dan toch heb gedaan? Het betreft hier namelijk een gerestaureerde versie waarvan de makers blijkbaar gedacht hebben dat die nog wel mee kon komen met de films van nu. Op IMDB kreeg de film destijds nog een redelijke 6.7, maar dertig jaar later geef ik Inferno toch echt een onvoldoende. Voor de liefhebber van oude horror is het wellicht een goede keus, maar zelf werd ik er helaas niet warm of koud van. En dat is toch wat horror zou moeten doen: je laten rillen en zweten.
Tags: cultuurbewust, Film, Filmrecensie, horror, Matthijs Graner, Recensie
Posted in Film, Home, Recensie | No Comments »
dinsdag, oktober 25th, 2011
Het Fotomuseum Den Haag haakt in op de Parijstentoonstelling in het Gemeentemuseum met een tentoonstelling met werken uit dezelfde periode. Hier geen grote Franse fotografen, maar een overzicht van Nederlandse fotografen die zich lieten beïnvloeden door de lichtstad. En dat levert een grote hoeveelheid interessante foto’s op.
Drie visies op Parijs
De tentoonstelling besteedt extra aandacht aan een drietal fotoboeken, waarin drie visies op Parijs zijn te herkennen. Het boek Paris Mortel (1963) van Johan van der Keuken (1938-2001) toont de donkere kant van Parijs: het troosteloze en arme, maar ook het heel menselijke, ‘sterfelijke’ deel. Veel minder grimmig is het boek Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés (1956) van Ed van der Elsken (1925-1990). Deze fotograaf maakte een beeldroman: een fictief verhaal over jongeren die la vie bohème leven. Als tegenhanger wordt ook aandacht besteed aan het boek Vrouwen van Parijs (1954) van Nico Jesse (1913-1976), waar het wat meer voorspelbare, clichématige Parijs naar voren komt. Het is opmerkelijk dat zulke verschillende visies op Parijs uit ongeveer dezelfde tijd komen. In de tentoonstelling kom je steeds afbeeldingen tegen die bij één van die drie sferen horen.
Geen ordening?
In eerste instantie lijkt er echter geen touw aan vast te knopen hoe je moet kijken. Er hangen veel foto’s in het museum die bovendien losjes lijken te zijn gegroepeerd. Er is een muur met modefoto’s, waarop modeopnamen te zien zijn zoals je die verwacht in Parijs, maar die toch verrassen. Een foto van een vrouw in een jurk van Dior, vastgelegd door Ata Kandó in 1954, hangt opvallend in het midden. Het is één van de weinige kleurenfoto’s in de tentoonstelling. Ook is er een muur met foto’s van doorkijkjes met de Eiffeltoren op de achtergrond. Soms kun je clichés niet vermijden.
Geen truttigheid
Toch zorgen de curator en zijn assistenten dat je een ander Parijs ziet dan je had verwacht. Wim van Sinderen sprokkelde eerst heel veel foto’s van Nederlandse fotografen in Parijs bij elkaar. Daarna heeft hij alle foto’s verwijderd die ‘truttig’ waren. Want Parijs in de jaren vijftig levert heel wat truttige beelden op. In deze tentoonstelling zie je juist het dagelijks leven, inclusief armoede en ouderdom. Een aantal foto’s is treurig, maar er zitten ook veel grappige of ontroerende foto’s tussen. De mythe van het Parijs vol romantiek en glamour wordt zo doorgeprikt, maar door de selectie van het Fotomuseum kan wel het verkeerde idee ontstaan dat alle Nederlandse fotografen van die originele foto’s maakten.
Flaneren
Door de subjectieve keuze voor de foto’s, is het misschien geen objectief overzicht van Nederlandse fotografen in Parijs, maar het roept wel heel erg een sfeer op. Meer leidraad dan de introtekst en de bordjes bij de boeken krijg je niet. Het museum vraagt je om rond te kijken en te ontdekken – zoals in Parijs. Geef je ogen de kost aan de mooie foto’s van Meinard Woldringh (1915 – 1968), met zijn haast grafische foto’s van besneeuwt Parijs, of bekijk Franse beroemdheden als Brigitte Bardot of Juliette Gréco. Een nadeel is dat je door de grote hoeveelheid werken nogal overdonderd wordt, maar gelukkig kun je thuis nog eens lekker op je eigen tempo door de catalogus bladeren.
Tags: den haag, Ed van der Elsken, Emmy Andriesse, fotografen, fotografie, Fotomuseum Den Haag, fototentoonstelling, Gare du Nord, Henri Berssenbrugge, Johan van der Keuken, Nico Jesse, Parijs, sophia zurcher, Wim van Sinderen
Posted in Home, Kunst, Recensie | No Comments »
maandag, oktober 3rd, 2011
Na al een paar EP’s uit te hebben gebracht kwam Benjamin Francis Leftwich, een Engelse singer-songwriter afkomstig uit York, 4 juli met zijn debuutalbum Last Smoke Before The Snowstorm. Het zijn vooral de poëtische teksten, die de hoofdrol op zijn album spelen. Last Smoke Before The Snowstorm lijkt een laatste poging te zijn om de ware liefde te vinden, voor aanvang van de donkere eenzame winterdagen.
De 22-jarige Benjamin Francis Leftwich mag voor het eerst een heel album op zijn naam zetten. Het debuutalbum is geproduceerd door Ian Grimble, een van de mannen achter Communion, een zondagavondsessie met opkomende sterren uit de nu-folk scene en sinds 2009 ook een platenlabel. Ook Leftwich kan in deze Londense folk-scene geplaatst worden. Eerder verscheen zijn nummer ‘More Than Letters’ al op een compilatie-cd van Communion. Het post-folk troubadour genre is terug te horen op Benjamins eerste album, waarop hij met zijn zachte stem en poëtische teksten, ons meeneemt in zijn verhaal.
Akoestisch geheel
Een akoestische gitaar luidt het begin van de plaat in, waarna Leftwich inzet met zijn hoge zachte, soms zuchtende stem, die wel wat van Bon Iver weg heeft. Bij het volgende nummer ‘Box of Stones’, zingt een vrouw mee wiens stem aan Laura Marling doet denken. Het is echter Hayley Hutchinson, die afwisselend met Anhony Randall Philips voor de vocale opvulling op het album zorgt. Last Smoke Before The Snowstorm is een akoestisch geheel met af en toe piano en viool arrangementen. Zo wordt ‘1904’ met een orgeltje ingeluid, om de donkere sfeer van het nummer in te wijden. Drums zijn tot een minimum beperkt en bij de meeste nummers creëert Benjamin zelf een drumsound op de klankkast van zijn gitaar. Alle nummers hebben een duidelijk couplet-refrein structuur en veelal dezelfde muzikale bezetting, waardoor ze al snel op elkaar lijken. De meeste nummers eindigen vrij abrupt en de stiltes die dan ontstaan belemmeren een muzikaal geheel. Het overkoepelende thema, de angst om alleen de winter te moeten doorkomen, lijkt daarentegen wel een geheel te belichamen.
Poëtische reis
Op het eerste gezicht is de titel erg raadselachtig. Maar de poëtische teksten van elk nummer geven verwijzingen naar de titel en het thema. Zo wordt in ‘Pictures’ de ik-persoon voorgesteld en laat deze in ‘Box of Stones’ merken dat er een vrouw is in wiens hart hij graag toegelaten zou willen worden. In ‘Butterfly Culture’ wordt duidelijk dat deze liefde onbereikbaar is. Het goed in het gehoor liggende ‘Atlas hands’ verwoordt de onzekerheid om de onbereikbare liefde daadwerkelijk te krijgen. ‘Stole you away’ verklaart de angst voor eenzaamheid. In ‘Shine’ droomt hij hoopvol, waarna hij in ‘Snowship’ af lijkt te haken om in de titelsong zijn laatste wanhoop te uiten. Het album eindigt met ‘Don’t go slow’, waarin alles een herinnering lijkt te blijven en nooit gebeurt lijkt te zijn.
Eenzaam in de winter
Waar Last Smoke Before The Snowstorm muzikaal niet heel spannend is en wat droevig gestemd, is het lyrisch echt een interessant album. De angst om alleen te zijn met de winterdagen wordt op dit album vertaalt in de hoop van het samen zijn. Hierbij moet men leren van het verleden en soms momenten in het leven een herinnering laten. Dit album is voor de mensen die de winter willen doorkomen en samen met Leftwich willen dromen, hopen en leren. Hopen dat het volgende album een vrolijker tintje krijgt om de zomer te bejubelen.
Tags: Akoestische Indie Folk, Benjamin Francis Leftwich, cdrecensie, Muziek, singer-songer writer
Posted in Home, Muziek, Recensie | No Comments »
zondag, september 4th, 2011
Zussen begint met een hoofdstuk vanuit het perspectief van politiecommissaris Schneider tijdens de zoektocht naar Miriam. Door deze opening ontstaat de verwachting van een thriller: waar is Miriam en waarom is ze verdwenen? De volgende hoofdstukken zoomen echter in op Marjorie, Miriams zusje, en de wijze waarop zij de verdwijning van Miriam beleeft. Zussen is een prachtig portret van een meisje op weg naar volwassenheid.
De Zweedse Bengt Ohlsson (1963) brak in 2000 definitief door in zijn vaderland. Zijn debuut bracht hij echter al in 1984 uit. Naast Zussen is ook het goed gewaardeerde Gregorius (2009) in het Nederlands vertaald.
Verdwijning
Marjories zus Miriam is plotseling verdwenen. Om Marjorie weg te halen uit de onrust thuis, besluiten haar ouders om haar tijdelijk onder te brengen bij een voor haar onbekende tante, Ilse. Hoewel het contact tussen de twee in het begin moeizaam verloopt, stellen ze zich steeds meer open voor elkaar.
De lezer wordt meegenomen in de gedachten en herinneringen van Marjorie. Daarnaast vertelt tante Ilse over haar eigen jeugd, waardoor Marjories beeld van haar vader – de man die ze adoreert – begint te wankelen.
Emotionele achtbaan
Marjorie is vrij volwassen voor haar tien jaar en bevindt zich in een emotionele achtbaan: ze voelt zich schuldig, verdrietig, buitengesloten, bang en verward. Ze is boos op haar zus, omdat zij het ‘grappigste gezin van de wereld’ met haar verdwijning kapot heeft gemaakt. Anderzijds mist ze haar zus en de momenten die ze deelden.
Het is interessant om in de gedachtegang van Marjorie te worden meegenomen. Het ene moment is ze volwassen, analytisch en treffend. Het volgende moment denkt ze ongenuanceerd, kinderlijk en heeft ze een grote fantasie.
“Ze zou zo worden als Miriam. Dat zou het beste zijn voor iedereen. Als ze zo werd als Miriam, zouden ze Miriam misschien niet zo erg missen. (…) In elk geval moest ze genoeg Miriam zijn om papa en mama te laten ophouden haar te zoeken. Aan de andere kant kon ze ook niet ophouden met zichzelf te zijn, want dan zou iedereen zich gaan afvragen waar zij gebleven was.“
Drukkend
Ohlssons verteltrant is traag en beschrijvend, maar stoort geen moment. Zussen is vlot geschreven: de zinnen zijn kort en het taalgebruik helder. Interne monologen worden afgewisseld met dialogen, wat de leesbaarheid ten goede komt.
Hoewel Zussen met name een psychologisch drama is met veel ruimte voor gedachten en gevoelens, heeft het verhaal ook een drukkende onderlaag. Zowel Marjorie als tante Ilse lijken iets te verbergen, waardoor het verhaal spanning behoudt en het boek uit is voor je er erg in hebt.
Tags: bengt ohlsson, drukkend, emotionele achtbaan, gregorius, Kind, Literatuur, psychologische roman, Recensie, Signatuur, vanessa 't hoen, verdwijning, vertaald, volwassen, zussen, Zweden
Posted in Home, Literatuur, Recensie | No Comments »
vrijdag, september 2nd, 2011
Het Iepenloftspul van Jorwert speelt dit jaar een bewerking van de klassieke opera Bohemia van Puccini. Na het grote succes van It Feest van vorig jaar zijn de verwachtingen tijdens de première hooggespannen. Bohemia is muziektheater met naar het Fries vertaalde liedteksten van ACDC en Bram Vermeulen, maar speelt ook in op de actualiteit van het huidige cultuurbeleid en immigratiewetten.
Bohemia opent met de band ControlAltDelete die hun hitsingle voor de 5000e keer speelt. Leadzanger Roelof, gespeeld door Wybo Smids, is uitgeblust. Hij verruilt zijn rockband voor het kunstenaarsoord ‘Bohemia’ waar hij kleine, zachte liedjes gaat schrijven. Op zoek naar zichzelf en de inspiratie wordt hij verliefd op Mimi, die hem doet denken aan zijn overleden vriendin Marije.
In de donkerte van de notaristuin waant het publiek zich even in een andere wereld. Dit wordt versterkt door de rol van Mimi door Adriana van Bannisseht, die als een soort geestverschijning sensueel op de muziek over het speelvlak beweegt. Ze is fascinerend om naar te kijken en weet dan ook steeds de aandacht te trekken. Mimi lijdt in deze bewerking niet aan TBC, maar is een drugshoertje die steeds verder wegzakt en zelfs door de liefde haar kaars niet brandend krijgt.
Krachtig muziektheater met strakke vormgeving
Onder leiding van Jorrit Laverman weten de rauwe zangstemmen en poëtische teksten het publiek te raken. Het is duidelijk te zien dat een aantal spelers zich thuis voelt in de rol van muzikant. Doete Stenekes is volledig in haar element als rockdiva en staat zichtbaar te genieten van haar moment.
Het decor bestaat voornamelijk uit houten plateaus en wanden van zwarte techniekkistjes. Een slimme en praktische vormgeving die de podiumfunctie van het kunstenaarsoord versterkt. De spelers en muzikanten dragen strakke leren kostuums, eerst in de witte kleur van de hoop en vrijheid, later in de rode kleur van het vuur en de figuurlijke dood van de kunst.
Linkse hobby’s
Tjerk Kooistra (regisseur) en Jan Schotanus hebben een zeer vrije bewerking gemaakt, waarin de thematische vrijheid van het kunstenaarsschap in het stuk wordt gebruikt om toespelingen te maken op het huidige cultuurklimaat. De huurbaas uit de oorspronkelijke versie is in dit geval de Minister van Cultuur die met de boodschap komt dat Bohemia nog maar twee maanden blijft bestaan. Hij heeft iets tegen kunstenaars: ze lopen niet in de pas. Kunst is een linkse hobby.
Dit is allemaal zeer herkenbaar en de komende bezuinigingen gaan veel mensen aan het hart. Toch begint het te wringen in de voorstelling. Er ontstaat een contrast tussen de subtiele poëtische liedteksten die op het gevoel werken en de toch iets te gemakkelijke inkoppertjes over de actualiteit. De overdaad wordt compleet wanneer een Syrische immigrant in het stuk uitgezet wordt en om die reden zelfmoord pleegt.
De hooggespannen verwachtingen van Bohemia zijn dan ook niet helemaal uitgekomen. Als muziektheater zeer geslaagd, maar aan de basis ontbreekt het aan subtiliteit.
Tags: actualiteit, Bohemia, cultuurbeleid, CultuurBewust.nl, Ekko Bakker, Friesland, Iepenloftspul, Jan Schotanus, Jorrit Laverman, Jorwert, Muziektheater, Puccini, Recensie, Rozemarijn Strubbe, Theater, Tjerk Kooistra, Wybo Smids
Posted in Home, Recensie, Theater | 1 Comment »
maandag, augustus 22nd, 2011
Calcutta, 1932. In vier dagen worden de levens van zeven wezen op hun kop gezet. Zij moeten als volwassenen de wereld in, maar niet zonder eerst onderdeel te worden van het verleden. Eén van hen, Ben, blijkt namelijk een ongewone geschiedenis te hebben.
Carlos Ruis Zafón heeft met Het Middernachtspaleis een juweel van een boek geleverd. Geschreven als jeugdboek voor mensen van acht tot tachtig bevat het allerlei elementen: avontuur, magie, spanning en griezeligheden zijn allemaal aanwezig. Het prachtige taalgebruik is de kers op de taart. De beschrijving van Calcutta op één van de eerste bladzijden is een mooi voorbeeld (met een uitstekende vertaling van Nelleke Geel):
‘Een woud van marmeren mausoleums, zwart geworden door decennia van verwaarlozing; naakte muren, ooit gehuld in oker, blauw en goud, maar nu afgebladderd door de woestheid van de moessons, de kleuren vervaagd en wazig achtergelaten, als aquarelkleuren die oplossen in een vijver.‘
Het verhaal wordt verteld door Ian, maar zijn ik-stem blijft beperkt tot een vijftiental pagina’s. Dit leest prettig; Ians eigen stem geeft hem meer diepte en een relatie met de lezer, maar leidt niet af van het verhaal.
Het Chowbar Genootschap
Ian is lid van het Chowbar genootschap, dat wordt gevormd door zeven wezen uit het St. Patrick Weeshuis in Calcutta. Het genootschap is een vriendenclub die bij elkaar komt in een verlaten huis, het Middernachtspaleis. De leden zijn, naast Ian, Isobel, Seth, Siraj, Michael, Roshan en Ben. Ben is degene waar alles om draait.
Op zijn zestiende verjaardag, als het hele genootschap uit het weeshuis moet vertrekken, ontmoet Ben zijn zus, Sheere. Zij is opgevoed door hun grootmoeder, Aryami Bosé. Ayrami heeft Ben, nadat de ouders van Sheere en Ben vermoord waren, achtergelaten bij het weeshuis. Zelf is ze met Sheere op de vlucht gegaan voor de moordenaar. Ze komt Ben waarschuwen omdat de moordenaar, Jawahal, hen weer op het spoor is. Dit leidt tot huiveringwekkende ontdekkingen die elkaar in snel tempo opvolgen.
Bovennatuurlijk griezelig
Waar Ruiz Zafón heel goed in is, is het opbouwen van de spanning. De bovennatuurlijke griezelelementen worden niet uitgelegd, maar vormen onderdeel van de spanningsboog. Dingen die onverklaarbaar of onzichtbaar zijn, zijn immers het engste van alles. Dit visioen van Ben is een goede illustratie:
‘Hij sloot zijn ogen en keek opnieuw, in de veronderstelling dat hij aan het hallucineren was. Uit de donkere mist doemde een in vlammen gehulde, roodgloeiende trein op. Hij kom de van doodsangst vertrokken gezichten zien van tientallen kinderen die in de trein gevangenzaten, en de vonkenregen die een gloeiende fontein vormde die alle kanten op spoot. (…) De dolgedraaide locomotief, gehuld in een tornado van vlammen, dreunde tegen de muur, en veranderde in een spookachtig vlammenmeer. Toen verdween de hele trein in de rode bakstenen muur.‘
Gevallen steken
Ruiz Zafón laat echter ook wat steken vallen. Hij heeft een grote cast aan karakters, die niet allemaal even goed zijn uitgewerkt. De leden van het genootschap delven nog het meeste het onderspit. Ian, als verteller, en Ben hebben nog de meeste diepte. De rest krijgt allemaal één karaktertrek en moet het daarmee doen. Dit leidt ertoe dat ze allemaal niet even goed te herinneren zijn, wat heel jammer is.
Het Middernachtspaleis is een jeugdboek waar iedereen plezier aan zal beleven. Deze pageturner zal de harten van jong en oud winnen.
Tags: boek, Carlos Ruiz Zafón, Het middernachtspaleis, India, jeugd, Literatuur, magie, Marlies van Burgsteden, Recensie, Signatuur, spanning, Young Adult
Posted in Home, Literatuur, Recensie | No Comments »
woensdag, augustus 17th, 2011
Dinsdag 9 augustus deed de Amerikaanse band Good Charlotte Paradiso aan. De opkomst leek in eerste instantie nogal tegen te vallen. Beetje bij beetje druppelde het overwegend jonge publiek, de Amsterdamse poptempel binnen. De band onder leiding van de gebroeders Madden, gaf ze waar voor hun geld en liet zien wat ruim vijftien jaar podiumervaring kan doen.
Fashionably late en zonder voorprogramma betraden de mannen het podium en knalden er gelijk goed in met het nummer ‘The Anthem’. Het publiek reageerde vanaf het eerste moment enthousiast, waardoor het opeens niet meer opviel dat de zaal alles behalve uitverkocht was.
Het contact met het publiek stond de eerste paar nummers op een heel laag pitje, alsof de mannen er nog even in moesten komen, maar dit werd ruimschoots goed gemaakt tijdens de rest van de show. Good Charlotte bestaat inmiddels ruim vijftien jaar en dat is duidelijk terug te zien in hun live show. De band is goed op elkaar ingespeeld en in het bijzonder de tweelingbroertjes Joel en Benji Madden (lead zang en gitaar). De rest van de band doet wel wat anoniem aan, waardoor je sterk het gevoel krijgt dat het enkel om de Madden broers draait en de rest er staat als podium opvulling. Dit geldt echter niet op muzikaal vlak, daar is alles dik in orde. De nummers worden strak gespeeld en vol enthousiasme gebracht.
Welkome afwisseling
Ter afwisseling worden er wat uitstapjes gemaakt. Zo komt er een Blink182 tribute voorbij in de vorm van het nummer ‘Damnit’. Tevens wordt de set in tweeën gedeeld door een zeer goed uitgevoerde akoestische intermezzo bestaande uit twee nummers. Dit is een welkome afwisseling en zorgt er gelijk voor dat de tweede helft van de show er weer net zo hard in knalt als de eerste helft.
Eind 2010 bracht Good Charlotte alweer het vijfde album uit, genaamd Cardiology. Genoeg materiaal dus en dat betekent dat de albumvullers achterwege gelaten kunnen worden en er enkel singles en andere knallers gespeeld kunnen worden. Dit wordt duidelijk gewaardeerd door het publiek. ‘I just wanna live’, ‘Girls and boys’, ‘Lifestyles of the rich and famous’ en niet te vergeten het fantastische ‘The River’, ze passeren stuk voor stuk de revue.
Niets te klagen
Al met al hebben de heren een kleine anderhalf uur het podium gevuld. Het publiek liet duidelijk weten er nog geen genoeg van te hebben, maar een toegift bleef uit. Maar zelfs zonder voorprogramma en zonder toegift was er eigenlijk niets te klagen. Good Charlotte heeft een knallende, energieke show neergezet en heeft laten zien dat ze, ondanks de nodige kritiek door de jaren heen, de test des tijds hebben doorstaan.
Tags: amsterdam, benji madden, blink182, cardiology, Good Charlotte, joel madden, Paradiso
Posted in Home, Muziek, Reportage | No Comments »
dinsdag, juli 26th, 2011
De voorstelling Rockabilly Roadkill van Orkater/The Sadists is een muzikale voorstelling geïnspireerd door Elvis, rock ‘n’ roll, rockabilly en horrorfilms gecombineerd met de openbaringen van Johannes. Het post-apocalyptische sprookje is even chaotisch als fantastisch als het klinkt, met prachtige belichting en een zeer sterke opbouw.
Met veel rook en weinig zicht begint de voorstelling. Duistere stemmen en woest gitaargeluid geven het publiek toegang tot het gruwelijke, snelle verhaal waarin muziek de basis vormt. De voorstelling staat zo bol van diversiteit dat het direct de continuïteit terug in de voorstelling brengt.
Verrassingen
De voorstelling zit vol verrassingen. De mannen (Kaspar Schellingerhout, Erik van der Horst en Viktor Griffioen) komen letterlijk uit het podium, gaan zitten poepen op een wc en zijn waakhonden aan kettingen, muilkorf included! Echter de grootste verrassing zit hem in de muzikale laag van de voorstelling. Niet alleen wordt alles superstrak gespeeld, zijn de stemmen van de mannen zwoel en sterk en is de muziek aanstekelijk; ook kunnen de mannen onderling wisselen van instrumenten.
Dat er geen vaste bezetting van de instrumenten is, wordt duidelijk getoond wanneer de drie met banjo, contrabas en gitaar staan te spelen. Eerst wordt er onderling gewisseld, maar het eindigt in een trio waarbij de banjospeler de slag van de banjo speelt en de tonen van de contrabas, de slag van de contrabas wordt gecombineerd met de tonen van de gitaar en de slag van de gitaar met de tonen van de banjo. Een briljant stukje show-off dat getuigt van de hoge mate van muzikaliteit van de heren.
Verhaal?
Het verhaal is zeer complex: probeer maar eens de bijbel, kettingzagen en rockabilly muziek in één verhaal te plaatsen, dan begrijp je de complexiteit van het verhaal. De chaos op het podium is wellicht hoe de wereld er na de Apocalyps bij ligt, maar laten we het vooral niet hopen.
Een verhaallijn is lastig te vinden en ook de muziek is zodanig divers dat het geen duidelijk verloop heeft. De opbouw van de voorstelling in zijn geheel maakt echter de show tot een echte show: felle belichting, veel rook, ruige kostuums en grappige onderbrekingen zorgen ervoor dat de toeschouwer alert blijft. Met simpele attributen en slimme decors wordt een voorstelling gecreëerd die bijblijft. De show is zo spetterend en de muziek neemt de toeschouwer zodanig mee dat het een geweldige voorstelling is voor iemand die van sterk theater houdt zonder altijd te zoeken naar een diepere betekenis: je wordt een van de post-apocalyptische zombies die aan de voeten van The Sadists ligt.
Tags: de Parade, de parade 2011, de parade amsterdam, De Parade Utrecht, Marleen, Marleen van Dijk, Muziek, Muziektheater, Orkater, Parade, postapocalyptisch, Recensie, rockabilly roadkill, show, Spektakel, the sadists, Theater, theaterrecensie, zomerfestivals
Posted in Home, Recensie, Theater | No Comments »
donderdag, juli 21st, 2011
Mel Gibson als een depressieve man die communiceert via een handpop in de vorm van een bever. Waarschijnlijk niet het meest alledaagse plaatje dat je kunt bedenken, toch is dit het onderwerp van de nieuwste film van Jodie Foster: The Beaver. Dat Foster beter acteert dan dat ze regisseert bewijst deze derde film van haar hand (eerder regisseerde ze Little Man Tate (1991) en Home for the Holidays (1995)). Helaas weet The Beaver, ondanks het sterke spel van Gibson en Foster, niet te overtuigen.
Een directiepositie binnen een speelgoedbedrijf, een lieve vrouw (Foster) en twee gezonde zonen (Anton Yelchin en Riley Thomas Stewart): Walter Black (Gibson) heeft het allemaal en toch is hij al een tijd lang zwaar depressief. Wanneer zijn vrouw het zat is en hem het huis uit zet, besluit Walter te gaan communiceren via een beverhandpop als poging om van zijn depressie af te komen.
Vlak
Op zich is het idee van The Beaver origineel genoeg om er iets van te maken in het genre van de tragikomedie. Aan een sterrencast en tragiek ontbreekt het de film niet, en ook is The Beaver bij vlagen grappig (de bever praat met een prachtig Brits accent, gaat mee onder de douche en tijdens de seks, zijn tanden worden gepoetst en hij wordt netjes aangekleed). Desondanks mist er een zekere spanning en werkt de film niet echt naar een hoogtepunt toe. Waar Walters depressie vandaan komt blijft onduidelijk en zijn nieuwe manier van communiceren wordt wel erg snel geaccepteerd door Black’s vrouw, zijn jongste zoon Henry (Stewart) en collega’s. Het zoetsappige einde waarin alles weer goed komt, zorgt ervoor dat The Beaver een vlakke en geen verpletterende indruk achterlaat.
Overbodig nevenplot
Wellicht zou The Beaver meer diepgang hebben, wanneer de makers de aandacht op slechts één onderwerp hadden gevestigd. In plaats daarvan krijgt de kijker ook nog een nevenplot voorgeschoteld waarin Walters oudste zoon Porter (Yelchin) verliefd wordt op de populaire cheerleader Norah (Jennifer Lawrence). De twee tieners komen met elkaar in contact wanneer Norah Porter vraagt om haar eindexamenspeech te schrijven. Porter is namelijk een verdienstelijk schrijver van papers en speeches voor klasgenoten, in ruil voor geld. Dit zijpaadje in de film zou niet zo storend geweest zijn, als het daadwerkelijk iets aan de ontwikkeling van het plot toe zou voegen. Doordat de ontwikkeling uit blijft, lijkt het nevenplot helemaal los te staan van de rest van de film.
Misschien wilde Foster aantonen dat zowel Walter als Porter uitvluchten zoeken om niet met zichzelf bezig te zijn: Walter door middel van de beverhandpop en Porter door het schrijven van andermans werk. Duidelijk is het niet, en dat is spijtig. Met wat meer inhoud had The Beaver zeker een succes kunnen zijn. Dat Mel Gibson en Jodie Foster acteurs zijn van een groot kaliber was al bekend, het ligt vooral aan het script dat The Beaver teleurstelt. Daar kan helaas geen pratende bever tegenop, hoe grappig die ook is.
Tags: Anton Yelchin, Jennifer Lawrence, Jodie Foster, Mel Gibson, Riley Thomas Stewart, Tessa Stevens, The Beaver
Posted in Film, Home, Recensie | No Comments »