Een erfenis vormt de stevige basis voor Versteegens Een huis verlaten
Door: Maarten Buser
Het lijkt wel alsof steeds meer gedichtenbundels één rode lijn meekrijgen. Dit resulteert soms in gedichten die samen één verhaal vormen of allemaal een bepaald thema hebben. Ook Jos Versteegens nieuwe bundel Een huis verlaten past bij deze ‘conceptuele trend’. Elk gedicht gaat over een voorwerp uit de nalatenschap van zijn ouders, dat bepaalde herinneringen oproept. Dit gebeurt soms erg indringend.
Dit doet Versteegen in heldere, sobere taal, bijna tegen het prozaïsche aan. Beeldspraak en metaforen zijn meestal goed te volgen. Nutteloze mooischrijverij wordt achterwege gelaten. De vergelijkingen brengen het onderwerp tot leven. Dit gebeurt bijna letterlijk in het gedicht over het scheerapparaat: ‘Het scheren: cirkelend, zoemend. / Je ziet een vreemd insect / dat rode strepen in zijn hals bijt.’
Ondanks het duidelijk emotionele onderwerp houdt Versteegen een duidelijke afstand. De gedichten zijn allemaal in een algemenere je-vorm geschreven. De vader en de moeder zijn respectievelijk ‘hij’ en ‘zij’. De (jeugd)herinneringen van de ‘je’ zijn herkenbaar en vrij algemeen. Het ongemakkelijke gevoel dat je verplicht het fotoalbum van iemand die je niet kent moet bekijken, blijft daardoor uit. Versteegens oog voor details zorgt er echter voor dat het toch intiem blijft.
Ding-gedichten
De gedichten doen soms denken aan de ding-gedichten van Rilke. Hij concentreerde zich zo erg op een voorwerp, dat hij hun onderliggende essentie kon weergeven in zijn gedichten. Een beroemd voorbeeld is ‘Archaïscher Torso Apollos’, waarin de beschrijving van een sculptuur gevolgd wordt door het intense, dwingende ‘Du musst dein Leben ändern’.
Versteegen vertelt eigenlijk niets nieuws over de voorwerpen, maar koppelt ze aan herinneringen. Deze worden zo levendig opgeroepen, dat heden en verleden door elkaar lopen. Alle gedichten zijn dan ook in tegenwoordige tijd geschreven, alsof de scènes uit de herinneringen zich nu afspelen.
In de beste gedichten van de bundel wordt de herinnering soms zo intiem beschreven, dat ze deel uit gaat maken van de essentie van het voorwerp. Vooral de kunstleren fauteuil valt niet los te zien van de herinneringen aan de vader: ‘Zijn leunstoel […] stond op een wagen, voetenbank omhoog, / alsof hij daar sliep’. Het belang van de voorwerpen wordt echter ook gerelativeerd: ‘Een kom van vijftig cent / op rommelmarkten langs de straat’.
Vergankelijkheid
In de bundel duiken steeds vaker verkapte symbolen voor tijdelijkheid en vergankelijkheid op. Denk aan uitgetrokken haartjes, gemaaid gras en opvallend veel damp en rook. Het zorgt helaas niet voor een constant op de loer liggende spanning. Deze symboliek soms juist hard aan, omdat de gedichten zo sober zijn. Dit begint daarom als een trucje aan te voelen, alsof Versteegen via de kortste naar het hart van de lezer wil fietsen. Daarnaast is het soms schijnbaar achteloze gebruik van Grote Woorden als ‘dood’ en ‘hart’ nogal storend.
Ondanks dat er genoeg aangerekend kan worden, overtuigt Een huis verlaten. Op zijn best schrijft Versteegen erg indringend. Zijn kale, heldere taalgebruik draagt hier zeker aan bij. Vooral het slot is mooi en werpt een nieuw licht op het voorgaande. De bundel balanceert soms gevaarlijk tussen kunst en kitsch, maar als je daar gevoelig voor bent, mag je gerust een extra sterretje bij de score optellen.
Gepubliceerd op: 24-10-2012








