Port of Call: “Mijn muziek is een middel om mensen zelf te laten nadenken”
Door: Sherilyn Deen
Na zijn EP For Those Who Mutter in 2010 en een plek in de finale van de Grote Prijs van Nederland in 2011 brengt singer-songwriter Port of Call, die eigenlijk Pieter van Vliet heet, nu zijn eerste album uit. Hij schreef alle nummers op 10 Feet of Wind zelf en heeft de instrumenten, waaronder trombone, ukelele, gitaar, trompet en glockenspiel, voor het grootste gedeelte zelf ingespeeld.
Je nieuwe album 10 Feet of Wind is net uit en op Twitter komen er al veel positieve reacties langs. Wat doet dat met je?
Het is erg leuk om te horen dat mensen er iets in kunnen vinden. Het is een blijk van waardering en het is fijn om te horen dat mensen zich aangesproken voelen tot je werk. Dit werk wil niet expliciet iets vertellen, maar het is meer een middel om mensen zelf te laten nadenken. De enige boodschap is dus ‘denk voor jezelf’, en de meeste tekst is daar wel begeleidend in.
Je schrijft al je muziek en speelt al je muziek in, hoe belangrijk is het voor jou om dit zelf te doen?
Ik speel bijna alles zelf in, ja, maar ik heb wel hulp van vrienden gevraagd. Dit album is een shot van deze periode in mijn leven en zij horen daar bij. Ik denk dat het wel belangrijk is om het zelf te doen maar het is ook heel fijn als mensen die je zelf waardeert en vertrouwt eraan meewerken. Ik heb ongeveer 80 à 90 procent zelf gedaan.
Wat betekent muziek voor jou?
Ik studeer muziekwetenschap, dus ik zit er op de een of andere manier wel aan vast. Wat niet erg is, want ik vind het heel interessant om over na te denken. Ik zie muziek wel als een soort van kunstvorm en het is voor mij een manier van nadenken geworden. Muziek heeft daarnaast ook de mogelijkheid om iets tijdelijks te zijn. Daarmee bedoel ik vooral live optredens: het komt en gaat weer. Het heeft me heel erg gevormd. Ik heb vanaf mijn 11e tot 18e trombone gespeeld en vanaf dat moment heb ik geprobeerd om zoveel mogelijk instrumenten op te pakken. De meeste hiervan zijn op het album te horen. Vaak luister ik muziek en dat zet me aan tot denken en werkt als een soort zelfreflectie. Door mijn studie kom ik in aanraking met klassieke muziek, jazz en wereldmuziek. Als ik daar naar luister, hoor ik elementen die ik dan vervolgens verwerk in mijn eigen muziek.
Wat wil je dat jouw muziek voor anderen betekent?
Ik wil dat mensen ermee in gesprek gaan. Het is een middel om tot jezelf te komen. Ik vind het belangrijk dat kunst de mogelijkheid biedt om dat te doen. Bij grote artiesten zie je dat een enorme massa één persoon gaat volgen. Dat vind ik best bizar. Ze laten zich opgaan in wat de artiest te zeggen heeft, maar dan vraag ik me af: wie ben je zelf? Dat vind ik belangrijk in mijn muziek, dat mensen bij zichzelf blijven.
Wat inspireert je?
Ik lees heel veel boeken, dat vind ik heel belangrijk. Literatuur, maar ik ben ook een groot liefhebber van kinderboeken. Het kind hoort een kinderverhaaltje, maar de ouder die het voorleest snapt het. De boeken van Roald Dahl bijvoorbeeld. Die hebben speelsheid, maar ook een onderliggende laag en dat heeft popmuziek ook. Popmuziek biedt de mogelijkheid om zware dingen te brengen in een acceptabel jasje. Je laat je er gewoon in onderdompelen, dat zie ik in kinderboeken heel erg terug.
Je geeft veel huiskamerconcerten. Wat doe je het liefst, sta je het liefst op festivals of in iemands huiskamer?
Het zijn twee hele andere werelden. Ik speel het liefst direct op de man af. Dit kan ook op festivals, maar de huiskamerconcerten bieden hiervoor meer de mogelijkheid. Ik heb geen voorkeur want het verschilt te erg van elkaar. Ik vind huiskamerconcerten wel echt bizar vet omdat je echt bij mensen thuis komt. Je leert steeds nieuwe mensen en hun leefwereld kennen. Het is heel persoonlijk, dat vind ik fijn aan huiskamerconcerten.
Wat zijn je plannen nu voor de komende tijd?
Ik ben alweer bezig met het volgende album. Alles is geschreven en binnenkort gaan we beginnen met opnemen. Het is voor mij een soort bijbaantje geworden en dat bevalt me eigenlijk prima. Met mijn studie is het ook goed te combineren. Voor mijn studie moet ik veel lezen en voor optredens moet ik veel reizen. Lezen doe ik in de trein onderweg naar mijn optreden. Studeren en muziek maken sluiten elkaar niet uit. Ik denk dat dit na mijn studie ook goed kan werken: vier dagen werken en dan weer drie dagen muziek maken. Je bent dan niet afhankelijk van je muziek. Daardoor kan je kritisch blijven kijken naar wat je doet, maar je bent ook niet genoodzaakt je toe te leggen op een baan waarin je vijf dagen per week van negen tot vijf aan het werk bent.
Gepubliceerd op: 01-06-2012








