zondag, januari 29th, 2012
Wat als je zintuigen het één voor één begeven? Geur, smaak, gehoor en zicht, tot alleen het gevoel nog over is. Perfect Sense verbeeldt de gevolgen van een bizarre epidemie die de wereld in zijn greep heeft. Regisseur David MacKenzie brengt met deze film een bijzondere morele boodschap wanneer de wereld in het duister wordt gedompeld.
Chef-kok Michael (Ewan McGregor) en epidemioloog Susan (Eva Green) leren elkaar kennen op het moment dat de wereld op het punt staat geteisterd te worden door een onverklaarbare epidemie. Beiden hadden tot voor kort weinig geluk in de liefde en hun ontmoeting blijkt de perfecte timing te hebben.
Terwijl de rest van de wereld in snel tempo verandert in een grote chaos door de komst van het virus, komen Michael en Susan steeds dichter tot elkaar. Wanneer ook zij getroffen worden door de eerste fase van het virus en na een emotionele aanval hun geur verliezen, vormen ze samen een paradoxale sfeer van kalmte en intimiteit.
Life goes on
De morele boodschap die schuil gaat in Perfect Sense is dat wat er ook gebeurt, life goes on. Elke nieuwe fase van de epidemie wordt ingeleid met beelden van wereldwijde chaos, ondersteund door mooie, dichtachtige frases van Susan, die als epidemioloog onderzoek doet naar de verspreiding van het virus. Een heftige emotie wordt gevolgd door het verlies van een zintuig: eerst geur, dan smaak, gehoor en uiteindelijk zelfs zicht.
In plaats van zich er zomaar bij neer te leggen, gaan Michael en Susan op zoek naar manieren om hun gemis te kunnen vervangen. Zo laat Michael zijn restaurant niet reddeloos failliet gaan na het wereldwijde verlies van smaak, maar gaat hij op zoek naar texturen van voedsel die eten opnieuw tot een beleving kunnen maken.
Angstaanjagende stilte
Het laatste deel van de film wordt gekenmerkt door een angstaanjagende stilte, wanneer eerst Michael en kort daarna ook Susan hun gehoor verliezen. Regisseur David MacKenzie laat de kijker daardoor op een indrukwekkende manier meeleven met de hoofdpersonen. Het is nu wachten tot het laatste noodlot toeslaat: het verlies van het zicht.
De chemie tussen acteurs Eva Green en Ewan McGregor wordt door de opvallende cinematografische keuzes van de regisseur alleen maar versterkt. Het intrigerende verhaal en de indrukwekkende vertelwijze maken Perfect Sense tot een onderscheidende film. Noemenswaardig is vooral de schijnbare paradox tussen het noodlot dat toeslaat en de liefde die alles overwint. Het beeld kleurt zwart, er heerst een doodse stilte. Het enige wat nog over blijft is het gevoel: Perfect Sense.
Tags: David MacKenzie, epidemie, Eva Green, Ewan McGregor, Perfect Sense, zintuigen
Posted in Film, Home, Recensie | No Comments »
maandag, december 19th, 2011
Het Centraal Museum in Utrecht laat deze winter de Gouden Eeuw vanuit een nieuwe hoek zien. Niet Rembrandt of Frans Hals staat in de belangstelling, maar voor het eerst is er een tentoonstelling te zien die geheel gewijd is aan de Utrechtse schilder Abraham Bloemaert (1564-1651). De expositie laat je kennis maken met het werk van de getalenteerde schilder die absoluut een plaats in de Nederlandse kunstcanon verdient.
Het Bloemaert-effect is onderdeel van een reeks tentoonstellingen waarbij het Centraal Museum het beeld van de kunst uit de Hollandse Gouden Eeuw bij wil stellen. Met de presentaties wordt bewezen dat de schilderkunst uit de zeventiende eeuw gevarieerder was dan de realistisch uitgevoerde genrestukken, landschappen en portretten die we nu als typisch Hollands beschouwen. Er waren ook kunstenaars, onder wie Abraham Bloemaert en zijn leerlingen, die zich lieten beïnvloeden door de schilderkunst in Italië.
Variatie
Het Centraal Museum toont 47 schilderijen van Bloemaert in een ruime opstelling. De thematische ordening laat zien hoe gevarieerd het werk van Bloemaert was: van een altaarstuk met enorme afmetingen tot een intiem portret van een fluitspeler; van mythologische scènes tot uitgestrekte landschappen.
Ook de schilderstijl van Bloemaert heeft verschillenden kanten, die minder duidelijk naar voren komen in de tentoonstelling. Zo schilderde Bloemaert aan het begin van zijn carrière op een manier waarbij de natuur en figuren buitengewoon geïdealiseerd worden uitgevoerd, zoals in de mythologische voorstelling van Mercurius, Argus en Io uit circa 1592. De spieren zijn hier door Bloemaert heel nadrukkelijk en gedetailleerd weergegeven. In andere schilderijen is juist een sterke Italiaanse invloed te zien en voor zijn latere werk schilderde hij rustige composities in een meer klassieke stijl, bijvoorbeeld in het landschap met Latona en de Lycische boeren uit 1646. De scene speelt zich op de voorgrond af, de rest van het landschap oogt kalm. Bloemaerts diversiteit in zowel onderwerp als stijl laat zien hoe getalenteerd en veelzijdig de Utrechtse schilder was.
Naast de schilderijen zijn in de zalen en in de hal ook 48 tekeningen van Bloemaerts hand te zien. De werken op papier zijn opgesteld op kleurrijke tafels met stoelen die uitnodigen tot een verdere bestudering. Een paar tekeningen zijn geplaatst bij de bijbehorende schilderijen. Deze manier van presenteren geeft een goed inzicht in de werkwijze van Bloemaert.
Leermeester
Abraham Bloemaert heeft zelf nooit een goede opleiding gehad tot schilder. Ondanks dat bleek hij wel een uitstekende leermeester te zijn en heeft hij veel leerlingen opgeleid in zijn atelier. Niet alleen via zijn werkplaats maar ook via zijn tekeningen had hij veel invloed op de jonge talenten. Bloemaerts zoon Frederick bundelde zijn tekeningen en bracht ze uit als tekenboek dat als studieboek werd gebruikt. Het tekenboek wordt uitgelicht op de entresol en biedt meer verdieping.
Het Bloemaert-effect is een overtuigende tentoonstelling die je kennis laat maken met een andere kant van de Hollandse Gouden Eeuw en Bloemaert in zijn welverdiende spotlight zet.
Tags: Abraham Bloemaert, Centraal Museum, Esther Blanken, Gouden Eeuw, landschappen, mythologie, Recensie, religieuze kunst, schilderijen, tekeningen, Utrecht
Posted in Home, Kunst, Recensie | No Comments »
donderdag, december 8th, 2011
Noorwegen, januari 1915. Op het eiland Bastøy staat een gelijknamige en beruchte tuchtschool. De jongens die hier terechtkomen zijn tussen de elf en achttien jaar oud. Sommigen zijn crimineel en sommigen straatarm en afgeschreven. Ze worden door de bewakers en directeur onderworpen aan een genadeloos regime waarbij ze mentaal en fysiek mishandeld worden. Wanneer de zeventienjarige Erling (Benjamin Helstad) arriveert, maakt hij meteen indruk op de anderen door zijn rebelse houding. Erling heeft maar één doel: ontsnappen van het duivelse eiland Bastøy.
King of Devil’s Island is de vierde speelfilm van de veelbekroonde regisseur Marius Holst.
Dit op ware gebeurtenissen gebaseerde drama is bekroond met verschillende prijzen, waaronder de publieksprijs voor Beste Film op het Leids Film Festival. Zonder te vervallen in clichés en goedkoop sentiment weet regisseur Holst een gevoelige snaar te raken.
Ontroerend spel
Het is een uitstekende beslissing geweest van Holst om voor een grotendeels amateuristische cast te gaan. Volgens de regisseur moesten de jongens zelf ook al een bewogen leven achter de rug hebben om hun rollen zo overtuigend mogelijk neer te zetten. Benjamin Helstad weet inderdaad te overtuigen als de onverschrokken Erling. Ook de acteerprestaties van acteurs Stellan Skarsgård en Kristoffer Joner zijn noemenswaardig. Met zijn rol als de sadistische Bråthen doet Joner zelfs denken aan Kevin Bacon in Sleepers.
Toch is het vooral Trond Nilssen’s ijzersterke vertolking van Olav die de kijker flink weet te ontroeren. De zachtaardige maar ook moedige Olav maakt een bijzondere ontwikkeling door die resulteert in een ongekende climax in de slotfase van de film. Daarnaast beheerst Nilssen het vermogen om met slechts één blik al zijn emoties aan de kijker over te brengen. Dat is bijzonder knap, gezien het feit dat King of Devil’s Island Nilssen’s eerste speelfilm is.
Rauw
Ook opvallend aan King of Devil’s Island is de subtiele regie van Holst. Nergens zijn de scènes aanstellerig of overdreven dramatisch. Zijn ‘recht toe recht aan’ manier van regisseren geeft de film de rauwe, realistische toon die het nodig heeft om de kijker voor zich te winnen. Bovendien kent de film een uitstekende opbouw, waardoor vooral in de tweede helft de spanning hoog wordt opgevoerd.
Mistroostig
Het kille landschap en de donkere tonen waarin King of Devil’s Island is gefilmd, benadrukken de tragiek en machteloosheid van de jonge gevangenen. De grimmige beelden en locatie passen uitstekend bij het verhaal en maken de koude, sombere wintermaanden praktisch voelbaar voor de kijker.
Voor regisseur Marius Holst is het niet makkelijk geweest om King of Devil’s Island tot stand te kunnen brengen. “Om het laatste gedeelte van het budget bij elkaar te krijgen, heb ik zelfs een hypotheek op mijn huis genomen”, aldus Holst in een interview met Filmkrant.nl. Dat het een uitstekende investering is geweest mag duidelijk zijn. King of Devil’s Island gaat over onderdrukking, misbruik en onrecht, maar bovenal over moed en vriendschap. Een pareltje binnen het tuchtschoolgenre dat niet snel zal worden vergeten.
Tags: cultuurbewust, CultuurBewust.nl, dramafilm, Film, Filmrecensie, filmredacteur, jongensgevangenis, Leids Filmfestival, Marius Holst, meeslepend, Naz Taha, naztaha, Noorwegen, Recensie, Stellan Skarsgard, tuchtschool, waargebeurd
Posted in Film, Home, Recensie | No Comments »
vrijdag, december 2nd, 2011
“Ik vind het schokkend om te zien hoe sterk de laat negentiende-eeuwse klassenmaatschappij waartegen Strindberg zijn personages plaatste op onze huidige ontwrichte samenleving lijkt.” Dat zegt Thibaud Delpeut over Freule Julie, zijn nieuwe voorstelling in samenwerking met Toneelschuur Producties. “In mijn ogen is de liefdesaffaire tussen Jean en Julie een metafoor voor een wrede en genadeloze afrekening van het ‘volk’ met de ‘elite’.” Helaas voor Delpeut komt deze metafoor niet goed uit de verf; eerder lijkt het een afrekening van de elite met zichzelf, in een voorstelling die verdrinkt in experimentele regiekeuzes.
Schrijver August Strindberg was een vrouwenhater en in Freule Julie komt dit duidelijk naar voren. Julie is een kleine tiran die gewend is altijd haar zin te krijgen. Op midzomeravond viert het personeel feest en Julie mengt zich onder haar minderen. Ze danst met knecht Jean en verleidt hem, ten koste van kokkin Kristin, zijn verloofde. Uiteindelijk graaft ze met deze wilde uitlatingen haar eigen graf en rekent Strindberg af met haar ongehoorzaamheid.
Experiment
De vrijheid die Delpeut neemt om te experimenteren na het succes van Al Mijn Zonen, is een gedurfde keuze. Helaas zorgt het ervoor dat er zo veel op het toneel gebeurt dat het perspectief vervaagt. Veel van Strindbergs neventeksten spreken de acteurs hardop uit. ‘Mijn meester Strindberg’ noemen ze hem. Naast het machtsspel dat plaatsvindt tussen de personages, ontstaat er een machtsspel tussen acteurs en auteur. Samen met de zeer aanwezige geluidsband en het continue wisselen tussen speelstijlen, maakt dit de voorstelling rommelig.
Maar het experiment brengt ook goede dingen. Het decor bijvoorbeeld is spuuglelijk en juist daardoor fantastisch. De wanden zijn van cellofaanfolie dat meetrilt met elke beweging. Uit die foliewand komt een verpauperde toiletpot. Verder staat er een veel te hoge fornuis-koelkast-combinatie en een loshangende Tl-buis. Bruine tape houdt alles bij elkaar. De dreiging van de naderende ochtend verbeeldt Delpeut door luikjes te openen en zonlicht naar binnen te laten schijnen, wat een mooi effect heeft.
Spel met verwachtingen
Ondanks dat ze continu moeten wisselen van speelstijl, spelen de acteurs formidabel. Wendell Jaspers die Freule Julie speelt, is het ene moment een wellustige manipulerende bitch en schakelt het volgende moment moeiteloos over naar een wanhopige, gevallen vrouw. Guy Clemens zet een Jean neer die knap speelt met de verwachtingen van het publiek. De meeste indruk maakt Eline ten Camp, Kristin. Hoe klein haar rol ook is, ze is continu aanwezig. Met ingehouden woede en een apathische blik schrijft ze met natte ontbijtkoek, die ze uit de toiletpot vist MERDE op het cellofaan.
Uiteindelijk wint Kristin. Door de schaamte gesterkt, vertelt ze haar verloofde te kappen met die onzin. Jean gehoorzaamt en vertelt de freule dat ze zich het beste kan verhangen om aan de schaamte van de volgende dag te ontsnappen. Freule Julie tapet zichzelf vast aan de koelkast.
Opwekken van emotie
Dit levert een morbide slotbeeld op, waarmee medelijden opgewekt zou moeten worden. Daarentegen ontstaat een ongemakkelijk gevoel van rechtvaardigheid. Hoe goed Delpeut ook is in het opwekken van emotie, deze is onbedoeld. Doordat er zo veel gebeurt, komt de boodschap die hij wil vertellen niet over. Als hij de nadruk had gelegd op de kwaliteiten van zichzelf, zijn spelers en de tekst, was het hem waarschijnlijk wel gelukt de voorstelling de bedoelde relevantie mee te geven. Nu blijft de vraag achter: waarom moest ik dit nu, op dit moment, zien?
Freule Julie is onder andere te zien in de Toneelschuur te Haarlem. Koop hier je kaartjes.
Tags: August Strinberg, Eline ten Camp, Freule Julie, Guy Clemens, Merel Zuiderduin, Recensie, Theater, thibaud delpeut, Toneelschuur Producties, vrouwen in de kunst, Wendell Jaspers
Posted in Home, Recensie, Theater | No Comments »
woensdag, november 23rd, 2011
Drive is op het eerste gezicht een mooi gefilmde, maar zeer gewelddadige actiefilm die speelt in de jaren ’80 – compleet met vetgedrukte roze letters op de aankondigingsposter. Daaronder zit echter meer. De combinatie van romantiek, geweld en sterk acteer- en camerawerk maakt Drive tot een film die ver boven de gemiddelde actiefilm uitstijgt.
De hoofdrol in Drive is voor Ryan Gosling. Gosling , die de gehele film naamloos blijft, is zowel bestuurder van vluchtauto’s, als stuntman en monteur. Meer komt de kijker ook niet van hem te weten. Al snel wordt Goslings aandacht getrokken door buurvrouw Irene, een ten onrechte onderbelichte rol van Carey Mulligan. Hoewel er weinig wordt gesproken tijdens de autoritjes die ze samen maken, is de chemie onmiskenbaar aanwezig.
De laatste overval
Als de man van Irene, Standard, vrijkomt na een gevangenisstraf wordt hij onder druk gezet om nog één klus te klaren: een overval op een lommerd. Omdat het leven van Irene op het spel staat, biedt Gosling aan hem bij de klus te helpen door te doen waar hij goed in is: autorijden. Helaas blijkt de klus een valstrik en wordt Standard gedood. Gosling ontkomt met de buit, maar uiteraard krijgt hij geen vrijgeleide.
Rauw geweld
Opgejaagd en bang voor het verlies van Irene blijkt er nog een hele andere kant aan Goslings personage te zitten, waarna Drive in een gewelddadige actiefilm omslaat die doet denken aan films van Quentin Tarantino. Met als hoogtepunt een bezwete Gosling die zwaar vermoeid omkijkt naar Irene, terwijl hij net iemands hoofd kapot heeft getrapt.
Overtuigend acteerwerk
Gosling, bekend uit romantische films als The Notebook en Blue Valentine, zet een indrukwekkende acteerprestatie neer. Met niet veel meer dan zijn mimiek en een enkele zin weet hij een eenzaam en vriendelijk, maar tegelijkertijd keihard, karakter neer te zetten. Een mooie rol is ook weggelegd voor Bryan Cranston. Hij speelt met overtuiging de mislukte eigenaar van de garage waarin Gosling werkt.
Electro pop
Het grootste compliment gaat uit naar Newton Thomas Sigel. De wijze waarop hij speelt met licht en ruimte is indrukwekkend. De scènes kunnen van extreem donker ineens naar extreem en stralend licht gaan, bijvoorbeeld tijdens de kus die Gosling en Mulligan delen in de lift. Het moment wordt door de wijze van belichting in combinatie met de vertraging in de bewegingen intenser.
Aandacht verdient ook de soundtrack van Drive. De elektronische pop uit de jaren ’80 geeft in combinatie met de wijze van filmen soms een over-de-top eighties gevoel. De openingsscène waarbij Gosling met de politie op de hielen uiterst koel en alert door de donkere straten van Los Angeles rijdt, wordt bijvoorbeeld begeleid door de robotachtige klanken van het nummer Nightcall.
In alle gevallen draagt de muziek bij aan het gefilmde moment. Meest bijzonder is het nummer ‘Real hero’ waarop Gosling Irenes zoontje – in slow motion gefilmd - na een vermoeiende dag slapend naar zijn kamer brengt.
Drive is door de grote mate van geweld wellicht niet voor iedereen. In zijn genre steekt de film echter met kop en schouders boven het gemiddelde uit door de perfecte combinatie van een goed verhaal, knap acteerwerk en sterke regie, afgemaakt met sfeerbepalende muziek. Drive biedt je een ervaring die je niet snel zult vergeten.
Tags: actie, Bryan Cranston, Carey Mulligan, crazy stupid love, drive, Film, geweld, los angeles, Newton Thomas Sigel, Nicolas Winding Refn, Quentin Tarantino, Recensie, Ryan Gosling, the notebook, vanessa 't hoen
Posted in Film, Home, Recensie | No Comments »
dinsdag, november 8th, 2011
Een spetterend decor, de twaalf beste dansers en breakers van de wereld en een choreograaf van topniveau. Gooi alle ingrediënten bij elkaar en je krijgt een energieke streetdanceshow van tachtig minuten: Blaze. Na de succesvolle première op West End in Londen vorig jaar en uitverkochte tournees in Europa, keert het dansgezelschap terug in Nederland met de Blaze is Back! Tour. Helaas zonder vernieuwd repertoire, maar mét twee nieuwe Nederlandse dansers.
Bruisende energie
Kleding valt vanaf het plafond op het podium. Wijde broeken, T-shirts en sneakers liggen verspreid over de vloer. De zaal bruist van de energie wanneer de dansers het podium opkomen om de kleding aan te trekken. Het liefst sta je op en dans je mee met de harde muziek die door een uitverkocht Beatrixtheater in Utrecht schalt. Wanneer iedere danser zichzelf introduceert door een solo stukje te dansen, joelt het publiek op zijn hardst. De jongens en meiden op het podium stralen en nemen het luide applaus zorgvuldig in ontvangst.
Van Lady Gaga tot Bee Gees
Het overgrote deel van de choreografie is gericht op jongeren en bevat street- en breakdancemovies als locking en popping. De ‘dans van de 21e eeuw’ wordt ondersteund door muziek van onder anderen Lady Gaga, Michael Jackson, Snoop Dogg en Justin Timberlake. Maar ook de oudere dansliefhebbers komen tijdens deze show aan hen trekken: de choreografie wordt vaak afgewisseld met moves uit de jaren ’70 en ’80. Het hele publiek gaat dan ook uit hun dak wanneer vier dansers in een flowerpower outfit losgaan op muziek van de Bee Gees.
De dansers laten zien dat ze van alle markten thuis zijn: ook ballet, capoeira en tapdans komen terug in de show. Dat doen ze continu met een blije uitdrukking op hun gezicht en brengen dat gevoel ook bij het publiek over. Hoewel ze naast dansen niet acteren hebben de dansers toch veel interactie met de zaal. Zo worden er toch kleine toneelstukjes opgevoerd of verhalen verteld door middel van dansbewegingen en de wisseling van outfits. Een badjas om een ochtendritueel uit te voeren en witte jassen met shuttershades om wetenschappers na te spelen.
Wereldwijd talent
Blaze is geregisseerd door topchoreograaf Anthony van Laast van West End. In 2005 regisseerde hij de streetdanceshow Bounce en laat deze stijl van dansen nog verder ontwikkelen in Blaze. Na een serie audities waarvoor wereldwijd zo’n 400 kandidaten zich opgaven, werden er uiteindelijk twaalf dansers geselecteerd. Ze komen uit alle hoeken van de wereld: Frankrijk, Luxemburg, Duitsland, Engeland, Denemarken, Portugal en Nederland. Jomecia Oosterwolde zit al bij het dansgezelschap sinds de start in 2009, maar tijdens deze tour is nu ook Angelo Pardo toegevoegd. Hij werd bekend door de Nederlandse versie van So You Think You Can Dance en The Ultimate Dancebattle, waarin hij samen met Jomecia met topchoreografen uit Nederland en België mocht samenwerken.
Koffers en dozen
Ook voor deze streetdanceshow heeft van Laast de vijf beste choreografen uit Engeland en Amerika gevonden. Daarnaast is de set een belangrijk onderdeel voor de blijvende interactie tussen dansers en decor. Het decor voor Blaze bestaat uit opgestapelde koffers, dozen en laatjes waar de dansers in verdwijnen of uitkomen. Het geeft de show de look en de feel van de straat en de dansruimte wordt niet alleen beperkt door de vloer: er kan nu op verschillende hoogtes gedanst worden. Omdat er zo veel aandacht is besteed aan elk detail, maakt dat van Blaze een bijzondere en unieke show.
Ondanks de staande ovatie aan het einde reageren sommige toeschouwers minder positief. ‘Het was bijna exact dezelfde show als vorig jaar. Alleen de nieuwe dansers brachten wat nieuws op de vloer’, aldus Neshon (24) uit Utrecht. Maar ook zonder vernieuwd repertoire blijft de show een sensatie. ‘Volgende keer ga ik absoluut weer. Zoiets straks heb ik nog nooit gezien.’
Tags: Angelo Pardo, Anthony van Laast, ballet, Beatrixtheater, Beegees, Blaze, Bounce, Capoeira, Jomecia Oosterwolde, Locking, Popping, streetdanceshow, SYTYCD, topniveau, TUDB, Utrecht, West End
Posted in Home, Recensie, Theater | No Comments »
vrijdag, oktober 28th, 2011
In navolging van de vrij goede film Suspiria komt de Italiaanse horrorregisseur Dario Argento (Once upon a time in the West, Deep Red) in 1980 met het vervolg Inferno. In de film, die nu als gerestaureerde versie op dvd verschijnt, wordt een appartementencomplex in Manhattan door drie wraaklustige geesten in de gaten gehouden. Een bewoonster vindt een dagboek waarin de geheimen van deze geesten onthuld worden. De vrouw zal het zelf helaas niet kunnen navertellen.
Als fan van het genre laat ik mij graag verrassen door een meer dan dertig jaar oude film die laat zien hoe horror aan het begin van de jaren ’80 tot uiting kwam. Helaas niet al te sterk.
Clichés
Het verhaal bouwt zich traag op en de acteurs zijn inwisselbaar. De beelden van een vrouw die een dagboek leest worden begeleid door een voice over en wekken de gedachte op dat je naar de meest saaie opening van een horrorfilm ooit zit te kijken. Naarmate de film vordert, en het verhaal vrij origineel blijkt, treden er helaas al snel clichématige situaties op. Het appartementencomplex blijkt voor het grootste deel leeg te staan en overal zijn gangen afgesloten met witte doeken die, hoe kan het ook anders, een paar scènes later tijdens een ‘schrikmoment’ aan stukken gescheurd wordt. Als er dan ook nog de nodige lichten uitvallen en er welgeteld één persoon naar de donkere stoppenkast loopt, is de spanning al snel weg.
Een aparte wereld
Het interieur van het appartementencomplex is op zijn zachtst gezegd onrealistisch te noemen. Al moet gezegd worden dat dit ook wel weer een bepaalde charme heeft. Overal branden fel rode en blauwe lampen. In elke muur van het gebouw zit een gat waardoor stemmen worden versterkt en mensen van grote afstand te horen zijn.
Een opvallende scène speelt zich af in de bibliotheek. Hierin kiest één van de dames er om onverklaarbare redenen voor om op een andere manier het gebouw te verlaten dan de manier waarop zij gekomen is (via de voordeur). Ze besluit een trap naar beneden te nemen, waarna ze uitkomt in een verlaten gangenstelsel. Daar blijkt één kamer een soort tovenaarskamer te zijn, die zich dus – totaal misplaatst – onder de bieb bevindt. Als je vervolgens als anticlimax de absurd slechte en vooral lachwekkende vertolking van de Dood aanschouwt, ben je maar wat blij dat we inmiddels dertig jaar verder zijn.
Soundtrack
En dan de muziek. Zoals op de hoes van de dvd te lezen valt: “Een horrorfilm met een theatrale soundtrack van Keith Emerson”. En theatraal is het zeker. De synthesizermuziek is in vrijwel elke scène hoorbaar en zou de spanning tot grote hoogte moeten brengen. Dit doet het echter allerminst. Het is op sommige momenten zelfs vrolijk te noemen, wat als logisch gevolg weer afbreuk doet aan de ervaring.
Oud
Er moet natuurlijk rekening gehouden worden met het feit dat het hier gaat om een film uit 1980, waardoor het niet helemaal eerlijk is de film met de huidige maatstaven te beoordelen. Waarom ik dat dan toch heb gedaan? Het betreft hier namelijk een gerestaureerde versie waarvan de makers blijkbaar gedacht hebben dat die nog wel mee kon komen met de films van nu. Op IMDB kreeg de film destijds nog een redelijke 6.7, maar dertig jaar later geef ik Inferno toch echt een onvoldoende. Voor de liefhebber van oude horror is het wellicht een goede keus, maar zelf werd ik er helaas niet warm of koud van. En dat is toch wat horror zou moeten doen: je laten rillen en zweten.
Tags: cultuurbewust, Film, Filmrecensie, horror, Matthijs Graner, Recensie
Posted in Film, Home, Recensie | No Comments »
dinsdag, oktober 25th, 2011
Het Fotomuseum Den Haag haakt in op de Parijstentoonstelling in het Gemeentemuseum met een tentoonstelling met werken uit dezelfde periode. Hier geen grote Franse fotografen, maar een overzicht van Nederlandse fotografen die zich lieten beïnvloeden door de lichtstad. En dat levert een grote hoeveelheid interessante foto’s op.
Drie visies op Parijs
De tentoonstelling besteedt extra aandacht aan een drietal fotoboeken, waarin drie visies op Parijs zijn te herkennen. Het boek Paris Mortel (1963) van Johan van der Keuken (1938-2001) toont de donkere kant van Parijs: het troosteloze en arme, maar ook het heel menselijke, ‘sterfelijke’ deel. Veel minder grimmig is het boek Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés (1956) van Ed van der Elsken (1925-1990). Deze fotograaf maakte een beeldroman: een fictief verhaal over jongeren die la vie bohème leven. Als tegenhanger wordt ook aandacht besteed aan het boek Vrouwen van Parijs (1954) van Nico Jesse (1913-1976), waar het wat meer voorspelbare, clichématige Parijs naar voren komt. Het is opmerkelijk dat zulke verschillende visies op Parijs uit ongeveer dezelfde tijd komen. In de tentoonstelling kom je steeds afbeeldingen tegen die bij één van die drie sferen horen.
Geen ordening?
In eerste instantie lijkt er echter geen touw aan vast te knopen hoe je moet kijken. Er hangen veel foto’s in het museum die bovendien losjes lijken te zijn gegroepeerd. Er is een muur met modefoto’s, waarop modeopnamen te zien zijn zoals je die verwacht in Parijs, maar die toch verrassen. Een foto van een vrouw in een jurk van Dior, vastgelegd door Ata Kandó in 1954, hangt opvallend in het midden. Het is één van de weinige kleurenfoto’s in de tentoonstelling. Ook is er een muur met foto’s van doorkijkjes met de Eiffeltoren op de achtergrond. Soms kun je clichés niet vermijden.
Geen truttigheid
Toch zorgen de curator en zijn assistenten dat je een ander Parijs ziet dan je had verwacht. Wim van Sinderen sprokkelde eerst heel veel foto’s van Nederlandse fotografen in Parijs bij elkaar. Daarna heeft hij alle foto’s verwijderd die ‘truttig’ waren. Want Parijs in de jaren vijftig levert heel wat truttige beelden op. In deze tentoonstelling zie je juist het dagelijks leven, inclusief armoede en ouderdom. Een aantal foto’s is treurig, maar er zitten ook veel grappige of ontroerende foto’s tussen. De mythe van het Parijs vol romantiek en glamour wordt zo doorgeprikt, maar door de selectie van het Fotomuseum kan wel het verkeerde idee ontstaan dat alle Nederlandse fotografen van die originele foto’s maakten.
Flaneren
Door de subjectieve keuze voor de foto’s, is het misschien geen objectief overzicht van Nederlandse fotografen in Parijs, maar het roept wel heel erg een sfeer op. Meer leidraad dan de introtekst en de bordjes bij de boeken krijg je niet. Het museum vraagt je om rond te kijken en te ontdekken – zoals in Parijs. Geef je ogen de kost aan de mooie foto’s van Meinard Woldringh (1915 – 1968), met zijn haast grafische foto’s van besneeuwt Parijs, of bekijk Franse beroemdheden als Brigitte Bardot of Juliette Gréco. Een nadeel is dat je door de grote hoeveelheid werken nogal overdonderd wordt, maar gelukkig kun je thuis nog eens lekker op je eigen tempo door de catalogus bladeren.
Tags: den haag, Ed van der Elsken, Emmy Andriesse, fotografen, fotografie, Fotomuseum Den Haag, fototentoonstelling, Gare du Nord, Henri Berssenbrugge, Johan van der Keuken, Nico Jesse, Parijs, sophia zurcher, Wim van Sinderen
Posted in Home, Kunst, Recensie | No Comments »
maandag, oktober 3rd, 2011
Na al een paar EP’s uit te hebben gebracht kwam Benjamin Francis Leftwich, een Engelse singer-songwriter afkomstig uit York, 4 juli met zijn debuutalbum Last Smoke Before The Snowstorm. Het zijn vooral de poëtische teksten, die de hoofdrol op zijn album spelen. Last Smoke Before The Snowstorm lijkt een laatste poging te zijn om de ware liefde te vinden, voor aanvang van de donkere eenzame winterdagen.
De 22-jarige Benjamin Francis Leftwich mag voor het eerst een heel album op zijn naam zetten. Het debuutalbum is geproduceerd door Ian Grimble, een van de mannen achter Communion, een zondagavondsessie met opkomende sterren uit de nu-folk scene en sinds 2009 ook een platenlabel. Ook Leftwich kan in deze Londense folk-scene geplaatst worden. Eerder verscheen zijn nummer ‘More Than Letters’ al op een compilatie-cd van Communion. Het post-folk troubadour genre is terug te horen op Benjamins eerste album, waarop hij met zijn zachte stem en poëtische teksten, ons meeneemt in zijn verhaal.
Akoestisch geheel
Een akoestische gitaar luidt het begin van de plaat in, waarna Leftwich inzet met zijn hoge zachte, soms zuchtende stem, die wel wat van Bon Iver weg heeft. Bij het volgende nummer ‘Box of Stones’, zingt een vrouw mee wiens stem aan Laura Marling doet denken. Het is echter Hayley Hutchinson, die afwisselend met Anhony Randall Philips voor de vocale opvulling op het album zorgt. Last Smoke Before The Snowstorm is een akoestisch geheel met af en toe piano en viool arrangementen. Zo wordt ‘1904’ met een orgeltje ingeluid, om de donkere sfeer van het nummer in te wijden. Drums zijn tot een minimum beperkt en bij de meeste nummers creëert Benjamin zelf een drumsound op de klankkast van zijn gitaar. Alle nummers hebben een duidelijk couplet-refrein structuur en veelal dezelfde muzikale bezetting, waardoor ze al snel op elkaar lijken. De meeste nummers eindigen vrij abrupt en de stiltes die dan ontstaan belemmeren een muzikaal geheel. Het overkoepelende thema, de angst om alleen de winter te moeten doorkomen, lijkt daarentegen wel een geheel te belichamen.
Poëtische reis
Op het eerste gezicht is de titel erg raadselachtig. Maar de poëtische teksten van elk nummer geven verwijzingen naar de titel en het thema. Zo wordt in ‘Pictures’ de ik-persoon voorgesteld en laat deze in ‘Box of Stones’ merken dat er een vrouw is in wiens hart hij graag toegelaten zou willen worden. In ‘Butterfly Culture’ wordt duidelijk dat deze liefde onbereikbaar is. Het goed in het gehoor liggende ‘Atlas hands’ verwoordt de onzekerheid om de onbereikbare liefde daadwerkelijk te krijgen. ‘Stole you away’ verklaart de angst voor eenzaamheid. In ‘Shine’ droomt hij hoopvol, waarna hij in ‘Snowship’ af lijkt te haken om in de titelsong zijn laatste wanhoop te uiten. Het album eindigt met ‘Don’t go slow’, waarin alles een herinnering lijkt te blijven en nooit gebeurt lijkt te zijn.
Eenzaam in de winter
Waar Last Smoke Before The Snowstorm muzikaal niet heel spannend is en wat droevig gestemd, is het lyrisch echt een interessant album. De angst om alleen te zijn met de winterdagen wordt op dit album vertaalt in de hoop van het samen zijn. Hierbij moet men leren van het verleden en soms momenten in het leven een herinnering laten. Dit album is voor de mensen die de winter willen doorkomen en samen met Leftwich willen dromen, hopen en leren. Hopen dat het volgende album een vrolijker tintje krijgt om de zomer te bejubelen.
Tags: Akoestische Indie Folk, Benjamin Francis Leftwich, cdrecensie, Muziek, singer-songer writer
Posted in Home, Muziek, Recensie | No Comments »
zondag, september 4th, 2011
Zussen begint met een hoofdstuk vanuit het perspectief van politiecommissaris Schneider tijdens de zoektocht naar Miriam. Door deze opening ontstaat de verwachting van een thriller: waar is Miriam en waarom is ze verdwenen? De volgende hoofdstukken zoomen echter in op Marjorie, Miriams zusje, en de wijze waarop zij de verdwijning van Miriam beleeft. Zussen is een prachtig portret van een meisje op weg naar volwassenheid.
De Zweedse Bengt Ohlsson (1963) brak in 2000 definitief door in zijn vaderland. Zijn debuut bracht hij echter al in 1984 uit. Naast Zussen is ook het goed gewaardeerde Gregorius (2009) in het Nederlands vertaald.
Verdwijning
Marjories zus Miriam is plotseling verdwenen. Om Marjorie weg te halen uit de onrust thuis, besluiten haar ouders om haar tijdelijk onder te brengen bij een voor haar onbekende tante, Ilse. Hoewel het contact tussen de twee in het begin moeizaam verloopt, stellen ze zich steeds meer open voor elkaar.
De lezer wordt meegenomen in de gedachten en herinneringen van Marjorie. Daarnaast vertelt tante Ilse over haar eigen jeugd, waardoor Marjories beeld van haar vader – de man die ze adoreert – begint te wankelen.
Emotionele achtbaan
Marjorie is vrij volwassen voor haar tien jaar en bevindt zich in een emotionele achtbaan: ze voelt zich schuldig, verdrietig, buitengesloten, bang en verward. Ze is boos op haar zus, omdat zij het ‘grappigste gezin van de wereld’ met haar verdwijning kapot heeft gemaakt. Anderzijds mist ze haar zus en de momenten die ze deelden.
Het is interessant om in de gedachtegang van Marjorie te worden meegenomen. Het ene moment is ze volwassen, analytisch en treffend. Het volgende moment denkt ze ongenuanceerd, kinderlijk en heeft ze een grote fantasie.
“Ze zou zo worden als Miriam. Dat zou het beste zijn voor iedereen. Als ze zo werd als Miriam, zouden ze Miriam misschien niet zo erg missen. (…) In elk geval moest ze genoeg Miriam zijn om papa en mama te laten ophouden haar te zoeken. Aan de andere kant kon ze ook niet ophouden met zichzelf te zijn, want dan zou iedereen zich gaan afvragen waar zij gebleven was.“
Drukkend
Ohlssons verteltrant is traag en beschrijvend, maar stoort geen moment. Zussen is vlot geschreven: de zinnen zijn kort en het taalgebruik helder. Interne monologen worden afgewisseld met dialogen, wat de leesbaarheid ten goede komt.
Hoewel Zussen met name een psychologisch drama is met veel ruimte voor gedachten en gevoelens, heeft het verhaal ook een drukkende onderlaag. Zowel Marjorie als tante Ilse lijken iets te verbergen, waardoor het verhaal spanning behoudt en het boek uit is voor je er erg in hebt.
Tags: bengt ohlsson, drukkend, emotionele achtbaan, gregorius, Kind, Literatuur, psychologische roman, Recensie, Signatuur, vanessa 't hoen, verdwijning, vertaald, volwassen, zussen, Zweden
Posted in Home, Literatuur, Recensie | No Comments »