Cesuur – Toegankelijk
Door: Dennis Smits
De lokale tv-zender RTV Rijnmond besteedt met regelmaat aandacht aan het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Ik mag die programma’s graag bekijken. Het Rotterdams Philharmonisch is een prachtig orkest. Afgelopen week verscheen Hans Waege, de algemeen directeur van het orkest in beeld. Hij deed een uitspraak die mijn wenkbrauwen deed fronsen. Het orkest gaat dit seizoen eens laten zien en horen dat klassieke muziek eigenlijk heel erg toegankelijk is. Een mooie tekst om meer bezoekers richting de klassieke podia te trekken, maar onzin is het wel.
Het is namelijk niet de muziek die ontoegankelijk is, maar het imago dat dit soort concerten ontoegankelijk maakt. Je hoeft voorafgaand aan een klassiek concert alleen maar om je heen te kijken in de foyer om te zien hoe toegankelijk klassieke muziek is. Of beter gezegd: hoe toegankelijk klassieke muziek wordt ervaren. Want toegankelijkheid is vooral een kwestie van hoe iemand dat ervaart. Ik vind de muziek van Tiësto of Armin van Buuren behoorlijk ontoegankelijk, omdat ik er op geen enkele manier een band mee kan krijgen. Tegelijkertijd gaan hele volksstammen avond aan avond uit hun plaat op die klanken. Met klassieke muziek is het eigenlijk precies andersom. Een kleine groep zweert erbij, maar over het algemeen wordt het genre toch gezien als elitaire, saaie, ouwe-lullen-muziek.
En dus is dat wat je ziet in die foyer. Vijf minuten aan de koffiebar en je maakt je meer dan ooit zorgen over de vergrijzing van Nederland. Ik weiger te geloven dat er niet meer jonge mensen zijn die van klassieke muziek houden. En dus moet het dat imago zijn dat ze weghoudt van de klassieke podia. De drempel van het Concertgebouw of De Doelen is gewoon erg hoog. Toegegeven, ook de toegangsprijzen zijn wat aan de hoge kant, maar voor studenten zijn er allerlei kortingsacties, dus die vlieger gaat niet op.
Bovendien: wanneer Hans Waege roept dat klassieke muziek toegankelijk is, waar doelt hij dan precies op? De sonaten van Scarlatti? De negende symfonie van Mahler? Die Walküre van Wagner? Die eerste dienen perfect als achtergrond voor een zondagochtend-ontbijt met croissants en verse jus d’Orange. Mahler en Wagner twee zijn daar een flink pak minder geschikt voor. Het ene stuk is het andere niet. Je kunt het moeilijk vreemd vinden dat mensen klassieke muziek ontoegankelijk vinden als ze alleen een passage uit Die Walküre hebben gehoord.
Misschien moet Waege zijn verkooppraatje meer richten op de diversiteit van klassiek, in plaats van dat geklets over toegankelijkheid. Vertel liever over de lichtvoetigheid van Tsjaikovksi’s ballet De notenkraker. Over de humor in Prokofjev’s muzikale sprookje Peter en de wolf. Over de krachtige passages in Sjostakovitsj’s eerste symfonie. Over de passie in Bizet’s opera Carmen. Klassieke muziek biedt voor elk wat wils. Je hoeft alleen maar even door dat stoffige imago heen te prikken.
Gepubliceerd op: 08-04-2011








