De kunst van het veldspel is een sterk debuut over honkbal, dromen en fouten
Door: Ralf de Jong
De kunst van het veldspel doet qua opzet enigszins denken aan Vrijheid van Jonathan Franzen. Het is ook een roman waarin wordt ingezoomd op een aantal personages, om aan de hand van hun onderlinge wrijving en samenspel vervolgens op overtuigende wijze een groot Amerikaans/Westers thema kritisch te belichten.
Het verhaal in Harbachs roman speelt op Westish College, een kleine universiteit in de VS. Henry gaat hier onder begeleiding van de ouderejaars Mike volledig voor zijn kans om profhonkballer te worden. Hij staat op het punt zijn droom te verwezenlijken wanneer een routineworp volledig mislukt en de bal het hoofd van zijn team- en kamergenoot Owen raakt. Dit ongeluk heeft verstrekkende gevolgen: niet alleen verliest Henry hierdoor zijn zelfvertrouwen, het brengt ook Affenlight, de rector van de universiteit, en Owen bij elkaar. Hij ontfermt zich over zijn geblesseerde student waarna een intieme relatie tot bloei komt die uiteraard geheim moet blijven. Ondertussen probeert Affenlights dochter een nieuw leven op Westish te beginnen nadat haar jonge huwelijk is stukgelopen.
Problematisering van individualisme
Centraal thema dat aan de kaak wordt gesteld is het verliezen van jezelf in een (American) droom of wens. Bijzonder treffend weet Harbach de keerzijden hiervan voor te houden. Owen verliest zichzelf tijdens honkbalwedstrijden zó in het lezen van boeken in de dug-out, dat hij geen oog heeft voor de bal die na Henry’s mislukte worp op hem komt afsuizen. Rector Affenlight verliest zichzelf in zijn verliefdheid voor Owen waardoor hij zijn gevoelens nauwelijks voor de buitenwereld weet te verbergen.
Dan Henry: hij verliest zichzelf volledig in zijn wens om de perfecte korte stop met honkbal te worden. Wanneer hij geen zelfvertrouwen meer heeft, beult hij zichzelf af door bijvoorbeeld midden in de nacht tientallen keren op te trekken aan de tak van een boom. Hij kan zich er niet bij neerleggen dat zijn fouten in het honkbal losstaan van zijn psychische gesteldheid en niets met gebrek aan talent te maken hebben.
‘Mijn school had ook schiettorens’
Hoewel De kunst van het veldspel ruim vijfhonderd bladzijdes telt, leest het vlot weg. Harbach beschikt over een aantrekkelijke, mildironische schrijfstijl: ‘Het smalle bed dwong de gebruikers tot een niet altijd even gewenste intimiteit‘. Dit blijkt ook goed uit het volgende dialoog waarin de honkballers tijdens hun busrit ruzie maken om de vraag of een gebouw een school of een gevangenis is: ‘Kijk nou eens goed. Dat ding heeft schiettorens.’‘Wat maakt dat nou uit, man? Die had mijn high school ook.’ Bovenal weet hij een serie aan bijzonder geloofwaardige karakters neer te zetten die allemaal zo hun sterke en zwakke kanten hebben.
Keerzijde individualisme
Een minpunt van het boek is dat Harbach met een paar opvallende wendingen in het plot soms minder meedogenloos met zijn personages lijkt te durven omgaan. Op basis van de eerste helft van het boek, verwacht je niet dat sommige personages aan het einde van het boek nog met elkaar blijven omgaan. Hoewel het einde beslist niet rooskleurig is, had Harbach zijn boodschap net wat sterker over kunnen laten komen door iets meedogenlozer te schrijven.
Ondanks dat is De kunst van het veldspel een sterke roman waarin Harbach op een indringende wijze de keerzijde van een vergaand individualisme beschrijft. Samen met de eerlijke en ironische schrijfstijl, moet gezegd worden dat hij hiermee een debuut van een zeldzaam hoog niveau heeft afgeleverd: een boek waarin je jezelf verliest.
Gepubliceerd op: 25-06-2012








