Steye: “Als muziek niet funkt, dan is het gewoon niet tof”
Door: Fimke Duursma
Steye ontvangt ons in PIPS:lab, een soort loods in Amsterdam Noord die hij deelt met andere multimedia-kunstenaars. Hij leidt ons rond en vertelt vol enthousiasme over de projecten waar hij aan werkt. Nadat hij alle details wil weten over de camera van de fotograaf, krijg ik hem toch zo ver dat hij rustig gaat zitten. Een chaotisch, maar openhartig interview volgt. “Wat wilde ik nou ook alweer zeggen..?”
Veruit de meeste artiesten presenteren hun album in een poppodium als Paradiso. Zo niet Steye. Hij vierde het feestje gewoon in PIPS:lab, zodat niemand entree hoefde te betalen. “Het was een fantastische cd-presentatie”, zegt hij. De politie kwam alleen wel twee keer langs vanwege de geluidsoverlast. Daarom is hij de afgelopen dagen bezig geweest aan ‘een hybride ontwerp van diverse materialen’, genaamd ‘De verdichting tot stilte’. Een muur, dus.
Beatdoepie
Steye koos ervoor om zijn nieuwe album zelf te produceren. “Ik schrijf mijn liedjes altijd achter de computer. Een ’beatdoepie’ die hier en daar een instrument toevoegt. Dit keer wilde ik dicht bij dat idee in de buurt blijven. Aan het begin van de plaat moest ik het eigenlijk nog leren, maar inmiddels ben ik een goede producer, al zeg ik het zelf. Ik zou best zo’n gladde producer willen zijn die een plaat maakt voor een ster. Maar dan op een alternatieve manier.”
De Amsterdamse alleskunner heeft niet alleen zijn eigen plaat geproduceerd, maar ook nog vrijwel alles zelf ingespeeld. Hoe doet hij dat live? “Ik heb in het verleden wel opgetreden met voorgeprogrammeerde beats. Maar de dynamiek en ruimte van een echte drummer vind ik tóch leuker. Ook is het met een live band minder fragiel, en hoef ik over minder dingen na te denken. Ik heb nu een fantastische band.” Steyes band bestaat uit toetsenist Maarten Helsloot (“Hij is echt een monster, niet normaal wat hij kan”), drummer Pim van der Ham (“Ik vind zijn sound heel tof”) en gitarist Valentijn Bannier (“Hij is nog maar 22 jaar en zo getalenteerd als het maar kan”).
Popinnovator
Lovedrum is, net als zijn voorganger, een eclectische plaat. Met invloeden uit de electro, pop, jazz, soul en funk waaiert het alle kanten op. Steye voelt wel een link met Beck, die ook als een soort popinnovator onverwachte combinaties maakt. Recensenten benoemen vaak de duidelijke Prince-invloeden in zijn muziek. Steye: “Ik vind dat wel grappig. Ik ben daarom nu maar naar Prince gaan luisteren. Als je vraagt waar ik naar luister, dan is dat vooral oude jazz. Van mijn 14e tot mijn 22e was ik een racist, in de zin dat ik alleen maar naar zwarte muziek luisterde. En metal. Ik ben heel geïnspireerd door ritme. Je kan nog zo’n mooi harmonisch plannetje hebben bedacht, maar als het niet funkt, dan is het gewoon niet tof. Ik vind ook: als rock niet funkt, dan rockt het niet.”
Liefdesverdriet
Op zijn website schrijft Steye openlijk over de breuk met zijn vriendin. Uiteraard gaan een hoop nummers op de plaat over zijn liefdesverdriet. Titels als ‘I really miss you’ en ‘Baby come home’ spreken boekdelen. Vindt hij het niet eng om zich zo kwetsbaar op te stellen? “Nee, waarom? We zijn toch gewoon mensen. Maar de plaat is inderdaad een gevoelsdocument; 2010 was met stip het kutste jaar uit mijn leven. Dat ik deze plaat moest maken, heeft me wel gered. Ik kon zo mijn gevoel vertalen in iets constructiefs. En waarom zou ik mijn gevoel moeten verbergen? Omdat ik bang ben dat iemand me beoordeelt? Als ik op een podium sta, ben ik toch al een beetje de lul, hahaha!”
Digital farts
Ook van recensies ligt hij niet wakker. “Ik heb de plaat op deze laptop gemaakt en het binnen één jaar afgekregen, en daarmee mijn persoonlijke doelen gehaald. In één recensie stond dat mijn teksten soms kinderachtig zijn, omdat ik over Facebook-posts zing als digital farts (In ‘I Really Miss You’, red.). Ik vind dat een mooie benaming. Poep en pies kun je altijd kinderachtig noemen, maar iedereen poept en piest. Kijk, een recensent krijgt een bepaald gevoel bij een plaat en probeert dat te beschrijven. Het ligt dan aan zijn talent of hij dat een beetje leuk doet. Vervolgens krijg je de vraag of die mening klopt. Ja sorry, je ziet dat ik het helemaal stuk heb geanalyseerd. Ik ben niet te pakken, haha. Maar ik ben eigenlijk heel blij met de recensies.”
Makelaar
Steye is meer dan alleen een muzikant: hij maakt ook video’s en multimediale toepassingen. “Ik heb Beeld en Geluid gestudeerd in Den Haag. Wat ik nu met PIPS:lab doe, is precies dat. We zijn tien jaar geleden een stichting begonnen met als doelstelling het vermengen van diverse kunstdisciplines, om zo te komen tot nieuwe kunstvormen. Ik hou heel erg van combinaties maken. Ik maak nu bijvoorbeeld een stepsequencer die de beat vertaalt in licht. Dat is mijn creativiteit spot on. Vroeger wilde ik altijd makelaar worden, omdat ik dacht dat dat iemand is die dingen maakt. Dat is een verhaal dat mijn oma iedere verjaardag weer oprakelt.”
Clip in 360°
Als het interview al zo’n beetje afgerond is, zegt Steye ineens: “Misschien wordt de volgende plaat ook wel een film. Een soort lange clip in 360°. Dat je kan rondlopen in allemaal ruimtes waar dan een liedje te horen is. ‘De dood/het einde van de wereld’ zou ik het noemen. Ik hoef niet weer zo’n persoonlijke plaat te maken. Daarom lijkt het me leuk om echt een onderwerp te nemen. Ik hoef niet beroemd te worden, ik wil gewoon mijn fascinaties volgen en dat steeds beter kunnen. Dus waarom niet de dood als thema? Misschien word je er niet populair mee, maar misschien stiekem ook juist wel.”
Gepubliceerd op: 01-06-2011








