Swingende sjamanen vernieuwen tradities op tweede dag van Baraná Wereldjazz Festival
Door: Jorien Heemskerk
Nadat de eerste avond van het Baraná Wereldjazz Festival gewijd was aan Europese experimenten en improvisaties, ging de tweede nog een stapje verder: naar de Aziatische oorsprong van het Turkse volk. De sjamanistische roots werden ook nu weer vermengd met invloeden uit andere muzikale genres, waaronder klezmer en elektro. De jongere generatie kreeg hierbij flink de ruimte om te laten zien hoe vernieuwing en traditie hand in hand kunnen gaan.
Voor het voorprogramma hebben de mannen achter Baraná, Behsat Üvez en Steven Kamperman, een 18-koppig orkest samengesteld met Nederlandse amateurmusici van redelijk tot hoog niveau. Met Kamperman als dirigent spelen zij onder andere vroege Baraná-composities, waarin de duidelijke Turkse invloed extra wordt aangezet door de warme zang van Üvez. Niet alle solo’s zijn helemaal zuiver, maar het is een prima opwarmer voor de rest van de avond.
Keelzang
Vervolgens is het podium voor de Siberische zangeres Julia Charkova (1987). Helemaal alleen neemt zij de toeschouwers mee naar hogere sferen. ‘Wonderlijk. Intiem. Mooi.’, twittert één van hen, en treffender had het niet gezegd kunnen worden. De muziek van Charkova’s volk, de sjamanistische en ooit nomadische Khakassen, is niet iets wat je dagelijks hoort. De combinatie van citer en hoge zangtonen heeft iets spiritueels, terwijl de aparte lage keelzang hier en daar gegrinnik oplevert. Toch krijgt ook die zijn eigen schoonheid als je eraan gewend raakt.
In tegenstelling tot de meeste andere muzikanten op dit festival, is Charkova niet op zoek naar vernieuwing in de zin van fusion of radicale verandering. Als jongere houdt zij juist de oude tradities van haar volk levend voor toekomstige generaties, niet onbelangrijk in een globaliserende wereld. Maar ook zonder de woorden te verstaan hoor je het verschil tussen epische en melodieuze liederen en tussen vrolijke en droevige stukken.
Muzikaal geweld
Heel anders is de aanpak van de eveneens jonge Yom uit Frankrijk en Wang Li uit China. Op slechts een klezmerklarinet en een sjamanistische mondharp overspoelen zij de zaal met muzikaal geweld, dat door de beat en speciale (akoestische!) effecten nog het meest aan trance doet denken. Maar de twee hebben meer in petto: van het onheilspellende ‘Green Apocalypse’ tot de lieflijke melodie van ‘Vegetal Love’. Hun muzikaliteit, inventiviteit en gevoel voor humor maken grote indruk.
Elektrische Oeigoeren
Zoals het festival van start ging, eindigt het ook: met een project van Baraná zelf. Een wereldpremière, in dit geval. Mythologische teksten van de Oeigoeren – ‘de echte Turken’, aldus Behsat Üvez – worden onder de naam Elektro Shaman gecombineerd met moderne elektronische muziek en samples. Een beetje onwennig klinkt dit hier en daar nog wel. “Ik leef nog hoor,” verzucht Üvez dan ook na een heftige keelzangpartij.
Veel applaus is er voor het akoestische percussie-intermezzo van Üvez en de Iraanse Afra Mussawissade. De solo’s van Ernst Reijseger (cello), Steven Kamperman (saxofoon) en Jeff Sopacua (elektrische gitaar) zijn eveneens sterk. Bij de feestelijke uitsmijter van Baraná & Co, in bezetting van tien jaar geleden, springt vooral violiste Monique Lansdorp eruit. Tegenover de bas die Reijseger nu bespeelt gaat zij compleet los.
Onvergetelijk
‘We hopen dat het Baraná Wereldjazz Festival voor iedereen een onvergetelijke ontmoeting wordt’, zeggen Kamperman en Üvez in het programmaoverzicht van de twee avonden. Dat is helemaal gelukt. Volgens de organisatoren is de kans dan ook groot dat het festival een tweede editie gaat beleven. Misschien zelfs volgend jaar al. Als je houdt van andere culturen, authentieke tradities en vernieuwende muzikale experimenten moet je daar zeker bij zijn.
Gepubliceerd op: 30-04-2012








