Grensoverschrijdende ontmoetingen op Baraná Wereldjazz Festival

foto: Selma Scheewe Reportage

apr
29

Door:

De gemiddelde leeftijd op het Baraná Wereldjazz Festival, afgelopen donderdag en vrijdag in multicultureel podium Rasa, lag zo rond de vijftig jaar. Jammer, want ook voor jongere muziekliefhebbers was er meer dan genoeg te beleven. Niet alleen de grens tussen generaties werd overschreden, maar ook die tussen talen, culturen en muzikale genres. Onder de titel ‘Smeltkroes Europa’ stond de eerste avond vooral in het teken van experimenten en improvisaties.

Baraná is een Turks-Nederlandse formatie onder leiding van Behsat Üvez en Steven Kamperman. Het woord ‘baraná’ betekent ‘ontmoeting’ en dat is precies wat bij deze twee heren centraal staat. Vanaf 2002 creëerden zij een serie projecten met gastmusici uit diverse landen, waarmee ze al meerdere malen in Rasa te zien waren. Om hun tienjarig bestaan te vieren organiseerden ze dit jaar voor het eerst een twee avonden durend ‘minifestival’.

Varkentjes
Het eerste deel daarvan brengt eigenzinnige muzikanten uit heel Europa samen, die niet in één genre te vangen zijn. Dat begint al met het korte voorprogramma van gitarist/banjospeler Paul Pallesen en de Schotse percussionist/drummer Alan Purves. Zij combineren freefolk, jazz en wereldmuziek tot een geheel dat op het ene moment heel fragiel klinkt, maar even later juist ronduit stevig. Purves gebruikt hierbij hilarische accessoires, waaronder twee rubberen varkentjes die als blaasinstrument fungeren.

Jong talent
Vervolgens kan het binnengestroomde publiek luisteren naar het Baraná Quintet, waarvan zanger/multi-instrumentalist Behsat Üvez en rietblazer Steven Kamperman zelf ook deel uitmaken. Hun fijngevoelige synthese van traditionele Turkse klanken en moderne jazz krijgt extra diepgang door het accordeonwerk van Bart Lelivelt. De onverstaanbare teksten – deels gebaseerd op oude Perzische dichters – gaan over nachtegalen, mooie meisjes, maar ook over het effect van een derde glas drank.

Als speciale gast is met het kwintet de jonge Turkse jazz-zangeres Sanem Kalfa meegekomen, die afstudeerde aan het conservatorium in Groningen en in 2010 het Montreux Vocalisten Concours won. Haar mooie, enigszins hese stem, gaat goed samen met de traditionele melodieën en blijkt daarnaast ook heftige improvisaties aan te kunnen. Van haar hoge uithalen zal misschien niet iedereen gecharmeerd zijn, knap is het in ieder geval wel.

Theater
Ook zangeres Linda Bsiri van het Franse trio Ecoute le Vent zoekt met haar stem de grenzen op. Na een vrij geïnterpreteerde middeleeuwse Cantiga de Santa Maria, met begeleiding op serpent van Michel Godard en gevarieerde percussie van Jarrod Cagwin, gaat ze over op modernere zang. Die mondt uit in een razendsnelle, bijna gesproken dialoog met Godards tuba. Voeg daarbij haar gezichtsexpressie en handgebaren en je waant je in een postmodern theater.

‘Eigenzinnig universum’
Compleet anders is de muziek van de derde en laatste groep: het Moscow Art Trio van etnomusicoloog, zanger en fluitist Sergey Starostin. Hij verzamelde in Rusland traditionele volksmelodieën, die een dromerig tintje krijgen dankzij het pianospel van componist Mikhail Alperin en de hoorn- en trompetklanken van Arkady Shilkloper. De grenzen tussen folk, jazz en klassiek lossen op om plaats te maken voor – in de woorden van Steven Kamperman – een ‘eigenzinnig universum’.

Datzelfde gebeurt ook bij bijzondere ontmoetingen in de pauzes tussen de drie concerten. Musici uit de verschillende ensembles zorgen dan met spontane improvisaties voor nog meer verrassingen. Zo worden hoorn en tuba gecombineerd, dagen de twee zangeressen elkaar uit en gebruikt Alan Purves zijn speelgoedvarkens nu niet in zijn mond maar op de grond. Het is een leuk en onmisbaar onderdeel van een nu al geslaagd festival.

Lees hier de reportage over de tweede festivalavond.

Gepubliceerd op: 29-04-2012

Facebook reacties