Step Up 3D: niets meer dan een muziek- en dansupdate
Het simpele verhaal van de probleemjongere wiens leven draait om dansen in plaats van studeren, is kennelijk in twee delen nog niet verteld. Ondanks het speciale 3D-brilletje dat eerder een last dan een lust is voor het oog, trekt de film na twee weken nog steeds volle zalen.
Het maakt niet uit wie je bent of waar je vandaan komt, als het op dansen neerkomt zijn we één familie. Dat is de boodschap die de dansfilm van tegenwoordig wil meegeven. Zo ook Step Up 3D, waarin het verhaal wordt verteld van hiphopdanser Luke die samen met zijn danscrew in een kraakpand woont. Wanneer ze het pand dreigen te verliezen, is hun laatste hoop het winnen van de World Jam danswedstrijd. Daarom gaat hij op zoek naar dansers om de crew te versterken. Hij vindt clubdanseres Natalie en studienerd Moose, die we al kennen uit deel twee, en die in dit deel zijn passie voor dansen weer oppakt.
Soapactrice en fotomodel
De verhaallijn is mager en weinig vernieuwend, maar dat is nooit het sterkste punt geweest in dansfilms. Vaak zijn het professionele dansers die ook nog een beetje acteren. Nieuwkomer Sharni Vinson daarentegen, die de rol van de sprankelende, vrolijke Natalie op zich neemt, is een voormalig Australische soapactrice én balletdanseres. En hoewel Rick Malambri (voormalig fotomodel) de kwetsbare Luke redelijk speelt, steekt Natalie er met kop en schouders bovenuit. De chemie tussen de twee spat niet van het doek, maar het altijd lachende gezichtje van Natalie is ontroerend.
Dat Step Up 3D geregisseerd is door dezelfde persoon als Step Up 2: The Streets is wel te zien. De stijl komt totaal niet overeen met de stijl van regisseuse Anne Fletcher, die deel één van Step Up voor haar rekening nam. Jon M. Chu maakte naast de twee dansfilms in 2002 de musicalfilm When the Kids are Away en een jaar eerder de documentaire Silent Beats.
Bovendien komt deze film in vele opzichten overeen met het tweede deel van Step Up. Er wordt, net als in deel twee maar niet zoals in deel één, veel tegen andere crews gebattled. De club waar de ontmoeting tussen Luke en Natalie plaatsvindt is dezelfde club als in deel twee, en de battle met water is bijna een exacte kopie van de eindbattle in de regen uit deel twee. En ook nu wordt er weer een combinatie van stijldans en streetdance gebruikt: naast hiphop blijken hoofdrolspelers Malambri en Vinson ook nog perfect te kunnen tangodansen.
Capoeira en free running
De verschillende dansstijlen zijn dan eigenlijk ook het enige waar je voor naar de bioscoop gaat. De film is niets meer dan een update van de nieuwste muziek en de nieuwste moves in de verschillende dansstijlen, dat varieert van capoeira tot free running, electric boogie, tango en Fred Astaire.
De scènes die opgenomen zijn met een handheld camera door Luke, in wie naast een danser ook een filmmaker schuilt, zijn waarschijnlijk bedoeld om meer werkelijkheid te creëren, maar het tegenovergestelde wordt bereikt. Want hoe kunnen al deze ouderloze jongeren de dure apparatuur in hun kraakpand betalen zoals de ‘speakerroom’, en de schoenenwand, als ze niet eens werken? En waar haalt Nathalie de tijd vandaan elke dag vrolijk mee te dansen?
De spectaculaire decors maken indruk, zoals de eerdergenoemde ‘speakerroom’, de schoenenwand en het kraakpand zelf. Opvallend zijn de neonlichten die gebruikt worden tijdens de laatste dans. Ook het inzetten van kleine kinderen die extreem goed kunnen dansen is een sterk detail. Al met al geen teleurstellende film, maar bomvol clichés voor een simpel avondje, waarbij de ‘D’ makkelijk uit de titel weggelaten had kunnen worden.
22-08-2010




