Cesuur – Masterclass

cesuur Column

jul
6

Door:

Muziek op televisie. Het is niet altijd een gelukkige combinatie. Muziek is om naar te luisteren, televisie om naar te kijken. Het bijt elkaar nogal eens. Het blijft altijd wat ongemakkelijk om naar de live-uitzendingen van Pinkpop of Lowlands op televisie te kijken, net zoals de dvd-registratie van een concert waar je bij was, altijd wat tegenvalt, hoe indrukwekkend het concert ook was.

Met klassieke muziek is het misschien nog erger. Klassieke muziek op tv is te krampachtig. Om acht uur in de ochtend Mahlers Negende Symfonie uitzenden, of om kwart voor één in de avond Rachmaninovs Tweede Pianoconcert, even lekker voor het slapen gaan. Het Prinsengrachtconcert is een jaarlijks terugkerende vrolijke boel, maar het ‘We moeten het vooral toegankelijk maken’-idee ligt er metersdik bovenop. Gezellig hoor, om het rosé nippende publiek in de bootjes mee te laten zingen met Eva Maria Westbroek of Lang Lang, maar “Aan die Amsterdamse grachten” hoort natuurlijk te klinken met een lallende Mokumse tongval en niet met dat vreselijke Gooische gebral.

Afgelopen maandag zag ik, eveneens bij de AVRO, hoe het ook kan. Klassiek op tv hoeft niet krampachtig te zijn. Het kan ook heel ongedwongen, zonder de essentie van de muziek te verliezen. In de eerste van (helaas slechts) twee afleveringen van Masterclass Mariss Jansons ondergingen drie piepjonge dirigenten een masterclass van Mariss Jansons en zijn Concertgebouworkest, voor een volle zaal, met de Symphonie fantastique van Berlioz en de Vijfde Symfonie van Sjostakovitsj op het programma. Ga er maar aan staan.

Zonder er nadrukkelijk naar op zoek te gaan, toonde het programma de invloed van verschillende stijlen van dirigeren op een orkest en op de muziek. Door ze hun gang te laten gaan, legde Mariss Jansons de verschillende karakters van de deelnemers in een paar minuten bloot. De Chinese onderdanigheid van de virtuoze Yu Lu, die zich een slag in de rondte zwetend zijn onmiskenbare talent liet zien. Of de strakke gebaren van de Hongaar Gergely Madaras, wiens onderkoelde presentatie het orkest bepaald niet inspireerde. En dan was er nog de jonge Brit Alexander Prior die het met zijn 19 jaar aandurfde het Concertgebouworkest na vijf maten af te kappen, om ze in niet al te verkapte woorden mee te delen dat het wel wat zachter mocht. Jansons wist niet of hij zich moest ergeren of erom moest schaterlachen.

Eindelijk. Een mooi, ongedwongen, maar aan het onderwerp rechtdoend televisieprogramma over klassieke muziek. Kijkt allen, volgende week maandag, om tien voor elf, naar de AVRO.

Gepubliceerd op: 06-07-2012

Facebook reacties