Wouter Hamel pakt uit in Concertgebouw met orkestversie Lohengrin
Door: Jorien Heemskerk
Voor de tweede keer deze zomer stond Wouter Hamel in het Amsterdamse Concertgebouw. Ditmaal niet met andere singer-songwriters, maar voor een bijzondere uitvoering van zijn album Lohengrin. Waar zijn theatertour gekenmerkt werd door intimiteit, pakte hij hier flink uit met orkestrale ondersteuning en verschillende gastoptredens. Dat leverde een afwisselend geheel op, maar kostte de muzikanten wel soloruimte.
Wouter Hamel heeft het allemaal: een goede stem, catchy liedjes, een vrolijke uitstraling en een sterke band om zich heen. Dat waren dan ook de belangrijkste ingrediënten van de theatertour waarmee hij dit voorjaar door het land trok. Maar dat betekent niet dat hij niet wat extra entourage kan gebruiken. Zo klein en intiem als de optredens in het theater waren, zo groots pakt hij het in het Concertgebouw aan.
Voor het eerst staat, naast zijn eigen band, een flink aantal andere muzikanten op het podium die betrokken was bij de opnames van Lohengrin: zangeres/harpiste Lucinda Belle, cimbalomspeler Vasile Nedea en het 16-koppige strijkorkest van bassist Dominic Seldis. Om de arrangementen compleet te maken zijn er bovendien nog drie achtergrondzangers en evenzoveel blazers.
Rustige opbouw
Net als bij zijn eerste Zomerconcert op 28 juli, geeft Hamel niet meteen alles weg maar bouwt hij de avond rustig op. Tijdens het swingende openingsnummer ‘Touch the stars’ doen de blazers van 360 Horns hun intrede met korte maar leuke solo’s. Vervolgens laten de achtergrondzangers van zich horen bij ‘Kings & Queens’, dat muzikaal stevig wordt aangezet. Het hierop volgende ‘Skimming the skies’ wordt juist subtiel gebracht, net als ‘Zhavaronki’, waarbij Lucinda Belle meespeelt op harp.
Een ander hoogtepunt is ‘Little boy lost’, dat ontroerend begint en daarna door de achtergrondzang een soort gospeltintje krijgt. Maar het meest verrassend zijn de twee slotnummers voor de pauze: wegens zijn grote succes op 28 juli is Lucky Fonz III opnieuw als gast uitgenodigd. Al met zijn cabareteske introductie van ‘Jongens’ weet deze singer-songwriter de hele zaal voor zich te winnen. En bij ‘Girls in the city’, zijn duet met Wouter Hamel, spat het plezier van het podium af.
Weinig solo’s
De tweede helft van het programma ziet er heel anders uit. Dan komen namelijk de strijkers erbij, die niet alleen de titelsong maar ook veel andere nummers een mooi klassiek randje geven dat goed in het Concertgebouw past. Een nadeel van deze opzet is dat er weinig ruimte overblijft voor het solowerk waar de vijf bandleden in het theater in uitblonken. En ook Vasile Nedea, die bij ‘Rue Damremont’ voor een indrukwekkende live intro zorgt, is verder nauwelijks te horen door de hard klinkende achtergrondmuziek.
‘See you once again’?
Iemand die in verhouding wél veel solo’s speelt is de laatste gast van de avond: de swingende saxofonist Benjamin Herman. Hij zorgt bij de laatste paar nummers voor een extra impuls, onder andere in een battle met gitarist Rory Ronde. Zo wordt de zaal, die tot dan toe erg braaf was, op een flink tempo toch nog in beweging gebracht. Net als bij het vorige concert is ‘See you once again’ de feestelijke groepsuitsmijter, waarbij alle meewerkende artiesten samen het nummer ten gehore brengen, met het publiek als driestemmig koor. Een beetje voorspelbaar aangezien ze dat de vorige keer ook deden, maar desondanks wel zeer geslaagd.
De kans om de artiesten in deze combinatie snel weer terug te zien is echter klein, want individueel hebben ze allemaal genoeg te doen de komende tijd. Zo is Benjamin Herman te vinden bij het muziektheaterproject ‘Veel gedoe om niks’ en brengt Lucinda Belle, die bij het slotnummer vreemd genoeg ontbrak, dit najaar een nieuw album uit. Wouter Hamel zelf is in september nog te horen in Soest en Bloemendaal en reist daarna af naar Frankrijk en Oostenrijk. Zijn volgende album verschijnt naar verwachting in 2013.
Gepubliceerd op: 20-08-2012








