Vilde Frang maakt indrukwekkend debuut met het Residentie Orkest

vilde frang Recensie

apr
18

Door:

Met haar 25 jaar is de Noorse violiste Vilde Frang nog jong. Haar vioolspel daarentegen klinkt alsof ze honderd jaar ervaring heeft. Vanaf dertien april was ze drie dagen in Nederland om dit werk uit te voeren met het Residentieorkest onder leiding van de 29-jarige dirigent Krzysztof Urbanski. Op het programma stonden drie patriottistische werken van Smetana, Sibelius en Sjostakovitsj. Het werd een indrukwekkende avond.

Sprookjessfeer
Om de oren een beetje op te warmen voordat de soliste van de avond aantreedt, luidt de jeugdige Urbanski de avond in met Vltava (De Moldau), een van de bekendste werken van de Tsjechische componist Bedřich Smetana. De dirigent maakt een bevlogen indruk. Hij bespeelt het orkest alsof hij de helderste sterren uit de hemel plukt. Het resultaat is een vloeiend samenspel, waarin de afzonderlijke noten versmelten tot één geluid met een bijna magische sfeer.

Na deze intro treedt Vilde Frang aan voor het Vioolconcert in D mineur (Opus 47) van de Finse componist Jean Sibelius. De debuut-cd van Frang, waarop ze eveneens dit concert speelde, werd bekroond met een Edison. De verwachtingen voor haar uitvoering op Nederlandse bodem mogen dus hoog zijn. Ze stelt niet teleur. Haar spel gaat naadloos over in dat van de andere musici. Toch is er een duidelijk contrast tussen violiste en orkest, dat zich op de juiste momenten inhoudt. Urbanski weet zijn sprookjessfeer vol te houden, ook gedurende Sjostakovitsj’ Tiende symfonie, waarmee de avond afsluit.

Sibelius-niveau
De eerste twee delen van Sibelius’ vioolconcert (Allegro moderato en Adagio di molto) vormen duidelijk geen probleem voor de musici. In het derde en laatste deel van het concert is echter een haast onmogelijke partij voor de soliste weggelegd. Frang vroeg zich gedurende de promotie van haar eerste cd zelfs af of ze ooit het niveau bereikt om het concert naar behoren uit te voeren. Bij het spelen van hoge noten laat ze helaas enkele steekjes vallen, maar desondanks zet ze de rest van dit snelle Allegro, ma non tanto (Levendig, maar niet te zeer) overtuigend neer. De Noorse lijkt zich hieruit te redden alsof het het smeren van een boterham betreft, maar achter de verder nagenoeg foutloze uitwerking zit duidelijk meer dan een dergelijk gemak. Dit is keihard werken. Het lijdt dan ook geen twijfel dat ze de gewenste virtuositeit eens zal bereiken.

Scandinavisch bloed
Frang wordt naar eigen zeggen gelukkig als ze werk van Sibelius speelt. Door haar Scandinavische afkomst voelt ze een sterke verbondenheid met de Finse componist en dat is te horen. De joviale klanken die de violiste uit haar instrument weet te toveren, roepen direct het beeld op van de noordse natuur.

Het publiek hoeft Noord-Europa niet te kennen om een indruk te krijgen van het imposante landschap. De muziek vertelt haar eigen verhaal. Dat Sibelius ten tijde van componeren vaak krap bij kas zat, is bijvoorbeeld te horen aan de bombastische passages met een deprimerend karakter. Ze worden veelvuldig afgewisseld door kalme klanken die het beeld van een weids landschap oproepen. Ondanks de overheersende mineurstemming is de uitvoering soms zelfs warm en vrolijk. Wat hier wordt uitgedragen is Scandinavische trots ten top. En wie kan dat beter dan een rasechte Scandinavische?

Gepubliceerd op: 18-04-2012

Facebook reacties