Rigby: Op zoek naar het perfecte popliedje

Rigby - Everything Must Go Recensie

jun
18

Door:

Na drie singles mét zelfgemaakte videoclip en op 3FM gebombardeerd te zijn tot ‘serious talent’ werd het tijd voor de Nederlandse pop/rockband Rigby om een volledig album uit te brengen. Vorige week werd ‘Everything must go’ gepresenteerd in de Melkweg.

De vijfkoppige formatie Rigby is aan het begin van 2008 opgericht op initiatief van zanger, liedjesschrijver en pianist Christon Kloosterboer. Kloosterboer koos Bart Janssen (gitaar, zang), Clemens Blacquiere (gitaar, zang), Lars van Starrenburg (bas, zang) en Jimmy van den Nieuwenhuizen (drums) als de uitverkoren muzikanten voor deze band. Allen student aan het conservatorium van Rotterdam en op zoek naar het perfecte popliedje.

Dat ze popliedjes kunnen schrijven hebben ze met hun singles ‘Pass you by’, ‘Parade’ en ‘Everything must go’ bewezen. Vooral de laatste twee zijn veelvuldig te horen (geweest) op de radio. De catchy, up-tempo popliedjes met een rockend randje klinken vrolijk en blijven voor een lange tijd in het auditieve geheugen hangen. Is dit representatief voor de rest van het album?

‘Everything must go’ voldoet gedeeltelijk aan deze verwachtingen. De eerste helft van het album gaat in een hoog tempo voorbij en klinkt op en top Rigby. Na de eerste vijf nummers, waar ook de drie singles deel van uitmaken, is er een opmerkelijke rust ingebouwd door middel van het liefdesliedje ‘Cheyenne’. Het opent met slechts de zang van Kloosterboer, begeleid door een akoestische gitaar. Het tot dan toe kenmerkende geluid van de elektrische gitaren blijft uit en alleen een dun melodielijntje klinkt tussen de zangpartijen door met de drums en bas op de achtergrond.

De plotselinge toonverandering blijkt een voorteken voor de rest van de nummers, want vanaf dan lijkt de energie, waarmee de eerste nummers geladen zijn, te zijn afgenomen.Het tempo ligt vaak een stuk lager en de instrumenten zijn minder prominent aanwezig, hierdoor trekt de zang meer aandacht en krijgen de nummers af en toe een singer/songwriter karakter. Dit brengt, afgewisseld met rockende stukken die de eerste helft van het album kenmerken, meer variatie in de plaat. Het klinkt misschien minder ‘poppy’, maar het komt het album zeker ten goede.

Het geluid van Rigby’s debuutalbum is goed en door de sterke productie komen de popliedjes volledig tot hun recht. Geen moment is er het vermoeden dat de vijf mannen nog maar anderhalf jaar bezig zijn, want ze hebben een album gemaakt dat zondermeer volwassen klinkt.

Alles staat in dienst van het perfecte popliedje bij Rigby. Helaas brengen popliedjes zelden vernieuwende of verrassende dingen, want ze moeten klinken als een goed beluisterbaar geheel. Ook de tekst neemt in het popliedje geen bijzondere positie in en dat dit niet nodig is bevestigen de woorden van Kloosterboer. Geen moeilijke, diepzinnige teksten vol met metaforiek, maar klare taal of losse woorden die binnen de muziek passen, want ‘ordinary’ rijmt immers gewoon goed op ‘extraordinary’.

‘Everything must go’ is het resultaat van Rigby’s zoektocht naar perfectie. De plaat klinkt volwassen, is goed beluisterbaar, de catchy nummers blijven hangen en meezingen is voor wie dat wil mogelijk. Hun missie is misschien nog niet volbracht, maar met deze plaat zijn ze al een aardig eind op weg.

Gepubliceerd op: 18-06-2009

Comments Closed