zondag, april 1st, 2012
“Huil! Dit behoort een begrafenis te zijn!” roept de Trouwe Fluiter door de Grand Chapiteau. Niemand huilt, sterker nog, iedereen lacht. Geen droevige rouwstoet, maar juist een hele vrolijke en opgewekte gebeurtenis vindt plaats op het podium. Circussensatie Cirque du Soleil is weer terug in Nederland, ditmaal met Corteo. Sinds 2005 heeft deze voorstelling al in meer dan 35 steden gestaan, bijna 5 miljoen bezoekers verwelkomd en lovende recensies gehad. Wat maakt Corteo zo bijzonder?
Corteo: tussen hemel en aarde
Corteo, wat Italiaans is voor processie, vertelt het verhaal van Mauro de Droomclown. Hij stelt zich zijn eigen begrafenis voor. Het is echter geen droevige aangelegenheid, de sfeer is juist heel opgewekt en vrolijk. Jeugdherinneringen worden opgehaald, hij leert vliegen van de engelen en al zijn geliefden zijn bij hem. Het publiek beleeft in negentien acts, samen met Mauro, zijn tijd tussen hemel en aarde.
Het samengaan van acrobatiek, theater en humor
Wie Cirque du Soleil beter kent ziet dat Corteo ietwat anders is dan haar andere shows. Deze voorstelling volgt namelijk meer een verhaallijn, is beter doordacht en geeft de kijker meer gevoel van plaats en tijd. Corteo is daarmee veel theatraler dan de meeste Cirque du Soleil shows, wat de voorstelling bijzonder maakt.
De rode draad in Corteo is de begrafenis van Mauro de Droomclown. Deze droevige gebeurtenis wordt juist heel vrolijk neergezet. Deze tegenstelling van tragiek en humor is door de hele voorstelling te zien. In een piepklein theatertje spelen de Clownerie en de Kleine Clown het tragische verhaal van Romeo en Julia na. Samen met zes anderen halen ze stunts uit, acteren ze en maken ze het publiek aan het lachen.
Adem inhouden en niet knipperen met de ogen
De acrobatiek wordt vaak zo perfect uitgevoerd dat het magisch wordt. Een paar kleine schoonheidsfoutjes doen je er echter aan herinneren dat de artiesten ook maar mensen van vlees en bloed zijn. Al is dat na het zien van hun talenten nog moeilijk te geloven. Je wordt meegesleurd door de kunsten die de artiesten laten zien en wanneer er iets dreigt fout te gaan, of wanneer je je afvraagt ‘hoe is dit mogelijk?’ wordt je naar het puntje van je stoel gedreven.
Zo is de act ‘Paradise’ met luchtacrobatiek ontzettend spannend. De perfectie van de uitvoering maakt het adembenemend. Er bevindt zich een groot vangnet op het podium dat tegelijkertijd als trampoline fungeert. Daarbij staan er drie grote lanceerstations waarop sterke mannen staan. Een aantal meiden wordt heen en weer gegooid tussen deze stations.
Een echt hoogtepunt van de avond is ‘Helium Dance’. De Clownerie hangt aan grote heliumballonnen en zweeft over het publiek. Doordat er spektakel zowel op het podium als in de tribune te zien is, lijk je nog meer meegenomen te worden in de vreugde en vrolijkheid van de droomwereld Corteo. Corteo is een avond vol spontaniteit, spanning en enthousiasme. De begrafenis van Mauro wordt op een hele positieve en vrolijke manier benaderd, wat ons eraan herinnert dat we iets moois moeten maken van het leven.
Tags: acrobatiek, circus, Cirque du Soleil, Corteo, humor, Jessie van den Heuvel, Recensie, Theater
Posted in Home, Recensie, Theater | Reacties uitgeschakeld
donderdag, maart 29th, 2012
Maak kennis met kunstenaar L-Tuziasm, oftewel enthousiaste Lars. In zijn vrije tijd werkt hij met jongeren en doet hij aan Krav Maga, een Israëlische vechtsport die “heftiger klinkt dan het is.” Maar het liefst van alles werkt L-Tuziasm in zijn eigen atelier waar hij abstracte stadsgezichten maakt. Hier exposeert hij ook regelmatig, alleen of met vrienden. Momenteel hangt zijn werk in de PoPuP Galerie in Utrecht en in april is het ook in Galerie Het Kunstbedrijf in Heemstede te bewonderen. CultuurBewust.nl sprak met L-Tuziasm over zijn werk en zijn leven als kunstenaar.
Je schildert stadsgezichten. Hoe ga je te werk?
“Ik begin met vierkantjes, dat zijn de stenen. Daar bouw ik vervolgens langzaam een stad mee. Voor mijn schilderijen gebruik ik voornamelijk acrylverf. Ik geef een schilderij nooit een titel die verwijst naar een bepaalde stad, want het gaat erom wat de kijker erin ziet.”
Dus je wilt graag dat er iets bij de beschouwer ontstaat?
“Ja, maar het is ook weer niet zo dat ik heel sterk een boodschap wil overbrengen. Ik maak geen kunst waarmee ik de wereld wil verbeteren of waarmee ik mensen iets op wil leggen. Ik vind het juist heel mooi als jij je fantasie de vrije loop laat.”
Hoe zou je jouw stijl omschrijven?
“Ik maak heel kleurrijk werk, erg vrolijk en speels. Je kunt ook wel zien dat het heel vrij is, heel expressief. Als iemand een heel mooi olieverfschilderij heeft gemaakt, bijvoorbeeld van jouw glas appelsap, dan zie je echt dat diegene heeft zitten denken en misschien wel uren aan een schaduw heeft gewerkt. Mijn werk heeft dat niet, daar zit een bepaalde snelheid en spontaniteit in.”
Je hebt geen kunstacademie gedaan maar je bent een autodidact in het schilderen. Is dat wel eens een probleem?
“Natuurlijk spreekt mijn werk niet iedereen aan. Soms vinden mensen dat het teveel aan de oppervlakte blijft hangen. Maar nogmaals: ik heb niet perse een dieperliggende gedachte of boodschap die ik over wil brengen. Dat is natuurlijk wel iets wat je op de kunstacademie mee krijgt. Nadenken over waarom je iets maakt, wat je idee erbij is, waarom je voor bepaald materiaal kiest. Je doet er een heleboel kennis op. Maar tegelijkertijd wordt daarmee een deel van de spontaniteit afgeleerd.”
Vind je het lastig om je als kunstenaar te profileren?
“Nee, eigenlijk niet. Ik probeer zelf de publiciteit op te zoeken en mijn werk op zoveel mogelijk plekken neer te zetten. Er staat bijvoorbeeld een door mij beschilderde paspop in een kapsalon in Utrecht. Binnenkort wordt een schilderij van mij geveild voor de Ubuntu Street Kids Foundation, een organisatie die theater maakt met straatkinderen in derde wereldlanden. Ik vind het een mooi goed doel. Net als de Elephant Parade, waarvoor ik een keer een levensgrote olifant heb beschilderd. Zij zamelen geld in voor een betere leefomgeving van Aziatische olifanten. Daar pasten mijn stadsgezichten goed bij: de beschildering van die olifant met mijn stenen illustreerde mooi hoe vol wij de wereld vol bouwen en steeds meer leefomgeving van de olifanten afnemen.”
Wat zou je in de toekomst nog willen bereiken?
“Het is de bedoeling dat ik kan blijven doen wat ik doe. Nu kan ik nog niet volledig van de kunst leven, maar hopelijk over een paar jaar wel. Ik vind in ieder geval dat je een droom moet hebben. Als je ergens heel erg naar uitkijkt, vind je het ook niet erg om hard te werken om dat doel te bereiken.”
Tags: Elephant Parade, expressief, Heemstede, Interview, Krav Maga, L-Tuziasm, Nina Schuyffel, PoPuP Galerie, schilderkunst, snelheid, Spontaniteit, Stadsgezichten, Ubuntu Street Kids Foundation, Utrecht
Posted in Home, Interview, Kunst | No Comments »
maandag, februari 20th, 2012
Ze fungeren als rolmodellen voor vele jongens, als droommannen voor vele meiden: de BalletBoyz. Ze hebben alles in huis om de perfecte schoonzoon te zijn. In The Talent laten ze zich zowel van hun stoere als van hun gevoelige kant zien en benadrukken dat mannelijkheid en ballet heel goed samengaan.
Sinds 2001 zijn de BalletBoyz uitgegroeid tot een sensatie die niet meer weg te denken is uit de danswereld. Michael Nunn en William Trevit zijn verantwoordelijk voor de oprichting van de BalletBoyz. Na vele jaren zelf mee gedanst te hebben, zijn zij nog steeds nauw betrokken bij de dansgroep. In het introductiefilmpje ‘The story so far’, dat afgespeeld wordt tijdens een korte pauze, neemt de groep je mee in de reis die zij als dansers hebben doorgemaakt om te komen waar ze nu zijn. Strenge audities waren er voor nodig, maar hieruit is dan ook een prachtige formatie ontstaan.
Geen oppervlakkig boyband imago
Om te voorkomen dat de dansers te veel op elkaar zouden lijken en het totaalplaatje te saai zou worden, heeft elke danser een andere achtergrond en dansgeschiedenis. Het is net zoals bij een boyband. Elk lid heeft iets kenmerkends – de badguy, de gevoelige jongen, etc. – zodat elk meisje of jongen zich kan identificeren met een van de leden. Ze vullen elkaar aan en passen daardoor perfect bij elkaar. Zo is het ook bij de BalletBoyz, alleen zijn deze jongens niet oppervlakkig neergezet, maar zijn ze brede persoonlijkheden met overtuigende kwaliteiten.
Blind vertrouwen
Het sterkste punt van de jongens is de manier waarop ze samenwerken en op elkaar inspelen. Ze voelen elkaar goed aan en vertrouwen elkaar blind; dit is ook wel nodig tijdens de spectaculaire lifts die ze uitvoeren. Elkaar omhoog gooien en weer opvangen, in elkaars armen springen, over elkaar heen rollen, radslagen en handstands; het lijkt allemaal zo eenvoudig zoals de BalletBoyz de dansen uitvoeren. Kijkend naar de techniek, het voetenwerk en de lifts weet je dat hier heel veel trainingsuren aan vooraf zijn gegaan. Dat het de BalletBoyz goed af gaat is dan ook echt een compliment.
Torsion, Alpha en Void
De voorstelling bestaat uit drie stukken – Torsion, Alpha en Void – die op hun beurt een verpletterende indruk achterlaten. Stuk voor stuk odes aan hun eigen talent, energie en kracht. De dans in Torsion lijkt een spel met hun eigen intuïtie: inschatten waar je danspartner staat, springen en hopen dat hij je goed opvangt. Zwaartekracht is een belangrijk begrip in dit stuk. Een hoogtepunt is wanneer de zes dansers allen tegelijk heel snel met hun armen bewegen; door het licht dat wordt gebruikt heeft dit voor de toeschouwer een magisch effect.
Alpha raakt een gevoelige snaar. De prachtige muziek van Keaton Henson is hier zeker mede verantwoordelijk voor. De dansers geven zich bloot, zijn kwetsbaar en heel puur, maar weten tegelijkertijd hun stoere kant in balans te houden. Het stuk waarbij zeven dansers een andere danser herhaaldelijk en steeds sneller omhoog gooien en weer opvangen, getuigt hiervan.
Bij Void worden de dansers tot het uiterste gedreven. Het start met een filmpje. We zien een stadswijk waar de dansers doorheen lopen. Het beeld is zo geprogrammeerd dat het net lijkt alsof de dansers nog steeds in die wijk staan te dansen wanneer ze het podium op komen en jezelf er in een groep om heen staat. De kijker ziet groepsbattles en solo’s, maar bovenal een stuk waar de dansers gedompeld in adrenaline elkaar letterlijk om de oren vliegen tijdens de spectaculaire stunts.
Ballet is niet alleen sierlijk en vrouwelijk voortbewegen in maillots, pirouettes draaien en in de eerste voetpositie staan. De BalletBoyz laten gekleed in spijkerbroeken met hun heldhaftige karakter en gespierde armen zien dat ballet ook heel stoer en mannelijk is.
Tags: Alpha, ballet, BalletBoyz, dans, HDF2012, Jessie van den Heuvel, Michael Nunn, Recensie, Stoer, The Talent, Theater, Torsion, Void, William Trevit
Posted in Home, Recensie, Theater | No Comments »
maandag, februari 13th, 2012
Recht tegenover Art Rotterdam in gebouw Las Palmas vond vorige week OBJECT Rotterdam plaats. Dit design-zusje van de grote publiekstrekker is volgens directeur Anne van der Zwaag uitgegroeid tot “een dynamisch platform voor eigentijdse vormgeving”. Cultuurbewust.nl kan niet anders dan haar gelijk te geven.
Een slagroomspuit, een pepermolen, een steelpannetje, een pollepel, een pureeknijper en een lege fles, keurig ingekaderd met papiertape en voorzien van de titel objecten. Hoewel ‘slechts’ een grapje van de keuken, geeft het de sfeer van OBJECT Rotterdam treffend weer: ongedwongen en openhartig. Hier kom je niet om design stilletjes te bewonderen, maar om het te beleven en erover te praten.
Hut voor jagers met pensioen
Koop en verkoop, wat in de voorgaande edities nog wel een belangrijk uitgangspunt leek, is dit jaar naar de achtergrond verplaatst. “Mijn idee was om design, mode, architectuur en fotografie samenbrengen,” vertelt Van der Zwaag. In die opzet is ze zeker geslaagd, de aanwezige galeriehouders en ontwerpers geven design een levendige context en maken het tot een bijzonder sympathiek evenement.
Eén van hen is Sander Bokkinga, die onder de naam bok. sculpturen, vogelhuisjes en meubels presenteert. En dat doet hij met verve: geïnteresseerden nodigt hij uit om plaats te nemen in wat hij gekscherend “een hut voor jagers met pensioen” noemt. Ook vertelt hij over zijn inspiratiebronnen, zoals de tuinslang, waarmee hij als kind op het Twentse platteland veel heeft gespeeld, en zijn manier van werken: hoe hij als afgestudeerd architect altijd begint met een maquette.
Gedigitaliseerde objecten
Van een heel ander kaliber is D/STRUCT, een concept van Lucas Maassen en Raw Color. Doorzichtige zakjes met plastic gruis in alle kleuren van de regenboog hangen op gelijke afstand van elkaar voor een lichtbak. Elk zakje heeft een eigen QR code. Wanneer je deze scant met je smart Phone verschijnt op je scherm een 3D model van de inhoud van het zakje van vóór het verpulveringsproces – volgens inside-information gedaan in een simpele huis-tuin-en-keuken-blender of eigenlijk drie, want voor dit soort klusjes bleken ze duidelijk niet gemaakt.
De zakjes zijn te koop en met behulp van de QR code en een 3D printer is het mogelijk het originele product te reconstrueren. Zo krijgen dingen als een cassettebandjeshouder of een spaarvarken – dingen die in het digitale tijdperk overbodig zijn geworden – een nieuw, virtueel leven. Hoewel nu nog vooral toekomstmuziek, roept het idee wel interessante vragen op, want wat is de waarde van producten als ze, zoals muziek en film, worden gedigitaliseerd? Draait het dan nog om het materiaal, de vorm, de functie of misschien wel de herinnering?
OBJECT vs. Art
De sfeer op OBJECT Rotterdam is jonger, iets meer ontspannen dan op Art Rotterdam. Dat heeft mogelijk te maken met de ruimte, die door de verspringende grijze wanden en gevarieerde belichting speels en toegankelijk is gemaakt; heel anders dan de ‘hokjes’ op Art. Ook de standhouders lijken meer open te staan voor contact, want in plaats van weg te duiken achter hun laptop, maken ze graag een praatje en als je geluk hebt, tref je zelfs een ontwerper. Dat maakt de beurs levendig en sympathiek en misschien nog wel interessanter dan ‘grote zus’ Art.
Tags: Anne van der Zwaag, Art Rotterdam, beurs, Cityscapes Gallery, galerie, Galerie Judy Straten, Kim Hoefnagels, Kunst, kunstbeurs, Las Palmas, Lucas Maassen, Object Rotterdam, objecten, Raw Color, Reportage, Richard Hutten, Rotterdam, Sander Bokkinga, Vormgeving
Posted in Home, Kunst, Reportage | No Comments »
zondag, januari 29th, 2012
Wat als je zintuigen het één voor één begeven? Geur, smaak, gehoor en zicht, tot alleen het gevoel nog over is. Perfect Sense verbeeldt de gevolgen van een bizarre epidemie die de wereld in zijn greep heeft. Regisseur David MacKenzie brengt met deze film een bijzondere morele boodschap wanneer de wereld in het duister wordt gedompeld.
Chef-kok Michael (Ewan McGregor) en epidemioloog Susan (Eva Green) leren elkaar kennen op het moment dat de wereld op het punt staat geteisterd te worden door een onverklaarbare epidemie. Beiden hadden tot voor kort weinig geluk in de liefde en hun ontmoeting blijkt de perfecte timing te hebben.
Terwijl de rest van de wereld in snel tempo verandert in een grote chaos door de komst van het virus, komen Michael en Susan steeds dichter tot elkaar. Wanneer ook zij getroffen worden door de eerste fase van het virus en na een emotionele aanval hun geur verliezen, vormen ze samen een paradoxale sfeer van kalmte en intimiteit.
Life goes on
De morele boodschap die schuil gaat in Perfect Sense is dat wat er ook gebeurt, life goes on. Elke nieuwe fase van de epidemie wordt ingeleid met beelden van wereldwijde chaos, ondersteund door mooie, dichtachtige frases van Susan, die als epidemioloog onderzoek doet naar de verspreiding van het virus. Een heftige emotie wordt gevolgd door het verlies van een zintuig: eerst geur, dan smaak, gehoor en uiteindelijk zelfs zicht.
In plaats van zich er zomaar bij neer te leggen, gaan Michael en Susan op zoek naar manieren om hun gemis te kunnen vervangen. Zo laat Michael zijn restaurant niet reddeloos failliet gaan na het wereldwijde verlies van smaak, maar gaat hij op zoek naar texturen van voedsel die eten opnieuw tot een beleving kunnen maken.
Angstaanjagende stilte
Het laatste deel van de film wordt gekenmerkt door een angstaanjagende stilte, wanneer eerst Michael en kort daarna ook Susan hun gehoor verliezen. Regisseur David MacKenzie laat de kijker daardoor op een indrukwekkende manier meeleven met de hoofdpersonen. Het is nu wachten tot het laatste noodlot toeslaat: het verlies van het zicht.
De chemie tussen acteurs Eva Green en Ewan McGregor wordt door de opvallende cinematografische keuzes van de regisseur alleen maar versterkt. Het intrigerende verhaal en de indrukwekkende vertelwijze maken Perfect Sense tot een onderscheidende film. Noemenswaardig is vooral de schijnbare paradox tussen het noodlot dat toeslaat en de liefde die alles overwint. Het beeld kleurt zwart, er heerst een doodse stilte. Het enige wat nog over blijft is het gevoel: Perfect Sense.
Tags: David MacKenzie, epidemie, Eva Green, Ewan McGregor, Perfect Sense, zintuigen
Posted in Film, Home, Recensie | No Comments »
maandag, december 19th, 2011
Het Centraal Museum in Utrecht laat deze winter de Gouden Eeuw vanuit een nieuwe hoek zien. Niet Rembrandt of Frans Hals staat in de belangstelling, maar voor het eerst is er een tentoonstelling te zien die geheel gewijd is aan de Utrechtse schilder Abraham Bloemaert (1564-1651). De expositie laat je kennis maken met het werk van de getalenteerde schilder die absoluut een plaats in de Nederlandse kunstcanon verdient.
Het Bloemaert-effect is onderdeel van een reeks tentoonstellingen waarbij het Centraal Museum het beeld van de kunst uit de Hollandse Gouden Eeuw bij wil stellen. Met de presentaties wordt bewezen dat de schilderkunst uit de zeventiende eeuw gevarieerder was dan de realistisch uitgevoerde genrestukken, landschappen en portretten die we nu als typisch Hollands beschouwen. Er waren ook kunstenaars, onder wie Abraham Bloemaert en zijn leerlingen, die zich lieten beïnvloeden door de schilderkunst in Italië.
Variatie
Het Centraal Museum toont 47 schilderijen van Bloemaert in een ruime opstelling. De thematische ordening laat zien hoe gevarieerd het werk van Bloemaert was: van een altaarstuk met enorme afmetingen tot een intiem portret van een fluitspeler; van mythologische scènes tot uitgestrekte landschappen.
Ook de schilderstijl van Bloemaert heeft verschillenden kanten, die minder duidelijk naar voren komen in de tentoonstelling. Zo schilderde Bloemaert aan het begin van zijn carrière op een manier waarbij de natuur en figuren buitengewoon geïdealiseerd worden uitgevoerd, zoals in de mythologische voorstelling van Mercurius, Argus en Io uit circa 1592. De spieren zijn hier door Bloemaert heel nadrukkelijk en gedetailleerd weergegeven. In andere schilderijen is juist een sterke Italiaanse invloed te zien en voor zijn latere werk schilderde hij rustige composities in een meer klassieke stijl, bijvoorbeeld in het landschap met Latona en de Lycische boeren uit 1646. De scene speelt zich op de voorgrond af, de rest van het landschap oogt kalm. Bloemaerts diversiteit in zowel onderwerp als stijl laat zien hoe getalenteerd en veelzijdig de Utrechtse schilder was.
Naast de schilderijen zijn in de zalen en in de hal ook 48 tekeningen van Bloemaerts hand te zien. De werken op papier zijn opgesteld op kleurrijke tafels met stoelen die uitnodigen tot een verdere bestudering. Een paar tekeningen zijn geplaatst bij de bijbehorende schilderijen. Deze manier van presenteren geeft een goed inzicht in de werkwijze van Bloemaert.
Leermeester
Abraham Bloemaert heeft zelf nooit een goede opleiding gehad tot schilder. Ondanks dat bleek hij wel een uitstekende leermeester te zijn en heeft hij veel leerlingen opgeleid in zijn atelier. Niet alleen via zijn werkplaats maar ook via zijn tekeningen had hij veel invloed op de jonge talenten. Bloemaerts zoon Frederick bundelde zijn tekeningen en bracht ze uit als tekenboek dat als studieboek werd gebruikt. Het tekenboek wordt uitgelicht op de entresol en biedt meer verdieping.
Het Bloemaert-effect is een overtuigende tentoonstelling die je kennis laat maken met een andere kant van de Hollandse Gouden Eeuw en Bloemaert in zijn welverdiende spotlight zet.
Tags: Abraham Bloemaert, Centraal Museum, Esther Blanken, Gouden Eeuw, landschappen, mythologie, Recensie, religieuze kunst, schilderijen, tekeningen, Utrecht
Posted in Home, Kunst, Recensie | No Comments »
donderdag, december 8th, 2011
Noorwegen, januari 1915. Op het eiland Bastøy staat een gelijknamige en beruchte tuchtschool. De jongens die hier terechtkomen zijn tussen de elf en achttien jaar oud. Sommigen zijn crimineel en sommigen straatarm en afgeschreven. Ze worden door de bewakers en directeur onderworpen aan een genadeloos regime waarbij ze mentaal en fysiek mishandeld worden. Wanneer de zeventienjarige Erling (Benjamin Helstad) arriveert, maakt hij meteen indruk op de anderen door zijn rebelse houding. Erling heeft maar één doel: ontsnappen van het duivelse eiland Bastøy.
King of Devil’s Island is de vierde speelfilm van de veelbekroonde regisseur Marius Holst.
Dit op ware gebeurtenissen gebaseerde drama is bekroond met verschillende prijzen, waaronder de publieksprijs voor Beste Film op het Leids Film Festival. Zonder te vervallen in clichés en goedkoop sentiment weet regisseur Holst een gevoelige snaar te raken.
Ontroerend spel
Het is een uitstekende beslissing geweest van Holst om voor een grotendeels amateuristische cast te gaan. Volgens de regisseur moesten de jongens zelf ook al een bewogen leven achter de rug hebben om hun rollen zo overtuigend mogelijk neer te zetten. Benjamin Helstad weet inderdaad te overtuigen als de onverschrokken Erling. Ook de acteerprestaties van acteurs Stellan Skarsgård en Kristoffer Joner zijn noemenswaardig. Met zijn rol als de sadistische Bråthen doet Joner zelfs denken aan Kevin Bacon in Sleepers.
Toch is het vooral Trond Nilssen’s ijzersterke vertolking van Olav die de kijker flink weet te ontroeren. De zachtaardige maar ook moedige Olav maakt een bijzondere ontwikkeling door die resulteert in een ongekende climax in de slotfase van de film. Daarnaast beheerst Nilssen het vermogen om met slechts één blik al zijn emoties aan de kijker over te brengen. Dat is bijzonder knap, gezien het feit dat King of Devil’s Island Nilssen’s eerste speelfilm is.
Rauw
Ook opvallend aan King of Devil’s Island is de subtiele regie van Holst. Nergens zijn de scènes aanstellerig of overdreven dramatisch. Zijn ‘recht toe recht aan’ manier van regisseren geeft de film de rauwe, realistische toon die het nodig heeft om de kijker voor zich te winnen. Bovendien kent de film een uitstekende opbouw, waardoor vooral in de tweede helft de spanning hoog wordt opgevoerd.
Mistroostig
Het kille landschap en de donkere tonen waarin King of Devil’s Island is gefilmd, benadrukken de tragiek en machteloosheid van de jonge gevangenen. De grimmige beelden en locatie passen uitstekend bij het verhaal en maken de koude, sombere wintermaanden praktisch voelbaar voor de kijker.
Voor regisseur Marius Holst is het niet makkelijk geweest om King of Devil’s Island tot stand te kunnen brengen. “Om het laatste gedeelte van het budget bij elkaar te krijgen, heb ik zelfs een hypotheek op mijn huis genomen”, aldus Holst in een interview met Filmkrant.nl. Dat het een uitstekende investering is geweest mag duidelijk zijn. King of Devil’s Island gaat over onderdrukking, misbruik en onrecht, maar bovenal over moed en vriendschap. Een pareltje binnen het tuchtschoolgenre dat niet snel zal worden vergeten.
Tags: cultuurbewust, CultuurBewust.nl, dramafilm, Film, Filmrecensie, filmredacteur, jongensgevangenis, Leids Filmfestival, Marius Holst, meeslepend, Naz Taha, naztaha, Noorwegen, Recensie, Stellan Skarsgard, tuchtschool, waargebeurd
Posted in Film, Home, Recensie | No Comments »
vrijdag, december 2nd, 2011
“Ik vind het schokkend om te zien hoe sterk de laat negentiende-eeuwse klassenmaatschappij waartegen Strindberg zijn personages plaatste op onze huidige ontwrichte samenleving lijkt.” Dat zegt Thibaud Delpeut over Freule Julie, zijn nieuwe voorstelling in samenwerking met Toneelschuur Producties. “In mijn ogen is de liefdesaffaire tussen Jean en Julie een metafoor voor een wrede en genadeloze afrekening van het ‘volk’ met de ‘elite’.” Helaas voor Delpeut komt deze metafoor niet goed uit de verf; eerder lijkt het een afrekening van de elite met zichzelf, in een voorstelling die verdrinkt in experimentele regiekeuzes.
Schrijver August Strindberg was een vrouwenhater en in Freule Julie komt dit duidelijk naar voren. Julie is een kleine tiran die gewend is altijd haar zin te krijgen. Op midzomeravond viert het personeel feest en Julie mengt zich onder haar minderen. Ze danst met knecht Jean en verleidt hem, ten koste van kokkin Kristin, zijn verloofde. Uiteindelijk graaft ze met deze wilde uitlatingen haar eigen graf en rekent Strindberg af met haar ongehoorzaamheid.
Experiment
De vrijheid die Delpeut neemt om te experimenteren na het succes van Al Mijn Zonen, is een gedurfde keuze. Helaas zorgt het ervoor dat er zo veel op het toneel gebeurt dat het perspectief vervaagt. Veel van Strindbergs neventeksten spreken de acteurs hardop uit. ‘Mijn meester Strindberg’ noemen ze hem. Naast het machtsspel dat plaatsvindt tussen de personages, ontstaat er een machtsspel tussen acteurs en auteur. Samen met de zeer aanwezige geluidsband en het continue wisselen tussen speelstijlen, maakt dit de voorstelling rommelig.
Maar het experiment brengt ook goede dingen. Het decor bijvoorbeeld is spuuglelijk en juist daardoor fantastisch. De wanden zijn van cellofaanfolie dat meetrilt met elke beweging. Uit die foliewand komt een verpauperde toiletpot. Verder staat er een veel te hoge fornuis-koelkast-combinatie en een loshangende Tl-buis. Bruine tape houdt alles bij elkaar. De dreiging van de naderende ochtend verbeeldt Delpeut door luikjes te openen en zonlicht naar binnen te laten schijnen, wat een mooi effect heeft.
Spel met verwachtingen
Ondanks dat ze continu moeten wisselen van speelstijl, spelen de acteurs formidabel. Wendell Jaspers die Freule Julie speelt, is het ene moment een wellustige manipulerende bitch en schakelt het volgende moment moeiteloos over naar een wanhopige, gevallen vrouw. Guy Clemens zet een Jean neer die knap speelt met de verwachtingen van het publiek. De meeste indruk maakt Eline ten Camp, Kristin. Hoe klein haar rol ook is, ze is continu aanwezig. Met ingehouden woede en een apathische blik schrijft ze met natte ontbijtkoek, die ze uit de toiletpot vist MERDE op het cellofaan.
Uiteindelijk wint Kristin. Door de schaamte gesterkt, vertelt ze haar verloofde te kappen met die onzin. Jean gehoorzaamt en vertelt de freule dat ze zich het beste kan verhangen om aan de schaamte van de volgende dag te ontsnappen. Freule Julie tapet zichzelf vast aan de koelkast.
Opwekken van emotie
Dit levert een morbide slotbeeld op, waarmee medelijden opgewekt zou moeten worden. Daarentegen ontstaat een ongemakkelijk gevoel van rechtvaardigheid. Hoe goed Delpeut ook is in het opwekken van emotie, deze is onbedoeld. Doordat er zo veel gebeurt, komt de boodschap die hij wil vertellen niet over. Als hij de nadruk had gelegd op de kwaliteiten van zichzelf, zijn spelers en de tekst, was het hem waarschijnlijk wel gelukt de voorstelling de bedoelde relevantie mee te geven. Nu blijft de vraag achter: waarom moest ik dit nu, op dit moment, zien?
Freule Julie is onder andere te zien in de Toneelschuur te Haarlem. Koop hier je kaartjes.
Tags: August Strinberg, Eline ten Camp, Freule Julie, Guy Clemens, Merel Zuiderduin, Recensie, Theater, thibaud delpeut, Toneelschuur Producties, vrouwen in de kunst, Wendell Jaspers
Posted in Home, Recensie, Theater | No Comments »
woensdag, november 23rd, 2011
Drive is op het eerste gezicht een mooi gefilmde, maar zeer gewelddadige actiefilm die speelt in de jaren ’80 – compleet met vetgedrukte roze letters op de aankondigingsposter. Daaronder zit echter meer. De combinatie van romantiek, geweld en sterk acteer- en camerawerk maakt Drive tot een film die ver boven de gemiddelde actiefilm uitstijgt.
De hoofdrol in Drive is voor Ryan Gosling. Gosling , die de gehele film naamloos blijft, is zowel bestuurder van vluchtauto’s, als stuntman en monteur. Meer komt de kijker ook niet van hem te weten. Al snel wordt Goslings aandacht getrokken door buurvrouw Irene, een ten onrechte onderbelichte rol van Carey Mulligan. Hoewel er weinig wordt gesproken tijdens de autoritjes die ze samen maken, is de chemie onmiskenbaar aanwezig.
De laatste overval
Als de man van Irene, Standard, vrijkomt na een gevangenisstraf wordt hij onder druk gezet om nog één klus te klaren: een overval op een lommerd. Omdat het leven van Irene op het spel staat, biedt Gosling aan hem bij de klus te helpen door te doen waar hij goed in is: autorijden. Helaas blijkt de klus een valstrik en wordt Standard gedood. Gosling ontkomt met de buit, maar uiteraard krijgt hij geen vrijgeleide.
Rauw geweld
Opgejaagd en bang voor het verlies van Irene blijkt er nog een hele andere kant aan Goslings personage te zitten, waarna Drive in een gewelddadige actiefilm omslaat die doet denken aan films van Quentin Tarantino. Met als hoogtepunt een bezwete Gosling die zwaar vermoeid omkijkt naar Irene, terwijl hij net iemands hoofd kapot heeft getrapt.
Overtuigend acteerwerk
Gosling, bekend uit romantische films als The Notebook en Blue Valentine, zet een indrukwekkende acteerprestatie neer. Met niet veel meer dan zijn mimiek en een enkele zin weet hij een eenzaam en vriendelijk, maar tegelijkertijd keihard, karakter neer te zetten. Een mooie rol is ook weggelegd voor Bryan Cranston. Hij speelt met overtuiging de mislukte eigenaar van de garage waarin Gosling werkt.
Electro pop
Het grootste compliment gaat uit naar Newton Thomas Sigel. De wijze waarop hij speelt met licht en ruimte is indrukwekkend. De scènes kunnen van extreem donker ineens naar extreem en stralend licht gaan, bijvoorbeeld tijdens de kus die Gosling en Mulligan delen in de lift. Het moment wordt door de wijze van belichting in combinatie met de vertraging in de bewegingen intenser.
Aandacht verdient ook de soundtrack van Drive. De elektronische pop uit de jaren ’80 geeft in combinatie met de wijze van filmen soms een over-de-top eighties gevoel. De openingsscène waarbij Gosling met de politie op de hielen uiterst koel en alert door de donkere straten van Los Angeles rijdt, wordt bijvoorbeeld begeleid door de robotachtige klanken van het nummer Nightcall.
In alle gevallen draagt de muziek bij aan het gefilmde moment. Meest bijzonder is het nummer ‘Real hero’ waarop Gosling Irenes zoontje – in slow motion gefilmd - na een vermoeiende dag slapend naar zijn kamer brengt.
Drive is door de grote mate van geweld wellicht niet voor iedereen. In zijn genre steekt de film echter met kop en schouders boven het gemiddelde uit door de perfecte combinatie van een goed verhaal, knap acteerwerk en sterke regie, afgemaakt met sfeerbepalende muziek. Drive biedt je een ervaring die je niet snel zult vergeten.
Tags: actie, Bryan Cranston, Carey Mulligan, crazy stupid love, drive, Film, geweld, los angeles, Newton Thomas Sigel, Nicolas Winding Refn, Quentin Tarantino, Recensie, Ryan Gosling, the notebook, vanessa 't hoen
Posted in Film, Home, Recensie | No Comments »