Bart Chabot gaat fast forward door fast food land in Schiphol blues

Schiphol Blues - Bart Chabot Recensie

mei
21

Door:

Nu de temperatuur langzaam naar een acceptabel niveau stijgt, is het voor veel mensen tijd om de vakantieboekenlijst samen te stellen. Door zijn nieuwe verhalenbundel Schiphol Blues de ondertitel Zomerse verhalen mee te geven, geeft Bart Chabot alvast een aangename leestip.

In de voorbereiding op een interview met Bart Chabot had de Schiedamse boekhandelaar Ruud Aret bedacht dat hij de Haagse schrijver en dichter in het hem gegunde uur tien vragen kon stellen. Tegenover een volle boekhandel lukte het Aret uiteindelijk om twee vragen te stellen, waarna Chabot ruim anderhalf uur aan het woord bleef. Wie de zwaar bebrilde Hagenees uitnodigt, is verzekerd van een ongebreidelde, vrolijke chaos.

In Schiphol Blues is het niet anders. In zijn eerste prozawerk sinds 2006 (FC Dood) dendert Chabot van de ene in de andere vreemde situatie, waarvan hij met een bijna onophoudelijke woordenstroom verslag doet. Toch weet hij in de verschillende verhalen telkens de juiste toon te raken. Chabot fulmineert in een Delftse parkeergarage tegen het gedrocht dat chipknip heet, vertedert in het verhaal over het Zeeuwse gehucht Nummer Eén en toont zich melancholiek in het openingsverhaal ‘Zwarte Kerst’: “De liefde voor Marion ging over, zoals de dingen gaan. Wat bleef was de liefde voor mensen, in een zwart landschap.”

Het eerste gedeelte van de bundel is ingeruimd voor een elftal korte verhalen. Allemaal hebben ze betrekking op het gezinsleven van Chabot of zijn theatertournee met Ronald Giphart en de onlangs overleden Martin Bril. De verhalen, die soms maar twee of drie pagina’s in beslag nemen, worden gedragen door de sneltreinvaartstijl van Chabot. Inhoudelijk hebben deze verhalen nauwelijks iets om het lijf. In het verhaal ‘Een binnenbrandje’ verlaten de gasten van het hotel waarin de familie Chabot verblijft en masse het pand, nadat Bart een sneetje brood wilde roosteren in een onder de rookmelder geposteerde broodrooster. Het plot van ‘Uilenstede’ bestaat uit het weglopen van Chabot en Ronald Giphart, nadat een serveerster van een cafeetje in Amstelveen hen wat lomp tegemoet getreden is.

Het hoogtepunt van dit gedeelte van het boek vormt het verhaal ‘Mister Chocotoff’. Hierin heeft Bart, opnieuw in gezelschap van Giphart en Bril, in een seksshop een knutselset aangeschaft waarmee een driedimensionale afdruk in chocolade kan maken van zijn eigen penis. Thuis onderneemt hij tot driemaal toe een poging om de ‘Choco Willy’ te fabriceren. De plastische bewoordingen waarmee Chabot dit proces stap voor stap beschrijft, maken het vrijwel onmogelijk om niet de rest van de dag met de beelden in het hoofd te zitten van een vijftiger in de keuken met de broek op de enkels, roerend in een pannetje chocolade.

Het tweede gedeelte van het boek bestaat uit de novelle Cock Fart. In 2008 maakte Chabot samen met tv-kok Pierre Wind en boek over de wereld van de fast food, Patatje Oorlog getiteld. In Cock Fart doet Chabot verslag van de omzwervingen die hij samen met Wind maakte voor het boek.

Met de intrede van kok Wind, die Chabot omwille van zijn internationale carrière omdoopt tot Cock Fart, is de chaos compleet. Chabot kletst honderduit over de plannen die hij heeft voor Wind, medewerkers van fastfoodketens en eigenaars van snackbars. Ondertussen houdt Pierre Wind zich vooral bezig met het onderkotsen van menig kantoorinterieur en parkeerplaats, en ook deze bezigheid beschrijft Chabot in uitermate plastische bewoordingen.

Schiphol Blues is derhalve geen boek voor de fijngevoeligen, maar wie niet vies is van wat hilarische ranzigheid doet er goed aan mee te liften met de sneltrein die Bart Chabot heet.

Gepubliceerd op: 21-05-2009

Facebook reacties