Monsters of Folk: geheel is meer dan de som der delen

Monsters of Folk Recensie

sep
27

Door:

Voorname artiesten slaan de handen ineen, zetten hun huidige muzikale bezigheden op een zijspoor en richten zich volledig op een project dat per ongeluk is ontstaan tijdens het touren. Eén van deze samenwerkingen ontstond in 2004 toen Conor Oberst en Mike Mogis (Bright Eyes), Jim James (My Morning Jacket) en de singer/songwriter M. Ward voor de lol samen muziek gingen maken. Ze traden op onder de ironische naam Monsters of Folk en nu, vijf jaar later, kan men ook genieten van het opgenomen materiaal.

Op zichzelf hebben de artiesten al naam gemaakt en kunnen ze bij elk optreden rekenen op een schare fans. Dit project is iets nieuws en schept hoge verwachtingen: het kan alleen geweldig zijn óf ontzettend tegenvallen, want middelmatigheid zal men niet accepteren van artiesten van dit kaliber.

De openingstrack zal de liefhebbers van My Morning Jacket vertrouwd in de oren klinken, want het nummer had zo op één van hun albums kunnen staan. Allereerst is er de onmiskenbare stem van Jim James (in het kader van Monsters of Folk geschreven als Yim Yames) die dromerig zijn weg vindt over een triphop-achtige beat. Het nummer lijkt een inleiding te zijn op wat er nog komen gaat, want zowel M. Ward als Conor Oberst zingen, in de ingetogen stijl van James, een couplet mee. Tenslotte besluiten ze gedrieën de introductie in het laatste refrein.

Vanaf dan kan de melting pot van folk beginnen. Iedere vogel zingt zoals hij gebekt is en bij de verschillende nummers is duidelijk te horen welke vogel aan de basis stond. Zoals de eerste track zonder twijfel afkomstig is van James, zijn er een aantal nummers die direct doen denken aan de tijd dat Conor Oberst als ‘wonderkind’ de wereld deed dwepen met Bright Eyes. In ‘Ahead of the Curve’ toont Oberst zijn vertelkunsten als zijn karakteristieke stem je meeneemt in een van zijn zoektochten. Geïntrigeerd en glimlachend laat hij zijn luisteraar achter na het horen van teksten als ’I got hapiness that I can’t maintain, so it’s beginners luck.’ Fans van Oberst kunnen hun hart ophalen, want na een periode, waarin hij zijn verworven status als geniale singer/songwriter niet echt waar kon maken, is hij weer helemaal terug.

Ook M. Ward is een welkome toevoeging aan het geheel. Zijn solide stem is een rustige factor die een goede balans vormt met de twee, meer excentriekere, stemmen van Oberst en James. Dat de stemmen heel goed met elkaar door een deur kunnen bewijst het nummer ‘Whole lotta Losin’’ waarin de close harmony zang de folklore van de zuiderlijke Amerikaanse staten laat doorklinken.

De veelzijdigheid van het album is niet in de laatste plaats toe te schrijven aan multi-instrumentalist Mike Mogis. Als vast lid van Bright Eyes bespeelde hij al de nodige instrumenten zoals: gitaar, mandoline, dobro, banjo en paddle steel. Daarnaast is hij ook een niet onverdienstelijke producer. Monsters of Folk is een ‘proeve van zijn kundigheid’ op beide vlakken en hij kan trots zijn op het resultaat.

Monsters of Folk is genieten. Na meerdere malen luisteren zijn er nog steeds nieuwe dingen te ontdekken op zowel muzikaal als tekstueel gebied. Folkmuziek grijpt terug op een jarenlange traditie en met deze plaat is er een nieuw hoofdstuk aan toegevoegd. De vier muzikanten zijn op zichzelf al noemenswaardig, maar als hun krachten gebundeld worden, worden het monsters. Monsters met een liefde voor folk.

Gepubliceerd op: 27-09-2009

Comments Closed