Pekka Kuusisto speelt Finse tango met een vleugje cabaret
Door: Edward Janssens
De Finse violist Pekka Kuusisto speelde op 23 juli Finse tango’s in de kleine zaal van Het Concertgebouw. De Finse tango komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, maar is sterk verjazzd. Kuusisto wist het genre soepel te combineren met een grote dosis humor.
Als de ietwat nonchalante Kuusisto en dito pianist Iiro Rantala het podium betreden, begint Kuusisto meteen zijn viool te stemmen. Rantala slaat daarvoor een uitzonderlijk virtuoos akkoord aan. Al snel blijkt dat het stemmen naadloos overgaat in het eerste muziekstuk. Het duo brengt de toeschouwers daarmee direct in verwarring. Was de violist wel echt aan het stemmen?
Na het eerste stuk heet Kuusisto zijn publiek welkom en legt hij uit wat de avond zal brengen. Hij blijkt een ware komiek. Achteloos vertelt hij verhalen over Finse componisten die teveel dronken en legt hij uit dat Finse muziek vooral gaat over dingen die men kwijt is, of die men überhaupt nooit zal hebben. De toon is gezet. Het vioolconcert lijkt een muzikale cabaretvoorstelling te worden.
Intensief spel
Kuusisto staat letterlijk te dansen op het podium en kruipt al spelend onder de vleugel als hij in een muzikale conversatie met de piano een zo laag mogelijke toon tracht te bereiken. Dat het spel intensief is, blijkt wel door de vele haren die van Kuusisto’s strijkstok vliegen. ‘Ik kan wel wat staart gebruiken’, grapt hij achteraf, om daar aan toe te voegen dat het tijd is voor een wat rustiger stuk. Uiterst beheerst brengen de twee een lieflijk stuk ten gehore. Zijn dit werkelijk dezelfde musici als zojuist?
Kuusisto staat bekend om zijn experimentele spel. Om dat te benadrukken, speelt hij een solostuk waarbij hij meefluit terwijl hij de viool als een gitaar bespeelt. De combinatie van tokkelen en fluiten doet het geweldig. Het resultaat is kwetsbaar, maar het is muisstil in de zaal.
Experimentele muziek
Na de pauze soleert Rantala ook met een experimenteel werk. Hij steekt een vel papier in de piano, dat weerklinkt op de beweging van de dempers. Het klinkt alsof er een ratel meespeelt en dat heeft een grappig effect. Na de solo’s laat het duo horen waarom zij Bernsteins Maria als een tango zien. En inderdaad, met een subtiele wijziging in ritme is het net een tango.
Voorafgaand aan het laatste stuk kondigt Kuusisto aan even weg te zullen lopen om vervolgens terug te keren voor de toegift. ‘Waarom zou ik een toneelstukje opvoeren?’, vindt hij. Na het slotapplaus komt hij inderdaad snel terug voor de toegift, maar niet zonder eerst het publiek te bedanken voor de staande ovatie, met een opmerking die hij kennelijk zelf ook niet helemaal snapt: ‘Dat is zoveel beter dan de lopende ovaties die we in andere steden krijgen.’
Gepubliceerd op: 27-07-2012








